De zwaarste
beproevingen worden ons opgelegd door nietigheden. Zy overvallen ons
dagelyks, telkens, aanhoudend, en vinden ons meestal ongewapend.
Bovendien, er wordt geen eer behaald in zulken stryd. Mozes en de
‘Heer’ wisten 't wel. Ze plaagden Egypte niet met tygers, maar met
sprinkhanen.
Juist, en dat niet omdat nietigheden
per se zwaar te dragen zijn, maar omdat ze met zo velen, zo onverwacht
en zo vaak komen, en in meerderheid onafwendbaar zijn. Zowel het grote
als het kleine geluk ligt besloten in het kleine en alledaagse - in
hoe men is, maatschappelijk mag zijn en individueel durft te zijn. En:
Wie zich niet groot toont in het kleine is niet groot, zomin als wie
het grote niet in het kleine kan zien.
|