Idee 1193.                                                


Na de korte verpoozing die 't binnentreden van den boekhouder onzen Wouter bezorgd had, brak er weldra een nieuw saizoen van bedompte verveling aan. Dieper had 'n yzeren kist geopend, waaruit hy 'n half dozyn kantoorboeken nam, welke hy eenigszins rangschikte op 't vlakke middelstuk van 'n dubbele kantoorlessenaar ‘voor twee personen’ ook wel genaamd: 'n vis-à-vis. Tegenover de zyde waar nu de boekhouder plaats-nam, stond, 'n gelid enkele lessenaars. [1] En daartegen veroorloofde zich Wouter even te leunen - geschied is 't! - telkens als-i 'n oogenblik vergat dat de boekhouder wel eens kon opkyken. Maar dit deed Dieper niet. Hy debiteerde en krediteerde religieuzelyk, en sloeg geen acht op de dingen dezer wereld, die al of niet leunden tegen 'n anderen lessenaar dan den zynen.

Tusschen de alkoof en den eigenlyken kern van 't hoofdkwartier des handels, stond op tafelhoogte een beschotje, dat de grens aanwees tusschen vreemde bezoekers van 't kantoor, en de gelukkigen die er thuis-hoorden. Een daaraan met scharnieren bevestigde klep kon, opgeslagen, dienen tot operatie-bazis van geld-tellen, en vervulde thans in afhangende houding de niet overbodige funktie van afleider van Wouter's verveling. Het ding werd in deze eervolle taak bygestaan door 'n ronde opening in een der hoeken, waarin 'n yzeren ring paste, die bestemd was tot het vastklemmen van den rand der geldzakken. Gelukkig voor Wouter, dat-i dit niet wist. Hy [2] kon nu op z'n gemak zich vermoeien met de vraag: wat toch de handelsbestemming van dien ring was, en van dat gat? Heel eindelyk... goddank, er gebeurde iets: Dieper nam 'n snuifje, en Wouter stond als 'n paal.

- De heeren komen wat laat, jongeheer.

Voor Wouter nog tyd had, te verzekeren dat-i daarom niet boos was op de heeren, en er volstrekt niet aan dacht hen te ontslaan uit de betrekking van patroons, lag de boekhouder al weer gebukt over z'n memoriaal.

Wel beschouwd was de toestand nog verdrietiger dan vóór Dieper's komst. Toen en nu verveelde hy zich, maar zoo-even deed-i niets dan dat. Thans had-i er nog de angst by, dat Dieper merken zou hoe hy zich verveelde, want - en deze opmerking geef ik wèl voor nieuw...
 


[1] Tegenover de zyde waar nu de boekhouder plaats-nam, stond, 'n gelid enkele lessenaars.

Letterkundige opmerking: Zó staat er in de Garmond-editie. De lezer mag 't zelf verbeteren.
 


[2] Hy

Letterkundige opmerking: Zó staat er niet in de Garmond-editie. Daar staat i.p.v. "Hy" het zinledige "Nu".

Idee 1193.