Idee 1197a.                                                


Wat de Fantasin van Busken Hut aangaat, dt is Kritiek! De heer Hut bepaalt zich niet tot de kommunikatie dat zeker stuk hem al of niet behaagt - onze meeste critici schynen te meenen dat Publiek nieuwsgierig is naar de maat van 't genoegen dat zy gesmaakt hebben - hy behandelt 'n schryver. [1] Hoe eenvoudig het woord: behandelen klinken moge, slechts zeer weinigen weten het te doen, of erger nog: ze geven niet eenmaal blyk van 't pogen, ze kennen den eisch niet. Onder de Litterarische Fantasin zyn kunstjuweeltjes, waarby 't overgroot deel der behandelde werken zeer diep wegzinkt, z zelfs dat men betreuren moet, Hut's kritisch talent besteed te zien aan zaken die zooveel ingespannen studie geenszins verdienen. (Zie, byv. het stuk over den rymelaar Poot.)

Men verwarre myn zeer gunstig oordeel over dien arbeid - zonder toelichting zou ze slechts de waarde van 'n onbeduidende mededeeling hebben - geenszins met 'n oordeel over des heeren Hut's meeningen en uitspraken. Men kan in zeer veel gevoelens z'n tegenvoeter wezen, en toch erkennen dat hy uitstekende modellen van behandelingswyze geleverd heeft. [2] Dit slechts is hier m'n bedoeling, en ik noodig ieder die wat leeren wil, uit, deze bedoeling te toetsen aan de lektuur van die Fantasin. Het is 'n schande voor Nederland, dat men dien auteur niet zeer eerbiedig verzocht heeft, het onderwys in Letterkunde aan een onzer hoogescholen op zich te nemen. Maar... hy is geen doktor, geloof ik? Hy mag wel my onderwyzen - ik erken dankbaar dat dit het geval geweest is - maar geen jongelu. Des-te-erger voor die jongelu. Inplaats daarvan wordt hun gedoceerd met hoeveel o's of e's men 'n woord mag lardeeren. Prosit!

Wat overigens de meeningen van den heer Hut aangaat, moet ik vragen of wy ook hier soms met het quandoque dormitare te-doen hebben? Diezelfde Busken Hut heeft onlangs aan den heer Vosmaer, naar aanleiding van diens Vogels alle aanspraak op dichterlykheid ontzegd. Ik sta verbaasd over zoo'n... vergissing. Indien de heer Vosmaer geen dichter is, moet ik naar school. [3] Ik, en... zeer velen dan! By-gelegenheid hoop ik hierop terugtekomen. Thesis: de werken van den dichter Vosmaer behooren tot de meest eerbiedwaardige, meest liefelyke verschynsels op 't gebied onzer letterkunde.


[1] Wat de Fantasin van Busken Hut aangaat, dt is Kritiek! De heer Hut bepaalt zich niet tot de kommunikatie dat zeker stuk hem al of niet behaagt - onze meeste critici schynen te meenen dat Publiek nieuwsgierig is naar de maat van 't genoegen dat zy gesmaakt hebben - hy behandelt 'n schryver.

Zie 1197.
 


[2] Men verwarre myn zeer gunstig oordeel over dien arbeid - zonder toelichting zou ze slechts de waarde van 'n onbeduidende mededeeling hebben - geenszins met 'n oordeel over des heeren Hut's meeningen en uitspraken. Men kan in zeer veel gevoelens z'n tegenvoeter wezen, en toch erkennen dat hy uitstekende modellen van behandelingswyze geleverd heeft.

Zie 1197. Huet was overigens een van z'n geloof afgevallen domine die, anders dan sommige andere domines, ook de moed had z'n beroep op te geven.
 


[3] Diezelfde Busken Hut heeft onlangs aan den heer Vosmaer, naar aanleiding van diens Vogels alle aanspraak op dichterlykheid ontzegd. Ik sta verbaasd over zoo'n... vergissing. Indien de heer Vosmaer geen dichter is, moet ik naar school.

Vosmaer was voor Multatuli in het strijdperk getreden - "zo zegt men zulks", en in dit geval met enig recht - in 1873 in De Gids, met artikelen die door Multatuli's weduwe als inleiding bij het Verzameld Werk in de Garmond-editie zijn afgedrukt. Hij was een advocaat en in zijn tijd bekend als schrijver, en zou met Multatuli bevriend blijven tot diens dood.

Vosmaer heeft veel brieven van Multatuli ontvangen, maar had helaas de gewoonte daar stukken uit of af te knippen als deze hem niet passend voorkwamen, om welke redenen er aanzienlijk minder is overleverd van de correspondentie Vosmaer-Multatuli dan anders het geval zou zijn geweest.

Idee 1197a.