Idee 1256-1.                                                


Door Natuurstudie, d.i. door 't letten op den aard der dingen, kan men o.a. te weten komen dat halve waarheid géén waarheid is, en zelfs dat twee halve waarheden met haar beidjes geen waarheid uitmaken. (2) [1] Ik zou me schamen zoo'n eenvoudige stelling te verkondigen en te herhalen, indien er niet dagelyks bleek dat ze geenszins algemeen wordt aangenomen. Deze fout werkt de heerschappy van 't onware in de hand, en God vaart er best by. Een tweede oorzaak van de taaiheid der geloovery ligt in 't gebrek aan moed by haar bestryders, die telkens terugschrikken voor de slotsommen van hun eigen begrippen. A is wel gelyk aan B, maar om nu daaruit te besluiten dat A minus B niemendal is... och, dat zou te bar klinken! [2] ‘Men moet de zaken niet overdryven’ zeggen de bedaarde luî op 'n toon alsof zoo'n palisse-waarheid hier te-pas kwam. Ik zeg dat men ook de ‘bedaardheid’ of wat daarvoor doorgaat, niet overdryven moet, en vooral niet waar ze door minder dan de waarheid te zeggen, rechtstreeks optreedt als beschermster van leugen. [3] Een andere deun waarmee zoogenaamde ‘bezadigdheid’ zich tracht te onttrekken aan den stryd tegen onwaarheid, is ‘dat men niet alles moet wegwerpen.’ Zeker niet! (253) Maar 't allesje waarvan sommigen niet scheiden kunnen, is juist de ongerymdheid die in de éérste plaats moet worden weggesmeten. Verstandelyke overdaad is zeker 't zwak niet van de heeren die in dat ongerymde hun dierbaar ‘alles’ meenen te zien. Wat al allessen zyn er aangebeden, die later bleken niemendal geweest te zyn! [4] Komaan, halfdenkers, 'n beetje konsekwentie, 'n beetje karakter, 'n beetje moed! Duizenden staan gereed u bytevallen. [5] De wyzer trilt in 't huisje. Eén grein, en de schaal slaat over! 

By 't achtslaan op de duidelyke teekenen des tyds, vinden we zelden 'n kordaatheid als die we zoo-even van Paulus in den Spectator aanhaalden, maar wel telkens opmerkingen die den oppervlakkigen beoordeelaar in den waan zouden brengen dat verreweg 't meerendeel der voorgangers 't volmaakt met den ronden Paulus eens is. Dit zou ook zoo wezen indien ze maar den moed hunner overtuiging bezaten. [6] In 'tzelfde Duitschland waar Gods eer zoo vriendelyk onder bescherming van de Wet is gesteld, worden herhaaldelyk vertoogen gepubliceerd, en door 't meerendeel der lezers toegejuicht, die deze eer - en Gods heele bestaan, wat nog meer beteekent! - alleen daarom niet schynen aanteranden, wyl de schryvers òf hun eindkonkluzie voor zich houden, òf niet tot die konkluzie durfden doordenken. In 't eerste geval zou men kunnen veronderstellen dat de vrees voor straf de eindslotsommen in de pen hield. Maar de halfheid waarop ik hier doel, bestaat ook in landen waar de pers vry is, en ik geloof dus die grappige terughouding voornamelyk te moeten toeschryven aan de gewone spokenvrees: ‘er mòcht eens 'n God zyn, of iets van dien aard!’ [7] Welnu, die God-zelf schynt er vrede mee te hebben dat men bouwstoffen aandraagt tot redeneeringen waaruit z'n overbodigheid syllogistisch voortvloeit [8], wanneer men zich slechts onthoudt van 't uitspreken der konkluzie die men elken verstandige gissen laat, of zelfs doet vaststellen. Men mag zeggen: die kleur is 'n mengsel van zwart en wit, maar 't woord grys durft niet uit de pen, of zelfs niet in 't gemoed. Wie dat uitsprak, zou in den ban worden gedaan door henzelf die 't door de premisse hun lezers of hoorders in den mond legden.


[1] Door Natuurstudie, d.i. door 't letten op den aard der dingen, kan men o.a. te weten komen dat halve waarheid géén waarheid is, en zelfs dat twee halve waarheden met haar beidjes geen waarheid uitmaken. (2)

Dit lijkt minder "Natuurstudie" dan logica, tenzij M. meent dat men de genoemde les kan opdoen uit gebroken eierschalen o.i.d. Maar overigens: 1/2≠1 en als a≠b dan is 1/2.a+1/2.b niet gelijk aan a of b, en dat is allemaal logica of wiskunde.
 


[2] Een tweede oorzaak van de taaiheid der geloovery ligt in 't gebrek aan moed by haar bestryders, die telkens terugschrikken voor de slotsommen van hun eigen begrippen. A is wel gelyk aan B, maar om nu daaruit te besluiten dat A minus B niemendal is... och, dat zou te bar klinken!

Ja, dat is zo. Er zijn heel veel zeer schipperende half-gelovers die én de meer evidente godsdolheid in allerlei geloven willen vermijden, én tegelijk de persoonlijk prettige illusie van een barmhartig god en eeuwigdurende hemelse beloning willen behouden, en dus aan komen dragen met ietsisme: Er is vast iets goddelijks, want ik krijg daar zo'n lekker gevoel bij. Wel... mijn geloof geeft me in dat de waarachtige goden van alle waarachtige geloven precies voor dergelijke wankelmoedige schipperaars de heetste plekken in de hel gereed hebben. Zie ook [4].
 


[3]  ‘Men moet de zaken niet overdryven’ zeggen de bedaarde luî op 'n toon alsof zoo'n palisse-waarheid hier te-pas kwam. Ik zeg dat men ook de ‘bedaardheid’ of wat daarvoor doorgaat, niet overdryven moet, en vooral niet waar ze door minder dan de waarheid te zeggen, rechtstreeks optreedt als beschermster van leugen.

Dit is als de NRC, met z'n pretentie van "genuanceerdheid". Zelfs als daar - vergelijkenderwijs, altijd vergelijkenderwijs! - iets voor te zeggen valt dan blijft het waar dat vrijwel niemand genuanceerd is over het bedreigen van z'n eigen belangen of interesses.

De meeste zogeheten genuanceerdheid is uit exact dezelfde stof gemaakt als de meeste zogenaamde toleratie: Algehele onverschilligheid voor het onderwerp.
 


[4] Wat al allessen zyn er aangebeden, die later bleken niemendal geweest te zyn!

Juist. En bovendien: Alle gelovers van àlle geloven menen dat àlle gelovers van alle àndere geloven zich vergissen. Het minste wat dit suggereert is dat niet alle gelovers behalve die paar van dat éne Ware Geloof zich vergissen, maar eenvoudig dat ze zich allemáál vergissen, zonder onderscheid, en dat ze àllemaal - o zo menselijk! - hun wensgedachten en angsten voor werkelijkheid houden.

Daarbij: Als er een almachtig alwetend en goed god was, dan is het volkomen onbegrijpelijk waarom in àlle heilige boeken van alle godsdiensten niets van de voor mensen zo nuttige wetenschap te vinden is, alsof al die goden hun volgelingen niet tot meer kennis van de werkelijkheid konden inspireren dan die volgelingen en hun ongelovige tijdgenoten zonder god al geleerd hadden.
 


[5] Komaan, halfdenkers, 'n beetje konsekwentie, 'n beetje karakter, 'n beetje moed! Duizenden staan gereed u bytevallen.

Hm. Of een mens zich moet verheugen in de bijval van halfdenkers zonder overmatig veel moed of karakter? Maar goed - het is wáár dat dergelijke lieden overal in de meerderheid zijn.
 


[6] Dit zou ook zoo wezen indien ze maar den moed hunner overtuiging bezaten.

Juist, en zie de aansporing van de Holsma's: "Ieder moet handelen naar z'n overtuiging. En om tot overtuiging te geraken, moet men veel onderzocht hebben." (1060a) En doorsnee rollenspelers hebben vaak geen echte overtuiging, en ook geen moed er één te hebben, anders dan dat het braaf spélen van hun rol persoonlijk voordelig is. Zie verder 1112.
 


[7] Maar de halfheid waarop ik hier doel, bestaat ook in landen waar de pers vry is, en ik geloof dus die grappige terughouding voornamelyk te moeten toeschryven aan de gewone spokenvrees: ‘er mòcht eens 'n God zyn, of iets van dien aard!’

Inderdaad, en vergelijk Pascal's weddenschap - maar dan in het negatieve: een eindig leven of oneindig lange onmenselijke marteling, alsof men in z'n liefhebbend god blijft geloven omdat men vreest wanneer men dat niet doet men oneindig lang zal branden in de hel, na z'n dood.
 


[8] Welnu, die God-zelf schynt er vrede mee te hebben dat men bouwstoffen aandraagt tot redeneeringen waaruit z'n overbodigheid syllogistisch voortvloeit

Uiteraard, want als Hij 't verboden had dan kon 't niet. Overigens is er het belangrijke maar niet zo vaak gehoorde argument dat een waarachtig god in z'n grote goedheid moreel verplicht zou zijn  geweest z'n eigen heilige boeken te vullen met allerlei medische en natuurlijke kennis om z'n schepselen te helpen zichzelf te helpen, die nu in 't geheel niet en nergens te vinden zijn in al deze goddelijk geïnspireerde boeken. Hoe zou dat toch komen? 

Idee 1256-1.