Idee 1250.                                                


Wouter verweet zich dat niemand in gelyke maat als hy, de begaafdheid had zich vasttewarren in 'n net van verdrietelykheden. Gelyk de meeste jongelieden die in nood zitten, dacht-i aan zelfmoord. De lezer herinnert zich dat dit meer geschied was. [1] Het leven kwam hem ondragelyk voor, en hy drong zich op, dat-i ditmaal wel degelyk van plan.... wezen zou daaraan 'n kordaat einde te maken, als-i maar niet zoo terugschrikte voor 't denkbeeld dat die vervloekte Kopperliths in z'n minneklachten zouden snuffelen. Eerst die verzen vernietigd, dacht hy, en dan sterven! God zou wel begrypen dat-i 't niet kon uithouden in z'n wereld! In den hemel was zeker wel deze of gene werkkring die hem paste. Daar zoud-i zich stipt toeleggen op z'n.... naastbyliggende plicht! [2] O, waarom had-i dien goeden dokter Holsma veronachtzaamd? En.... hoe zou 't zyn als-i zich in z'n tegenwoordigen nood - ei, zonder sterven, alzoo? - tot hm wendde? 

Al wat hy zich van die familie herinnerde, kwam hem nu liefelyker voor dan ooit. Die vlugge Sietske! Die waardige moeder! Die ernstige oom Sybrand! [3] En Willem.... nu ja, z'n wyzigheid was drukkend, maar kon hy 't helpen dat Wouter geen latyn verstond? Had z'n moeder hem dt maar laten leeren, meende hy, dan zou alles anders wezen! Hy zou dan nu op weg zyn om dominee te worden, of advokaat, of rechter, of minister.... allemaal menschen die 'n behoorlyken jas aanhebben, en precies weten waar ze belanden moeten als 't nacht wordt! Dit namelyk wist Wouter nog altyd niet, en 't bezwaarde hem zeer. [4] Maar al was 't dag geweest, waarheen, waarheen? Op die gansche aarde geen plek waar-i zich vertoonen kon! Zeker, zeker, God zou er genoegen mee nemen, als-i onaangediend en ongeroepen in den hemel kwam.

Sterven dus! Heel goed, als-i maar geweten had, hoe? In-weerwil van deze onzekerheid stond z'n voornemen byna vast. Byna! Want het afscheidnemen van z'n plannen, van z'n droombeelden, van z'n toekomst, viel hem zeer moeielyk. En zelfs het verledene, hoe dor en schraal ook, bood hem gezichtspunten aan waarvan hy de oogen niet kon afwenden. Die verschyning in den Schouwburg.... die dubbelgangster van Femke.... hemel, de rozeknopjes! Ook die immers lagen in z'n lessenaar op 't kantoor, geborgen in z'n zakboek, in 't zakboek dat-i anders altyd op 't hart droeg - schoon 't hem zr deed, als-i vuile praatjes aanhoorde by 't postkantoor! - maar dat-i nu voor 't eerst had weggesloten om er niet mee bezwaard te zyn op z'n voorgenomen tocht naar buiten. Mocht-i aan sterven denken zoolang hy dat pand niet had teruggehaald om het te vrywaren tegen hoon? En nog iets! Was 't niet al te jammer, van deze wereld te scheiden voor-i zeker wist hoeveel prinselyks er stak in Femke, hoeveel van 'n bleekmeisjen in die prinses? Hy begreep niet hoe hy zoo lang zich had kunnen bezighouden met allerlei andere onderwerpen, en vond het onverantwoordelyk zoo'n raadsel onopgelost achtertelaten. [5]

Leven dus, leven! Makkelyk gezegd, als-i maar geweten had waar-i slapen zou? En.... eten! Z'n sarrende fantazie hield hem 'n monster-boterham van Vrouw Claus voor, en hy begon nu werkelyk zich te verbeelden dat z'n honger onuitstaanbaar was. Stoffelyke behoefte nam de overhand op smart van anderen aard - daar is ze voor! - en hy begon afgunstig te worden op 't lot van Jakob Claesz. Want, meende hy, in zoo'n onbeschaafd Vuurland waren zeker allerlei vruchtboomen, en er groeide niets eetbaars in den Haarlemmer-Hout. Die Laurens Coster had ook beter gedaan, vygen en ananassen te planten - of al waren 't dan maar burgerlyke appels en peeren geweest! - dan zich bezigtehouden met de uitvinding van die vervelende drukkunst! Wat heeft 'n dolend wildemannetje daaraan? En wat baatte hem nu z'n braaf oppassen by Pennewip? O, die vervloekte beschaving! [6] Hy verlangde naar 'n voorwerp waarop-i z'n woede kon koelen, al ware het, byv. 'n bende Vuurlanders geweest. Dan had-i geweten wat het Noodlot van hem verlangde: stryden en.... overwonnen worden, nu ja, en men zou hem opeten, ook. In-godsnaam! Daartegenover immers stond altyd de kans dat hy - onder aanroeping van deze of gene dame: 't was meer gebeurd! - de overwinning behaalde [7] , z'n vyanden tot Christenen maakte, en zichzelf tot koning, juist wat-i wezen wilde. Wie weet of niet Jakob Claesz ook zoo-iets gedaan had, en Wouter besloot dat Vuurland eens te bezoeken zoodra hy te beschikken had over 'n vlootje. Dan zoud-i....

Helaas, helaas, wat gekke overleggingen in zyn toestand! Beurtelings woedend en verdrietig, slenterde hy laan-in laan-uit, en wist geen raad. Eindelyk zette hy zich moedeloos onder 'n boom, en viel in slaap. Hy droomde dat-i in nood was en dat Femke hem redde. Toen-i wakker werd, was 't volkomen nacht. Het kostte hem veel moeite zich te bezinnen wat er gebeurd en hoe hy daar gekomen was. Maar helaas, hy voelde zich wel genoodzaakt het gebeurde voor inderdaad geschied te houden, en z'n verdriet weer aanteknoopen waar 't eenige uren geleden was afgebroken door den slaap. Toch was de daartusschen liggende droom te levendig geweest om daarop geen acht te slaan, en by gebrek aan beter dwong hy zich dien optevatten als 'n wenk. Hy besloot dus naar Amsterdam te gaan en zich onder Femke's hoede te stellen. Al zag hy niet in hoe zy hem van dienst wezen kon, 't zou hem reeds verluchten indien hy iemand kon deelgenoot maken van z'n verdriet. [8] En de schaamte die hem pynigde omdat-i haar zoo lang had verwaarloosd..... zeker, dit maakte den stap niet gemakkelyk. Want hy voelde zeer goed dat-i zich haar onwaardig had gemaakt, en kon het denkbeeld niet van zich stooten dat zy dit wist. Ach, mocht hy den dag van vandaag, en dien van gisteren.... neen, de vier, vyf laatste maanden kunnen verleven! Zyn nu verwaarloosd gemoed zou daarby wlvaren, en Hersilia's parasol ook. [9]

Na lang zoeken en dwalen bevond hy zich op den weg dien hy den namiddig van den vorigen dag was langsgekomen in 't achterbakje van de britschka. Reeds toen was-i niet tevreden. En nu! Naar Femke, naar Femke! riep hy, alsof 't meisjen 'n toovergodin was die maar te bevelen had om verandering te brengen in z'n verdrietigen toestand. En ongegrond was Wouters vertrouwen eigenlyk niet, schoon hyzelf daarvan zeker geen reden geven kon. Femke's eenvoudige kalmte - uitvloeisel der harmonie van haar gaven, inborst, ontwikkeling en begeerten - maakten haar inderdaad tot 'n goede raadsvrouw. Zeer vermoeid kwam Wouter tegen den morgenstond by haar huisjen aan. Hier wachtte hem 'n zonderlinge verrassing.... o, die ondeugende Fancy! [10]


[1] Wouter verweet zich dat niemand in gelyke maat als hy, de begaafdheid had zich vasttewarren in 'n net van verdrietelykheden. Gelyk de meeste jongelieden die in nood zitten, dacht-i aan zelfmoord. De lezer herinnert zich dat dit meer geschied was.

Kennelijk refereert M. met "zelfmoord" naar 1132. Ook 1118 is enigermate terzake.
 


[2] God zou wel begrypen dat-i 't niet kon uithouden in z'n wereld! In den hemel was zeker wel deze of gene werkkring die hem paste. Daar zoud-i zich stipt toeleggen op z'n.... naastbyliggende plicht!

De lezer behoort hier te begrijpen dat een grondig gekatechiseerd P.G. jongetje (1089) hier minder optimistisch zou behoren te zijn over God's goedertierenheid. Een fatsoenlijk God van behoorlijke P.G.-huize zond zelfmoordenaars immers naar de hel, en doet dat waarschijnlijk onder rechtgelovige protestanten nog steeds.
 


[3] Al wat hy zich van die familie herinnerde, kwam hem nu liefelyker voor dan ooit. Die vlugge Sietske! Die waardige moeder! Die ernstige oom Sybrand!

Zie 1062. Overigens valt het op dat de jonge Wouter het eerst aan "Sietske" denkt, die immers zoveel leek op Femke en Erika, en vervolgens aan de moeder met haar raadgeving dat ieder mens moet handelen naar z'n overtuiging. (Zie ook 1186.)
 


[4] Hy zou dan nu op weg zyn om dominee te worden, of advokaat, of rechter, of minister.... allemaal menschen die 'n behoorlyken jas aanhebben, en precies weten waar ze belanden moeten als 't nacht wordt! Dit namelyk wist Wouter nog altyd niet, en 't bezwaarde hem zeer.

M. zelf was na Lebak vaak in een dergelijke positie geweest, dat hij geen "behoorlyken jas" had, als Max Havelaar, en dat hij niet wist waar te belanden "als 't nacht wordt".
 


[5] En nog iets! Was 't niet al te jammer, van deze wereld te scheiden voor-i zeker wist hoeveel prinselyks er stak in Femke, hoeveel van 'n bleekmeisjen in die prinses? Hy begreep niet hoe hy zoo lang zich had kunnen bezighouden met allerlei andere onderwerpen, en vond het onverantwoordelyk zoo'n raadsel onopgelost achtertelaten.

Het was ongetwijfeld M.'s voornemen te verhalen "hoeveel prinselyks er stak in Femke, hoeveel van 'n bleekmeisjen in die prinses", en dat te doen door prinses Erika en Femke, en waarschijnlijk ook Wouter en prins Erik, van maatschappelijke plaats te doen ruilen met het doel meer te leren over mens en maatschappij, maar helaas is M. zover niet gekomen met Wouter's geschiedenis.
 


[6]  Die Laurens Coster had ook beter gedaan, vygen en ananassen te planten - of al waren 't dan maar burgerlyke appels en peeren geweest! - dan zich bezigtehouden met de uitvinding van die vervelende drukkunst! Wat heeft 'n dolend wildemannetje daaraan? En wat baatte hem nu z'n braaf oppassen by Pennewip? O, die vervloekte beschaving!

Dit is een heel Rousseau-achtige overweging.
 


[7]  In-godsnaam! Daartegenover immers stond altyd de kans dat hy - onder aanroeping van deze of gene dame: 't was meer gebeurd! - de overwinning behaalde

Namelijk met pruimtabak: zie 1113.
 


[8] Hy besloot dus naar Amsterdam te gaan en zich onder Femke's hoede te stellen. Al zag hy niet in hoe zy hem van dienst wezen kon, 't zou hem reeds verluchten indien hy iemand kon deelgenoot maken van z'n verdriet.

In feite heeft de lezer noch Wouter Femke gezien, afgezien van een stukje van haar kleding bij de Holsma's, sinds het verhaalde in deel V van de Ideen.
 


[9] Ach, mocht hy den dag van vandaag, en dien van gisteren.... neen, de vier, vyf laatste maanden kunnen verleven! Zyn nu verwaarloosd gemoed zou daarby wlvaren, en Hersilia's parasol ook.

Ik heb hier wat moeilijkheden met de tijdrekening: Als het op het moment dat Wouter de parasol stuk maakt juli is, wanneer viel dan het moment dat het zo warm was in Amsterdam, en prinses Erika in het IJ zwom?
 


[10] Zeer vermoeid kwam Wouter tegen den morgenstond by haar huisjen aan. Hier wachtte hem 'n zonderlinge verrassing.... o, die ondeugende Fancy!

Wouter is dus van Haarlem naar Amsterdam gelopen, en M. suggereert dat alles wat hem overkomen is tot nu toe mogelijkerwijs opzet en maaksel is van Wouter's schutsengel of godin.

Idee 1250.