Idee 1211.                                                


Ook Dieper hield er 'n wezen op na, dat tienmaal in de week 'n fleemerig: ‘een man als U, m'nheer Dieper!’ by hem plaatsen kon, en... op-straffe van ongenade, plaatsen moest. De majesteit waarmee de oude boekhouder in zyn huis om z'n sloffen riep, of 'n ketel saliemelk bestelde - zoo byzonder goed tegen de ‘zinkings’ - was nauw verwant aan 'tzelfde hondenkarakter dat hem zou hebben genoopt de pantoffels van ‘m'nheer’ te kussen, wanneer dit blyk van rechtgeaarde boekhouwery mocht gevorderd worden. [1]

Uitdrukkelyk herhaal ik de betuiging dat we hier, in-weerwil van dat alles, geenszins te doen hebben met ‘slechte menschen’ in gewonen zin. De lezer die diefstal, moord of doodslag verwacht, zal zich bedrogen vinden. Byna zou ik durven zeggen dat de figuren die ik in deze afdeeling der Wouter-geschiedenis ten-tooneele voer, te laag stonden voor eigenlyke misdaad. Doch ook dit zou alweder niet korrekt uitgedrukt zyn. (13) Eigenlyk misdadig waren ze wèl. Ze waren het slechts niet in den oneigenlyk-uitsluitend officieelen zin dien men aan dit woord hecht. [2] Laat me dan m'n bedoeling eenigszins duidelyk maken door de betuiging dat al die personen zyn ten-grave gegaan zonder ooit in kompromitteerende aanraking met Policie of Justitie geweest te zyn. Iets fraaiers mag ik er niet van zeggen.

- Een man als U, m'nheer, moest al lang buiten wezen, niet waar, jongeheer?

- Ja, papa. 't Saizoen gaat voorby, papa!

- Dat is waar, Pompile. Maar... als mama niet reizen kan... wat zullen we 'r aan doen? Ik hoor van Gerrit dat mama weer heel erg is, byzonder erg, Pompile!

Dit had hy van ‘Gerrit’ vernomen. De onnoozele lezer die nooit te logeeren werd gevraagd aan 't hof van Spanje, en dus niet ingewyd kan zyn in de verheven etikette van zoo'n Kopperlithsche huishouding, is misschien verwonderd dat 'n man bericht van den gezondheidstoestand zyner vrouw ontvangt door bemiddeling van den knecht. Men bedenke dat - op 'n kleine uitzondering na, die straks zal gemeld worden - slechts zeer weinige stervelingen toegang hadden tot de suite, waar ‘mevrouw’ huisde, sliep, ziek was, at en dronk, enz. Daar was 'n ‘juffrouw’ die haar gezelschap hield, en 'n kamenier voor 't aan of uitkleeden, en 't optooien. Want... opgetooid wèrd ze. Doch zie, deze beide mynslavinnen waren niet sterk genoeg om 't logge schepsel uit haar bed op den rolstoel te helpen, waarmee ze naar 't voorvenster van de ‘zykamer’ moest gekruid worden. Jaren geleden reeds was er over deze zwarigheid 'n kantoor- en familieraad belegd, met den kanonieken uitslag dat de ook toen reeds niet jeugdige Gerrit zou worden beschouwd als geslachteloos, 'n vereerende onderscheiding die hem 't recht van toegang tot den harem verschafte. Men bedenke dat het er donker was, en de sultane sedert lang grootmoeder. Deze regeling omtrent Gerrit voldeed te-meer aan den eisch, omdat zy samenviel met de voortdurende noodzakelykheid om hem met boodschappen te belasten. Gedurende Wouter's wittebroodsweken pynigde hem telkens z'n wanbegrip, wanneer een der meiden of de kamenier Gerrit kwamen zoeken met de onheldere toelichting: ‘'t is, weetje, om mevrouw te kruien... ze wil er uit’ of ‘ze wil er in.’ Ook begreep-i niet volkomen wat er bedoeld werd met den roep: ‘Gerrit, mevrouw's boeken ruilen!’ Maar dit alles helderde zich weldra op. Dat eeuwige boekenruilen stond in-verband met haar verveling. Ze was geabonneerd in drie leesbibliotheken te-gelyk, en verslond al wat daarin fransch was. Dat er noch door haar, noch door wien ook van de andere familieleden ooit 'n penning besteed werd om 'n boek te koopen, spreekt vanzelf. Van 'n bibliotheek was geen spoor in den huize Kopperlith! De ‘heeren’ meenden dat zoo-iets behoorde by geleerdheid, 'n eigenschap waarvoor zy allerfatsoenlykst den neus optrokken.

Wat overigens die geheimzinnige suite-kamer aangaat, het is te veronderstellen dat ze weleens bezocht werd door Pompile en Eugène ook, wanneer deze jongeheeren hun: ‘broodje gingen eten by mama’ maar overigens waagde zich daarin vóór het uur van 't middagmaal geen schepsel. Dan namelyk, maar ook dan eerst, kon de oudeheer z'n huwelyksgeluk 'n uurtje te zien krygen. [3] Z'n vurige drift om voor dat oogenblik iets te vernemen van de wyze waarop zy den nacht had doorgebracht, kon alleen door Gerrit bevredigd worden, en deze ontleende alweer aan deze byzonderheid zeker gewicht, dat hy zeer handig wist op de schaal te leggen in z'n eeuwigen gezagstryd met: ‘die Wullekes!’ De manier waarop hy 't aanlei om z'n welkome voorwendsels tot dienstweigering toetepassen, is niet moeielyk te raden. Zoodra de wyze kantoorheer iets gelastte dat den kantoor- en huislooper niet aanstond, moest deze juist ‘boekenruilen voor mevrouw’, 'n ultima ratio die Wilkens niet dan schoorvoetend aandurfde. En, als: ‘mevrouw straks misschien zou moeten gekrooie worden’ verzonk de autoriteit van den gehaatten onder-chef in 't peilloos Niet, juist waar Gerrit ze gaarne zag om ze op z'n gemak uit het oog te verliezen.


[1] De majesteit waarmee de oude boekhouder in zyn huis om z'n sloffen riep, of 'n ketel saliemelk bestelde - zoo byzonder goed tegen de ‘zinkings’ - was nauw verwant aan 'tzelfde hondenkarakter dat hem zou hebben genoopt de pantoffels van ‘m'nheer’ te kussen, wanneer dit blyk van rechtgeaarde boekhouwery mocht gevorderd worden.

Saliemelk was licht verdovend, maar ik weet niet in welke zin en welke mate. Welke rol het heeft gespeeld in de grote achteruitgang in beschaving en rijkdom in de 18e eeuw in Nederland weet ik niet.

En een hond heeft geen karakter in menselijke zin, omdat een hond geen menselijke bedoelingen heeft, en niet kan hebben bij gebrek aan taalvermogen.
 


[2] Uitdrukkelyk herhaal ik de betuiging dat we hier, in-weerwil van dat alles, geenszins te doen hebben met ‘slechte menschen’ in gewonen zin. De lezer die diefstal, moord of doodslag verwacht, zal zich bedrogen vinden. Byna zou ik durven zeggen dat de figuren die ik in deze afdeeling der Wouter-geschiedenis ten-tooneele voer, te laag stonden voor eigenlyke misdaad. Doch ook dit zou alweder niet korrekt uitgedrukt zyn. (13) Eigenlyk misdadig waren ze wèl. Ze waren het slechts niet in den oneigenlyk-uitsluitend officieelen zin dien men aan dit woord hecht.

Nee, dat lijkt me niet juist geoordeeld, al is het oordeel dat me wel juist lijkt niet vrolijker. Laat ik dat oordeel eens trachten duidelijk te maken met een paar verwijzingen - terugtellend: 1210a, 1210, 1185, 1171, 1112, 817, 618, 616, 276, 136, 74  en 73 - en, op deze plaats, een stel citaten. Afgezien van een citaat van Roorda zijn deze in 't Engels, omdat ze daar nu eenmaal in 't origineel in geschreven zijn.

En om te beginnen het onderwerp en de vraag waar het om gaat: Het onderwerp is de vermogens, intellectueel en moreel, van gewone doorsnee mensen, die de grote meerderheid vormen onder mensen, en de vraag die ik kort wil pogen te beantwoorden kan begrepen worden als: waarom Gibbon's samenvatting van de menselijke geschiedenis, namelijk

"History is little else but the register of the crimes, follies and misfortunes of mankind"

feitelijk adequaat is?

A. Laat ik de lezer eerst herinneren aan een zeer relevante samenvatting van een theorie van de psycholoog Kohlberg over de verschillen tussen mensen in morele niveaus, die hoog correleren met verschillen in intellectuele niveaus, en helder uiteen gezet zijn in de "Introduction to Psychology" van Hilgard & Atkinson. Dit is te vinden in 1171, en ik herhaal hier alleen de heldere tafel:

Stages in the development of moral values

LEVELS AND STAGES

ILLUSTRATIVE BEHAVIOR

Level I. Premoral

1. Punishment and obedience orientation

Obeys rules in order to avoid punishment.

2. Naive instrumental hedonism

Conforms to obtain rewards, to have favors returned.

Level II. Morality of conventional role-conformity

3. "Good-boy" morality of maintaining good relations, approval of others.

Conforms to avoid disapproval, maintaining good relations, dislike by others.

4. Authority maintaining morality.

Conforms to avoid censure by legitimate authorities, with resultant guilt.

Level III. Morality of self-accepted moral principles

5. Morality of contract, of individual rights, and of democratically accepted law.

Conforms to maintain the respect of the impartial spectator judging in terms of community welfare.

6. Morality of individual principles and conscience.

Conforms to avoid self-condemnation.

Ook wijs ik de lezer er op dat in 1171 uiteengezet wordt dat slechts een klein percentage mensen wat hier Level III (= Stages 5 and 6) halen: De meerderheid hééft geen eigen "self-accepted moral principles" (al denken ze dat regelmatig wel graag) maar opereren feitelijk op een niveau van - veel veiliger, maatschappelijk gewoonlijk veel populairder en makkelijker - "conventional role-conformity".

B. Hier is een citaat uit een brief van M.'s vriend Roorda van Eysinga aan M. van 31 december 1870:

Gij hebt de fout van de meeste keurnaturen. Gij wilt, dat zij denken en gevoelen gelijk Gij. (VW XIV p. 295)

Dit lijkt mij een in beginsel juiste inschatting van een verschil tussen Multatuli en vrijwel al zijn medemensen: Dat zijn geen "keurnaturen", en ze hebben niet het karakter - de zelfstandigheid, de individualiteit, het zelf oordelende, het op eigen kompas varen - om hun ideeën en idealen als maat- en richting-gevend te beschouwen en behandelen voor hun eigen doen en laten en hun eigen oordelen. De voornaamste reden daarvoor zijn een gecombineerd gemis aan intelligentie, onafhankelijkheid en moed - wat in zoverre troostvol is dat deze gebreken niet gewenst of verworven maar aangeboren zijn, en dus mensen niet persoonlijk kwalijk kunnen worden genomen.

Bovendien is het in beginsel ook verstandig voor mensen die geen bijzondere talenten bezitten om zich te richten naar de oordelen van anderen, die kennelijk intelligenter en geïnformeerder zijn dan zij zelf, althans indien deze voorgangers eerlijk schijnen. (Feitelijk richt het grootste deel van de grote massa van onbegaafden zich voor een aanzienlijk deel naar reclame en evidente propaganda.)

C. I.v.m. Multatuli, maar ook met meer gewone mensen en hun onvermogen iets anders dan gewoon, conformistisch en volgeling te zijn verwijs ik de lezer naar 1185, waar o.a. een fraai en relevant citaat van Confucius wordt gegeven, dat aantoont dat Multatuli met zijn aandringen op waarachtigheid weliswaar een thema aansneed dat Nederlanders van het niveau Verhoeven en 't Hart (zie 522) niet in staat zijn te begrijpen, maar dat wel behoorlijk klassiek is.

D. Vervolgens een citaat van T.H. White, uit een boek dat, als Swift's "Gulliver's Travels" als kinderboek werd gepresenteerd, maar feitelijk satire bedoeld voor volwassenen was, en nogal wat behoorlijk scherpe maar daarom niet onware passages bevat als de volgende:

"What are we, then, at present?"
"We find that at present the human race is divided politically into one wise man, nine k
naves and ninety fools out of every hundred. That is, by an optimistic observer. The nine knaves assemble themselves under the banner of the most knavish among them, and become 'politicians': the wise man stands out, because he knows himself to be hopelessly outnumbered, and devotes himself to poetry, mathematics or philosophy; while the ninety fools plod off behind the banners of the nine villains, according to fancy, into the labyrinths of chicanery, malice and warfare. It is pleasant to have command, observed Sancho Panza, even over a flock of sheep, and that is why politicians raise their banners. It is, moreover, the same thing for the sheep, whatever the banner. If it is democracy, then the nine knaves will become members of parliament; if fascism will become party leaders; if communism, commissars. Nothing will be different, except the name. The fools will still be fools, the knaves still leaders, the result still exploitation. As for the wise man, his lot will be much the same under any ideology. Under democracy he will be encouraged to starve to death in a garret, under fascism he will be put in a concentration camp, under communism he will be liquidated. This is an optimistic but on the whole scientific statement (...)"
(
T.H. White's "The Book of Merlyn", p. 51-2)

E. Uit hetzelfde boek is hier een samenvatting van een resultaat van de zojuist geschetste verhoudingen van "one wise man, nine knaves and ninety fools out of every hundred":

"Do you know that it has been calculated that, during the years between 1100 and 1900, the English were at war for four hundred and nineteen years and the French for three hundred and seventy-three? Do you know that Lapouge has reckoned that nineteen million men are killed in Europe in every century, so that the amount of blood spilled would feed a fountain of blood running seven hundred litres an hour since the beginning of history? And let me tell you this, dear sir. War, in Nature herself outside of man, is such a rarity that it scarcely exists. In all those two hundred and fifty thousand species, there are only a dozen or so which go to war." (T.H. White's "The Book of Merlyn", p. 40)

F. T.H. White schreef zijn boek in de beginjaren van de Tweede Wereldoorlog. Als de schatting die hij geeft - "a fountain of blood running seven hundred litres an hour since the beginning of history" - dan was de twintigste eeuw verreweg de gruwelijkse eeuw in de menselijke geschiedenis.

Ter illustratie citeer ik hier mijzelf uit het lemma "Ordinary men" in mijn "Philosophical Dictionary":

Mr. Randolph J. Rummel has taken the trouble of finding out how many civilian persons have been murdered in the 20th Century apart from the many soldiers that were killed on battle-fields. He wrote a book about it called Death by Government, in which one can find, among other things, the following table - that lists only civilian deaths and no military deaths in wartime:

Dictator Ideology Country Years Deaths
Joseph Stalin Communist Soviet Union 1929-1953 42,672,000
Mao Tse-tung Communist China 1923-1976 37,828,000
Adolf Hitler Fascist Germany 1933-1945 20,946,000
Chiang Kai-shek Militarist/Fascist China 1921-1948 10,214,000
Vladimir Lenin Communist Soviet Union 1917-1924 4,017,000
Tojo Hideki Militarist/Fascist Japan 1941-1945 3,990,000
Pol Pot Communist Cambodia 1968-1987 2,397,000
Yahya Khan Militarist Pakistan 1971 1,500,000
Josip Broz Tito Communist Yugoslavia 1941-1987 1,172,000

 

 

 

 

 

 

When summed, this comes to over 200 million murders - nearly all committed by perfectly ordinary men, for what they considered to be the best of moral reasons, from love for Our Fatherland or Our Party or Our Race, and because those they murdered stood in the way of a better society, or so their leaders claimed and they mostly believed.

What the above table also makes somewhat credible is that a considerable part of the murdering that ordinary men do happens especially when they are caught up in totalitarian states, political ideologies, or religious faiths.

And what the above table is misleading about is the role of politics: In the 20th Century most murdering on a social scale happened in the name of totalitarian political ideologies like fascism and communism, but in early ages most murdering on a social scale happened in the name of totalitarian faiths like Catholicism, Protestantism or Mohammedanism.

These facts show that the abilities and inclinations of ordinary men are of fundamental importance to the state and shape of human societies, and of what is possible and impossible in it, and suggest a number of questions.

Also, it so happens that next to Rummel's statistics, there are some interesting studies about ordinary men and totalitarianism: Browning's "Ordinary Men", Conquest's "The Great Terror", and Laqueur Ed.'s "The Holocaust Encyclopedia".

Ik gaf de zes citaten om enig antwoord te geven op waarom Gibbon's samenvatting van de menselijke geschiedenis als weinig anders dan een overzicht van de misdaden, stompzinnigheden, en ongelukken van de mens, adequaat is, en wat het verband is tussen die diagnose en de vermogens, intellectueel en moreel, van gewone doorsnee mensen, die de grote meerderheid vormen onder mensen.

Er zijn, lijkt me, een drietal hoofdkonklusies, gevolgd door een citaat uit een brief van Multatuli

  • De grote meerderheid van de mensen - vrijwel iedereen die niet zowel zus of zo hoogbegaafd is als een zelfstandig karakter heeft - is primair conformist, en komt zelden of nooit verder dan het morele niveau van ""Good-boy" morality of maintaining good relations, approval of others" of "Authority maintaining morality", overigens beide uitstekend geschikt om in tijden van oorlog of burgertwisten een patriottisch held te worden, en voldoende om mensen tot minimaal adequaat maatschappelijk functioneren te motiveren, en tot redelijk voorkomende vriendelijke mensen in tijden van vrede, althans buiten politieke of religieuze dictaturen.
  • De grote meerderheid van het kwaad dat mensen andere mensen aandoen - waar "kwaad" zo objectief en onpartijdig mogelijk gedefinieerd is in termen van geweld, vernieling, moord etc. - wordt gedaan uit naam van wat plaatselijk gelden als de allerhoogste meest nobele motieven, die gezien en benoemd worden door de aanstichters van dat kwaad als goed, nobel, wenselijk, en moreel, en bedoeld om vaderland, kerk, partij of eigen groep te dienen.
  • De mens is in meerderheid een totalitaire, rationaliserende ideologische aap, en is gemiddeld naar aard en aanleg niet in staat tot veel beter, en alleen tot beter dan normaal in de zeldzame tijden dat ze geleid worden door werkelijk begaafde en integere personen, die zich overwegend laten leiden door rationele theorieën en empirische feiten, en niet door irrationeel bijgeloof, fanatisme, illusies of wensdenkerij.
Hier is een citaat uit een brief van Multatuli van 29 december 1881, bijvoorbeeld voor wie meent dat mijn realistische meningen wat misantropisch kunnen klinken:

Liefhebben is juist: geven, gedachten geven, ziel geven. Ziedaar dan ook de oorzaak (en de reden!) van m'n tegenzin in 't schrijven voor 'n publiek dat ik niet liefheb! Ik veracht het vulgus! En meen niet dat ik met dit woord hen bedoel die (konventioneel meestal) voor abject doorgaan. Ook niet de zoog.d onbeschaafden of ongeletterden. Ook zelfs niet de bedryvers van kwade daden. (iets anders dan misdadigers van professie.) Neen, ik bedoel de ordinaire wezens die nooit uit den koers raakten omdat ze ... nooit in zee staken, laat staan stormen braveerden. Daaruit bestaat de meerderheid. Die meerderheid heeft een boventoon in Regeering, in Volksvertegenwoordiging, in rechtszalen, in polemiek, in wysbegeerte (god betert!) in letterkunde, in wat ze poëzie believen te noemen, (meestal niets dan kinderachtige versjes makery.) Die meerderheid heerscht overal! Dat walgt me. Vandaar ook de sarkasmen (...)
(VW XXI p. 557)

Tenslotte, om deze lange noot af te sluiten met een korte opmerking over waar het allemaal mee begon, namelijk de door Multatuli beweerde misdadigheid van de Kopperliths, die kennelijk in het echte leven Van de Velde heten, trouwens, omdat Multatuli daarvoor een paar jaar werkte, ongeveer op de leeftijd dat Wouter dat deed:

Mij dunkt van niet. Ze waren dom, dom, oliedom, en overigens - kennelijk - braaf aangepaste, fatsoenlijke, oppassende, wetsgetrouwe conformisten, die vooral zichzelf bedrogen over zichzelf en hun klanten over de kwaliteiten van de koopwaar, maar beide tekortkomingen zijn geheel normaal.

Wat wèl waar is in dit verband is dat de meeste misdaden die maatschappelijk georganiseerd zijn gebeuren uit naam van de hoogste idealen en uitgevoerd worden door conformisten, in opdracht van politieke of religieuze leiders. Maar dat is een ander verhaal: Zoals mensen in doorsnee zijn, zijn ze goed noch slecht als dat moeite kost of risico oplevert, en vrijwel altijd conformistisch, uit welbegrepen eigenbelang. En dat is ze gewoonlijk niet echt kwalijk te nemen, want het gebeurt gewoonlijk niet alleen uit welbegrepen eigenbelang, maar ook uit onvermogen tot iets anders, origineels en individueels.

Er staat meer over rollen in de lange reeks verwijzingen boven, die ik hier herhaal voor het gemak:  1210a, 1210, 1185, 1171, 1112, 817, 618, 616, 276, 136, 74  en 73, en er zijn wat meer details en preciseringen te vinden in 1112. 
 


[3] Dan namelyk, maar ook dan eerst, kon de oudeheer z'n huwelyksgeluk 'n uurtje te zien krygen.

Ik heb dit er uit gelicht vanwege de fraaie term "z'n huwelyksgeluk".

Idee 1211.