Er is my gebleken dat
sommige ‘redenaars’ op 't antwerpsche kongres zich hebben schuldig
gemaakt aan zekere verwarring van denkbeelden, die van zeer oude
dagteekening is, en telkens op-nieuw 't hoofd opsteekt. Men schynt
nog altyd niet te weten wat 'n artist is, en verwart hem
gedurig met 'n katechizeermeester. [1] Deze dwaling is wel zeer
nederlandsch, zeer schoolmeesterlyk, zeer theologisch,
en dus zeer ònartistiek, maar... ze bestaat, en haar wortels groeien
onzen tegenvoeters in de zolen. Dat ze ook op dat kongres teeken van
leven en bloei gegeven heeft, spreekt vanzelf. Dáár, byv. is de
vraag geopperd, of men indruk maken zou op 't ‘Volk’ wanneer men een
slabbetje: ‘simmezet’ noemt?
Neen, heeren, met 'n ‘simmezet’ maakt men geen indruk op het
‘Volk.’ Men maakt indruk door Waarheid, onverschillig of ze
al dan niet gehaald is uit het Woordenboek der Neder... landsche
taal. Of liever, de indruk dien men teweeg brengt, hangt niet af
van zùlke dingetjes. Gyzelf die zoo terugschrikt voor simmezet,
hadt gy ooit te klagen over bovenmatig succes der werken wanneer ge
van eene chemisette spraakt? Waarom toch zou 't
pretens-leelyke zoo'n vreeselyk effekt hebben op zedelykheid en
schoonheidsgevoel, wanneer ge met het pretens-mooie geen enkele ziel
uit de hel weet te halen, noch op kunstgebied iets voorttebrengen,
dat de verfoeielyke middelmatigheid te-boven gaat?
Nogeens, niet in zùlke zaken zoekt de artist z'n kracht. Niet over
zùlke beuzelingen struikelt z'n talent. Niet aan zùlke
onderzoekingen besteedt hy z'n gaven. 't Is zyn roeping niet - en
vooral niet z'n begeerte - om optetreden als verkondiger van 'n
dogma, als leeraar van schoolkennis. De maatschappy is overvol van
ànderen, van niet-artisten, die geroepen en meer-of-min geschikt zyn
tot het vervullen van zulke ondergeschikte taakjes. Gy die vreest
dat de auteur wiens ‘bergtoppen door de wolken boren’ verkeerde
begrippen zal zaaien over de hoogte der bergen, over de substantie
van 'n wolk, en over de ware beteekenis van 't woordeke: boren...
Genoeg! Leest eens in Huet's ‘Litterarische
Fantasien’ - 'n éénig prachtwerk in onze letterkunde
[2] -
wat er, byv. aan dominee Koetsveld
ontbreekt om 'n artist te zyn , en houdt op met uw vragen: ‘of men
zóó of dùs invloed uitoefent op het ‘Volk?’ Wanneer
Jan Steen zoo onwys ware geweest als gy,
zouden wy 'n zeer groot kunstenaar minder hebben gehad, een der
grootsten. Hy kon - om iets te noemen - 't satyn missen,
en de juweelen, en 't scherp lichtverschil, dat zelfs een Rembrandt
noodig voorkwam om 't budjet van z'n gedachten te onttrekken
aan àl te nauwkeurige narekening.
Het
zoeken naar rechtstreeksche leering in kunstprodukten,
bederft de ware leering die de kunst aanbiedt.
[3] Een beschonken
vrouwspersoon van Jan Steen, zit daar niet met wyduitgestrekte
knieën op den hoek eener herbergbank - zie, ze laat 'r kind vallen!
- om te doceeren: o, gy vrouw, wees niet beschonken, en houd vooral
je kinderen vast...
Ik
geloof dat sommige vrouwen en moeders dit wel weten zonder Jan
Steen!
...de kunstenaar levert 'n schets van de indrukken die hem de
buitenwereld te aanschouwen gaf. Hy verlost van den drang om Moeder
Natuur natestreven, onverschillig wat ze voortbrengt. En zyn moraal
is: de oprechtheid van z'n streven. Zyn kracht: het samengrypen van
't heterogeene. Zyn triumf: de heerschappy over de brokkelige
gegevens die hy rangschikt tot één geheel. Zyn loon...
[4]
Nu
ja, daarover sprak ik reeds in den IIIn bundel. Sla dien
eens op, lezer [5], en beoordeel dàn hoe zonderling het 'n artist moet
voorkomen, wanneer-i verneemt dat honderde volwassen personen...
kongredieeren, om uittemaken of 'n schryver mag spreken van ‘simmezet.’
Zoo vraagt 'n rekruut of 't den Maarschalk vrystaat iets te doen,
wat hèm verboden is door z'n korporaal.
Wie
zich oefenen wil in 't beoordeelen van dergelyke zaken, wien het te
doen is om verwyding van gezichtshoek, verzuime vooral niet
die ‘Litterarische Fantasiën’...
van-buiten te leeren, had ik byna gezegd. Nu ja, men doe het! Dit
zou veel ‘belangryke redevoeringen’ op kongressen uitwinnen.
Gedachte is alles, en daaraan is groot gebrek. Wie aandachtig
leest, zal ze vinden in dat werk, waaraan veel arbeid is
ten-koste gelegd. Dat kibbelen over de wyze van inkleeding, over
'n onderdeel van den vorm, doet denken aan den bedelaar die
't vraagstuk opwerpt, of-i z'n goud in 'n beurs of in 'n
porte-monnaie bergen zou... als-i goud had! My dunkt, de man
kon deze moeite sparen tot er iets te bergen wezen zal. En wanneer
hy zóó ver gevorderd is, zal de keus hem ligt vallen. Misschien ook
vergeet hy dan de heele kwestie, uit blydschap over z'n verrassende
welvarendheid.
Zoekt - door zeer vlytigen arbeid, o
kunst-adepten! - inhoud machtig te worden. De vorm zal
u toegeworpen worden. (1065)
[6] Meent echter niet dat het redeneeren òver dien vorm - en nog wel
over de nietigste onderdeelen daarvan - op-zichzelf beschouwd, 'n
arbeid is. De rekruut van zoo-even wordt geen krygsman
door z'n zotte vragen naar de plichten van 'n Maarschalk.
[1]
Men schynt nog altyd
niet te weten wat 'n artist is, en verwart hem
gedurig met 'n katechizeermeester.
Dat is nog steeds zo, en Orwell heeft
met redelijk veel recht in dit verband beweerd dat "All art is
propaganda". Het lijkt me overdreven, maar het geldt voor veel van wat
kunst wordt genoemd: Er wordt iets getoond of vertoond met het doel
iets aan te tonen, te verduidelijken, steunen of aan te klagen.
[2]
Leest eens in Huet's ‘Litterarische
Fantasien’ - 'n éénig prachtwerk in onze letterkunde
Multatuli en Huet kenden elkaar
persoonlijk, en hebben elkaar geholpen, maar Multatuli was niet
bijzonder gecharmeerd van Huet's persoonlijkheid, en wilde niets meer
met hem te maken hebben nadat Huet zich door de regering liet betalen
om op Java te helpen de pers te breidelen.
Het genoemde werk van Huet gaat nog
steeds door voor de beste Nederlandse literatuur-kritiek van de 19e
eeuw.
[3] Het
zoeken naar rechtstreeksche leering in kunstprodukten,
bederft de ware leering die de kunst aanbiedt.
Het ligt ingewikkelder, was het
alleen omdat er een aanzienlijke hoeveelheid kunstwerken zijn, zoals
een deel van de religieuze kunst, en het socialistisch realisme, die
gemaakt zijn om een bepaald standpunt uit te dragen, en dus bestaan
omdat ze propaganda zijn.
[4]
...de kunstenaar levert 'n schets van de indrukken die hem de
buitenwereld te aanschouwen gaf. Hy verlost van den drang om Moeder
Natuur natestreven, onverschillig wat ze voortbrengt. En zyn moraal
is: de oprechtheid van z'n streven. Zyn kracht: het samengrypen van
't heterogeene. Zyn triumf: de heerschappy over de brokkelige
gegevens die hy rangschikt tot één geheel. Zyn loon...
Dit was zeker M.'s idee, en men kan
het toepassen op bijvoorbeeld de Woutertje Pieterse.
[5] Nu
ja, daarover sprak ik reeds in den IIIn bundel. Sla dien
eens op, lezer
Dat kan:
Ideen 3.
[6]
Zoekt - door zeer vlytigen arbeid, o
kunst-adepten! - inhoud machtig te worden. De vorm zal
u toegeworpen worden. (1065)
Hm: Bij voldoende talent. Zie ook
957.