Idee 1245b.                                                


Wouter zelf had, eenige jaren geleden nog, hiervan bewys gegeven. Wist hy niet kleur en leven meetedeelen aan 't geringste dat z'n dor leventje hem aanbood? Had hy niet op 'n benauwd achterkamertje de kracht gehad, zich 'n gansche wereld vol heerlykheid in 't aanzyn te tooveren tot eigen gebruik? Waarom kon hy dit nu niet meer? 

Z'n onzalige kennismaking met 'n dozyn kwajongens was hiervan de oorzaak. De reinheid zyner ziel was besmet geworden, en dit benevelde z'n dichterblik. [1] De voelhorens van z'n zedelykheid verloren 't vermogen om hem te waarschuwen tegen vuil, om hem den weg te wyzen naar 't verhevene. Z'n vleugelslag was verlamd, en zelfs meende hy van 't zweven Ólles - tot zelfs den lust daartoe - verloren te hebben. Maar al had-i zich by nauwkeuriger zelfonderzoek kunnen opdringen - wat hy zeker beproeven zou - dat slechts aanhoudende teleurstelling de oorzaak was van z'n moedeloosheid, ik beweer dat hy den moed zou bewaard hebben indien hy zich z'n reinheid niet had laten ontrooven. Geen voorwerp kan helder terugkaatsen uit 'n verweerden spiegel, en 'n bedorven menschenziel is tot dichterlyke levensopvatting niet in-staat. Het is me zeer wel bekend - en dit moet wel, want dagelyks zie ik daarvan de bewyzen - dat deze waarheid door velen wordt geloochend, of althans voorbygezien. [2] Zy is te eenvoudig, denk ik. De zoodanigen behooren, op-straffe van inkonsekwentie, de juistheid in twyfel te trekken van de zoo-even gebruikte vergelyking met 'n spiegel, en tevens de stelling aantekleven dat er zuiver water kan worden geschept uit bevuilde bron. My komen de bronnen-zelf waaruit zulke stellingen vloeien, niet zeer zuiver voor.

Wouter dan had sedert eenigen tyd het poŰtizeeren verleerd. Hy durfde 't niet, omdat hy reden had zich te schamen voor 't liefelyke. Wel hygde hy soms naar 't verlorene terug, wel betrapte hy zich telkens op bittere droefgeestigheid, maar er scheen 'n stoot van-buiten-af noodig te zyn om met de vereischte kracht z'n gewaarwordingen terugteleiden in 't oude spoor. Deze stoot zou dan ook gegeven worden - wie anders dan Femke kon het doen, of iemand die zeer op haar geleek? - maar zoo ver zyn we nog niet.

Men zou zich vergissen indien men den nadeeligen invloed dien 't gezelschap van onrype deugnietjes op Wouter uitoefende, vereenzelvigde met het zoogenaamd wys-maken. [3] Dit op-zichzelf houd ik niet alleen voor onschadelyk, maar zelfs voor gewenscht. Juist in Wouter's bespottelyke ˛nwysheid had de grond gelegen zyner voorbeschiktheid tot prettig-vinden van liederlyke handlichting. Ware hy opgevoed geweest door ontwikkelde ouders, die hem met wetenschappelyken ernst hadden meegedeeld wat er ten-dezen-opzichte meetedeelen valt, waarlyk hy zou geen smaak hebben gevonden in de geestigheden van Óllerlaagste orde, waarmee men nu z'n zucht tot weten had geprikkeld en bedrogen. Niet kennis maakt onrein, maar 't aanhooren van vuile praat over kennis.... Schande over ouders en opvoeders die hun jongeren overlaten aan 't gevaar de liefelykste geschenken der Natuur te ontvangen op 'n wys die ze tot 'n pest maakt! Ik ben zoo vry, hieromtrent te verwyzen naar 1072 en 1073 in den Vn bundel. [4]


[1] De reinheid zyner ziel was besmet geworden, en dit benevelde z'n dichterblik.

O jee, daar is de "reinheid" weer, nu in verband met Wouter's "dichterblik". Het klinkt erg 19e eeuws, maar het is een enigermate interessant vraagstuk in hoeveel talen naast het Nederlands morele en esthetische idealen aangeduid worden met termen die aan schrobben en schuren doen denken: "rein" en "schoon".
 


[2] Geen voorwerp kan helder terugkaatsen uit 'n verweerden spiegel, en 'n bedorven menschenziel is tot dichterlyke levensopvatting niet in-staat. Het is me zeer wel bekend - en dit moet wel, want dagelyks zie ik daarvan de bewyzen - dat deze waarheid door velen wordt geloochend, of althans voorbygezien.

M. heeft het hier eerder over gehad, en ik was het er toen al niet mee eens. Laat ik hier toevoegen dat M., als veel radikale maatschappelijke hervormers, weinig oog voor grijstinten heeft.
 


[3] Men zou zich vergissen indien men den nadeeligen invloed dien 't gezelschap van onrype deugnietjes op Wouter uitoefende, vereenzelvigde met het zoogenaamd wys-maken.

Kortom, Wouter wist al waar de kindertjes echt vandaan en in de wereld kwamen. Het is wat jammer dat M. niet verhaalt hoe hij aan die kennis kwam, en van wie.
 


[4] Niet kennis maakt onrein, maar 't aanhooren van vuile praat over kennis.... Schande over ouders en opvoeders die hun jongeren overlaten aan 't gevaar de liefelykste geschenken der Natuur te ontvangen op 'n wys die ze tot 'n pest maakt! Ik ben zoo vry, hieromtrent te verwyzen naar 1072 en 1073 in den Vn bundel.

Hier hebben we weer iets meer i.v.m. de reinheid. Het is waar dat rationale sexuele voorlichting en betaalbare veilige voorbehoedmiddelen heel wenselijk zijn, maar ook waar dat het ÚÚn noch het ander mensen veel beter of verstandiger maakt. Maar e.e.a. scheelt hopelijk veel ongewenste kinderen, wat al heel wat gewonnen is.

Idee 1245b.