Inleiding Ideen 7                                                 


INLEIDING IDEEN 7

Ideen 7 bestaat uit bijna honderd genummerde ideŽn, die net als Ideen 6 niet op alle plaatsen korrekt genummerd zijn, om welke reden ik een aantal fout genummerde ideen omgenummerd heb. Een en ander, inclusief mijn methode van omnummering, stond al uitgelegd onder 1160-1.

Het grootste deel van Ideen 7 is weer gewijd aan de geschiedenis van Wouter Pieterse, maar er zijn een aantal ideŽn die over andere onderwerpen handelen, of alleen zeer terzijde met die geschiedenis te maken hebben:

  • De vertelling over Don Alonzo en Don Pedro in 1238 is een aardige kort verhaal, en
  • Multatuli gaat een paar keer in op de Nederlandse literatuur, o.a. in 1263 en 1268.
  • Verder krijgen we een lang frans gedicht over de deugdzame Genoveva, die reeds aan het begin van Ideen 5 genoemd was, en waar M. wellicht mťťr mee van plan was dan er uitgekomen is (1276), en
  • een aardige vertelling met redelijk wat Duits over een Duitse toneelspel-kunstenaar (1269).
  • Middenin Ideen 7, in 1252, vindt de lezer een tamelijk lange noot van Multatuli's tweede vrouw over de ontstaansgeschiedenis van Ideen 7, dat geschreven werd in twee periodes, namelijk in 1874 en 1876-77, terwijl M. in hetzelfde idee 1252 uiteenzet waarom schrijven voor Neerlands publiek hem niet bevalt, en eigenlijk verklaart waarom hij, hoewel hij nog ruim 10 jaren leefde na beŽindiging van Ideen 7, vrijwel niets meer schreef voor publicatie.
  • Bijna aan het eind, in 1278-1281, beschrijft Multatuli z'n eigen dood en geeft een verhandeling over een Engelse verhandeling over Nederlandse letterkunde. Dit is weer op diverse manieren een fraaie satire.

De rest van Ideen 7 gaat voornamelijk over Wouter, met als hoogtepunten Wouter's visite aan de Amsterdamse jodenhoek (1225 - 1226) en pater Jansen's preek (1261). Hier is een puntsgewijze samenvatting:  

  • Wouter leert het kantoorleven kennen (1206), en z'n hoogste baas, de oude heer Kopperlith (1207), en Wouter begint te begrijpen dat het kantoorleven geen leerrijk of vreugdevol bestaan is (1208).
  • Er valt wat te leren wat over menselijke waarde van kantoorvolk (1209) conform de wijsheid van de oude Gerrit, en de lezer verneemt iets over parelduikers (1209a).
  • Wouter doet Dieperse levenswijsheden op over het carriŤremaken en huichelarij (1210), al is er twijfel over de toepasselijkheid van de laatste term; de lezer leert het e.e.a. over de oude mevr. Kopperlith, en ikzelf wijd enigszins uit over rollen onder 1211.
  • Huize Kopperlith neemt zich voor vakantie te gaan houden in hun eigen Buitenplaats, en de lezer leert van gewichtige problemen hiermee (1212), en ingenieuze oplossingen ervoor, en van de stamboom Kopperlith (1213), en Wouter leert dat ook hij de Kopperlithse Buitenplaats mag bewonderen (1214).
  • Wouter krijgt lessen in de handel van meneer Wilkens (1215), ontdekt dat z'n eigen familie aantrekkelijker is geworden (1216), en leert van juffrouw Pieterse hoe goed hij het heeft getroffen, en van Gerrit dat hij 'een smeerig papiertje' moet gaan innen, in 'de Joodenhoek' (1217).
  • Over hoe busrecht en sexuele opvoeding kunnen samenhangen (1218), en hoe Wouter getraind wordt in leren wachten. Iets over het geheime woord (1219); de handel in bedrukt katoen en handelsreizen (1220); en typische kantoormoraal (1221).
  • Wouter bereidt zich voor op de gevaarvolle tocht naar "de Joodenhoek" (1222), waarvan de lezer een fraaie beschrijving krijgt (1223), gevolgd door enige bespiegelingen over en oproepen aan Joodse burgers (1224).
  • Beschrijving van een oude Jodin (1225); haar handel en achterkleinkinderen (1226); Wouter's vriendelijkheid; ook met enige bespiegelingen over de handel. Wouter ontmoet de joodse handelaar Roebe Roebens, int het "smeerig papiertje", en wordt toch niet opgelicht.
  • Problemen van de oude mevrouw Kopperlith en een nieuwe taak voor Wouter (1227-1), die hem  onderwijst in de deugd van geduld (1228).
  • Wouter doet z'n best (1230), Multatuli zegt iets over Wouter's begaafdheid, en Wouter en de lezer ontmoeten Gus Halleman opnieuw (1231).
  • De Kopperliths gaan op vakantie (1232) en Wouter is wel ongeveer uitgeleerd, verveelt zich, komt in aanraking met de ondeugd, en ontloopt Femke (1234).
  • Wouter mag naar "Groenenhuize", de Kopperlithse Buitenplaats (1235), de lezer wordt beleerd over buitenplaatsen (1236 ff.), en Wouter wordt er ontvangen (1243) en leert weer wat over z'n eigen plaats, en wordt onthaald op een heerlijke proeve van waarachtige Neerlandse konversatie (1244).
  • Wouter is het poŽtizeeren verleerd (1245b), lost al spelende een ingewikkeld economisch vraagstuk op (1246), en mag meerijden op een toertje, waarbij hij de parasol van Hersilia Kopperlith ruÔneert en Wouter boos en beschaamd wegvlucht (1247), op zoek naar geld om de aangerichte schade terug te betalen.
  • Na enig zoeken vindt Wouter te Haarlem een logisch begaafde kleerenjood die hij z'n jas en hoed verkoopt om de geruÔneerde parasol te kunnen vergoeden (1248); peinst over z'n eigen gebreken (1249) en over zelfmoord (1250), en besluit naar Femke te gaan.
  • Bij de woning van vrouw Claus en Femke ziet Wouter iemand die hij voor Femke houdt met een matroos (1251). Wouter wordt jaloers, en komt met vrouw Claus te spreken, die niet ingenomen is met Wouter's tweedehands jas en hoed. Pater Jansen verschijnt; vrouw Claus legt Wouter het e.e.a. uit dat hem aan prinses Erika doet denken, en Wouter mag met geld van de prinses en met pater Jansen naar Haarlem om z'n eigen kleren terug te kopen (1253).
  • Op weg naar Haarlem bezoekt Wouter een moordhol dat een kerk is (1254), ontmoet Styntje (1260), en leert wat over bedelaars (1260b) en over Styntje's levensloop (1260d).
  • Na een preek van pater Jansen (1261) ontmoeten Wouter en Jansen een hoerenmadam (1270) die ruzie heeft bij de trekschuit naar Haarlem, en twee meisjes bij zich heeft voor inlijving in het ambacht dat ze bestendigt (1271). Wouter helpt een arme vrouw financieel (1273); de lezer leert wat over orgelmannen, hun gezin en hun gezang (1276), en verneemt tenslotte dat pater Jansen, Wouter en de twee jongedames teruglopen van Halfweg naar Amsterdam, kennelijk geldeloos na de meisjes vrijgekocht te hebben (1282).

Bundel VII is de laatste bundel IdeŽn, zodat eeuwig onbekend zal blijven hoe Multatuli zich het vervolg van de Wouter-geschiedenis voorstelde.

Maarten Maartensz
Amsterdam
14 juni 2006
 

Inleiding Ideen 7