Help
Index

 Maarten Maartensz:    Philosophical Dictionary | Filosofisch Woordenboek                      

 A - Atheïsme


 

Atheïsme: De ontkenning dat er een god of goden bestaan.

Multatuli formuleerde de kenmerkende aanname van het atheïsme o.a. zo: "Natuur is alles. Wat er meer is, noemt men metaphysiek, bovennatuurkunde, d.i. buitenissigheid." en wordt in de zin waarin hij dat bedoelde ook goed omschreven met "(filosofisch) materialisme" (waar "filosofisch" voorgevoegd wordt om de bedoelde zin te onderscheiden van de zucht tot geldverdienen).

Merk op dat het argument niet zozeer terminologisch als wel logisch is: Eenieder moet aannemen dat er Natuur is, en dat wat is Natuur verdient genoemd te worden - maar iedere aanname die méér postuleert dan Natuur postuleert kennelijk iets wat niet is of waarvan de aanname zowel niet noodzakelijk als niet zinnig als niet op evidentie gebaseerd is.

De zelfvermeende slimmerds die menen dat het logisch alleen gerechtvaardigd is agnostisch te zijn over god's bestaan plegen niet agnostisch te zijn over het bestaan van tal van andere logische mogelijkheden als zeemeerminnen, griffioenen en Atlantis, en meten kennelijk met twee maten: Eén voor wat nogal vanzelfsprekend wetenschappelijk gesproken onzin is of niet bestaat, en één voor wijdverbreid bijgeloof dat mogelijk (weer) gevaarlijk kan worden voor ongelovigen en deze in ieder geval, volgens vele gelovers, met eeuwig hellevuur bedreigt.

Ik behoor tot de gelukkige kleine minderheid die atheïstisch is opgevoed en nooit een geloof in een god van zich af hoefde te redeneren, en nooit enige goede reden zag enige god aan te nemen:

Nooit openbaarde zich een god aan mij; nooit zag, hoorde of las ik enige religieuze profeet die geen dwaze of valse indruk op me maakte; en alle bewijzen voor een god die ik las zijn elementair weerlegbaar en bewijzen niets ofwel bewijzen iets - zoals een mogelijke eerste oorzaak van al wat is - dat vèr achter blijft bij alles wat godsdienstigen hebben beweerd over hun goden. Bovendien:

Ieder vertegenwoordiger van ieder der duizenden verondersteld ware en goede religieuze geloven moet toegeven dat ieder vertegenwoordiger van ieder der duizenden verondersteld ware en goede religieuze geloven die het zijne niet zijn zich vergist. Dit maakt het veel waarschijnlijker dan niet - dunkt mij - dat ook hij zich vergist, is het niet inhoudelijk dan in ieder geval formeel: Zo min als enig ander vertegenwoordiger van enig geloof is hij in staat z'n geloof dusdanig te formuleren dat het bestand is tegen logische of empirische kritiek van anderen.

Er is geen enkele grote religie die de fundamentele kritiek van ongelovigen erop heeft kunnen weerleggen, en er is geen enkel wijd verbreid religieus of politiek geloof waarvan niet vele volgelingen zich welbewust misdragen hebben volgens hun eigen normen, gewoonlijk om wat ze hun eigen belang achtten.

Daarbij: Een normale religieuze geloofs-uiting die me tegenstaat is de eis dat men de gelover en z'n geloof hoogacht, respecteert, bewondert vanwege z'n geloof en pretentie van moraal. Ik vind dit zowel onredelijk als immoreel.

Het is wellicht noodzakelijk dat domme mensen - die tot de eugenetische revolutie plaatsgevonden heeft de grote meerderheid vormen - een dom geloof met domme praktijken koesteren om zichzelf een fantastisch lapmiddel te verschaffen voor de lasten en het lijden die het leven met zich meebrengt voor iedereen, overigens inderdaad in een veel grotere mate dan men mag verwachten en eisen van enige "alwetend almachtig goedertieren" godheid.

Het is echter een schande dat anderen niet naar waarheid zouden mogen zeggen wat de gebruikelijke waarheid is over religieuze gelovers en geloven:

Hun geloof is dom en vals, hun praktijken zijn kwalijk, hun kennis is gering, hun beschaving is armzalig, en hun moraal bestaat overwegend uit gehuichel, en dat iemand als ik dit niet zou mogen zeggen vanwege "het respect" dat ik en "men" zou behoren te hebben voor religie.

Nu, waanzin vergt medelijden, geen respect, en 't enige relevante verschil dat ik zie tussen gewone en godsdienst-waanzin is dat gewone waanzin iemand meestal onvrijwillig overkomt, terwijl men godsdienst-waanzin bijna altijd over zichzelf afroept door eigen schijnheiligheid en valsheid. En 't enige geldige excuus voor religiositeit is domheid.

 


Zie idee 73, 74. Zie ook: Acteur, Agnosticism, Doorsnee, Eerlijkheid, Ideologie, Leugen, Totalitair, Volgeling, Waarheid.


Literatuur:

Multatuli

 

Original: Jul 25, 2004                                                  Last edited:12 December 2011.   Top