Idee 1238.                                                


Het zou my aangenaam zyn indien de lezer zich by deze gelegenheid herinnerde wat ik in den Vn Bundel over ‘misgrypen’ gezegd heb, over het byna doorgaand dooreenhaspelen van kemels en muggen, over 't wegschenken van aandacht aan nietige byzaken, en de hierdoor onmisbare verwaarloozing van de hoofdzaak. [1] Het lust my de aangevangen verhandeling over Buitenplaatsen 'n oogenblik aftebreken, en 'n anekdote te vertellen, die - vergeving, o Nederlanders! - noch Scarron, noch Moliere, noch de ‘ouden’ is nageschreven. Ook de zeer bekende leverancier van hollandsche denkbeelden Stuart Mill heeft er geen deel aan. Wie volstrekt op namaak gesteld is, denke maar dat ik ze overneem uit 'n uniek exemplaar der werken van m'n vriend Cervantes[2]

Het stukje speelt te Valladolid. Ik weet niet of de lezer deze stad kent, en den goeden pastoor Alonzo Ramirez, den kanunnik in de hoofdkerk, die zoo'n mooi kabinet van schilderyen heeft, en zoo'n kunstkenner is, en zoo dweept met den bruinen Murillo? Van hèm heb ik iets te vertellen, maar als ik me vergis in de spelling van spaansche woorden, vraag ik verschooning, want... ik ken de historie maar van hooren-zeggen, en niet uit Cervantes.

- Er zyn menschen die zich groot voordoen in 't kleine, maar klein zyn in 't groote. Zelden meten wy onze inspanning, onze aandoeningen, ons oordeel en ons gedrag, aan 'n juisten maatstaf. We besteden reuzekracht aan nietigheden, en meenen groote bezwaren uit den weg te kunnen zetten zonder veel moeite. De ware zedelykheid bestaat in nauwkeurige schatting van den aard der dingen. We verslonsen ons gemoed aan ingenomenheid met nietigheden, en maken bankroet, als er wissels worden aangeboden door iets wezenlyks. Gyzelf, Dom Alonzo - schoon 'n brave kerel anders, en juist niet dommer dan sommige anderen - vergist u gedurig in 't wel meten van uw ziel.

Aldus bepreekte een spaansch edelman, die in wysbegeerte en zedekunde deed, z'n vriend, den goeden pastoor Alonzo Ramirez, die zoo'n kunstkenner was en zoo dweepte met den bruinen Murillo.

Dom Alonzo protesteerde, en zei dat-i zich niet schuldig kende aan de fout die z'n vriend hem ten-laste legde.

- Ik slordig meten? Ik, kanunnik van de hoofdkerk? Wel, daarvan zou 'k wel eens 'n bewys willen zien. Drie realen gouds aan wie 't me levert, Dom Pedro!

- Hm... 't is te weinig! Voor drie en 'n halve reaal wil ik 't doen, maar geen marevadis minder. Sluit gy de weddingschap, dan neem ik aan, heden nog u te betrappen op struikeling over iets nietigs, terwyl ge u over belangryke zaken luchtigjes heenzet. Op onverantwoordelyke ligtzinnigheid aan de eene zyde, op overdreven verontwaardiging aan den anderen kant... op onzedelykheid alzoo! Want, geloof me, Dom Pedro [3], de ware zedelykheid bestaat in juist meten.

De goede pastoor nam de uitdaging aan, en verliet z'n vriend Dom Pedro in de stellige hoop dat-i weldra drie en 'n halve reaal goud-gewicht ryker wezen zou, een vooruitzicht dat hem zeer aangenaam was, want hy had geld noodig voor z'n armen. Hy beloofde zichzelf, allernauwkeurigst te meten, en aan elke voorkomende zaak juist zooveel ziel te besteden als ze waard was, niet meer, niet minder. Een zeer braaf mensch zynde, meende hy dat dit hem niet heel moeielyk vallen kon, daar hy slechts de inspraak had te volgen van z'n goed hart. Wèl-opgevoed en bekwaam daarby, behoefde hy niet lang naterekenen hoeveel beleefdheid hy moest ten-koste leggen van den Alkade van Valladolid, dien hy op z'n weg ontmoette... aan Doctor Muygeleerd, den professer in hoogere dierkunde... aan Dom Pasquale, die hem eenmaal 's weeks te dineeren vroeg, en aan de vrouw van den stadskommandant, 'n lieftallige dame van grooten invloed. Ook aan de armen en geringen betaalde de eerlyke Dom Alonzo precies wat-i schuldig was. De kreupele oude Mariquita kreeg 'n groet van hem, met ‘gods zegen’ en wat kopergeld... het minste niet onder de drie geschenken. Aan Bemmo, den dronken timmerman, raadde hy uitslapen aan, 't beste wat 'n beschonkene doen kan, en hy onthield zich van waarschuwing aan de dienstmaagd van Donna Dolorez, dat er 'n servet uit het venster van haar meesteres wapperde. ‘'t Mocht eens 'n telegram zyn!’ dacht de goede pater, en spelbreken of pretbederven was z'n zaak niet. Als Donna Dolorez in verboden telegrafie deed, zou hy dat in de biecht wel te weten komen, en dan was het tyds genoeg voor de korrektie van de zaak. Geloof wint haast uit, gelyk men weet.

Te-huis komende, bekeef hy z'n oude dienstmaagd, die de een-of-andere olla had laten aanbranden, juist binnen de grenzen van z'n plicht. Had-i meer gegromd, hy ware te streng geweest. ‘Want, dacht-i, ook ik verzuim soms iets... niemand is volmaakt... en derd'half reaal goud is 'n heele som!’ Had-i minder gezegd, hy zou zich hebben schuldig gemaakt aan te verregaande toegevendheid, waaruit had kunnen voortvloeien dat alle toekomstige olla's gevaar liepen van aanbranding, en voorts de mogelykheid dat-i z'n huishoudster de deur zou moeten wyzen. Wie doet dat graag? Alles wèl beschouwd, was ze zoo kwaad niet, meende hy, en... drie en een halve reaal aan goud...

- Ik geen maat houden? riep hy. Dàt zou me toch zeer verwonderen! Ik doe niet anders, m'n leven lang! M'n vriendje Pedro mag z'n goud wel gereed-houden. 't Is te hopen dat zyn weegschaal goed is, zyn gewicht! Ik geen maat houden?

Daar beet hem 'n mug, die juist bezig was - op vastendag, per todos los Santos! Is 't geen gruwel? - zich 'n middagmaal by-eentezuigen uit Dom Alonzo's rechterwang. De eerste indruk van den verontwaardigden en gebeten man was... zichzelf 'n harden oorveeg te geven, harder dan stipt genomen noodig is om 'n mug te dooden...

- Hm, dacht-i, met drie en 'n halve reaal kan ik veel goeds doen! Je vangt me niet, Dom Pedro!

En hy doodde de mug matiglyk.

De lezer gelieve intezien dat de kans van Dom Pedro niet best stond.

't Was biechttyd. De goede Alonzo luisterde met welgemeten aandacht naar de bekentenissen van z'n biechtkinderen, en gaf ieder 't zyne. Hy verdeelde een behoorlyke dozis zachtmoedigheid over 'n gepast quantum strengen ernst, en ieder was tevreden... behalve de Duivel, wiens ontevredenheid men zich niet hoeft aantetrekken.

Daar naderde een vreemdeling. Hy was gehuld in den onmetelyken mantel die van-oudsher zoo'n belangryke rol speelt in de romans, en nu ook in deze vertelling. De man biechtte... vreeselyke dingen!

Om te beginnen: hy had - op 'n goeden Vrydag! - de kathedraal van Saragossa bestolen...  

- Braaf is 't zeker niet, myn zoon, zei Dom Alonzo. Maar daarbóven is genade. Geef 't geroofde terug, en voorts...

Hy legde den dief 'n kerkelyke straf op. Duizend ‘engelsche groetenissen’ voor 't afschuwelyke stelen. En voor 't ontheiligen van den allerbesten Vrydag, duizend-en-één. De zondaar ging voort. Hy had het ongeluk gehad z'n eenigen zoon aan de Mooren te verschacheren voor tien sequinen...

- Braaf is 't zeker niet, myn zoon, zei Dom Alonzo. Maar daarbóven is genade. Ga naar Marokko, koop uw jongen terug, en voorts...

Volgt de kerkelyke straf: 'n paar dozyn ave's of zoo-iets.

De kinderkoopman had in 'n oogenblik van gereed-gemaakte geestdrift, z'n vader en moeder doodgeslagen.

- Braaf is 't zeker niet, myn zoon, zei Dom Alonzo. Maar daarbóven is genade. Laat drieduizend missen lezen voor 't zielenheil uwer geliefde ouders, beloof my dat ge 't nooit weer zult doen, en voorts...

Volgt de kerkelyke straf: 'n paar dozyn ave's of zoo-iets.

- En nu, myn zoon, ga heen, en zondig niet meer. Richt uw gebroken ziel op uit haar vernedering, en bouw op de grenzelooze genade des nooit volprezen Verlossers, die ook voor U gestorven is. Zie daarginds aan den wand zyn beeld, tot heil der geloovigen zonnetintig op doek gebracht door den eenigen Murillo...

- Eerwaarde vader... dàt 'n Murillo? Dat prul? 't Is 'n croûte...

- Schelm! Dàt vergeef ik je in eeuwigheid niet!

- Beste Alonzo, mag ik je om drie en 'n halven reaal verzoeken? zei Dom Pedro die z'n mantel afwierp.

- Caramba, riep de gefopte pastoor, verloren heb ik... maar - en nogeens: caramba! - als ik geweten had dat de zaak zoo zou afloopen, had ik voor 'tzelfde geld m'n keukenmeid 'n beter standje gemaakt!

We laten Dom Alonzo Ramirez aan z'n komieke wanhoop over [4], en keeren snel naar onze Buitenplaatsen terug, uit vrees dat ze geheel zouden verdwenen zyn voor 't afwerken van 't volgend hoofdstuk.


[1] Het zou my aangenaam zyn indien de lezer zich by deze gelegenheid herinnerde wat ik in den Vn Bundel over ‘misgrypen’ gezegd heb, over het byna doorgaand dooreenhaspelen van kemels en muggen, over 't wegschenken van aandacht aan nietige byzaken, en de hierdoor onmisbare verwaarloozing van de hoofdzaak.

Zie o.a. 1047a, 1061, 1064.
 


[2] .. m'n vriend Cervantes.

Cervantes was één van de weinige schrijvers die M. op prijs stelde, en het is zeker ook waar dat M., als alle morele idealisten, iets weg had van Don Quichot.

"The reasonable man adapts himself to the world; the unreasonable one persists in trying to adapt the world to himself. Therefore, all progress depends on the unreasonable man." George Bernard Shaw

Dit zou ook iets duidelijk moeten maken over wat karakter is, onder mensen. Zie 1211 en 1112, bijvoorbeeld, en 1185.

Ik neem aan dat het niet voor niets is dat molens een prominente rol spelen in de Wouter-geschiedenis.
 


[3] Want, geloof me, Dom Pedro

Enigermate letterkundige opmerking: Dit moet een verschrijving zijn. "Dom Pedro" moet "Dom Alonzo" zijn, want de spreker is hier Dom Pedro. 
 


[4] We laten Dom Alonzo Ramirez aan z'n komieke wanhoop over ...

... maar deze commentator behoort hier op te merken dat Dom Alonzo, hoewel het een goed en verstandig man was, voor een katholiek priester, zichzelf feitelijk maar één enkele keer gaf zoals hij was en zich voelde - "Wees wáár!", "Sei wer du bist!", "Agis comme tu penses!" (zie o.a. 1171 en 1185) - namelijk toen zijn geliefde Murillo werd bekritiseerd. Alle andere keren handelde hij volgens zijn rol, en met het oog op 3 1/2e realen.

Idee 1238.