Idee 1249a.                                                


Oppervlakkig zou men meenen dat zy die zich zoo van-ganscher-harte wyden aan 't allerlaagste, dáárin steeds den prys behalen. Gelukkig is dit zoo niet. [1] Verreweg 't grootste deel der maatschappy bestaat uit menschen van allergewoonste neigingen en gaven, en toch slagen zy op hun eigen terrein niet beter dan de enkele die dat gebied slechts nu-en-dan als vreemdeling betreedt. *) [2] Er zyn weinig dichters en veel armen, waaruit voortvloeit dat niet uitsluitend 'n hoogere levensopvatting oorzaak is van maatschappelyken schipbreuk. Dat de Don Quichotten slecht afspelen, is waar, maar 't gaat de Sanchoos goddank niet beter! [3]

*) Zie hierover de ter-zake betrekkelyke opmerkingen in m'n Duizend-en-eenige Hoofdstukken over Specialiteiten.

[1] Oppervlakkig zou men meenen dat zy die zich zoo van-ganscher-harte wyden aan 't allerlaagste, dáárin steeds den prys behalen. Gelukkig is dit zoo niet.

Ja, en in feite geldt iets als het volgende, dat ik citeer uit J.H. Plumb's "The first four Georges":

"The bulk of the population avoided the excess and the ebullience, looked neither forwards nor backwards, but lived instinctively according to the ancient ways of their fathers, content with those institutions which had ruled them for generations. They were only involved, as the majority of mankind will always be, in the ever renewing drama of personal existence." (p. 23-4)

De overgrote meerderheid van de mensheid komt niet veel verder en denkt niet veel anders of  origineler dan hun ouders deden. De redenen zijn bijna altijd een gebrek aan bijzondere vermogens, een gebrek aan ambitie, een overwegend korrekt inzicht in de eigen onvermogens, en ook een gebrek aan enig speciaal talent of enige gave, zoals bijvoorbeeld een bijzondere schoonheid.

Dit is overigens meestal geen groot probleem, en heeft het bijkomend voordeel dat de meeste mensen gewoonlijk niet geďnteresseerd zijn in revolutie, onrust, burgeroorlog, of religieuze twisten, wat allemaal bijdraagt aan de maatschappelijke rust en ordelijkheid.
 


[2] Verreweg 't grootste deel der maatschappy bestaat uit menschen van allergewoonste neigingen en gaven, en toch slagen zy op hun eigen terrein niet beter dan de enkele die dat gebied slechts nu-en-dan als vreemdeling betreedt. *) 

Zoals M. Vergelijk M en Nietzsche: Er is iets übermenschliches of gewild aristocratisch in beide.
 


[3] Er zyn weinig dichters en veel armen, waaruit voortvloeit dat niet uitsluitend 'n hoogere levensopvatting oorzaak is van maatschappelyken schipbreuk. Dat de Don Quichotten slecht afspelen, is waar, maar 't gaat de Sanchoos goddank niet beter!

Nee, zo is 't helaas niet. Zie het citaat van White in 1211, dat begint met

"We find that at present the human race is divided politically into one wise man, nine knaves and ninety fools out of every hundred. That is, by an optimistic observer. "

Men kan hier twisten over de proportie wijzen : oplichters, en bijvoorbeeld argumenteren dat, al zijn er weinig werkelijk begaafde mensen, de gewone politieke, religieuze en economische leiders en voorgangers overwegend conformisten zijn, die de maatschappelijke status quo in stand helpen houden ten behoeve van zichzelf en wie er verder onder leeft en niet bijzonder onder lijdt, en dat exceptioneel intellectueel, moreel of artistiek talent nu eenmaal zeldzaam is, en voor niemand voor het kiezen.

Maar het lijkt geheel waar dat minstens 90% van iedere bevolking niets bijzonder is, niets bijzonders wil, niets bijzonders kan, en niets bijzonders doet, en vrijwel alleen bezig is met hun eigen "ever renewing drama of personal existence" (zie [1]).

En het bittere voor de zeldzame Don Quichots als Multatuli is dat hun bijzondere inzet meestal uitdraait op mislukking, en een maatschappelijk carričre die veel beroerder uitpakt dan de carričres van veel minder begaafde, veel minder moedige en veel minder eerlijke, zij het wellicht daarom aanmerkelijk realistischer maatschappelijke conformisten.

Idee 1249a.