Niemand van de
toeschouwers had achtgeslagen op 't naderen van de schuit. Wonder
was 't niet, want toen ze begon in-zicht te komen, had men zich even
te-voren vermaakt met de exekutie van Golo, die zoo duidelyk op het
drie-en-twintigste vakje was voorgesteld dat slechts weinigen er
geen kippevel van kregen, en wie in dit ongevoelig geval verkeerde,
wachtte zich wel het te zeggen. Niemand beklaagde den booswicht, en
als de Sloterdykers zitting hadden gehad in die rechtbank, zouden de
stukjes waarin hy gesneden werd, nog veel kleiner uitgevallen zyn.
De chères en de grandes tendresses, waarop Genoveva
vervolgens onthaald werd, waren op 't zeil heel aanlokkelyk
voorgesteld. 't Doet me genoegen dat Wouter er niets van gezien
heeft. Ook had de schilder middel gevonden, den toeschouwer te
doordringen van haar aanhoudend omgaan met ‘J.C.’ slechts
afgewisseld door 't biddend en dankend gebruiken van ongekookte
boomwortelen. Och, men hoeft zoo weinig fransch te verstaan om zulke
dingen innig te begrypen! Nog één koeplet, en heel Sloterdyk was aan
't bidden en uitgraven van boomwortels gegaan. Ieder ziet in dat het
publiekje van den troubadour, in zoo'n gewyde stemming wel wat
anders te doen had dan op de schuit te letten, die daar zoo
onverschillig kwam aanschuiven alsof er nooit 'n Genoveva in de
wereld geweest was. En die hinde!
Juist toen 't arme dier bezig was met z'n miracle nouveau,
door quoiqu'on lui porte van honger te sterven op dat graf,
hoste de jager voorby. De lyn van zoo'n haarlemmer-schuit is tachtig
vaam lang...
Hoe
ik dit weet? Verdenk my in-godsnaam niet van de onnoozelheid dat ik
't aan 'n deskundige gevraagd, of - o gruwel! - me zou
ontletterkundigd hebben door 't ding te meten. De ware wysgeer
raadpleegt àndere bronnen! Met deftige huivering wendt hy 't oog af
van de dingen die naby hem zyn, om ze te vestigen... kortom, ik heb
de Pliniussen geraadpleegd, en vervolgens alle andere schryvers,
latynsche, grieksche, fransche, nadowessische [1], jazelfs
hollandsche... allen, allen! Uit m'n bewysvoering zal den lezer
blyken dat ik door één overteslaan m'n slotsom op losse schroeven
zou gezet hebben, en 't ware gedaan geweest met m'n roem als
letterkundige. Ook staat het den toekomstigen geschiedschryver vry,
in deze overmaat van geweten en eruditie de oorzaak te zoeken van de
langzaamheid waarmee m'n Ideen verschynen. Mochten er tegen dien tyd
anderen zyn die uitstrooien dat men hierby aan verdriet, ergenis en
walg te denken hebbe... 't zyn lasteraars, vuige!
Wat
nu de lengte der lyn van die haarlemmer-schuit aangaat, ziehier hoe
ik te-werk ging, en bewonder myn methode. Ik stelde mezelf de vraag:
is die lyn langer dan tachtig vaam? En toen aan 't snuffelen
in de Pliniussen! Ik begon met den Ouden, en blokte de
zeven-en-dertig boeken van z'n Historia
Naturalis door. Daarin vond ik wel veel ongerymds, maar
geen toestemmend antwoord op m'n vraag. Vervolgens verdiepte ik my
in de Brieven van z'n neef, en in diens karaktervollen
Panegyricus. Hier of nergens, dacht ik! Inderdaad, by 't lang en
breed uitmeten der verdiensten van Trajanus, zou die schryver 'n
haarlemmer-trekschuitlyn niet ongebruikt hebben gelaten, indien hy
de meening was toegedaan geweest dat de man die hem geholpen had aan
't zeer voordeelig baantje van Consul, daarmee gemeten kon worden,
en dat alzoo de lengte van zoo'n ding de tachtig vaam te-boven ging.
Op menschkundig-tafellikkende gronden [2] was dit dus het geval niet.
Daarop ging ik in m'n tweede periode van onderzoek over. Ik stelde
de vraag of de hier behandelde koord korter dan tachtig vaam
zou kunnen zyn? Ik las, las, las... nu, dat zei ik al, ik las àlles!
Onze Käthchen had meely met me. Ze vreesde dat ik door al die
klassiekery m'n oogen en m'n smaak bederven zou - zoo drukte dat
ongeleerde schepsel zich uit! - en stelde voor, haar waschtobbe en
strykplank in den steek te laten om de zaak in loco te gaan
onderzoeken. Verontwaardigd gooide ik haar dood met 'n Plutarchus.
Om de bruikbaarheid van dien schryver voor zoo'n exekutie wèl te
vatten, behoort men te weten dat myn editie 'n latynsche vertaling
van Holzmann, en ook in effektief hout
gebonden is, al noemde de man zich geleerdelyk Xylander.
(Heidelberg, MDLXI.) Er zyn sporen aan van koperen hoeken en
sloten, en die hebben Käthchen den dood gedaan. M'n verrukking over
't welgeslaagd vergruizelen van zoo'n onklassisch wezen, wordt
begrypelyk en zelfs, om zoo te zeggen, intensief
godsvingerlyk-rechtmatig, als men bedenkt dat m'n projektiel blykens
'n inschriftjen op 't schutblad, eenmaal 't eigendom van vader
Wyttenbach geweest is. Zeker zal 't z'n
professerlyke ziel genoegen doen te vernemen - en daarom alleen maak
ik de zaak bekend - dat 'n brok van z'n nalatenschap nog heeft
kunnen dienst-doen als middel om iets te steenigen dat zich
verstoutte op gezond verstand te gelyken. En dat zóó uit de keuken,
waar ze tweemaal-twee aardappelen voor vier aardappelen aanzag!
[1]
nadowessische
Mijn geheugen suggereert me hier dat
dit iets als de eigen naam van een Amerikaanse indianenstam was, ook
bekend als de Sioux of anders de Iroquois.
[2]
Op menschkundig-tafellikkende gronden
In modern Nederlands: kontlikkende
gronden. Voor enige uitleg hierover zie onder
1210, met enige zeer
praktische adviezen voor 's lezers carrière, maatschappelijke opgang,
en welstand onder 1215.