't Was waarlyk
Wouter's verdienste niet dat-i ditmaal bewaard bleef voor 't
verergeren van de reeds begane fout. Hy hoorde mompelen: ‘nou, voor
twee-gulden-tien levert ze-n-'t heele nest dat ze thuis
heeft’ waarmee waarschynlyk de ons reeds eenigszins bekende ‘wurmen’
bedoeld werden. Deze taxatie kwam ons weldoenertje liefdeloos en
onhoffelyk voor. Opgewekt tot verzet tegen de ‘massa’ die natuurlyk
met luid gelach den uitval toejuichte, wilde hy... zou hy... och, 't
kwam er niet toe. Pater Jansen stond in den stuurstoel te wenken, de
schipper nam zyn plaats by 't roer in, de knecht maakte het touw los
waaraan de schuit had vastgelegen, en z'n ‘aan-boord, wie mee mot!’
maakte aan de vertooning 'n eind. Onder luid spotgejuich van de
menigte op den wallekant, gleed de schuit heen. De waardin had heel
fatsoenlyk plaats genomen in de roef, misschien wel om den
edelmoedigen jongeheer in 't oog te houden, schoon men ook zonder
deze strategische byzonderheid erkennen moet dat haar middelen zoo'n
gedistingeerdheid wel veroorloofden. 't Scheen haar alweer niet erg
te hinderen dat de personen die ze in dat hokje vond, ruimer plaats
voor haar maakten dan stipt gezegd noodig was. Elk ander zou zich
beleedigd getoond hebben over de verregaande inschikkelykheid
waarmee ze ontvangen werd. Maar zy? Onze twee helden hoorden haar by
't binnentreden zeggen: ‘ook goed! Beter zóó, dan allemaal op 'n
hoop, lieve menschen! Wie zweeten wil, kan z'n gang gaan, maar ik
houd van de ruimte. Wel ja, niet waar?’
Dit
vraagje werd gericht-tot den état major die in den stuurstoel
zat, en ik zou 't overgeslagen hebben als 't me niet tepas kwam om
'n opmerking te maken over den oorsprong van de Vrymetselary. Van:
vrymetselary liever, zonder lidwoord. Ik vind het wel
zonderling dat men nog altyd daarnaar zoekt, alsof 'n aanleiding die
zich dagelyks aan onze oogen vertoont, en die zoolang bestaan heeft
als er menschen op de aarde wonen, eenmaal in nauwkeurig bepaalbare
omtrekken 'n historische gebeurtenis zou geweest zyn. Elke Nyl moet,
volgens zeker soort van volksvoorgangers, z'n byzondere bronnen
hebben die men met de vinger op de kaart kan aanwyzen, en uit
valsche schaamte voor den leerling die er naar vraagt, wil men maar
niet erkennen dat die bronnen heel eenvoudig in de wolken liggen.
Waarom zou een der tallooze waarneembare spruitjes die 't hunne
bydragen om zoo'n rivier te maken tot wat zy is, meer dan elk ànder
beekje, meer dan elke àndere vereeniging van doorgesypelde druppels,
den naam van eigenlyke bron verdienen? Zoo bestaan er veel
vraagstukken welker oorzaak van bestaan... 'n vraagstuk behoorde te
zyn, of niet eens 'n vraagstuk. [1] We kunnen de oogen niet opslaan
zonder Wording waartenemen, en toch blyft men nog overal
droomen van 'n Schepping. [2] 't Lykt wel of zekere natuur- en
geschiedfilozofen hun beroep leerden op 'n registratiekantoor, en
vandaar de meening meebrachten vóór alles geroepen te zyn de
wereld-akten van 'n vasten datum te voorzien. Het boekdrukken, 'n
hoogstbelangryk vak zeker, maar slechts in zeer letterlyken zin van
't woord: 'n Kunst, het ‘stichten’ van steden, de
volksverhuizingen...
Hola, we zyn er! En
'n behoorlyke date certaine hebben wy ook. Wel zeker, de
lieftallige herderin was aan 't volksverhuizen met haar twee
veroverde schapen, en men schreef: haarlemmer kermis, den
zooveelsten dag. Ziedaar registratie! Och, ik moet wel korrekt
te-werk gaan. Vanwaar anders dan uit 'n deugdelyk vastgestelden
kermistyd zou ik den orgelman bekomen, die straks langs de vaart
over den weg moet sukkelen om op 't juiste oogenblik onze Maddam
te-hulp te komen in haar natuurvrymetselary? Er is veel talent
noodig om dit uitteleggen aan lezers die 't niet zonder uitlegging
verstaan. Vooreerst gelieve men te begrypen dat er op den ganschen
weg, althans zoover 't oog van onze reizigers reikte, geen orgelman
te zien was. Niets natuurlyker. De man was met de zynen - waaronder
z'n gewichtig instrument - 'n vol uur voor 't afvaren der schuit van
Amsterdam vertrokken, en 't spreekt dus vanzelf dat men hem nog niet
had ingehaald. Zonder loggen of zonschieten kan nu de lezer vry
precies berekenen hoeveel geografische zoetwater-ellen door ons
vaartuig waren afgelegd, toen de edele vrouw die betuigd had van
ruimte te houden, aan 't stuurstoelpersoneel vroeg: of 't niet waar
was? Strikt genomen hadden Jansen, Wouter en de schipper 't recht
gehad, hierop te antwoorden dat ze 't wel gelooven wilden maar niet
met zekerheid wisten. Inderdaad, men moet niet alles voor waar
aannemen wat er door den eersten den besten gezegd wordt.
[3] Die vrouw
kon booze redenen gehad hebben om 't publiek in 'n verkeerden waan
te brengen omtrent haar opinie over zweeten en benauwdheid. Maar,
och, ons drietal dacht zoo diep niet na. Jansen was te bedroefd om
te spreken, en Wouter te zeer vervuld van... iets dat op 'n aventuur
geleek, om zoo terstond te kiezen tusschen twyfel, geloof en
ontkenning. Wat den schipper aangaat, hy hééft geantwoord. Maar,
lezer, zoolang ik u niet meedeel wàt de man zei, is 't voor u
alsof-i niet geantwoord had, en ge hebt dus 't recht niet, u
voortestellen dat de schuit 'n haarbreed verder was dan op 't
oogenblik toen de belangryke vraag gedaan werd. Hoe kan 't na deze
opmerkingen iemand in 't hoofd komen, te meenen dat men dien
orgelman reeds had ingehaald? Haasten laat ik me zoomin als 'n
haarlemmer-trekschuit zelf. De schipper heeft geantwoord, o ja, maar
ik ben aan 't woord over de vrymetselary, en dat gaat vóór. Hoe kan
't anders, daar juist de vraag ‘of 't niet waar was, dat ze van
ruimte hield?’ my de opmerkingen in de pen gaf, die nu - misschien
niet eens terstond - zullen volgen! Zou ik tuchteloos genoeg wezen
my met het antwoord te bemoeien voor ik de vraag heb afgehandeld?
Zulke kapriolen...
[1]
Zoo bestaan er veel vraagstukken welker oorzaak van bestaan... 'n
vraagstuk behoorde te zyn, of niet eens 'n vraagstuk.
Ja, inderdaad, en tot nu toe herhaalden
de vraagstukken zich ook weer bijna allemaal met ieder nieuw geslacht.
Eén van de grote voordelen van het internet is dat vrijwel alle
menselijke kennis er publiek op kan worden gemaakt, en dat het
mogelijk wordt een soort grondige en afdoende behandeling te geven van
allerlei vraagstukken. Iets daarvan gebeurt trouwens op dit gebied, en
de Wikipedia en het Gutenberg project zijn daar voorbeelden van.
Maar ikzelf zou het als kind en puber
ongetwijfeld interessant gevonden hebben tal van wetenschappelijke
weetjes helder uitgelegd te krijgen, met links naar allerlei daarmee
samenhangende informatie.
En iets als dit, zeg Science,
History, Literature, Art and Civilization for the Citizen, zou een
belangrijke stap voorwaards zijn in menselijke beschaving, vooral
omdat het tot nu toe de beste manier zou zijn zich veel kennis in een
korte tijd te verwerven, en die kennis voor iedereen toegankelijk te
maken.
[2]
We kunnen de oogen niet opslaan zonder Wording waartenemen, en toch blyft men nog overal
droomen van 'n Schepping.
Ja, maar dit is nauwelijks relevant of
overtuigend, want we zien weliswaar overal "Wording",
maar ook overal het begin en eind van dingen.
[3]
Inderdaad, men moet niet alles voor waar aannemen wat er door den
eersten den besten gezegd wordt.
Zo, hier heeft de lezer weer een ware,
belangrijke en tot nu ongetwijfeld onbekende lering!
Maar serieus... het is wèrkelijk om
zich over te verwonderen dat aan de praatjes van zoveel politieke en
religieuze voorgangers zoveel geloof is gehecht. Afgezien van
opzettelijke leugens, bedrog en misleiding van voorgangers, domheid en
onwetendheid van volgelingen, en de menselijke neiging autoriteiten te
volgen, moet een deel van de verklaring wel zijn dat ieder mens heeft
leren spreken in verhoudingen waarin hij of zij meestal kon vertrouwen
dat wat mensen zeiden waar was.
|