Idee 1224.                                                


Doch, ik zeide het reeds, dat leven was zonderling. Ook sprak ik van de domme voornaamheid die in dit alles geen aanleiding vindt tot nadenken. Reeds wat men ziet, zou hiertoe kunnen opwekken, en om dit te betoogen is het weinige dat ik daarvan noemde, voldoende. [1] Maar hoe zou 't wezen, wanneer we met het oog van den geest iets dieper doordrongen? De bewoners van dat mierennest zyn... menschen.

Het ‘nil humani alienum’ moge dan al niet juist in wysgeerigen zin 'n artikel in hun dagelykschen kathechismus wezen, toch is dat woord op hen van volle toepassing in stoffelyke en maatschappelyke beteekenis. [2] En, ook zielkundig gesproken, het zou 'n ongerymd waagstuk zyn, hun de aandoeningen te ontzeggen, die de... half- en verkeerd-beschaafde zoo gaarne wil doen voorkomen als het uitsluitend eigendom van de ‘deftige klasse.’ Die straathandelaars hebben wenschen en verdriet. Ze kennen vreugde, hoop, teleurstelling... eerzucht misschien. Ze weten - zoo goed als anderen toch, en waarom niet? - wat liefde is. Waarlyk, er is iets menschelyks in zoo'n Oud-roest en in het oude grootmoedertje daarginds aan dien kruiwagen met ‘zuur.’ Vygen verkoopt zy ook. Zie hoe netjes half-decimaal zy ze vyf-aan-vyf heeft gespietst op stokjes. Zoo'n stokje koopt de jeugd voor 'n duit. De winst is groot, want de heele ceroen is 'n onvrywillig geschenk van den kruienier die 't ding z'n winkel uitwierp, omdat de suiker na twintigjarigen bewaardienst zich begon omtezetten in iets als alkohol en sterkriekende gist. Ja, de winst is enorm... àls de jeugd die speetjes koopt. Als! Want - en ziehier de oorzaak van m'n staathuishoudkundige bekommering - vanwaar komt die duit? De vaders en moeders die hem verstrekken moeten, handelen vlak naast de vygen- en zuurvrouw in ransige kokosnoot en curaçaosche pienders.
*) Moet het geld dat hun kind aan die vygen besteedt, niet eerst - en wel boven 't strikt-noodige voor levensonderhoud - òververdiend zyn op hun eigen waar? En wie koopt die waar? Hoeveel brokken klapper, hoeveel van die westindische boontjes, moeten de kleinkinderen van de zuurvrouw by buurman besteed hebben, om hem in-staat te stellen zyn kroost op háár vygen te onthalen? Hoeveel vygen moet zy hebben gesleten aan zyn kinderen, voor ze de duit óverheeft, waarmee háár snoepertjes den koopprys van zyn pienders voldoen? O diepte der verborgenheid, beide der kennisse en des begrips van den amsterdamschen Jodenhoek! [3]

Maar de mysterie van die heen-en-weer wandelende duit is 't eenige vreemde niet dat hier onze aandacht waard is. Waarom byv. vallen die arme zwervers niet telkens hun Jehovah af, gelyk toch anders uit de voorvaderlyke eigenaardigheid zou verondersteld worden - naast den smaak in knoflook, schacheren en zoetigheid - hun lievelingszonde te zyn? Ze bezweken voor de aanminnigheid van kalven en bokken, aanbaden allerlei gedrochten, knielden voor Molochs en Baäls en Astaroths en Dagons, offerden aan babylonische goden, aan persische goden, aan syrische goden, aan vliegen- vuur- en drekgoden, ze ‘vermengden’ zich met vrouwspersonen van allerlei verboden soort, plaagden hunnen ‘Heer’ met 'n aaneenschakeling van ontrouw, zoodat hy geesels te-kort kwam om hun telkens op-nieuw smaak inteboezemen voor z'n liefderyk bestuur... en thans? Geen schyn meer van hoereeren met de hoere Babylons! Vanwaar dit verschynsel? Is de geloovery der volken waaronder zy sedert 'n paar tientallen van eeuwen verkeeren, zooveel minder verleidelyk? Moeten wy aannemen dat de theologische bekoorlykheden van westersche courtisanes zoo ver achterstaan by de charmes der Babylonische verlokster? Is de trouw der hedendaagsche Joden sterker dan vroeger, of zyn de middelen verzwakt waarmee in vorige eeuwen de Booze hen wist overtehalen tot ontrouw? Hoe dit zy, hun onverstoorbare bravigheid verschaft goede dagen aan Jehovah. Sedert achttienhonderd jaren heeft hy zich niet 'n enkel maal op z'n uitverkorene hoeven driftig te maken. De tyd van 'n volkomen en definitieve verzoening zal dus wel naby zyn. [4] Ware liefde mokt geen twintig eeuwen achtereen, by volslagen ontstentenis van oorzaak tot nieuwe verstoordheid. Of... zou ik me hierin vergissen? Bleef er, en blyft er nog dagelyks, 'n oorzaak tot wrevel? Is 't niet waar dat de ‘Heer’ reden heeft tot tevredenheid?

Van bokken- en kalverdienst is geen spraak nu, op den ritus na van dat ééne kalf... 't gouden dat ‘in effekten’ is. Maar de ‘Heer’ zal wel genoeg met z'n tyd zyn meegegaan, om dàt onontbeerlyk rund door de vingers te zien. De aanbidding van andere goden heeft uit. [5] Alle oorzaak van jaloezie schynt dus uit den weggeruimd. Maar... is dit voldoende? Moet de Bruid tevreden zyn, zoolang haar uitverkorene niet openlyk met haren belager heult? Heeft ze niet aanspraak op werkdadige bescherming tegen haar aanranders? Dezen plicht nu vervult jonkheer Israel omtrent jonkvrouwe Jehovah niet! Onder de joodsche natie zyn zeer veel ontwikkelde personen, meer zelfs dan onder de christenen, als we boosaardige statistici mogen gelooven. In de meeste vakken van kennis en wetenschap hebben zy eeuwen lang uitgemunt, en dit is nog thans het geval. Waarom bestryden hun rabbi's, hun theologen, hun geschiedvorschers, hun mannen van letteren, hun denkers, de christelyke godsdienst niet? [6] Waarom laten zy deze taak over aan den enkelen waarheidzoeker die, in 't christendom geboren - en dus zooveel meer moetende afleeren dan 'n Jood - dubbele moeite heeft in 't dóórzetten van die polemiek? En, iets anders nog: de christen-geboren dissident waagt meer, offert meer. Niemand zal 't in onze dagen in z'n hoofd krygen, den Israeliet euvel te duiden dat-i niet ‘in’ Christus gelooft. Niemand zal hem daarom vervolgen, zwart-maken, uitsluiten, lasteren. [7] Dit doet men den niet-israeliet wèl. My, by-voorbeeld. Ik laat nu het onbillyke van deze verkettering daar, om alleen te vragen of niet de Israelieten door hun eigenaardig standpunt by-voorkeur zouden bevoegd en geroepen zyn om de ongerymdheid der christelyke legenden en leerstelsels in het licht te zetten? En ze zwygen. Waarom? Mogen ze dit? Ik geloof het niet. Me dunkt dat spreken hun plicht was, en ik ben zeker dat ook Jehovah - op-straffe van verregaande inkonsekwentie - hieromtrent van myn gevoelen is.

Wat de legende van 't ontstaan des christendoms aangaat, ik weet dat ze nu-en-dan door joodsche schryvers is aangevallen. Als voorbeeld noem ik 't boekje: ‘Geschiedenis van Rabbi Jezus den zoon des timmermans’ dat zeer weinig waarde heeft. **) Men brengt 'n legendaire mythe niet terug tot nuchter-historische waarheid, door 't vertellen van 'n ànders-luidend sprookje. Minder nog, door 'n nieuwe legende te vervaardigen, de vervelende contradictio in terminis waaraan ook verzenmakers zich zoo dikwyls bezondigen. Een gemaakte legende is 'n pasopgerichte bouwval, 'n duizendjarige zuigeling, 'n antikwiteit van gister of vandaag, ligtzinnige haute-nouveauté, stroopend op het baldadig-overweldigd gebied van onbegrepen archaïsme. Ik had korter kunnen zyn: 't is rymelaars-winkelindustrie. Oudbakken Evangelien zyn eerbiedwaardiger dan opgewarmde vertellingen. Wie op comfort en veiligheid gesteld is, kiest z'n woning niet in 'n ruïne die op 't instorten staat, maar evenmin in haastig saamgeflanste barakken. Noch hier noch ginds is kalk en gebint te vertrouwen, doch 't bemoste mag invallen met minder schande dan de muur die door z'n eigen metselaar wordt overleefd.

Niet op die wys alzoo behoort de historiek der wording van 't christendom bestreden te worden. En dit behoeft ook niet. Wat onwaar is, draagt de kiem der vernietiging in zichzelf. Ongerymdheid is niet leefbaar. [8] Doch ligt hierin een verontschuldiging voor de lauwe onthouding van de Joden? Hun profeten yverden toch met alle kracht tegen àndere onwaarheden, die ook wel zouden te-gronde gegaan zyn, wegkwynend in eigen onhoudbaarheid. De leerstellingen van Achab en Jezabel zyn me niet van-naby bekend, maar meent men dat ze school zouden gemaakt hebben indien ze niet waren bestreden door al die profeten? 't Gevaar was zoo groot niet, dunkt me. En ditzelfde komt me voor, de toekomst van 't christendom te zyn, doch... ik blyf er by dat hierin voor de vroeger zoo militante Joden geen grond ligt om al die ongerymdheid te laten sterven aan haar eigen dood. Dan immers hadden ook de filippica der Eliassen, der Elisahs, der Jeremiassen, der Ezechiels, geen reden van bestaan? Israel was toch waarlyk niet met den ‘Heer’ gehuwd onder 't régime van 't laissez-faire! Hoe is dit zoo veranderd? En op-grond van welk additioneel artikel in de Wet van Mozes en de Profeten?

Komaan, Israelieten, ik roep u... niet te-wapen om alles wat uw grooten Mozes niet volgt, te slaan met de scherpte des zwaards - wat ik met uw ‘Wet’ in de hand, zou kùnnen doen - maar ik vraag u: waarom polemizeert ge niet? By elken stryd over 'n middelmuur, stygen de joodsche advokaten als paddestoelen uit den grond op, en uw Jehovah smacht sedert honderde jaren te-vergeefs naar 'n bepleiter van z'n goed recht, of van wat U als zoodanig moet voorkomen. Hoe is dit? De pers is vry. De gewetens ook. De geloovery ook. We hebben burgerlyke wetten die 't auto-dafeën verbieden. Het is u vergund, rondborstig te verklaren dat uw God is de ware God, uw Jehovah de ware Jehovah. Waarom zwygt ge? [9] Katholieken stryden met oud-roomschen en met Grieks-orthodoxen en met protestanten. Protestanten stryden onderling. Elke gemeente heeft 'n Geloof te verdedigen tegen andere Gelooven van andere gemeenten. En in die gemeenten-zelf wemelt het van verschillende leerstellingen. De tyd nadert dat het aantal ‘godsdienstige gezindheden’ vry nauwkeurig zal overeenkomen met het zielental in den staat... wat met de afschaffing dier gezindheden van gelyke beteekenis is. Intusschen vecht ieder voor zyn waarheid. Waarom ook gy niet, o Israelieten, voor de uwe?

Hebt ge geen lust in theologie, omdat de beslommering van den handel... pas op dat Jehovah 't niet te weten komt! Hy is 'n jaloersch God. Elias en Jeremias theologizeerden ook niet voor hun pleizier. En al die christenen dan? Ziet eens hoe ongezond-driftig zy zich maken over Vryen-wil en Voorbeschikking, en Bejaarden Doop, en Transsubstantiatie, en Eedzweren, en Wondergeloof... dit laatste al dan niet ten toppunt van ongerymdheid verheven door voorgewend samenlappen met gezond verstand. Komaan, Israelieten, niet de helft der moeite die uw advokaten ten-koste leggen aan gemeene-twistmuren, hadt ge dozynen moderne goden kunnen onttronen, die uwen Jehovah vierkant in den weg staan.

Ge zyt burgers van de Staten waarin ge - tydelyk? - woont. Zeer wel. Ge draagt mee in de lasten, en geniet van de voordeelen. Ook dit kan niet beter... wat my betreft, omdat noch natie noch geloof my verschil doet aannemen tusschen menschen en menschen. [10] Gy gehoorzaamt en vereert overheid en koningen der christenlanden, en alweer vind ik dit van myn standpunt onberispelyk, en zelfs in hooge mate voorzichtig. Maar... 't is 'n andere vraag, of uw Geloof dit alles toelaat? My dunkt, neen. Toen Herodes door Antonius aan uw voorzaten werd opgedrongen als Koning, maakte hem z'n tegenstander Antigonus tot verwyt dat-i maar 'n Idumeër was, d.i. volgens Flavius Josephus: maar 'n halve Jood, en volgens voorvaderlyke wetten kon de zoodanige geen koning in Israel wezen. En gy? Wat doet gy? Ge neemt Koningen tot uw heer die noch Israeliet zyn, noch Edomiet, noch Kanaäniet, noch... kortom, veel erger dan dat alles: onbesneden volkje dat niet eens 'n tulband draagt, en niet het minste besef heeft van de heiligheid der mozaïsche wetgeving. En die wetgeving-zelf! Hoe kunt gy de dagelyksche verkrachting daarvan aanzien, zonder weerstand, of althans zonder protest? Wat toch heeft uw Jehovah zoo lydelyk gemaakt, of u zoo plichtvergeten? Te Jeruzalem kussen uw landslieden en geloofsgenooten den buitenkant van den muur die de Heilige-steden afsluit, en gy? Wat kust gy? Ge omhelst allerlei dingen die gebrandmerkt staan als heidensch in uw eigen Wetboek. Ge gaat met onbesnedenen om... als broers wel niet, maar als klanten toch en handelsvrienden, wat méér zegt voor 'n rechtgeaard handelsgemoed. Ge reikt de hand aan allerlei boosdoeners die varkensvleesch eten, en zich niet ontzien zouden 'n wafelkraam optezetten in uw tabernakel, wanneer ge u niet kondet beroepen op eigendomsrecht volgens dezelfde Burgerlyke Wet, die U 'n gruwel behoorde te zyn. [11] Gruwel... ziedaar 't woord dat hier te-pas komt! Leest eens na, wat al gruwelen er zyn in het oog van uwen Heer, en die ge toch dagelyks bedryft. Heel Deuteronomium en Levitikus zyn er vol van. Er leven weinig Joden die niet - theologisch gesproken - rechtens tien keeren daags op voorvaderlyke wys zouden behooren te worden ‘weggedaan van voor de oogen des Volks’ door steeniging, of door verzwelging in het binnenste der aarde, en dan... 'n hoop keien er op: ‘tot op dezen dag!

Er staat geschreven: ‘om de zeven jaar zult ge alle schuld kwytschelden’ en gy scheldt niets kwyt: 'n gruwel! Er staat geschreven dat ge zult te eten geven aan de ‘weduwen onder de poort’ en ge woont in steden met barrières: 'n gruwel! Er staat geschreven dat er geen huurprys mag gevorderd worden van geleend geld, en gy zet kapitalen uit tegen de hoogstbedingbare rente: 'n gruwel! Er staat geschreven dat ge geen kleederen moogt aantrekken, vervaardigd uit stoffen van tweërlei soort, en ge kleedt u in bonte gewaden: 'n gruwel! Er staat geschreven...

Waar zou ik eindigen, o Israelieten, indien ik vers voor vers die beide titels uit uw Wetboek vergeleek met wat ge verricht en nalaat? Doet het zelf eens - en sla de viezigheden maar over - en antwoordt my: vanwaar al deze verkeerdheden in Israel? En vooral, zegt my waarom gy de christenen niet bestrydt? [12] Hun leer is de vernietiging van de uwe. Of hun God, òf de uwe, is de ware niet. Het kan u bekend zyn dat ik noch voor den een noch voor den ander partytrek, doch gy moest hierover anders denken, dunkt me. Het jongetjen in den amsterdamschen Jodenhoek dat den prediker Schwartz trachtte te vermoorden, is de eenige konsekwente Israeliet, van wien ik sedert jaren gehoord heb. [13] Geen aanhanger van Mozes mag afkeuren dat die knaap iemand wilde uit den weg ruimen, die vertellen kwam dat ‘de Wet’ ontbonden was, en dat men voortaan z'n God zou hebben te dienen volgens een nieuw reglement. Sei was du bist! [14]

Zoolang de Israelieten zich zoo lauw gedragen in de zaken die zy voorgeven voor heilig te houden, mag ik hen niet hoog stellen. Niet boven Christenen, byv. die even uitmuntend als zy, 't kunstje van akkommodeeren verstaan.

Eerbied voor 't gevoelen van anderen?

Ik heb eerbied voor oprechtheid. En voor dezen eerbied eisch ik eerbied. [15]

*) Misschien is dit woord niet goed gespeld, noch zelfs op den klank af, juist geschreven. Het is langer dan veertig jaren geleden, dat ik ‘Pienders’ gezien heb, of hoorde noemen. Ik bedoel zekere gedroogde boontjes in brosse grysachtige peulen, waarvan elk slechts twee van die pitten bevat, die door 'n nauw-toeloopend middelvak gescheiden zyn. De smaak is olieachtig. [16] Waarschynlyk is dit in verschen toestand het geval niet. Wie er van houdt zooals ze soms in Europa worden rondgevent, lust alles.
Wat de kokosnoten aangaat, daarover valt iets te zeggen, dat ik voor later bewaar. De hardnekkige onwetendheid waarmee natuurbeschryvers den armen klapper een... legendaire rol laten spelen, is komiek. Dat theologen en bespiegelaars elkaar naschryven, is begrypelyk. Maar natuurvorschers, studenten in de wetten van het zyn, moesten konscientieuzer wezen. Nu ja, die anderen ook.

**) Geschichte des Rabbi Jeschuah ben Hanootzri.


[1] Ook sprak ik van de domme voornaamheid die in dit alles geen aanleiding vindt tot nadenken. Reeds wat men ziet, zou hiertoe kunnen opwekken, en om dit te betoogen is het weinige dat ik daarvan noemde, voldoende.

Ja, inderdaad - maar dit laat ook een gevolgtrekking toe die in ieder geval een hoge mate van waarschijnlijkheid of geloofwaardigheid bezit: Er is maar een kleine minderheid die "aanleiding vindt tot nadenken", en van die kleine minderheid zijn er nog weer aanzienlijk minder geïnteresseerd in veel verschillende onderwerpen.
 


[2] Het ‘nil humani alienum’ moge dan al niet juist in wysgeerigen zin 'n artikel in hun dagelykschen kathechismus wezen, toch is dat woord op hen van volle toepassing in stoffelyke en maatschappelyke beteekenis.

Het Latijn betekent zoveel als "niets menselijks vreemd" en komt van een Grieks gezegde van Aeschylos, "Niets menselijks is mij vreemd", en geldt natuurlijk voor ieder mens - al is het ook al weer heel menselijk om menselijke tegenstanders of leden van andere groepen, rassen, geloven, naties of politieke partijen voor iets zeer minderwaardigs en beestachtigs te houden, als dat goed uitkomt voor vermeend eigenbelang. 
 


[3] En wie koopt die waar? Hoeveel brokken klapper, hoeveel van die westindische boontjes, moeten de kleinkinderen van de zuurvrouw by buurman besteed hebben, om hem in-staat te stellen zyn kroost op háár vygen te onthalen? Hoeveel vygen moet zy hebben gesleten aan zyn kinderen, voor ze de duit óverheeft, waarmee háár snoepertjes den koopprys van zyn pienders voldoen? O diepte der verborgenheid, beide der kennisse en des begrips van den amsterdamschen Jodenhoek!

Wel, dit kan aanleiding geven tot allerlei meer of minder ingewikkelde bespiegelingen en overwegingen. Hier is er één van mij, die het wezen van de handel tracht te ontsluieren, maar liefst.

Het ruilbeginsel

Handel, ruil, vraag en aanbod en nogal wat verdere menselijke betrekkingen laten zich allemaal in beginsel vangen in een algemeen schema van de volgende vorm:

- Er is een persoon a met een goed A waaraan a een door a bepaalde waarde toekent
- Er is een persoon b met een goed B waaraan b een door b bepaalde waarde toekent
- Persoon a kent een grotere waarde aan B toe dan aan A
- Persoon b kent een grotere waarde aan A toe dan aan B

En ziedaar: a en b realiseren de voorwaarden voor een ruil waar beiden, bovendien naar eigen inschatting van waarde, persoonlijk voordeel bij zullen hebben - als ze van elkaar weten, en geen ruzie krijgen, en zowel A als B overdraagbaar is aan een ander.

Eén interessant feit hierbij is dat dit in beginsel allemaal van de persoonlijke inschattingen van a en b afhangt; een ander is dat de geschetste verhouding véél algemener zijn dan puur economisch, monetair of handelsmatig - want "het goed" A kan een vriendelijk woord of gebaar voor een ander zijn, en de door a bepaalde waarde toegekend aan A of de moeite die dit a kost, en hetzelfde geldt voor zéér veel meer zaken en handelingen; en een derde is dat het een reden van ruilen biedt, en ook een reden voor verdergaande samenwerking als a beter is in het produceren van A dan b, en b beter is in het produceren van B dan a.
 


[4] Hoe dit zy, hun onverstoorbare bravigheid verschaft goede dagen aan Jehovah. Sedert achttienhonderd jaren heeft hy zich niet 'n enkel maal op z'n uitverkorene hoeven driftig te maken. De tyd van 'n volkomen en definitieve verzoening zal dus wel naby zyn.

Hier vergiste Multatuli zich nogal, en nogal bitter, maar hij kon geen weet hebben van de opkomst van Hitler en van diens anti-semitisme. Het is echter wel zo dat er in de "achttienhonderd jaren" van christelijke beschaving, soi-disant en echte, die M. enigermate kon overzien, toch nogal wat jodenvervolgingen, pogroms e.d. hebben plaatsgevonden, al is het ook zo dat in Europa de strijd tussen allerlei soorten zelfbenoemde christenen vele eeuwen lang een stuk bloediger was, en op veel groter schaal plaatsvond.
 


[5] De aanbidding van andere goden heeft uit.

Letterkundige opmerking: Het citaat is juist zoals het gedrukt staat, maar ik neem aan dat "uit" eigenlijk "nut" moet zijn: Dat ligt in de rede, en is een voor de hand liggende lees- of schrijffout.

En in algemeen-menselijke termen is het nut van de "aanbidding van andere goden" dan gebruikelijk was in de eigen groep dat de aanhangers "van andere goden" maar al te vaak en te graag andersgelovigen vervolgen, discrimineren of uitsluiten van maatschappelijke voordelen en privileges.
 


[6] Onder de joodsche natie zyn zeer veel ontwikkelde personen, meer zelfs dan onder de christenen, als we boosaardige statistici mogen gelooven. In de meeste vakken van kennis en wetenschap hebben zy eeuwen lang uitgemunt, en dit is nog thans het geval. Waarom bestryden hun rabbi's, hun theologen, hun geschiedvorschers, hun mannen van letteren, hun denkers, de christelyke godsdienst niet?

In beginsel is dit natuurlijk geen onredelijke vraag, en er zijn bovendien drie tamelijk voor de hand liggende antwoorden op.

In de eerste plaats is het joods geloof geen predikend en evangeliserend en bekerend geloof, zoals de diverse protestante vormen van christelijkheid dat oorspronkelijk wel waren, en het oorspronkelijke christendom de eerste eeuwen ook was.

In de tweede plaats bestreden de joodse "rabbi's", "theologen" en "geschiedvorschers" het christendom natuurlijk wel, voorzover ze het afwezen, zich er niet toe bekeerden, en voor het één of het ander argumenten gebruikten.

En in de derde plaats deden ze er in beginsel verstandig aan, als minderheidsgroep, om zich niet publiek leerstellig te verzetten tegen het christendom, en niet te prediken dat christenen zich tot het jodendom zouden moeten bekeren.

Maar een belangrijke reden voor Multatuli om de vraag te stellen is dat hij zelf zich wel verzette tegen het christendom, en meende daar wel wat steun bij te kunnen gebruiken.
 


[7] Niemand zal 't in onze dagen in z'n hoofd krygen, den Israeliet euvel te duiden dat-i niet ‘in’ Christus gelooft. Niemand zal hem daarom vervolgen, zwart-maken, uitsluiten, lasteren.

Dit lijkt me, ook in Multatuli's tijd, te optimistisch, afgezien van een kleine minderheid.

De grote meerderheid van de mensen heeft altijd geleefd en gevoeld alsof de opvattingen, praktijken, en waarden en doelen van de kleine groep van mensen met wie zij zelf dagelijks omgaan en waar ze zelf uit voortkomen maatgevend zouden zijn voor wat menselijk is en voor wat mensen behoren te zijn, geloven en prefereren. Het is niet voor niets dat hèt Nederlandse volksspreekwoord en de meest gebruikelijke Nederlandse morele aansporing "Doe normaal, dan doe je al gek genoeg!" is.
 


[8] Wat onwaar is, draagt de kiem der vernietiging in zichzelf. Ongerymdheid is niet leefbaar.

Ik geloof niet dat M. hier ironisch is, en wel dat hij dit zou hebben moeten zijn. Immers, we spreken van religieus geloof, en daarvoor geldt, veel meer dan voor enig andere vorm van geloof, dat het geïnspireerd wordt door wensdenkerij en angst, en dat onwaarheid en ongerijmdheid eerder een sine qua non vormen voor een succesvolle religieuze tekst dan een beletsel.

Immers, het uiteindelijk criterium van geloofwaardigheid voor een religie is niet rationeel maar emotioneel: dat het wensen schijnbaar bevredigt, en angsten helpt beheersen, en beloftes doet over een komend hemels bestaan die het vaak nogal gruwelijke en pijnlijke huidige aardse bestaan dragelijker helpen maken, al is het middels illusies en oncontroleerbare beloftes.
 


[9] We hebben burgerlyke wetten die 't auto-dafeën verbieden. Het is u vergund, rondborstig te verklaren dat uw God is de ware God, uw Jehovah de ware Jehovah. Waarom zwygt ge?

Wel, ik kan onmogelijk antwoorden voor de aangesproken Nederlandse joden uit de 19e eeuw, maar ik kan wel twee tamelijk redelijke antwoorden verzinnen.

In de eerste plaats: Natuurlijk verklaarden de joden dat hun god "de ware God" was, maar ze deden dat gewoonlijk alleen temidden van hun eigen volk, en bij hun eigen godsdienstoefeningen. Immers, de joden vormen geen evangeliserend of bekerend geloof.

En in de tweede plaats: Velen zouden iets als het volgende geantwoord kunnen hebben - en ik formuleer algemeen, omdat het in beginsel voor iedere religie geldt.

Wij zijn mensen, en hebben daarom algemene begrippen nodig over wat de werkelijkheid is, en waar ze toe dient, en wat mensen moeten doen en laten. Onze begrippen en waarden hebben wij, zoals bijna ieder mens, overwegend geleerd en overgenomen van onze ouders, voor wie hetzelfde gold, en het is dus van hen dat wij geleerd hebben wat wij geloven.

Maar omdat wij mensen zijn, en omdat er zoveel geloven zijn, weten we dat we ons kunnen vergissen, zoals ieder mens kan weten dat hij of zij zich kan vergissen over fundamentele vragen. Wij menen daarom dat het iedereen vrij zou moeten staan zijn eigen geloof te praktiseren, voorzover hij iedereen vrij laat hun eigen geloof te praktiseren. Zie verder onder [11].
 


[10] Ge zyt burgers van de Staten waarin ge - tydelyk? - woont. Zeer wel. Ge draagt mee in de lasten, en geniet van de voordeelen. Ook dit kan niet beter... wat my betreft, omdat noch natie noch geloof my verschil doet aannemen tusschen menschen en menschen.

Juist, en zie [2].

In Nederland ligt dit tegenwoordig - anno 2006 - nogal anders, en lijkt rond de 50% van de naar eigen zeggen "autochtone" bevolking, zoals o.a. voorgestaan door de moderne liberale fasciste of fascistische liberale (daar wil ik van afwezen - al denk ik dat zij zelf ook niet duidelijk kan uitleggen wat het verschil is) Rita Verdonk noties te hebben over zichzelf te hebben die emotioneel weinig verschillen van wat Hitler's volgelingen dreef - al mag je dat natuurlijk niet zèggen (374), want dan "demoniseer" je deze schatten van mensen, volgens henzelf. Toch werd er in het voorjaar van 2006 zogeheten sociaal-wetenschappelijk onderzoek gepubliceerd waaruit zou blijken dat minstens 10% van de zogeheten autochtone Nerderlanders zichzelf voor "racistisch" houdt, ongetwijfeld met apentrots op de eigen soort.
 


[11] Ge reikt de hand aan allerlei boosdoeners die varkensvleesch eten, en zich niet ontzien zouden 'n wafelkraam optezetten in uw tabernakel, wanneer ge u niet kondet beroepen op eigendomsrecht volgens dezelfde Burgerlyke Wet, die U 'n gruwel behoorde te zyn.

Maar waarom? Feitelijk ligt hier een interessant thema, namelijk de verhouding tussen de burgerlijke wet en de bepalingen van een religieus geloof, waarbij ik aanneem dat de burgerlijke wet er één is als in Nederland, die tracht te mediëren tussen verschillende geloven, en die geen staatskerk of leidende religie vooronderstelt, zoals in veel landen eeuwen lang het geval was en nog steeds is.

Kortweg gezegd komt het hier op neer, gegeven een dergelijke burgerlijke wetgeving: Ieder geloof dat uitgeoefend wordt onder dergelijke wetgeving is ondergeschikt aan de wet. Men is vrij te geloven en praktizeren wat men wil, zolang men de vrijheden van anderen niet aantast en zich niet onwettig gedraagt.

Dit lijkt zowel zinnig als redelijk als verstandig - maar het is wel in tegenspraak met nogal wat passages in nogal wat heilige boeken, namelijk waren deze oproepen tot het vervolgen van de ongelovigen.

Het lijkt dus alsof het logisch noodzakelijk is dat de gelovigen die willen samenleven met andere gelovigen onder een burgerlijke wet afstand moeten doen van althans dat deel van hun eigen geloof dat hun lijkt op te dragen andersgelovigen te vervolgen of onderdrukken, en dat ze bereid moeten zijn toe te geven dat er een reële kans is dat zij zichzelf vergissen in zaken van het geloof, precies zo als andersgelovigen.

Dit alles lijkt mij beschaafd, maar ik ben niet gelovig, en niet gelovig opgevoed, en ik geef toe dat het niet moeilijk is in heilige boeken van dit of dat geloof passages aan te wijzen die, uit naam van een God, hier zeer strijdig mee zijn.
 


[12] Waar zou ik eindigen, o Israelieten, indien ik vers voor vers die beide titels uit uw Wetboek vergeleek met wat ge verricht en nalaat? Doet het zelf eens - en sla de viezigheden maar over - en antwoordt my: vanwaar al deze verkeerdheden in Israel? En vooral, zegt my waarom gy de christenen niet bestrydt?

--> Tal in VW
 


[13] Het jongetjen in den amsterdamschen Jodenhoek dat den prediker Schwartz trachtte te vermoorden, is de eenige konsekwente Israeliet, van wien ik sedert jaren gehoord heb.

Natuurlijk niet, of slechts tenzij alleen fanaten konsekwent zijn. Het is wèl waar dat er in ieder geloof nogal wat fanaten geweest zijn die bereid waren andersgelovigen te vervolgen of vermoorden, en dat ook de heilige boeken van zeer veel geloven op nogal wat plaatsen daartoe oproepen, of dit vergoelijken.

Maar opnieuw: De principiële punten zijn dat je geen pluriforme samenleving kunt hebben zonder een behoorlijk grote mate van wederszijdse tolerantie tussen mensen van verschillend geloof of van verschillende politieke overtuiging, en dat je geen samenleving kunt hebben als de leden ervan besluiten elkaar naar het leven te staan.
 


[14] Geen aanhanger van Mozes mag afkeuren dat die knaap iemand wilde uit den weg ruimen, die vertellen kwam dat ‘de Wet’ ontbonden was, en dat men voortaan z'n God zou hebben te dienen volgens een nieuw reglement. Sei was du bist!

Natuurlijk niet. In feite zou iedere "aanhanger van Mozes" hebben kunnen zeggen dat zo'n beweerd-religieuze fanate moordenaar speelde met de levens en kansen van de andere joden, omdat hij daarmee pogroms en andere vervolgingen en discriminatie riskeerde.

En wat "beweerd-religieuze" aangaat: Er is bij àlle fanatisme inzake godsdienst of politiek altijd de serieuze mogelijkheid dat de fanaten niet zozeer bijzonder gelovig zijn, al komt ook dat voor, als wel behoorlijk gestoord, en in hun geloof een uitlaatklep voor hun gestoordheid menen te vinden, waar ze in ieder geval in zoverre gelijk hebben dat religieuze uitingen van feitelijke gestoordheid minder kans hebben onderkend te worden als gestoordheid dan andere vormen van gestoordheid.

Wat "gestoordheid" aangaat: Men moet zich wel héél zeker voelen van z'n eigen zaak of geloof om daar mensen voor te willen vermoorden, en 't blijkt historisch waar dat wie mensen wil vermoorden daar graag een zogenaamd godgegeven voorwendsel voor heeft gebruikt. Het grootste goed dient vaak om het grootste kwaad te vergoelijken, mogelijk te maken, en er aantrekkelijk uit te doen zien.
 


[15] Eerbied voor 't gevoelen van anderen?
       Ik heb eerbied voor oprechtheid. En voor dezen eerbied eisch ik eerbied.

Ikzelf heb geen eerbied voor "oprechtheid" als die oprechtheid bestaat in onredelijkheid, onrechtvaardigheid etc. Ongetwijfeld waren er veel oprechte SS'ers, en waren ook de leden van de katholieke inquisitie heel oprecht in hun godsgeloof, en in hun overtuiging dat het goed was onbehoorlijk gelovigen grondig en christelijk te martelen om ze van de slechtheid huns wegen te overtuigen, maar dat maakt ze niet eerbiedwaardig.
 


[16] Het is langer dan veertig jaren geleden, dat ik ‘Pienders’ gezien heb, of hoorde noemen. Ik bedoel zekere gedroogde boontjes in brosse grysachtige peulen, waarvan elk slechts twee van die pitten bevat, die door 'n nauw-toeloopend middelvak gescheiden zyn. De smaak is olieachtig.

Hier moet ik gissen, maar zouden dit niet eenvoudig pinda's kunnen zijn geweest?

Idee 1224.