Idee 1234.                                                


Zonder te erkennen dat het voorgaand nummer niet handelt over 'n punt van zedelykheid - het verkrachten van smaak en oordeel is onzedelyk! [1] - meen ik te mogen voorstellen de daarby bedoelde methode van vulling tevens toetepassen op wat meer algemeen onder moraliteit verstaan wordt. Dit was by onzen Wouter ten-eenen-male verzuimd. Het weinigje kennis dat men hem had meegedeeld, was op-verre-na niet voldoende om z'n aandrift tot kennen, weten en begrypen te bevredigen. Zoolang hy kind was, had z'n fantazie 't noodige verricht, en meer dan dat. De tyd was nu gekomen dat-i zich vermoeid voelde van 't vruchteloos grypen naar 't onmogelyke. Z'n begeerten gingen rond als brieschende leeuwen, zoekende wat er te verslinden viel... och, alweer 'n beeld dat niet deugt! Er werd niet gebriescht en niet rondgegaan. Hy knaagde ontevreden op 't weinige dat hem werd toegeworpen, en voelde zich ongelukkig. 't Ergste was dat-i alleen zichzelf de schuld gaf van z'n toestand. Ieder ander, meende hy, was beter, wyzer, bekwamer, gelukkiger, dan hy, en in zekeren zin was dit de waarheid. [2] We mogen vaststellen dat noch de jongeheer Pompile, noch de kantoor-satraap Wilkens, geleden hadden onder 'n wanverhouding tusschen hun gaven en de aanwezige middelen tot uiting, zooals die welke byvoortduring het evenwicht van Wouter's gemoed verstoorde. Elke afleiding werd hem welkom, en van keus was geen spraak meer. Hy zoog op wat zich voordeed. Ware hy in aanraking gekomen met drinkers... hy had gedronken. Met dieven... hy had gestolen. Met godzalige jongelingen... hy ware aan 't preeken en katechizeeren gegaan. [3] Zelfs z ver daalde hy af, dat-i - opgeblazen nu van z'n recente postkantoorsche wysheid - berouw voelde over de onnoozelheid waarmed-i juffrouw Laps zoo teleurgesteld en gergerd had. Berouw? Neen! Maar... schaamte toch. Hy trachtte zich optedringen dat-i 'n volgenden keer... hm! Zou die volgende keer ooit komen! 't Geval was vreemd geweest, zeer vreemd! Zoo-iets gebeurt maar eens in de eeuw, meende Wouter, die zich al z'n vroeger onbegrepen romanlektuur voor den geest bracht, en daaruit meende te moeten opmaken dat nietigheidjes als waarvan hy er een... byna ondervonden had, de spil zou zyn waarom zich 't leven draait. De lezer weet misschien dat zulk misyrypen in schatting van belangrykheid (1037, vlgg.) nog steeds by ouderen dan Wouter, zeer ten-nadeele der ware zedelykheid, 'n zotte rol speelt. Ook hier kan Larochefoucauld's ceux qui s'appliquent (trop?) aux petites choses, enz. [4] van volle toepassing geacht worden.

Toch was Wouter er niet beter om dat-i berouw voelde over 't gebrek aan ondeugd, waaraan hy meende zich te hebben schuldig gemaakt. En dit voelde hy zeer goed. Hy dacht niet gaarne aan wat hem vroeger liefelyk voorkwam, jazelfs dit durfde hy niet! Z'n herinneringen aan de indrukken die Femke hem meedeelde, z'n eerzucht, z'n lust om met 'n beetjen almacht het goede te bevorderen, z'n onverzadelyke begeerte om de oorzaken der dingen te kennen... och, dit alles hinderde hem. Even ontevreden als immer met z'n tegenwoordigen toestand, had hy zoomin lust zich bezig te houden met het verledene, als met 'n toekomst waarover 't bestuur hem ontglipt was omdat schuldbesef idealen bederft. Tot krachtig hopen is reinheid noodig [5], en wl is 't grof en dom van godenmakers, dat zy, om afdwaling te bedreigen met straf, meenden behoefte te hebben aan 'n nderen hel dan 't verlies van die reinheid meebrengt. Het ambt van paradys-uitjagende Cherub is 'n ware sinekuur.

Eens, op-straat - boodschappen doende voor den jongeheer Pompile, natuurlyk - bepeinsde Wouter 't nieuwste nieuwtje van ontwikkeling, dat dien morgen door een van z'n kameraadjes aan 't Postkantoor was ten-beste gegeven, en zie... daarginds zag hy Femken aankomen. Hy keerde zich om en sloeg 'n dwarsstraat in. Waarom toch? [6] Tot 'n beetje vermindering van z'n schande moet ik hierby zeggen dat-i den avend van dien dag langen tyd wakker lag voor hy den slaap vatten kon, en dat hy lust in schreien voelde. Maar hy kon evenmin schreien als slapen. 't Was zeer pynlyk, en hy nam zich voor... ja, wt?

Met schrik bedacht hy dat het tydstip waarop Holsma hem had uitgenoodigd verslag te komen brengen van de pogingen om altyd z'n naastbyliggende plicht te doen, sedert lang verstreken was. [6] Ook dien goeden dokter zoud-i gemeden hebben, wanneer hy hem op de straat in de verte had zien aankomen. En misschien zelfs pater Jansen... 'n slecht teeken!

- Toch zou ik wel 'ns willen weten, dacht-i, waarom die goeie pastoor zoo doof is aan z'n linkeroor?

Hierover peinzende viel-i ten-laatste in slaap.


[1] het verkrachten van smaak en oordeel is onzedelyk!

Nu, dat geldt al voor "verkrachten". Hoe het zij: M. vervolgt hier z'n vorig idee, en ik wil hier alleen opmerken dat ikzelf een tegenstander ben van godsdienstonderwijs (en politiek onderwijs!) aan kinderen, die immers nog niet de begrippen en de kennis hebben om zin en onzin enigermate behoorlijk uitelkaar te houden.
 


[2] Ieder ander, meende hy, was beter, wyzer, bekwamer, gelukkiger, dan hy, en in zekeren zin was dit de waarheid.

Ik gis dat dit soort gevoelens veel pubers kwelt, en n reden is dat ze weinig houvast hebben: Ze moeten zich bevrijden van de begrippen van hun kindertijd, en hebben er nog weinig of niets voor in de plaats.
 


[3] Hy zoog op wat zich voordeed. Ware hy in aanraking gekomen met drinkers... hy had gedronken. Met dieven... hy had gestolen. Met godzalige jongelingen... hy ware aan 't preeken en katechizeeren gegaan.

Ja, zo gaat dat - en, laten we zeggen, adolescenten tussen de 15 en 25 zijn vl meer volgeling van wat op dat moment modieus is in hun kringen dan ze zelf doorhebben of geneigd zijn toe te geven.
 


[4] Larochefoucauld's ceux qui s'appliquent (trop?) aux petites choses, enz.

Uit m'n hoofd: ... "mal treint".


[5] Tot krachtig hopen is reinheid noodig

Nee, slechte mensen kunnen - ceteris paribus - even krachtig hopen als goede, en ook even hard lopen.

Trouwens... die Hollandse "reinheid" (cleanliness, auf Englisch; sauberkeit, in German) is sowieso nogal een calvinistische constructie: Alsof het goede en het schone het gereinigde, geschrobde en geboende zouden zijn. De mens en de dingen deugen niet voordat ze grondig - publiek - gereinigd zijn. Zie ook 1167. Ik noem het publieke er hier bij omdat dit, vooral in Nederland, gewoonlijk de kern van de zaak is: Men toonde in 't Hollandse z'n morele voortreffelijkheid en reinheid aan door iedere dag z'n stoep publiek te doen schrobben, door een dienstmeid.
 


[6] Eens, op-straat - boodschappen doende voor den jongeheer Pompile, natuurlyk - bepeinsde Wouter 't nieuwste nieuwtje van ontwikkeling, dat dien morgen door een van z'n kameraadjes aan 't Postkantoor was ten-beste gegeven, en zie... daarginds zag hy Femken aankomen. Hy keerde zich om en sloeg 'n dwarsstraat in. Waarom toch?

In feite was dit, als met Petrus in de Bijbel, de derde keer dat Wouter z'n ideaal verraadde, verloochende of verzaakte. Zie 1049 en 1131 voor de voorgaande keren.

Idee 1234.