|
Welcome to the Multatuli pages of Maarten Maartensz. See: Help + Map + Tour + Tips + Notes + News + Home |
|
|
| Index Ideen 1 |
| Index Ideen 2 |
| Index Ideen 3 |
| Index Ideen 4 |
| Index Ideen 5 |
| Index Ideen 6 |
| Index Ideen 7 |
| Index Woutertje Pieterse hoofdstukgewijs Index Woutertje Pieterse puntgewijs |
|
Index op Multatuli's Ideën 6 |
| Excerpt uit de commentaren van MM bij Ideen 6 |
| 1081 : Het plan om in den handel te gaan, lachte Wouter toe. Misschien wel omdat-i niet recht wist wat het was. |
| 1082 : Men ziet hier alweer dat de dogmatiek meer invloed heeft dan door velen geloofd wordt. |
| 1083 : God, of 'n god, moest noodwendig het goede willen, het goede zyn. Dit wilde en was Wouter ook. |
| 1084 : ... ‘godsdienst’ kan niet dan op zeer jongen leeftyd aan de patienten worden ingegeven. |
| 1085 : Ik geloof namelyk dat Byron - in-weerwil van z'n verzen dan (56) - inderdaad dichter was. |
| 1086 : .. de elementen die den dichter vormen - Gevoel, Verbeelding en Moed .. |
| 1087 : .. dat alleen zeer oppervlakkige denkers altyd met volkomen juistheid kunnen uitdrukken wat ze bedoelen |
| 1088 : - Gut, Wouter, de menschen liegen zoo! Wist je dàt niet? |
| 1089 : (P.G.) |
| 1090 : De lezer vergeve my deze chronologische vingerwyzing.... |
|
Index op Multatuli's Ideën 6 |
| 1091 : - Dat kun je gerust aan die heeren zeggen, jongen! Je vader deed geen steek. Hy kòn 'tzelfs niet! |
| 1092 : Eindelyk is nu in geheel Duitschland 'n gelykvormig en decimaal muntstelsel ingevoerd. |
| 1093 : 't Ideaal eener Maatschappy brengt ook de afschaffing van rechtbanken en gevangenissen mee. |
| 1094 : .. de klasse der welluidende verzinselen .. |
| 1095 : Wouter's gemoed was zacht, tot het zwakke, weeke en ziekelyke toe. |
| 1096 : ... het thans heerschend materialismus op 't gebied van Smaak, Kunst en Zeden |
| 1097 : ... dat de ‘the proper study of man’ tot de ondankbaarste en minst beoefende vakken behoort. |
| 1098 : Menschenkennis daarentegen is 'n dagelyks voorkomend verschynsel. Men vindt haar zelfs by dieren. |
| 1099 : De menschenkennis van 't oude vrouwtjen in 492, was waarschynlyk van dit allooi. |
| 1100 : Er bestaat zeker soort van domheid, die ... |
|
Index op Multatuli's Ideën 6 |
| 1101 : ..dat het slenteren en draaien en 't schipperen met halve waarheden, tot de attributen van volwassenheid behoorde.. |
| 1102 : 't voorwenden van 'n vluggen dartelenden geest is onmogelyk. |
| 1103 : Het betrof: ‘de kunst van lezen.’ |
| 1104 : Wat vervulde by de Grieken de rol die by ons door 't klassieke gespeeld wordt? |
| 1105 : De wederzydsche argumenten geven meer blyk van voor- en tegen-ingenomenheid... |
| 1106 : Laat ons nu de vraag anders voorstellen: is 't nuttig dat de jeugd latyn en grieksch leert? |
| 1107 : - Maar... dit is toch slecht, niet waar? En waarom zyn dan de menschen zoo? |
| 1108 : De woorden Mensdom, Maatschappy, Volk, Natie, Publiek, zyn voor kinderen slechts klanken... |
| 1109 : Er is veel oefening in begrip noodig om intezien hoe weinig er door sommigen kan begrepen worden. |
| i1110 : Vergaderingen, kollegien, samenscholingen, benden, worden altyd geregeerd door iets anders dan de Rede. |
|
Index op Multatuli's Ideën 6 |
| 1111 : Een Menigte kan zoomin drinken als denken, en heeft dus ... |
| 1112 : ... dat iemand van eenige waarde evenmin kan opgaan in elke andere samenkoppeling, en dat de ikheid... |
| 1113 : O, 't prachtig evangelie van den hoogmoed! Dàt wil ik blyven verkondigen! |
| 1114 : .. door z'n onbederfbare lust in 't exakte, een der meest loffelyke wyzen waarop poëzie zich openbaart .. |
| 1115 : Edelmoedigheid is 'n versnapering waarvan men zoo min mag snoepen als van andere lekkerbeetjes. |
| 1116 : Neen, hy was nayverig op de onburgerlyke losheid van 't gezelschap. |
| 1117 : Meenje dat de Heer z'n gelykenissen verkeerd maken zou? |
| 1118 : Het sterven is niet treurig, dunkt me, maar dat ziek-zyn is zoo vermoeiend! |
| 1119 : .. 't hysterisch element - wie 't weglaat by menschschilderen of geschiedschryven, is 'n knoeier of 'n huichelaar .. |
| 1120 : ...ze spraken toch als 'n boek, en hoestten heel anders dan stervelingen en leeken. |
|
Index op Multatuli's Ideën 6 |
| 1121 : Want, Stoffel, wat doet er 'n mensch z'n geloof toe, niet waar, als-i maar braaf is, en niet roomsch. |
| 1122 : ..dat nu-en-dan zekere byzonderheden van eenigszins gelyksoortigen aard, elkander in kort tydverloop opvolgen.. |
| 1123 : Wie iets begrypen wil, moet niet beginnen met het vooropstellen van 'n onbegrypelykheid. |
| 1124 : Indien wy de kansen beheerschten, kreeg gewis niet ieder haar bescheiden deel. |
| 1125 : Zóó is 't bekende nil mirari 'n rinkelbel van zotskappen geworden. |
| 1126 : Plato was eens zwaar verkouden, en gaf er blyk van.Thersites hoestte hem na, en vroeg: - Lyk ik nu niet op Plato? |
| 1127 : Alles was in rep en roer, want in republikeinsche landen hecht men veel waarde aan titels, pronk en geboorte. |
| 1128 : - De menschen lyken wel mal. |
| 1129 : Aan modellen van geestelyke nietigheid is waarlyk geen gebrek. |
| 1130 : - Ik ken hem heel goed, o, zoo goed! 't Is 'n lief jongetje! |
|
Index op Multatuli's Ideën 6 |
| 1131 : Hy had zich dezen keer werkelyk bezeerd! |
| 1132 : - Maar... als 't Gods schuld was, dacht-i, dan hoefde ik zoo beschaamd niet te zyn! |
| 1133 : By lamlendige beroerdheid... frazen vóór! Van welken letterkundige had onze misdadiger dit geleerd? |
| 1134 : Ze was zoo zonderling van gedrag en manieren, en kon zich niet schikken in de hoogheid van haar stand... |
| 1135 : Maar benauwd wàs 't in dat hokje! |
| 1136 : De waarheid is zoo eerbiedwaardig, dat we haar niet mogen versmaden, al wordt ze verkondigd door juffrouw Laps. |
| 1137 : Eén dame - 't mensch had roode puisten in 't gezicht |
| 1138 : - God laat die moordenaars maar begaan... ik niet! Ik. Wouter! |
| 1139 : Want... 'n mensch moet zorgen voor z'n fatsoen, en nooit ergernis geven, dat weet je-n-ook wel. |
| 1140 : .. verwrongen geslachtsdrift .. |
|
Index op Multatuli's Ideën 6 |
| 1141 : .. ik erken volmondig die behoefte, doch alleen: ‘omdat uwe harten boos zyn’ .. |
| 1142 : Wouter was inderdaad opweg om 'n jonkman te worden. |
| 1143 : Ziek, ziek... ziedaar 't woord! Juffrouw Laps was ziek! |
| 1144 : .. vertoont zich niet, by de statistiek van al dien berouwjammer, onze aarde als 'n vóórhel? |
| 1145 : Want, zieje, als ik alleen ben - ik, als vrouw, weetje - met al die dieven en moordenaars, dan word ik zoo... griezelig. |
| 1146 : Hopen wy dat deze uitspatting geen al te nadeelige gevolgen moge gehad hebben voor 't evenwicht van haar ziel. |
| 1147 : 't Is opmerkelyk hoe men zich ten-allen-tyde heeft toegelegd op 't uitvinden van surrogaten van 't goede. |
| 1148 : .. toch mag ik verwachten dat ieder wete hoe macht, aanzien en invloed gewoonlyk gegrond zyn op kleinigheden. |
| 1149 : 't Spreekt vanzelf dat dit instemmen met den deun van den dag, gewoonlyk ver van oprecht was. |
| 1150 : Al wat men van 't Volk zeggen kan, is dat het evenmin pozitief valsch is. |
|
Index op Multatuli's Ideën 6 |
| 1151 : Prins Erik's zuster had inderdaad geld noodig. Ze speelde Voorzienigheidje. |
| 1152 : Hoor eens, kinderen, wat opvoeding en fatsoen aangaat... geen land boven Holland, dat's maar zeker! |
| 1153 : En de andere gevaarplezieren! |
| 1154 : Ø=Ø |
| 1155 : De leer der doeleinden duidelyk gemaakt door 't achterste-voor zetten van omdatten en opdatten. |
| 1156 : Vooreerst hééft m'n verhaal geen dagteekening... |
| 1157 : ... en hoopte onwillekeurig dat uitstel hem de bondgenootschap van 't onverwachte brengen zou. |
| 1158 : Houd jy je maar goed aan me vast, en denk maar dat ik jouw eigen Kristien ben, heelemaal van jou! |
| 1159 : 't was 'n gezelschap Kaïns op groote schaal! |
| 1160-1 : 't Is toch wel wezenlyk waar, dat God rechtvaardig is en alle zonden straft. |
|
Index op Multatuli's Ideën 6 |
| 1161-1 : - En 't hollandsch hart... wàt zeg je daar, vrouw Gooremest? |
| 1160-2 : Ook alweer 'n bloed-eigen zoon dus van m'nheer Kopperlith, mompelde de Republikein. |
| 1161-2 : De onnoozele knaap wantrouwde z'n geluk, omdat hy 't niet begrypen kon. |
| 1162 : Hy wist de by-omstandigheden niet aan elkaar te knoopen, die hem gelukkiger maakten dan hy-zelf verklaren kon |
| 1163 : Smart en geluk hangen meer af van wat we zyn, dan van wat ons overkomt. |
| 1164 : Men bedenke dat-i weinig andere meisjes had leeren kennen ... |
| 1165-1 : 't Was de waarheid! Koninklyk-Keizerlyke puisten! Menschelyke puisten! |
| 1165-2 : Z'n droomen bleven - als 't wakend leven-zelf - 'n zonderling mengsel van schyn en werkelykheid. |
| 1166 : Maar... ik wou me zoo graag wasschen in heel, heel, heel koud water... koud als ys! |
| 1167 : Hy beproefde dit... als kleine man en als ridder, maar hy bezweek als 'n mensch. |
| 1168 : Rein wàs dat lynwaad, als zy die daartusschen geslapen had! |
| 1169 : De ‘Heer’ doet geen wonderen dan... op zeer grooten afstand en... heel lang geleden. |
| 1170 : En hy handelde flinkweg naar z'n overtuiging... |
|
Index op Multatuli's Ideën 6 |
| 1171 : Wordt wáár. Dàt is de weg! |
| 1172 : 'n Smuke jongen die alles neerslaat wat niet deugt. |
| 1173 : Hy werd moe van 't ongewone, en begon intezien dat ook 't eentonig-banale z'n aangename zyde heeft. |
| 1174 : .. dat ik, voor jaren reeds, de vraag opperde: wàt toch zoovelen beweegt, kinderen te houden? |
| 1175 : - er is geen stad, vlek of dorp in de wereld, waar ik den weg weet |
| 1176 : Wouter had er nooit aan gedacht, of Femke mooi of leelyk was. |
| 1176a : ... 't grieksch-vuur en goedkoop voedsel... |
| 1177-1 : - Ieder moet handelen naar z'n overtuiging, en mag handelen naar z'n smaak, zei de moeder. |
| 1177-2 : ‘omdat verzen zoo moeielyk te begrypen zyn, als men niet vooruit weet wat de dichter heeft willen zeggen.’ |
| 1178 : - Er is geen beter volkskarakter dan 't hollandsche. |
| 1179 : Tot zelfs de eigenaardige reuk van de zaal, bracht het zyne by tot verdooving van z'n begrip. |
| 1179a : Wouter mag zeggen en denken wat-i wil. Ik wasch m'n handen in onschuld. |
| 1180 : Men slaagt niet in dit wereldje, door 't behagen aan de besten! |
|
Index op Multatuli's Ideën 6 |
| 1181 : Er zyn geen kunstregels. |
| 1181a : Men haatte, men verwenschte, men vervloekte den vreemden tiran, o ja, maar... |
| 1182 : .. ook de keizer had gelachen: het mocht dus! .. |
| 1183 : .. den zeer heiligen Paulus. (I Corinthen, XV, vs 14.) |
| 1184 : Ik las dezer dagen eenige Tydschriften, en ben treurig gestemd. |
| 1185 : Van dien angst en die ongerustheid was geen woord waar. Deze klacht hoorde er zoo by, meende de familie... |
| 1186 : - Meen je dat àlle menschen slecht zyn? Dit mag je toch niet aannemen, dunkt me. |
| 1187 : .. de lezer wordt nogmaals uitdrukkelyk uitgenoodigd z'n verwachting op de leest van het dagelyksche te schoeien. |
| 1188 : En aan zulke ploertery is nu ons Woutertje voorloopig overgeleverd. |
| 1189 : .. hoe de ware fatsoenlykheid voorschreef, vergeving te vragen dat men hem zoolang wachten liet. |
| 1190 : Ieder moet maar altyd z'n eigen weg gaan, en dat doe-n-ik dan ook. |
|
Index op Multatuli's Ideën 6 |
| 1191 : .. welk bywerk beheerscht werd door 'n piernaakten Merkurius .. |
| 1191a : Zóó begint krankzinnigheid. |
| 1192 : --- |
| 1193 : .. stond, 'n gelid enkele lessenaars |
| 1193a : Niemand verveelt zich zonder schaamte. |
| 1193b : Dit was nu - o Holsma! - z'n meest-nabyliggende plicht. |
| 1193c : Geen oneerbiediger ding dan de Natuur! |
| 1193d : Multa tulit fecitque puer, sudavit et alsit! |
| 1193e : De zwaarste beproevingen worden ons opgelegd door nietigheden. |
| 1194 : ...over de vraag: ‘of de regels van 'n vers al dan niet moeten beginnen met kapitaalletters?’ |
| 1195 : --- |
| 1196 : In korrektheid van uitspraak, staat Verlaan met z'n fonk, flam, se en sag, boven professer De Vries. |
| 1197 : Men schynt nog altyd niet te weten wat 'n artist is, en verwart hem gedurig met 'n katechizeermeester. |
| 1197a : Wat de Fantasiën van Busken Huët aangaat, dàt is Kritiek! |
| 1198 : dat het opgedeund vers niet m'n dierbaren Klaasje, maar den dichtervorst Bilderdyk-zelf tot vader had. Poenitet! |
| 1199 : Is dit domheid? Is dit boosaardigheid? Is 't beide tegelyk: neerlandisme? |
| 1200 : --- |
|
Index op Multatuli's Ideën 6 |
| 1201 : onze Kopperlith's woonden niet op de Keizersgracht, en patriciers waren ze niet... ziedaar! |
| 1202 : Maar je zult zien dat Krimp weer chikaneert, want... dat doet-i altyd. |
| 1203 : --- |
| 1204 : .. den niet-vleeschetenden stand. |
| 1205 : Toch neem ik 't niemand kwalyk dat-i 'n onbeduidend wezen is. |
|
Overige teksten van Multatuli op deze site |
| De dadels van Hassan |
|
Welcome to the Multatuli pages of Maarten Maartensz. See: Help + Map + Tour + Tips + Notes + News + Home |