Idee 1254.                                                


'n Moordhol. Iets over onttroonde goden, en de vermoedelyke gevolgen van hun afzetting. Uitstap op 't gebied van Liberalismus, naar aanleiding eener fraaie vertelling. Een nederlandsche bluf uit de
17e eeuw, afhankelyk gemaakt van de vraag of pater Jansen en Wouter Haarlem zullen bereiken? (Als 't hoofdstuk te lang wordt, later!)

Het spyt me, lezer, dat ik niet weet of ge ooit 'n protestantsch jongetje geweest zyt, en in die verheven hoedanigheid bezoeken hebt afgelegd by 'n katholiek priester? Zoo neen, dan zal 't me moeielyk vallen, u duidelyk te maken wat er in Wouter omging toen hy met den pater by de kerk was aangekomen, waarnaast of waarachter de goede man z'n verblyf hield. 't Was in 'n achterbuurt, en wie niet wist dat daar 'n kerk was, zou 't waarlyk niet geraden hebben. [1] De katholieken verkeerden in 'n toestand van onafgesproken, of althans niet in allen opzichte wettelyk vastgestelde, onderdrukking. Ze werden geduld, maar in heel veel meer dan dàt mochten zy zich niet verheugen. [2] Eerst in onze dagen is aan dien onaangenamen toestand 'n eind gekomen, en wel op 'n manier die 't volmaakt overtollig bewys levert van de innigheid der huwelyksliefde van 't echtpaar Mensch en Misbruik. [3] 't Was voorzeker 'n groote onbillykheid van de Wet, verschil te maken tusschen burgers en burgers, naar de wyze waarop ze meenden hun God te moeten dienen. [4] De Staat heeft daarmee niets te maken, en wel om de eenvoudige reden dat de geheele godsdienst geen onderwerp van publieke zorg wezen kan. Dit heeft het zonderling liberalismus dat sedert 'n twintigtal jaren in de mode is, niet ingezien, maar wel begreep men de billykheid van de klacht der katholieken over achteruitzetting. Wie niet gewoon was aan de inkonsekwentie van de begrippen die in parlementair geregeerde landen voor staatsmanswysheid doorgaan, zou reden hebben zich te verwonderen over de vreemde wys waarop men trachtte die onbillykheid te herstellen. De klacht van de katholieken wees met den vinger op 't geen men te weinig voor hèn deed, o ja, maar even uitdrukkelyk op wat er te veel werd gedaan voor anderen, en daarop werd niet gelet. Het erkennen van bisschoppen, van 'n gevaarlyke macht in den Staat, ware volmaakt onnoodig geweest, indien men had kunnen besluiten de officieele wyding intetrekken waaraan 't protestantismus 'n groot deel van z'n invloed ontleent. [5] Er viel aan de Roomschen niets byzonders toetestaan, men had slechts de ongerymde voorrechten moeten vernietigen die aan ànderen werden toegekend. Er is iets komieks in de liberale rechtvaardigheid der mannen van 1848. Dat het Volk belasting opbrengt tot instandhouding van bygeloof, kan er door. Maar dat het ééne bygeloof zou bevoorrecht wezen boven 't andere... o gruwel! Van alle konkordaten schynt er geen moeielyker te sluiten dan 'n konkordaat met het gezond verstand. [6] De gevolgen van de halfheid die ik hier bedoel, zyn treurig. Want ook in dit geval alweer, is de door den invloed der ‘principes van 1848’ bewerkte verandering 'n hinderpaal op den weg van vooruitgang. Een derde der bevolking van ons landje zou uit leedvermaak de afschaffing van staatsbemoeienis met goddienery toegejuicht hebben, en had alzoo tot bondgenoot gestrekt van 't klein getal welmeenende denkers die noch tot dat derdedeel, noch tot de protestanten behoorde. 't Gebeurt niet dikwyls dat 'n staatsman zoo'n schoone kans voor zich ziet om iets nuttigs te verrichten, en met onbeschryfelyken yver heeft dan ook Thorbecke zich op 't verzuimen van die kans toegelegd. Wie thans de officieele inmenging met godsdienstzaken zou willen afschaffen, heeft àlle bisschoppen tegen zich, vooral ook de niet-katholieke, omdat ze duidelyker nog dan de anderen inzien dat hun spookgeloof niet bestaan kan zonder geldelyke ondersteuning uit de algemeene kas. [7] Wat overigens heden nog - dat is byna dertig jaren na den triumf van 't liberalismus *) - de ware beteekenis van 't woord vryzinnigheid is, kan o.a. hieruit blyken dat tot-nog-toe onder de dozynen ‘liberale’ ministers die ons gehad hebben, nog geen enkele de afschaffing van den post Eeredienst op de Begrooting heeft durven voorstellen. En meer nog: onder de honderden hoogstliberale leden die volgens ons kies-evangelie naar den Haag werden afgevaardigd om 't Volk niet te vertegenwoordigen [8], had geen enkele den moed op die afschaffing aantedringen. De fondsen die jaar-in jaar-uit op de Begrooting voorkomen met de speciale bestemming om de Natie te doen volharden in voorvaderlyke ylhoofdigheid, zyn bestemd op hun post te blyven als 'n schildwacht dien men verzuimde aftelossen, en de welmeenende voorbyganger die er op aandringt den verkleumden man naar huis te zenden, wordt verketterd. Toch is 't sedert eenige jaren niet meer de stem van 'n enkele die op genezing van de vreeselyke ziekte der godsdolheid aandringt [9], of die althans waarschuwt tegen 't bestendigen en bevorderen van dat euvel - uit de fondsen van den Staat nogal! - van alle kanten gaan er klachten op over 't stelselmatig verdommen van de menigte. [10] We zyn vooruitgegaan, of liever - want in werkelykheid is er nog weinig veranderd - de kans wordt grooter dat de Cliques die by-afwisseling gedurende 'n week of wat Regeerinkje spelen, eens eindelyk acht zullen moeten slaan op 't geroep om wat licht. Misschien is dit wat veel gehoopt. By 'n regeeringsstelsel als 't onze kan de meest overtuigde man, voor 'n oogenblikje slechts met 'n schyn van macht bekleed, reeds daarom niets degelyks uitrichten, wyl z'n gezag zoo wankelbaar is, en hy maar weinig kans heeft morgen goed gevolg te kunnen verzekeren aan den overigens welberekenden maatregel dien hy heden zou willen voorslaan. Niets natuurlyker dan dat hy van alle pogingen tot verbetering waartoe eenige continuiteit van inspanning vereischt wordt, moet afzien. De algeheele opheffing der bemoeienis van den Staat met Kerk en Godsdienst, zou in strikten zin slechts één besluit vorderen - en 't kon heel kort wezen ook! - maar 't geleidelyk en rechtvaardig ontknoopen van de banden die sedert eeuwen gelegd zyn, vereischt 'n reeks van maatregelen die geen staatsman durft overlaten aan 't beleid van de dozynen opvolgertjes waarmee hy zich dagelyks bedreigd ziet. Hy zou by tydgenoot en nakomeling verantwoordelyk gesteld worden voor de onhandigheid waarmee anderen zyn loffelyken arbeid bedierven. Gewis ware dit onrecht, maar op onrecht moet men verdacht wezen, en de Curtiussen zyn zeldzaam, vooral sedert de kloof die ten algemeenen nutte moet gedempt worden, verpest is door de miasmen der parlementery. [11]

Nog 'n andere oorzaak staat het nemen van doortastende maatregelen in den weg. Een inderdaad vryzinnig Staatsman is 'n doorn in 't oog van voorgewende geestverwanten, van ‘liberalen’ want konservatiever volkje bestaat er niet. Hun liberalismus openbaart zich fatsoenshalve liever in 'n spiegelgevecht met Behouders, dan in 't steunen van den man die rond en eerlyk 'n meening verkondigt die... ook de hunne was, wel zeker, maar men gunt 'n ander de eer van 't vóórgaan niet. Aan deze afgunst moet 'n kleurtje gegeven worden, en ze heet dus: bezadigdheid, beleid, omzichtigheid, bedaardheid. Sommigen dalen af tot: fatsoen. Dit fatsoen zou terstond 'n andere richting aannemen als Europa 't ongeluk had Konstantyns op de troonen te krygen, die 'r belang by hadden den goden van den dag hun rug toetekeeren. [12] Misschien ligt het in den aard der zaak dat we deze phase moeten doorloopen, maar ik hoop haar niet te beleven. 't Hofmaken aan ‘geloof’ was al misselyk genoeg. Waar 't met zedelykheid en menschenwaarde heen moet, als 't ‘ongeloof’ 'n sport wezen zal op den ladder naar welvaart en onderscheiding... neen, neen, ik hoop 't niet te aanschouwen! Gelukkig dat er weinig kans op is. Maar intusschen blyft het 'n genoegen van verdrietigen aard, vooruitgang waartenemen op 'n weg die hoogstwaarschynlyk niet dan door 'n moeras van vuil naar 'n gewenscht doel leiden kan. (427)

*) Noot van 1879. Dat wil zeggen: van de thorbeckery die tot vryzinnigheid in verhouding staat als protestantismus tot ontwikkeling. [13] Dat het Volk gedurende dien tyd is vooruitgegaan, mag niet ontkend worden, maar dit hebben we waarachtig niet aan onze ‘liberale’ ministerien te danken! Evenmin aan de volgens thorbecksche methode uitgekipte ‘Vertegenwoordigers’ van de Natie. Op zeer weinig uitzonderingen na, wedyveren die heeren met ministers van allerlei kleur, om zoo ver mogelyk by den tydgeest achter te blyven. Verreweg de meeste Kamerleden zyn dan ook slechts in hun ‘distrikt’ personen van eenig gewicht. Het Volk kent ze niet, en de Geschiedenis zàl ze niet kennen. Hoe 't soms met die verkiezingen toegaat, kan men o.a. te weten komen uit de brochure van den heer Van Vloten: Kiezersindrukken, te boek gesteld tot waarschuwing, enz. Haarlem, by de Graaf. [14]


[1] 't Was in 'n achterbuurt, en wie niet wist dat daar 'n kerk was, zou 't waarlyk niet geraden hebben.

Zie 1167 voor een gissing over pater Jansen.

Afgezien daarvan: De positie van de katholieken was in Wouter's tijd, en sinds de 80-jarige oorlog, een stuk minder "gelijkwaardig" dan die van de leden van het veel behoorlijker P.G. geloof: Ze werden getolereerd, maar niet bijzonder beschermd, en dat gold ook voor hun kerken, die nog wel eens op schuilkerken leken, of er van stamden. (Een schuilkerk was een geheime kerk in tijden van vervolging.)

In verband met beide zojuist behandelde punten: Een term voor God die minstens enig recht heeft is "ik die verborgen ben" - deus absconditus. (In het Engels is dit trouwens redelijk vertaalbaar als: God on holiday.)
 


[2] De katholieken verkeerden in 'n toestand van onafgesproken, of althans niet in allen opzichte wettelyk vastgestelde, onderdrukking. Ze werden geduld, maar in heel veel meer dan dàt mochten zy zich niet verheugen.

Zie [1], en hetzelde goldt in Ons Tolerant Nederland Waar Allen Gelijkwaardig Zijn de joden. Wij Nederlanders mogen wel érg trots zijn dat sinds er in de Tweede Wereldoorlog 6 miljoen joden vermoord zijn, in Nederland alleen maar afstammelingen van verzetsmensen vergast zijn, en niemand van het joodse geloof! Welk een prachtig land is Nederland!
 


[3] .. 'n manier die 't volmaakt overtollig bewys levert van de innigheid der huwelyksliefde van 't echtpaar Mensch en Misbruik.

Juist - en zie 423.
 


[4]  't Was voorzeker 'n groote onbillykheid van de Wet, verschil te maken tusschen burgers en burgers, naar de wyze waarop ze meenden hun God te moeten dienen.

Tegenwoordig ligt dat, dankzij Pim, Theo en Rita, en het karaktervolle niveau van de meerderheid van het zo bijzonder tolerante Nederlandse volk gehéél anders, en is 't volk verdeeld in hoogst fatsoenlijke autochtonen en heel verderfelijke terroristische allochtonen, volgens minstens 1 1/2 miljoen Neerlandse kiezers

Immers, ik schrijf dit op 6-6-06, en las in de NRC van heden de volgende verheffende cijfers, na welgeteld 40 jaren ruïnering van het Nederlands onderwijs door 2 generaties politici die daar - helaas! - niet voor gestraft zullen worden, omdat politici meestal dood zijn tegen de tijd dat het kwaad dat ze aangericht hebben tot volle bloei komt:

Vorige week publiceerde de GPD, de persdienst van de regionale kranten, een onderzoek naar racisme in Nederland: 28 procent wil een blanke buurman, 33 procent wil een blanke schoonzoon, 42 procent wil een blanke leraar, 57 procent wil een blanke premier, 10 procent noemt zichzelf uitgesproken racistisch...

NB lezer(es): 10% van de Nederlandse bevolking is 1,6 miljoen ideologische apen. In dit verband, zie ook 118 en 119 over de zegeningen van de demokratie, die immers ook zo goed was voor Hitler's opkomst.

Mijn eigen ideeën gaan in een andere richting, maar ik vrees dat die pas zal kunnen worden ingeslagen na wéér een europese ineenstorting, bestendigd door Pims, Theos en Ritas aan de ene kant, en terroristische godsdienstfanaten aan de andere, en wellicht vele miljoenen doden.

En ja lezer, ik hóóp dat ik me vergis, maar het doorsnee menselijk verstand is .... niet bijzonder, en hetzelfde geldt het doorsnee menselijk hart, en de zo verheffende doorsnee leiders die democratisch verkozen worden door de doorsnee. Zie verder Mencius on human qualities, dat althans de deugd heeft een probleem helder en eerlijk te behandelen.
 


[5] Het erkennen van bisschoppen, van 'n gevaarlyke macht in den Staat, ware volmaakt onnoodig geweest, indien men had kunnen besluiten de officieele wyding intetrekken waaraan 't protestantismus 'n groot deel van z'n invloed ontleent.

Maar zie M. over het katholicisme bijvoorbeeld in 232, en bedenk dat de katholieken menen dat hun kerk en hun bisschoppen, kardinalen en onfeilbare paus tot hun geloof behoren, zodat het niet waarschijnlijk is dat ze daar van af te brengen zijn anders dan door overmacht of eigen zwakte.

In dit verband: Een probleem van de op zichzelf zeer wenselijke tolerantie van verschillende godsdiensten is dat de leden van die godsdiensten dan in ieder geval in grote meerderheid het feitelijk voortbestaan van een pluriforme samenleving met ruimte voor veel verschillende geloven en opvattingen, moeten laten prevaleren boven de meer fanate vormen van hun eigen geloof.
 


[6] Dat het Volk belasting opbrengt tot instandhouding van bygeloof, kan er door. Maar dat het ééne bygeloof zou bevoorrecht wezen boven 't andere... o gruwel! Van alle konkordaten schynt er geen moeielyker te sluiten dan 'n konkordaat met het gezond verstand.

Juist - de bittere waarheid is dat mundus vult decipi, in grote meerderheid, excuseerbaar en verklaarbaar door de geringe kwaliteit van hun verstand.
 


[7] .. omdat ze duidelyker nog dan de anderen inzien dat hun spookgeloof niet bestaan kan zonder geldelyke ondersteuning uit de algemeene kas.

Dat is met àlle geloven zo, als je ze de kans geeft: Er is, in ieder geval in het Westen, nog geen religie geweest die zich niet ontwikkelde tot dictatuur als ze daartoe de kans kreeg, en zoals er geen religie is waarvan de priesters niet in meerderheid logen en zichzelf verrijkten.
 


[8] .. de honderden hoogstliberale leden die volgens ons kies-evangelie naar den Haag werden afgevaardigd om 't Volk niet te vertegenwoordigen

Zie ca. 119 over parlementarij, en 452 en 971 over Thorbecke. Voor M. en het liberalisme zie o.a. 136.
 


[9] .. de stem van 'n enkele die op genezing van de vreeselyke ziekte der godsdolheid aandringt ..

Zou men dit soort uitspraken over god en religie - waar ikzelf het geheel meen eens ben: ik ben een atheist - in het huidig klimaat van anno 2006, nog accepteren van enig Algemeen Bekend Nederlander?
 


 [10] van alle kanten gaan er klachten op over 't stelselmatig verdommen van de menigte.

Hm. Ik betwijfel dat "van alle kanten" en mag, 130 jaar later, wel konkluderen dat de klachten die er waren over het "verdommen van de menigte" nauwelijks succes hadden. En onder [4] kan de stand van beschaving van heden in Nederland afgelezen worden.
 


[11] .. de Curtiussen zyn zeldzaam, vooral sedert de kloof die ten algemeenen nutte moet gedempt worden, verpest is door de miasmen der parlementery.

Curtius was een Romeins edelman die zich in een rotsspleet wierp als goddelijk zoenoffer, toen een dergelijke spleet in Rome ontstond. (Hij leefde veel te vroeg om weerhouden te worden met praatjes over Don Quichotterie.)

En o.a. in 118 en 119 behandelt M. de parlementarij, waarover ook 7 relevant is.
 


[12] als Europa 't ongeluk had Konstantyns op de troonen te krygen, die 'r belang by hadden den goden van den dag hun rug toetekeeren.

Idee 181 handelt over Konstantijn, die van het Christendom een staatsgodsdienst maakte.
 


[13] Dat wil zeggen: van de thorbeckery die tot vryzinnigheid in verhouding staat als protestantismus tot ontwikkeling.

M. zag er een verband tussen, waar hij gelijk in had. Hij behandelde ze ook uitgebreid vlak na elkaar in Ideën II: Zie 452 en 453.
 


[14] Hoe 't soms met die verkiezingen toegaat, kan men o.a. te weten komen uit de brochure van den heer Van Vloten: Kiezersindrukken, te boek gesteld tot waarschuwing, enz. Haarlem, by de Graaf.

Ik heb eerder ... iets over Van Vloten opgemerkt, en ik neem aan dat deze noot uit 1879 zoveel wil zeggen als: "Ik sta boven het soort aanvallen als van zo'n man, maar hij heeft wel érgens gelijk over."

Idee 1254.