Wouter zelf had,
eenige jaren geleden nog, hiervan bewys gegeven. Wist hy niet kleur
en leven meetedeelen aan 't geringste dat z'n dor leventje hem
aanbood? Had hy niet op 'n benauwd achterkamertje de kracht gehad,
zich 'n gansche wereld vol heerlykheid in 't aanzyn te tooveren tot
eigen gebruik? Waarom kon hy dit nu niet meer?
Z'n
onzalige kennismaking met 'n dozyn kwajongens was hiervan de
oorzaak. De reinheid zyner ziel was besmet geworden, en dit
benevelde z'n dichterblik. [1] De voelhorens van z'n zedelykheid
verloren 't vermogen om hem te waarschuwen tegen vuil, om hem den
weg te wyzen naar 't verhevene. Z'n vleugelslag was verlamd, en
zelfs meende hy van 't zweven àlles - tot zelfs den lust daartoe -
verloren te hebben. Maar al had-i zich by nauwkeuriger zelfonderzoek
kunnen opdringen - wat hy zeker beproeven zou - dat slechts
aanhoudende teleurstelling de oorzaak was van z'n moedeloosheid, ik
beweer dat hy den moed zou bewaard hebben indien hy zich z'n
reinheid niet had laten ontrooven. Geen voorwerp kan helder
terugkaatsen uit 'n verweerden spiegel, en 'n bedorven menschenziel
is tot dichterlyke levensopvatting niet in-staat. Het is me zeer wel
bekend - en dit moet wel, want dagelyks zie ik daarvan de bewyzen -
dat deze waarheid door velen wordt geloochend, of althans
voorbygezien. [2] Zy is te eenvoudig, denk ik. De zoodanigen behooren,
op-straffe van inkonsekwentie, de juistheid in twyfel te trekken van
de zoo-even gebruikte vergelyking met 'n spiegel, en tevens de
stelling aantekleven dat er zuiver water kan worden geschept uit
bevuilde bron. My komen de bronnen-zelf waaruit zulke
stellingen vloeien, niet zeer zuiver voor.
Wouter dan had sedert eenigen tyd het poëtizeeren verleerd. Hy
durfde 't niet, omdat hy reden had zich te schamen voor 't
liefelyke. Wel hygde hy soms naar 't verlorene terug, wel betrapte
hy zich telkens op bittere droefgeestigheid, maar er scheen 'n stoot
van-buiten-af noodig te zyn om met de vereischte kracht z'n
gewaarwordingen terugteleiden in 't oude spoor. Deze stoot zou dan
ook gegeven worden - wie anders dan Femke kon het doen, of iemand
die zeer op haar geleek? - maar zoo ver zyn we nog niet.
Men zou zich vergissen indien men den
nadeeligen invloed dien 't gezelschap van onrype deugnietjes op
Wouter uitoefende, vereenzelvigde met het zoogenaamd wys-maken.
[3] Dit
op-zichzelf houd ik niet alleen voor onschadelyk, maar zelfs voor
gewenscht. Juist in Wouter's bespottelyke ònwysheid had de grond
gelegen zyner voorbeschiktheid tot prettig-vinden van liederlyke
handlichting. Ware hy opgevoed geweest door ontwikkelde ouders, die
hem met wetenschappelyken ernst hadden meegedeeld wat er
ten-dezen-opzichte meetedeelen valt, waarlyk hy zou geen smaak
hebben gevonden in de geestigheden van àllerlaagste orde, waarmee
men nu z'n zucht tot weten had geprikkeld en bedrogen. Niet
kennis maakt onrein, maar 't aanhooren van vuile praat over
kennis.... Schande over ouders en opvoeders die hun jongeren
overlaten aan 't gevaar de liefelykste geschenken der Natuur te
ontvangen op 'n wys die ze tot 'n pest maakt! Ik ben zoo vry,
hieromtrent te verwyzen naar
1072 en
1073 in den
Vn bundel. [4]
[1]
De reinheid zyner ziel was besmet geworden, en dit benevelde z'n
dichterblik.
O jee, daar is de "reinheid"
weer, nu in verband met Wouter's "dichterblik".
Het klinkt erg 19e eeuws, maar het is een enigermate interessant
vraagstuk in hoeveel talen naast het Nederlands morele en esthetische
idealen aangeduid worden met termen die aan schrobben en schuren doen
denken: "rein" en "schoon".
[2]
Geen voorwerp kan helder terugkaatsen uit 'n verweerden spiegel, en 'n
bedorven menschenziel is tot dichterlyke levensopvatting niet
in-staat. Het is me zeer wel bekend - en dit moet wel, want dagelyks
zie ik daarvan de bewyzen - dat deze waarheid door velen wordt
geloochend, of althans voorbygezien.
M. heeft het hier eerder over gehad,
en ik was het er toen al niet mee eens. Laat ik hier toevoegen dat M.,
als veel radikale maatschappelijke hervormers, weinig oog voor
grijstinten heeft.
[3]
Men zou zich vergissen indien men den
nadeeligen invloed dien 't gezelschap van onrype deugnietjes op Wouter
uitoefende, vereenzelvigde met het zoogenaamd wys-maken.
Kortom, Wouter wist al waar de
kindertjes echt vandaan en in de wereld kwamen. Het is wat jammer dat
M. niet verhaalt hoe hij aan die kennis kwam, en van wie.
[4]
Niet
kennis maakt onrein, maar 't aanhooren van vuile praat over
kennis.... Schande over ouders en opvoeders die hun jongeren
overlaten aan 't gevaar de liefelykste geschenken der Natuur te
ontvangen op 'n wys die ze tot 'n pest maakt! Ik ben zoo vry,
hieromtrent te verwyzen naar
1072 en
1073 in den
Vn bundel.
Hier hebben we weer iets meer i.v.m. de
reinheid. Het is waar dat rationale sexuele voorlichting en betaalbare
veilige voorbehoedmiddelen heel wenselijk zijn, maar ook waar dat het
één noch het ander mensen veel beter of verstandiger maakt. Maar
e.e.a. scheelt hopelijk veel ongewenste kinderen, wat al heel wat
gewonnen is.