Zoals de lezer in
1209 kan zien leidt M. dit idee uit
de 7e en laatste bundel IDEEN in met "
Thema
van dezen bundel, en in zekere zin van de geheele Woutergeschiedenis".
't Is een fraai
aforisme, en een idem sentiment, maar het is niet geheel waar. Er is
immers alle reden voor een parelduiker de modder, de haaien, 't
zeewier, de gifvissen, en meer dergelijke zaken die het parelduiken
gevaarlijk maken te vrezen - en bovendien bestaat echte moed niet in
de afwezigheid van gerechtvaardigde vrees, maar in het
overwinnen
daarvan. Kortweg:
Waarachtige moed is 't
overwinnen van de angst die de doorsnee weerhoudt het goede te doen.
En ja, ik weet dat dit een geladen
("het goede") definitie is, en daarom misschien niet goed als
definitie, maar het is wel wat M. bedoelde. Voor "het goede" zie
trouwens 423 en de links daar
gegeven.
In feite lijkt dit
idee vooral ingegeven door de nogal minderwaardige aanval van de -
klaarblijkelijk geheel niet van achterbaks sadisme vrije - Van Vloten
op Multatuli, die Multatuli voorgoed 't zwijgen oplegde, omdat Van
Vloten hem vervolgde met de bedreiging Multatuli's familie-schandalen
te onthullen. Ik heb hier eerder over geschreven onder .... en verwijs
de lezer daarheen, en naar VW deel XVIII, waarin desbetreffende
brieven en stukken te vinden zijn.
Niemand heeft het
recht M. te verwijten dat hij een dergelijke dreksmijter niet
antwoordde, maar het blijft vreselijk jammer dat er voor een
Nederlanders als Multatuli altijd honderdduizenden Van Vlotens,
Verhoevens, 't
Harts (zie: 522) etc. zijn, die hun totaal gebrek aan genie zo graag mogen wreken
op een genie dat ze met veel geniepig-achterbaks
gewurm in 'n publiek schandblok hebben weten te manoeuvreren, waar ie zich
niet meer in kan verweren.
Veel kwaad berust op
rancune van doorsnee-mensen tegen wie evident beter is dan zij, en
trouwens ook - en dit is iets geheel ànders - op rancune van
doorsnee-mensen tegen wie evident maatschappelijk beter af is dan zij.
Het niet afmaken van
"Woutertje Pieterse" - nog steeds, en desondanks,
verreweg de mooiste en leerrijkste Bildungsroman ooit - blijft eeuwig
jammer, en is kennelijk vooral te wijten aan Van Vloten's
minderwaardige aanval.