Idee 1256-2.                                                


Aanleiding tot opmerkingen van dezen aard ontbreekt niet, doch heden in 't byzonder werd ik tot deze beschouwingen opgewekt door 'n stuk dat in 'n duitsche courant m'n aandacht trok. Even als by ons vertoont zich hier-te-lande groote beweging op 't gebied van Onderwys, en meer nog dan by ons is de bemoeiziekte van den Staat gekompliceerd met ziekteverschynselen van theologischen aard. Het is te voorzien dat het reglementeerzuchtige Duitschland 'n volle eeuw langer dan wy zal moeten wachten op vryheid van Onderwys. Aan dezen natuurlyken eisch der zaak wordt niet gedacht, naar 't schynt - en in Holland ook niet - maar wel wordt er dapper gestreden en gekeven over de ware manier waarop 't verkeerde behoort te worden in-stand gehouden. [1] Als naar gewoonte, begrypen de meesten 't belang eener zaak niet voor ze kan worden pas-gemaakt in 't lystje van 'n ‘party.’ [2] De liberalen keuren 't onderwys in goddelyke zaken op de scholen af, en verzetten zich tegen de inmenging van de geestelykheid, omdat ze... tot de liberale party behooren, en zich alzoo van gods- en rechtswege geroepen voelen dat vervloekte klerikalismus te bestryden. Wanneer de geloovers 'n nieuwen God uitvonden, zou de oude Jehovah met gejuich in de scholen worden gehaald door 'tzelfde liberalismus dat hem nu daaruit verbannen wil omdat ze in hem 't middel zien om 't opgroeiend geslacht tot 'n werktuig in de hand van z'n tegenstanders te maken. Van zedelyk en wysgeerig streven naar waarheid, blyft in dit alles alweer geen spoor te ontdekken. Tout comme chez nous, alzoo. ‘God’ wordt gekritizeerd, geanalyzeerd, geanatomizeerd, gepulverizeerd of zelfs - wat nogal wat zeggen wil - geridikulizeerd, maar... vernietigen mag men hem volgens 't polemizeerend liberalismus niet! Men mocht hem eens noodig hebben in den stryd met de klerikalen! Zie 'n staaltje van die slimmigheid in 970. Ook wordt daarop gedoeld in 'n paar van de aan Thorbecke gewyde grafschriftjes. [3]

In het duitsche stuk dat ik zoo-even bedoelde, waarschuwt de inzender - 'n gymnasial-Director - tegen de verderfelyke begrippen die door sommige leesboekjes van klerikale kleur, aan kinderen worden ingeprent. Hy noemt die boekjes van ‘oft mehr als zweifelhafter Natur.’ Deze uitdrukking klinkt wat zacht in den mond van 'n schryver die er op volgen laat:

‘Sie sind häufig gefüllt mit Geschichten der wässrigsten Art, denen jede pointe fehlt, oder mit Erzählungen in denen der liebe Gott als deus ex machinâ eine grosse Rolle spielt...

Daar is-i God voor! De schryvers van zulke verhaaltjes zyn volkomen konsekwent, en heeren liberalen zouden wèldoen daaraan 'n voorbeeld te nemen.

...oder mit Histörchen durch welche eine geradezu krankhafte Religiosität geweckt und genährt wird. [4]


[1] maar wel wordt er dapper gestreden en gekeven over de ware manier waarop 't verkeerde behoort te worden in-stand gehouden.

Dit is inderdaad de gewone gang van zaken, maar dit kan ook niet anders zijn zolang zovelen zoveel verschillende meningen hebben.
 


[2] Als naar gewoonte, begrypen de meesten 't belang eener zaak niet voor ze kan worden pas-gemaakt in 't lystje van 'n ‘party.’

Dit is alweer de gewone gang van zaken, en maakt rationeel en onbevooroordeeld redeneren onmogelijk, door partijgangers. Het lijkt overigens alsof de menselijke soort zich een miljoen jaar bekwaamd heeft in het genereren in de menselijke doorsnee van de gevoelens en vooroordelen die helpen een menselijke horde in stand te houden tegen andere menselijke hordes, en dat de laatste paar duizend jaar menselijke beschaving daar telkens opnieuw door in gevaar wordt gebracht. Anders gezegd: Men is geen partijganger of godsdienstfanaat uit rationeel overleg, maar uit sociaal dier-zijn. Hyena's en wolven vreten elkaar ook levend op, als ze niet de geur van de eigen groep hebben, en zouden god's lof en het heil van de horde erbij halen als ze daaraan konden denken.
 


[3] Ook wordt daarop gedoeld in 'n paar van de aan Thorbecke gewyde grafschriftjes.

Zie 972.
 


[4] ...oder mit Histörchen durch welche eine geradezu krankhafte Religiosität geweckt und genährt wird.

Zie 138, voor een fraai voorbeeld.  

Idee 1256-2.