Idee 1186.                                                


Wouter was inderdaad dien saturdag-nacht by de Holsma's gebleven. Den volgenden morgen vroeg nam de dokter hem by zich op de studeerkamer, en sprak hem vriendelyk toe. Hy moedigde den ontluikenden jongeling aan, hem zoo goed mogelyk te vertellen wat er in z'n gemoed omging, doch onthield zich zorgvuldig van alles wat Wouter in de meening zou kunnen brengen dat-i byzonder was. [1] Het spreekt overigens vanzelf, dat hy meer begreep dan Wouter zeggen kon. Ook de niet zeer handig overgeslagen geschiedenis met de onnoozele verleidster, lag hem klaar voor oogen. [2] Hy luisterde naar Wouter's ontboezemingen, als naar iets zeer bekends, en stelde z'n onbegrensde eerzucht - of liever z'n voorbarige en overspannen zucht naar 't goede: z'n God-zyn - als 'n gewoon verschynsel voor, dat uit de levensperiode voortsproot, en... dat uit den weg moest worden geruimd. [3] Ook Wouter's liefde voor Femke, behandelde hy als 'n zeer gewone zaak. Om aan al deze geringschatting zooveel doenlyk de pynlykheid te ontnemen, haalde hy gedurig z'n eigen ondervinding aan, en verklaarde zichzelf schuldig aan de fouten die hy in Wouter meende te moeten gispen, een methode die nog altyd veel ouders en opvoeders onbekend schynt te zyn. Ook Jezus heeft over 't hoofd gezien dat men zich bukken moet om te kunnen opheffen. Of werd hem die terugstootende heiligheid aangewreven door vervalschers? Meenden zy misschien dat de zondeloosachtigheid die hem zoo volstrekt onbevoegd maakte tot voorganger, als onmisbaar bestanddeel van z'n goddelyke natuur moest worden voorgesteld? Zagen ze niet in, dat de voorgewende verheffing tot mr dan Mensch, 'n verlaging was beneden 't peil der Mensheid, die juist aan den specifisch-menschelyken stryd tegen afdwaling, haar hoogheid te danken heeft? Dat ook hier alweer 't onbruikbaar-goddelyke uitloopt op ongerymdheid, spreekt vanzelf. [4]

Holsma, heel ongoddelyk, maar goedig, verstandig en waar, zette zich niet op 'n voetstuk. Hy begon met de betuiging dat ook hy in z'n jeugd alles wat Wouter hem meedeelde, ondervonden had, en tevens dat hy dezelfde gemoedsverschynselen in byna alle andere jongelieden waarnam. Ook trachtte hy de zaak terugtebrengen op burgerlyk-praktisch terrein, met vermyding van allen prikkel tot geestvervoering. Het kwam hem voor, dat z'n patient aan zulke behandeling behoefte had, en hy volgde dus in zekeren zin de koudwatermedikatie van Vrouw Claus. [5] Of deze ontnuchtering ten-allen-tyde en voor ieder dienstig is, blyft de vraag. Ook paste de menschkundige Holsma ze slechts voorloopig toe, en misschien wel als proef om te weten of Wouter tot hooger levensopvatting in-staat was. Hy liet hem z'n gemoed uitstorten, en viel hem niet in de rede, waaruit voortvloeide dat Wouter vry slecht sprak, omdat onafgebroken verhandelingen niet in de natuur liggen. Juist het gehakkel der voorstelling deed den ongeoefenden spreker bemerken - en hierom was 't Holsma te doen - dat z'n aandoeningen minder belangwekkend waren dan hy gemeend had. Hy voelde lust zichzelf in de reden te vallen met de vraag: is 't anders niet? en begon nu te vreezen dat ook Holsma dit zeggen zou. Maar toen-i eindelyk scheen gereed te zyn, antwoordde deze vriendelyk:

- Zeker, zeker, m'n jongen, ik ken dat! In zulke stemming zou je overal willen zyn, alles willen regelen, beheerschen... alles goed-maken, niet waar? Je hebt 'n gevoel alsof je voor alles aansprakelyk was. Het hindert je dat er zooveel verkeerds is in de menschen, en dat zy... o ja, ja, ik ken dat zeer goed! [6]

Maar, eilieve, denk eens na over de middelen die je ten-dienste staan. Hoe zou je 't aanleggen om iets te verbeteren? [7]

Wouter zweeg.

- Meen je dat lle menschen slecht zyn? Dit mag je toch niet aannemen, dunkt me. [8] Onder die menschen zyn er gewis velen die 'tzelfde wenschen als jy. Waarom veranderen zy de wereld niet? [9]

Wouter zweeg alweer. Juist de eenvoudigheid van de vraag belemmerde hem. Maar Holsma drong op antwoord aan.

- Welnu? Komaan, ik zal je helpen. Geloof je dat ik 'n goed mensch ben?

- O ja, riep Wouter hartelyk.

- Ei? Nu, ik geloof 't ook. Ik zou me schamen als ik dit niet durfde zeggen. [10] Waarom dan verander ik de wereld niet? Je spreekt zoo dikwyls van Afrika - omdat je dat land niet kent, m'n jongen! - welnu, ik die 'n goed mensch ben, heb nog altyd de slavenjachten niet afgeschaft. Waarom niet, denkje? Antwoord eens. [11]

Wouter was volstrekt geen debater. 't Lag niet in z'n eerlyken aard, het geven van 'n stellig antwoord te weigeren uit vrees dat het straks zou kunnen gebruikt worden als stormram tegen de meening die hy verdedigen wou. Toch bleef hy weifelen. Men bedenke dat Holsma bezig was met 'n amputatie. Is 't wonder dat de patient het deel van z'n ziel, dat afgezet worden moest, angstig terugtrok?

- Welnu, dan zal ik de zaak anders voorstellen. Je hoort immers wel dat aanhoudend geklop en gehamer... luister! Dat is van 'n smedery hier-naast. Je begrypt wel dat me dit soms hindert?

- By ziekte?

- Ja, en als ik te denken heb. Ik wenschte die smedery verplaatst te zien... z...fluks... op-eens! Zeg me nu eens, waarom doe ik dat niet?

- Omdat... u niet kan, m'nheer.

- Juist! Drom ook heb ik tot heden toe niets veranderd aan al wat er verkeerd geschiedt in Afrika. En ook in Azie niet. En in Amerika niet. En in zeer veel landen niet. [12] Maar gister-avend in de komedie, toen je onwel was - 't was er warm! - nam ik je mee, en ik heb je verzorgd en naar bed laten brengen. En ik heb je moeder laten geruststellen over je lang uit blyven. Dat alles was m'n plicht, niet waar?

- O, m'nheer...

- Geen dank, m'n jongen! 't Kwam me voor, dat het m'n plicht was, en ik deed het: omdat het kn. Wat niet kan, is m'n plicht niet! [13] En daarom ook neem ik die smedery niet tusschen duim en vinger, om haar te verzetten naar 'n andere buurt. Om dezelfde reden bemoei ik me niet met Afrika. Onmogelyke plicht is gn plicht, en het jagen daarnaar staat het vervullen van onze werkelyke plichten in den weg. [14] Heb je weleens op-school je les niet gekend?

- O, dikwyls! Maar in den laatsten tyd niet, omdat Femke...

- Laat Femke nu even rusten. Misschien zeg ik straks een woordjen over haar. Toen je op-school je werk verzuimde, had je zeker aan wat anders dan je lessen gedacht, aan dingen die niet voor-de-hand lagen. Dit nu is de fout van veel jongelu, en - word er niet boos om: ik was ook zoo! - ze komt grootendeels voort uit luiheid. Het is gemakkelyker zich te verbeelden dat men zweeft boven 'n berg die heel in de verte ligt, dan in werkelykheid z'n voet optelichten om over 'n steentje te stappen. [15] Onder de millioenen zaken die je zoudt willen doen, zyn er slechts weinigen die je zoudt kunnen doen. [16] Bemoei je voorloopig alleen met die weinigen. Dt is de weg om verder te komen. Vraag altyd jezelf af: wat wordt er op dit oogenblik van me gevorderd? en gebruik niet de ingenomenheid met het vermeend hoogere, als voorwendsel tot verwaarloozing van wat je lager toeschynt. [17] Je bent ontevreden met je tegenwoordig standpunt? Wel, maak je 'n beter standpunt waard! Dit is de manier om het te bereiken, en de eenige goede manier. [18] Vraag jezelf by elke gelegenheid af: wat is m'n naast-byliggende plicht? Kun je me dit beloven? [19]

Wouter gaf er de hand op.

- En je wou zoo graag meer weten? Ik ook, m'n jongen? Laat ons zien wat er aan die kwaal te doen is. Wat u betreft, het ontbreekt je nu zeer in 't byzonder aan de schoolkennis, waarin jongelieden van uw leeftyd die in andere kringen werden opgevoed, je vooruit zyn. Dt is ligt intehalen, en we zullen er op terugkomen, maar... 't is op dit oogenblik je naast-byliggende plicht niet! 't Beetje latyn dat onze Willem verstaat, en waar je zoo jaloers op bent, is in 'n paar maanden geleerd, vooral wanneer je je zult geoefend hebben in 't willen. Wat zou 't nu helpen, nu? Wen je eerst dat zweven af, dan komt het latyn vanzelf, en 't grieksch ook, en al de andere zaakjes waartegen je nu zoo hoog opziet. Er zyn op dit oogenblik heel andere vyanden te verslaan, dan de ridders uit je romans. Minacht de moeielykheden niet, die je te bestryden hebt. Dit zou juist oorzaak kunnen worden van 'n treurige nederlaag. [20] Je moet je denkvermogen leeren gebruiken naar je eigen wil, en de verbeelding knotten die je anders over 't hoofd groeien zou. [21] Er zyn wysgeeren geweest, die beweerd hebben dat het leven 'n droom is. Wat ze daarmee eigenlyk bedoelden, is me niet zeer helder. Die uitspraak-zelf komt me droomerig voor. Misschien vergis ik me hierin, doch wel durf ik met zekerheid zeggen dat droomen geen leven is. Begryp je dit? [22]

Wouter knikte toestemmend.

- De ware verhevenheid, ging Holsma voort, is dat men doet wat men doen moet, zelfs 't geringe. [23] Wat zou je zeggen van ridders die zich op den kop lieten slaan door vagebonden, omdat hun riddereer niet toeliet zulk kanalje ten-onder te brengen? Zou je dit niet 'n onbruikbare ridderschap vinden? Je gaat nu in den handel? Kom my over 'n maand eens vertellen, of je woord gehouden, en altyd je naast-byliggende plicht vervuld hebt? Dan zullen we verder zien, maar... dt eerst! Zal je 't doen?

- o zeker, zeker! Maar... m'nheer, mag ik u nu vragen naar...

- Naar Femke? Wel, dat is 'n best meisjen, 'n heel braaf kind, en 'n nichtje van me.

- Maar hoe dan te begrypen wat ze daar kwam doen? En hoe ze...

- Die dame in de komedie was Femke niet. Dat was prinses Erika. We wilden haar zien, omdat haar voorouders aan de onzen verwant waren. Hierin is niets byzonders, kereltje! [24]

- Een wezenlyke prinses?

- Ja, en Fem is 'n wezenlyk waschmeisje. We willen hopen dat die Erika even degelyk van karakter is als zy. Maar, jongen, hecht toch aan zulke dingen zoo'n gewicht niet. Men ziet dat afwyken van familievertakkingen dagelyks. Of, al ziet men 't niet, het is zoo. Er moet 'n tyd geweest zyn dat Erika's voorouders zich in beestenvellen kleedden, en de mynen ook. De vraag is, of zy 't weet dat ze hier te-lande stamverwanten heeft? Dat wy 't weten... nu ja, m'n broer Sybrand schept genoegen in 't opsporen der overeenstemming van schynbare tegenstellingen. [25] Ook in taal... dit heb je by 't kippenhok gehoord. [26] Wel beschouwd, is de wereld veel kleiner dan je meent: alles raakt elkaar! [27] Wie weet of 't niet invloed heeft op de Geschiedenis, dat je morgen by die heeren... hoe heeten ze ook?

- Ouwetyd en Kopperlith, m'nheer.

...dat je by de heeren Ouwetyd en Kopperlith den handel gaat leeren. Welnu, wereldhistorisch of niet, doe daar je naast-byliggende plicht! [28] Dit is nu de ridderlyke taak die ik je opdraag... als je naar me luisteren wilt. Zal je 't doen?

- Heusch, m'nheer! Maar... Femke?

- Daar heb je 't al! Ze heeft niets met je naast-byliggende plicht te maken. De eenige dame die je voor 't oogenblik dienen moogt, is... nu, wie?

- De... handel?

- Juist! Wil je nu volstrekt iets van Femke weten... welnu, zy zegt ook dat je je niet met haar bemoeien moogt, en aan niets moet denken dan aan je werk...

- O, ik zl, ik zl!

- Nog wel tien jaren lang.

- Tien jaren? Tien?

- Ja, z zei ze toen ik haar vertelde dat je nog zoo weinig wist, en zoo weinig kon. [29]

- Tien jaren?

- Nu ja, z zei ze. Misschien acht, of... twaalf, of... twintig, want je begrypt wel dat men zoo-iets niet zoo hl nauwkeurig kan bepalen.

- Tien jaren?

- Z zei ze.

- Ik zl!

- Heel goed, m'n jongen. 't Zal my genoegen doen, en... hr ook. Begin er dus spoedig mee, en dring je niet op, dat het zoo byzonder moeielyk is. Dat maakt zenuwachtig. [30] Duizenden zyn voor tien jaar begonnen met wat u morgen te doen staat, en... ze leven nog! Je ziet dus wel dat het kn. Bovendien, denk nu voorloopig maar alleen aan de eerste maand. Zoo breek je den tyd. Over 'n week of vyf wacht ik je hier. Dan zullen we verder zien.

Na nog eenmaal beloofd te hebben dat-i alle gekheid uit z'n gedachten zetten zou, nam Wouter voor dien dag afscheid. Maar hy bewaarde z'n rozeknopjes, al was 't hem niet helder of de vereering van deze reliek - het eenige wat hem uit de afgeloopen driedaagsche stormperiode overbleef - 'n prinses gold, of 'n bleekmeisjen, of beiden, of de kleine Sietske Holsma, of 't portret uit de zykamer, of 'n ideaal dat hyzelf samentooverde door 't onwillekeurig ineensmelten van al deze beelden tegelyk. [31] Om zyn aan Holsma gegeven woord gestand te doen, verbood hy zich alle onderzoek dienaangaande, en drong met heldhaftigheid z'n aandoeningen terug. Het blyft de vraag, of-i tot helderheid en zelfkennis zou geraakt zyn, wanneer hy hierin niet geslaagd was? Wie zegt ons, of niet misschien de indrukken die hy meende te hebben opgevangen van buiten-af, de afspiegeling waren van z'n eigen gemoed? Om dezen twyfel begrypelyk te vinden, heeft men zich slechts aftevragen, of z'n fantazie werkeloos zou gebleven zyn, indien hy al die voorwerpen niet ontmoet had? Ik acht deze opmerking hierom niet zonder gewicht, wyl ik aan de gewaarwording die Wouter beheerschte, nog altyd den naam van liefde niet geven durf. [32] Dat een der meest karakteristieke kenmerken van het beminnen, de zucht om goed te zyn - 508 - hem niet ontbrak, is waar. Doch deze neiging had zich reeds veel vroeger in eigenaardige overdrevenheid by hem geopenbaard, waaruit dan ook, lang voor hy Femken ontmoette, z'n overspannen eerzucht en de daarby behoorende hoogmoed waren voortgesproten. [33]

Onder de aandoeningen die hy na 't gesprek met Holsma moest terugdringen, speelde de nieuwsgierigheid naar de oplossing der verschillende wyzen waarop Femke zich aan hem vertoond had, maar 'n zeer ondergeschikte rol. Dit schynt te vreemder, omdat hy aan de door Holsma gegeven verklaring geen geloof sloeg. Hy bleef er by, dat het meisje in den schouwburg wel inderdaad de persoon was geweest die men tot-nog-toe Femke genoemd had, en schreef Holsma's verzekering f aan dwaling toe, f aan de zucht om hem tot kalmte te brengen. [34] Hy beweerde meer van dat meisje te weten dan den dokter kon bekend zyn, die haar niet in die herberg gezien had! Dat ze zich kon voordoen als prinses, kwam hem volstrekt niet vreemd voor. Het was eer te verwonderen, meende hy, dat ze de goedheid had, zich nu-en-dan te vertoonen als kindermeisjen of als dochter van 'n waschvrouw. Een prinses? Wel mogelyk! Waarom niet? Dat meisjen op die tafel zou niet Femke geweest zyn? Ook niet die verschyning in den schouwburg? Heel natuurlyk, en geheel in overeenstemming met de hoogte waarop hy altyd het voorgewende bleekmeisje geplaatst had? Als dat niet Femke was, dan kon zeer goed het meisje dat hy tot nog toe Femke noemde, eens-vooral prinses wezen. Deze verandering was zoo groot niet, of liever... 't was er geen. Als 'n bliksem schoot hem nu ook de indruk door de ziel, dien het schrikwekkend bellen van juffrouw Laps dien vrydag-avend op hem gemaakt had. Toen immers reeds vroeg hy zich af, of daar misschien prinses Erika was, die kwam ruilen? [35] Er bleek nu, dat ze dit reeds voorlang gedaan had! Dat er in dit alles iets geheimzinnigs lag, ontveinsde Wouter zich niet, maar dit geheimzinnige kwam zoo juist overeen met z'n droomen en luchtbeelden, dat het hem meer bevredigde dan ooit nuchtere waarheid zou hebben kunnen doen. [36] Hy was evenmin nieuwsgierig als de velen die na de lezing van Genesis, nu eens-vooral meenen te weten: waar alles vandaan gekomen is en geen lust hebben in 'n onderzoek dat hun die genoegelyke zekerwetery zou kunnen kosten. Hierin zal dan ook wel de oorzaak liggen, dat voor zekere gemoederen slechts de fabel 't kenmerk van de waarheid draagt. [37]

Gelyk de Mensheid in voorhistorische tyden, was Wouter nog altyd ontvankelyk voor 't buitengewone, voor 't wonderbare, voor 't onmogelyke. Wie hem verzekerd had dat Femken onderworpen was aan gewone aandoeningen, zou niet zoo zeker op geloof hebben kunnen rekenen, als de dichter die haar tot onderwerp had gekozen van de wildste fantazie. [38] Wanneer hy haar had te spreken gekregen, zou er aan nderen die 't onderhoud bywoonden, gebleken zyn dat zyzelf in dit opzicht hooger stond, maar of 't hm gebleken ware, blyft de vraag. Elke uiting van haar eenvoudig gezond verstand zou hy hebben opgenomen als neerbuiging om-zynentwil, als 'n poging om 'n taal te spreken die verstaanbaar was voor... menschen of burgerjongetjes. Ze houdt zich zoo om my niet afteschrikken zou hy dan gedacht hebben. In-hoeverre er by dit alles invloed werd uitgeoefend door de byna geheel uitgewischte herinnering aan de Fancy-verschyning, is moeielyk te bepalen. Wel was de indruk daarvan niet meer te herkennen, doch misschien deden zich nog altyd de gevolgen van dien indruk eenigszins gelden. [39] Z'n geest was eenmaal zekeren weg opgestuwd, en in deze richting ging hy voort, al was dan ook 't punt van uitgang sedert lang uit het oog verloren. Ook deze byzonderheid is op de Geschiedenis van 't Menschdom ten-volle van toepassing. Wy werpen de fabels weg, waarmee ons Geslacht in z'n kindsheid werd vermaakt, we schamen ons over 't geloof aan de spokery waarmee het bedrogen werd, maar... blyven gebukt gaan onder de gevolgen der onnoozelheid van vorige geslachten. [40]

Wouter vroeg niet meer: zou zy 't zusje wezen, dat ik zoek? maar de behoefte aan ineensmelting met 'n wezen, dat hy wilde toebehooren - in-verband altyd met z'n zucht naar kennis en stryd - bleef bestaan. [41] En alweder werkte de onbewustheid van deze neiging bevredigend op z'n begeerte om de vele byzaken die hy niet begreep, eens eindelyk opgehelderd te zien. In al het vreemde dat hem de laatste dagen overkomen was, vond hy evenzeer aanleiding om zich aftevragen: wat ws er toch? als om zich toeteroepen: zeker, zeker, z is het! Juist wat ik altyd meende! Dat mysterieuze-zelf was juist de voldoening die hy zocht, en... dus nog altyd 'n blyk van z'n onrypheid. Zyn aandoeningen waren hem als 'n bewogen water waarin de onvolwassen ziel de Nixen ziet spelen, die ze zien wil, hoe onbestemder van omtrek, hoe weifelender van lynen, hoe liever. Naar juister teekening, naar meer duidelykheid, haakt die ziel niet... er mocht eens blyken dat ze zich slechts gespiegeld had in de rimpeling van den door haarzelf in roering gebrachten vloed! [42]

Was Femke gn prinses? Was prinses Erika niet - uit weelde-liefhebbery dan - 'n waschmeisje? Eilieve, misschien ook was dat heerlyk standbeeld op die tafel, noch de een noch de ander... 'n derde verschyning dus! Drie? 't Is te weinig! Millioenen beelden van dien aard waren niet te veel om, saamgevat in n totaal-gedachte, de begeerte te bevredigen van 'n gemoed dat, slechts ontluikend nog, niet Femke beminde, maar... de Liefde! [43] Waarlyk, de knaap had nog veel te leeren, en waarschynlyk waren op deze behoefte, de raadgevingen van z'n menschkundigen vriend gegrond. Het schynt wel, dat Holsma inzag hoe Wouter vr alles moest kennismaken met het llerlaagste, om allengs opteklimmen tot de Pozie der Werkelykheid die zooveel hooger staat dan
liefelyk-bontgekleurde - maar kinderachtige, onvoedzame en dus verderfelyke - droomery! [44]  

Hoe dit zy, even als hyzelf, dalen we voor eenigen tyd naar lager sferen. Het hoofdkwartier van de Mensheid is nu eenmaal gelykvloers. Vandaar gaan wy altyd uit, drheen keeren wy altyd terug. Het is al wel, wanneer we niet verleerd hebben van-tyd tot-tyd ons te vermeien in wat vlucht. [45] Hopen wy dat de lust en de kracht ons niet begeven, die uitspanning te hervatten. Er bestaat dan tevens kans, nader kennis te maken met prinses Erika, by welke gelegenheid we misschien te weten komen dat aristokratie van verstand en hart niet uitsluitend behoeft gezocht te worden in de... lagere standen, zooals sommige romanschryvers - hofmakend aan 't gemeen - weleens voorgeven te gelooven. Reeds nu durf ik verzekeren dat ze wel degelyk van de familie was, en wel in veel hooger zin nog, dan oom Sybrand weten kon. [46]

Voor 't ons vergund is nader kennis met haar te maken, hebben we - precies weer als Wouter zelf - vervelender dingen te behandelen. Z immers moet m'n geschiedenisje geschreven worden, op-straffe van niet op 't leven te gelyken, wat 'n fout wezen zou, 'n groote fout... de gewone! [47]


[1] Den volgenden morgen vroeg nam de dokter hem by zich op de studeerkamer, en sprak hem vriendelyk toe. Hy moedigde den ontluikenden jongeling aan, hem zoo goed mogelyk te vertellen wat er in z'n gemoed omging, doch onthield zich zorgvuldig van alles wat Wouter in de meening zou kunnen brengen dat-i byzonder was.

We zijn aangeland bij een opvoedkundige verhandeling, waarin de vaderloze Wouter een aantal welgemeende raadgevingen krijgt van de menskundige dokter Holsma.

Ik zal m'n best doen er het mijne van te zeggen, en begin hier met de opmerking dat ik Holsma's hier gegeven overweging begrijp, maar dat het toch niet z gek geweest was om z'n belangstelling in Wouter wat toe te lichten, en hem wat zelfvertrouwen te geven.
 


[2] Het spreekt overigens vanzelf, dat hy meer begreep dan Wouter zeggen kon. Ook de niet zeer handig overgeslagen geschiedenis met de onnoozele verleidster, lag hem klaar voor oogen.

Dat is dan behoorlijk knap van de menskundige dokter Holsma, namelijk iets "klaar voor oogen" te krijgen uit een "handig overgeslagen geschiedenis", maar we zullen het maar aannemen.
 


[3] Hy luisterde naar Wouter's ontboezemingen, als naar iets zeer bekends, en stelde z'n onbegrensde eerzucht - of liever z'n voorbarige en overspannen zucht naar 't goede: z'n God-zyn - als 'n gewoon verschynsel voor, dat uit de levensperiode voortsproot, en... dat uit den weg moest worden geruimd.

 

 


[4] Dat ook hier alweer 't onbruikbaar-goddelyke uitloopt op ongerymdheid, spreekt vanzelf.

Ja, maar het fundamentele probleem met aannames van een godheid is niet de "ongerymdheid", al is ook dat gewoonlijk het geval, maar het feit dat de gelover verkiest z'n eigen wensen voor waarheden te houden, ongeacht evidentie, en meestal ook zonder veel of enige zelfstandige moeite om te proberen objectief en feitelijk te redeneren.

Religie is wensdenkerij, met de valse pretentie boven kritiek te staan, gewoonlijk vanwege het ook al valse voorwendsel dat de religieuzen (van een welbepaald geloof) het zo vreselijk goed zouden menen. Wel, als dat waar was, dan zouden ze eerlijker en rationeler redeneren, om te beginnen.
 


[5] Het kwam hem voor, dat z'n patient aan zulke behandeling behoefte had, en hy volgde dus in zekeren zin de koudwatermedikatie van Vrouw Claus.

De lezer kan deze (her)lezen in 1167 en moet overigens geneigd zijn aan te nemen, als ik, dat vrouw Claus, die immers van zichzelf Sietske Holsma heet, de zuster van dokter Holsma is.
 


[6] - Zeker, zeker, m'n jongen, ik ken dat! In zulke stemming zou je overal willen zyn, alles willen regelen, beheerschen... alles goed-maken, niet waar? Je hebt 'n gevoel alsof je voor alles aansprakelyk was. Het hindert je dat er zooveel verkeerds is in de menschen, en dat zy... o ja, ja, ik ken dat zeer goed!

Hier spreekt Multatuli ook voor zichzelf. Het komt vaker voor, maar niet in democratische meerderheid, en schijnt vooral een eigenaardigheid van sommige hoogbegaafden. Zie 1171 voor wie enige achtergrondkennis wil.
 


[7] Maar, eilieve, denk eens na over de middelen die je ten-dienste staan. Hoe zou je 't aanleggen om iets te verbeteren?

Dit is een uitstekende vraag voor wereldverbeteraars, en 't mag aangenomen worden dat M. deze vraag hier ook minstens enigszins aan zichzelf stelde, o.a. omdat zijn langjarig pogen maatschappelijke opgang te maken met zijn schrijven, om zich aan het hoofd van een maatschappelijke verbeteringsschare te scharen, in Nederland of Nederlands-Indi, rond de tijd dat hij dit schreef evident mislukt was.
 


[8] - Meen je dat lle menschen slecht zyn? Dit mag je toch niet aannemen, dunkt me.

Toch is dit wat de P.G. waarin Wouter opgevoed was leerde, en wel als het gevolg van de goddelijke wil vanwege Adam's en Eva's nieuwsgierigheid naar kennis, vooral van sex.

En de gelovigen van de P.G. hebben een beperkt en metaforisch gelijk: "Alle" mensen zijn niet slecht, en "alle" mensen zijn ook niet goed, maar helaas is het kennelijk wel zo dat de meeste mensen conformist zijn, uit welbegrepen eigenbelang, uit begrijpelijke angst (in politiestaten, bijvoorbeeld), of vanwege domheid en onvermogen zelfstandig tot rationele en redelijke konklusies te komen.
 


[9] Onder die menschen zyn er gewis velen die 'tzelfde wenschen als jy. Waarom veranderen zy de wereld niet?

Er is een veel betere soortgelijke vraag, die vooral jonge wereldverbeteraars over het hoofd plegen te zien: Waarom hebben de voorgaande geslachten geen betere wereld nagelaten?

Wel... ls "de" mensen in staat waren geweest een samenleving tot stand te brengen waarin iedereen rechtvaardig het zijne krijgt, dan was dit allang gebeurd. Het is niet gebeurd omdat mensen daartoe niet in staat of niet gewillig zijn, en gewoonlijk beide. Daarbij: En belangrijke reden voor zowel het niet in staat als het niet gewillig zijn is dat mensen het niet met elkaar eens kunnen worden over wat een betere wereld zou zijn, en hun oordelen daarover laten afhangen van hun illusies of eigenbelang.
 


[10] - Welnu? Komaan, ik zal je helpen. Geloof je dat ik 'n goed mensch ben?
      - O ja, riep Wouter hartelyk.
      - Ei? Nu, ik geloof 't ook. Ik zou me schamen als ik dit niet durfde zeggen.

Dit was ook Multatuli's eigen mening over zichzelf. In Nederland geldt dit als onbehoorlijk, onwellevend, en als "eigen roem stinkt" - maar er valt veel voor te zeggen dat er in Nederland heel weinig goede mensen zijn, en veel leugenaars en conformisten.
 


[11] Waarom dan verander ik de wereld niet? Je spreekt zoo dikwyls van Afrika - omdat je dat land niet kent, m'n jongen! - welnu, ik die 'n goed mensch ben, heb nog altyd de slavenjachten niet afgeschaft. Waarom niet, denkje? Antwoord eens.

De slavenhandel werd in 1807 afgeschaft door het Engelse parlement, na een langjarige campagne van zowel verlichtingsdenkers als bewogen christenen. In Nederland duurde dit tot 1865. Wat dit aantoont over het Nederlands karakter, if anything, of over de bijzondere moraliteit van de onder - soi-disant - liberalen nog steeds bewonderde Thorbecke (zie 451, 452 en 972), mag de lezer zelf uitmaken.
 


[12] - Juist! Drom ook heb ik tot heden toe niets veranderd aan al wat er verkeerd geschiedt in Afrika. En ook in Azie niet. En in Amerika niet. En in zeer veel landen niet.

Ik merkte in de vorige opmerking op dat de slavenhandel werd afgeschaft in de 19e eeuw (en ruim vijftig jaren later dan elders ook in Nederland), en het lijkt hier de plaats twee algemene opmerkingen over zogeheten ontwikkelingswerk te maken, waarmee ik dan bedoel: Hulp door europeanen aan zogenaamd onderontwikkelde landen.

De eerste is dat er ondanks de ontstellend grote armoede in Nederland (zie 451 en 829) al in de 19e eeuw wel degelijk aan ontwikkelingswerk werd gedaan, alleen niet onder die naam. Men noemde het meestal zendelingenwerk, en het ging vooral om het financieren van missionarissen en bijbels.

De tweede is dat de meerderheid van het ontwikkelingswerk, toen en nu, lijkt onderworpen aan wat ik de wet op de hulpverlener noem: De hulpverlener verleent hulp ... aan zichzelf. Dit geldt voor artsen, missionarissen en ontwikkelingswerkers, en de laatste schijnt toch vooral een acceptabele manier geweest te zijn om meisjes en jongens uit de betere standen enige jaren betaalde vakantie met status en ook vaak studiepunten te verschaffen, onder het voorwendsel allerlei goeds te doen voor de minderbedeelden, en een aantal professionals langdurig en goed financieel te onderhouden.

Er is niets dat zo vaak misbruikt is als goede doelen, en ook niets dat zich beter tot misbruik leent dan goede doelen.
 


[13] - Geen dank, m'n jongen! 't Kwam me voor, dat het m'n plicht was, en ik deed het: omdat het kn. Wat niet kan, is m'n plicht niet!

Hier onderwijst dokter Holsma de klassieke romeinse rechtsregel "non posse nemo obligatur" en past deze toe. Het probleem is natuurlijk dat iemand die z'n plicht niet wil doen maar al te makkelijk geneigd zal zijn te denken dat het doen van z'n plicht feitelijk onmogelijk is, dus niet hoeft.
 


[14] Onmogelyke plicht is gn plicht, en het jagen daarnaar staat het vervullen van onze werkelyke plichten in den weg.

Zie eerst de vorige noot. En de chte vraag is natuurlijk: Welke van de dingen die ik mij tot plicht reken behoren redelijkerwijs tot mijn plicht; zijn voor mij praktisch doenlijk; en rijmen met de algemene doelen die ik mij gesteld heb? 
 


[15] Het is gemakkelyker zich te verbeelden dat men zweeft boven 'n berg die heel in de verte ligt, dan in werkelykheid z'n voet optelichten om over 'n steentje te stappen.

Ik vermoed dat M. hier zelf redelijk wat ervaring mee had, ook naar eigen inzicht. In ieder geval had hij er herhaaldelijk op gerekend zijn ver weg liggende en hoog gestemde doelen samenhangend met zijn wensen Nederland, Nederlands-Indi en zijn eigen financile positie radikaal te kunnen realiseren, en had daarvoor andere meer direct rakende zaken als de opvoeding van zijn kinderen verwaarloosd, maar bleek zich telkens weer misrekend te hebben, en dat minstens gedeeltelijk omdat hij zich liet meeslepen door z'n eigen illusies.
 


[16] Onder de millioenen zaken die je zoudt willen doen, zyn er slechts weinigen die je zoudt kunnen doen.

Dit lijkt me een Holsema'se verwerking van het franse gezegde "Souvent, on faites ce qu'on peut et pas ce qu'on veut" - gewoonlijk moet men vrede hebben met te doen wat men kan en niet wat men wil.
 


[17] Bemoei je voorloopig alleen met die weinigen. Dt is de weg om verder te komen. Vraag altyd jezelf af: wat wordt er op dit oogenblik van me gevorderd? en gebruik niet de ingenomenheid met het vermeend hoogere, als voorwendsel tot verwaarloozing van wat je lager toeschynt.

Hier valt veel voor te zeggen, waar het adviezen aan een puberende jongen betreft, en soms ook aan anderen, maar wie wat verder is of denkt te zijn moet zich toch zelf afvragen wat de redelijkheid is van de vorderingen die aan een persoon gesteld worden. Aangezien vorderingen uiteindelijk altijd vorderingen van personen aan personen zijn is dit ook geen onrechtmatige vraag.
 


[18] Je bent ontevreden met je tegenwoordig standpunt? Wel, maak je 'n beter standpunt waard! Dit is de manier om het te bereiken, en de eenige goede manier.

Ja, ook hier valt veel voor te zeggen, maar het blijft een feit dat individuele verdienste en maatschappelijke waardering zelden of nooit samenvallen, en vaak onafhankelijk of tegengesteld zijn.

De meeste maatschappelijke eminentie gaat niet terug op persoonlijke excellentie, maar op het geboortig zijn in een welstaande familie en het daardoor hebben kunnen doorlopen van enig behoorlijk onderwijs.
 


[19] Vraag jezelf by elke gelegenheid af: wat is m'n naast-byliggende plicht? Kun je me dit beloven?

Dit werd, althans in Nederlandse linkse kringen in de generaties na Multatuli, een vaak opgevoerde morele regel, die ook ikzelf nog heb gehoord.

Het probleem is natuurlijk als onder [17]: Van wie komt die verplichting, en hoe redelijk gefundeerd is deze?
 


[20] Minacht de moeielykheden niet, die je te bestryden hebt. Dit zou juist oorzaak kunnen worden van 'n treurige nederlaag.

Dit zou wel weer eens terug kunnen gaan op een Multatuliaanse "note to self". Zo is redelijk wat te zeggen voor de stelling dat Multatuli herhaaldelijk zijn eigen kansen geruneerd heeft door z'n tegenstanders te onderschatten of door zichzelf te overschatten.

Aan de andere kant: Mijn eigen inschatting is dat iemand als Multatuli niet kon slagen in zijn maatschappelijke ambities in het Nederland waarin hij leefde, aan de ene kant omdat hij teveel kritiseerde en nastreefde en omver wilde gooien om meer dan aan een heel kleine minderheid te kunnen behagen en aan de andere kant omdat hij niet het karakter had om een succesvol maatschappelijk voorganger te kunnen zijn voor langere tijd. 
 


[21] Je moet je denkvermogen leeren gebruiken naar je eigen wil, en de verbeelding knotten die je anders over 't hoofd groeien zou.

Hm. Ieder mens heeft zelfbeheersing nodig, maar verbeelding is iets wat zich moeilijk knotten laat als men 't heeft, en is spontaan.
 


[22] Er zyn wysgeeren geweest, die beweerd hebben dat het leven 'n droom is. Wat ze daarmee eigenlyk bedoelden, is me niet zeer helder. Die uitspraak-zelf komt me droomerig voor. Misschien vergis ik me hierin, doch wel durf ik met zekerheid zeggen dat droomen geen leven is. Begryp je dit?

Multatuli was n van die wijsgeren, bij gelegenheid: 1165. Wat hij hier zegt is zinniger, en komt er kennelijk op neer dat we heel goed in staat zijn alledaagse droom en alledaagse werkelijkheid te onderscheiden. Maar - als we dromen dan leven we, en overigens is een goed argument voor wie toch geneigd is zich af te vragen of de alledaagse werkelijkheid geen illusie is dat mensen het ns kunnen worden met andere mensen over dingen die ze allebei ervaren als deel van hun eigen alledaagse werkelijkheid, terwijl men het met die anderen over tal van zaken oneens is.
 


[23] - De ware verhevenheid, ging Holsma voort, is dat men doet wat men doen moet, zelfs 't geringe.

Dit betekent zoveel als: een goed mens doet wat z'n plicht is. Ik zeg niet nee, maar word er ook niet door gesticht.

Daarbij: Er is een flink onderscheid met de leerstelling van mevrouw Holsma waar Wouter zo tevreden mee was, namelijk 'Ieder mens moet handelen naar zijn overtuiging'.
 


[24] - Die dame in de komedie was Femke niet. Dat was prinses Erika. We wilden haar zien, omdat haar voorouders aan de onzen verwant waren. Hierin is niets byzonders, kereltje!

Dit is natuurlijk niet waar, en een leugentje van dokter Holsma. Immers: Maar weinig burgerlijke families hebben nichten of neven die prinsessen of prinsen zijn, en als 't "niets byzonders" zou zijn dan was er ook geen reden geweest voor de Holsma's om de prinsesselijke nicht te gaan aanschouwen.

En het is enigszins vreemd dat Holsma niet spreekt van zijn neef prins Erik, en dat de hele familie Holsma geen enkele behoefte uitgesproken heeft deze neef te zien: Waarom al die interesse voor een nicht die prinses is zonder enige belangstelling in haar broer die prins en neef is?
 


[25] De vraag is, of zy 't weet dat ze hier te-lande stamverwanten heeft? Dat wy 't weten... nu ja, m'n broer Sybrand schept genoegen in 't opsporen der overeenstemming van schynbare tegenstellingen.

De meer intelligente lezer (en ik heb geen andere) moet, met mij, aannemen dat de twee prinsenkinderen heel goed wisten dat ze "hier te-lande stamverwanten heeft". En grond om dat te doen komt van 1172, waar immers bleek dat een ander familielid van Holsma minstens n van deze prinsenkinderen kende.  
 


[26] Ook in taal... dit heb je by 't kippenhok gehoord.

Ik verwijs de lezer naar 1062.
 


[27] Wel beschouwd, is de wereld veel kleiner dan je meent: alles raakt elkaar!

Dit - "alles is in alles" - was n van Multatuli's liefste denkbeelden. Er is iets voor te zeggen, maar er is evenveel te zeggen voor het tegengestelde en meer voor een aanvulling: Alles raakt elkaar, direct of indirect, maar veel ontwikkelt zich toch op eigen kracht en onafhankelijk van veel dat het geval is.
 


[28] Welnu, wereldhistorisch of niet, doe daar je naast-byliggende plicht!

 

 


[29] - Nog wel tien jaren lang.
      - Tien jaren? Tien?
     
- Ja, z zei ze toen ik haar vertelde dat je nog zoo weinig wist, en zoo weinig kon.

We mogen aannemen dat Femke's standpunt minstens enige inspiratie van dokter Holsma had gehad, maar het is toch ook waar dat ze al in Ideen 5 in lachen uitbarstte bij de gedachte dat Wouter met haar trouwen wilde. Zie 1074.
 


[30] Begin er dus spoedig mee, en dring je niet op, dat het zoo byzonder moeielyk is. Dat maakt zenuwachtig.

Alhoewel zowel de biografie van W.F. Hermans van Multatuli als die van Dik van der Meulen redelijk zijn gaan ze niet in op diverse eigenaardigheden van Multatuli, zoals zijn grote zenuwachtigheid en zijn kennelijke aanleg voor manische depressiviteit.
 


[31] Maar hy bewaarde z'n rozeknopjes, al was 't hem niet helder of de vereering van deze reliek - het eenige wat hem uit de afgeloopen driedaagsche stormperiode overbleef - 'n prinses gold, of 'n bleekmeisjen, of beiden, of de kleine Sietske Holsma, of 't portret uit de zykamer, of 'n ideaal dat hyzelf samentooverde door 't onwillekeurig ineensmelten van al deze beelden tegelyk.

Van alles wat, natuurlijk, want zo gaat dat met liefde, zelfs als het kalverliefde is - als het tenminste persoonlijke liefde, dus liefde voor een persoon is, en niet primair sexueel gemotiveerd. Hoe het zij (en zie de volgende opmerking), we hebben al geleerd, van "de kleine Sietske Holsma" dat Femke, prinses Erika en Sietske alledrie erg veel op elkaar lijken, en mogen aannemen dat Sietske, welbeschouwd, een goede huwelijkskandidate voor Wouter is.
 


[32] Ik acht deze opmerking hierom niet zonder gewicht, wyl ik aan de gewaarwording die Wouter beheerschte, nog altyd den naam van liefde niet geven durf.

De reden hiervoor, heb ik ondertussen aangenomen, is dat Multatuli Wouter en Femke niet voor elkaar bestemd had.
 


[33] Dat een der meest karakteristieke kenmerken van het beminnen, de zucht om goed te zyn - 508 - hem niet ontbrak, is waar. Doch deze neiging had zich reeds veel vroeger in eigenaardige overdrevenheid by hem geopenbaard, waaruit dan ook, lang voor hy Femken ontmoette, z'n overspannen eerzucht en de daarby behoorende hoogmoed waren voortgesproten.

M.'s verwijzing naar 508 is relevant, net als mijn opmerking daarbij. Maar met "de zucht om goed te zyn" als karakteristiek kenmerk "van het beminnen" kom ik niet ver, of niet veel verder dan de pretenties van priesters en domines. Het gaat hier niet om "zyn" maar om doen: Wie werkelijk van iemand houdt wil moeite doen om zo iemand in leven te houden, te beschermen, te zorgen dat het hem of haar goed gaat etc.
 


[34] Onder de aandoeningen die hy na 't gesprek met Holsma moest terugdringen, speelde de nieuwsgierigheid naar de oplossing der verschillende wyzen waarop Femke zich aan hem vertoond had, maar 'n zeer ondergeschikte rol. Dit schynt te vreemder, omdat hy aan de door Holsma gegeven verklaring geen geloof sloeg. Hy bleef er by, dat het meisje in den schouwburg wel inderdaad de persoon was geweest die men tot-nog-toe Femke genoemd had, en schreef Holsma's verzekering f aan dwaling toe, f aan de zucht om hem tot kalmte te brengen.

Dit pleit niet erg voor Wouter's intelligentie. Waarom zouden de Holsma's liegen? En als Sietske en Femke (zoiets als nichten van elkaar) zo op elkaar kunnen lijken, waarom zou een prinses die ook al nicht o.i.d. van Sietske is dat niet ook kunnen doen?

Maar ja: Wouter's misvattingen maken de afwikkeling van Multatuli's knopen natuurlijk makkelijker. En een deel van Multatuli's mogelijke gronden voor Wouter's misvattingen staan in [36].
 


[35] Als 'n bliksem schoot hem nu ook de indruk door de ziel, dien het schrikwekkend bellen van juffrouw Laps dien vrydag-avend op hem gemaakt had. Toen immers reeds vroeg hy zich af, of daar misschien prinses Erika was, die kwam ruilen?

Inderdaad, en de lezer die het wil nalezen moet in 1134 zijn.
 


[36] Dat er in dit alles iets geheimzinnigs lag, ontveinsde Wouter zich niet, maar dit geheimzinnige kwam zoo juist overeen met z'n droomen en luchtbeelden, dat het hem meer bevredigde dan ooit nuchtere waarheid zou hebben kunnen doen.

Wouter is zowel verliefd als jong, dus heeft twee goede emotionele redenen om z'n eigen luchtkastelen op te bouwen, dat is waar.
 


[37] Hy was evenmin nieuwsgierig als de velen die na de lezing van Genesis, nu eens-vooral meenen te weten: waar alles vandaan gekomen is en geen lust hebben in 'n onderzoek dat hun die genoegelyke zekerwetery zou kunnen kosten. Hierin zal dan ook wel de oorzaak liggen, dat voor zekere gemoederen slechts de fabel 't kenmerk van de waarheid draagt.

Juist, en hier ligt een verband met wat ik eerder in 1171 probeerde uit te leggen in verband met de rollen die mensen spelen, en die vaak de mensen die ze spelen overvleugelen - of daarvoor gebruikt worden: Werkelijke zelfstandige individuen met karakter zijn persoonlijk genteresseerd in waarheid en waarachtigheid, en doen daar persoonlijk moeite voor, terwijl individuen met weinig of geen karakter genoegen nemen met illusies, ficties, pretenties, poses, en doen alsof, en daar hun trots in vinden ("doe gewoon, dan doe je al gek genoeg").

Daar komt bij dat het werkelijk enig intellectueel talent vergt, naast wat persoonlijke moed en karakter, en enige tijd en gelegenheid, om de politieke en religieuze wanen van de dag of het tijdperk kritisch te beschouwen en rationeel te onderzoeken.
 


[38] Gelyk de Mensheid in voorhistorische tyden, was Wouter nog altyd ontvankelyk voor 't buitengewone, voor 't wonderbare, voor 't onmogelyke. Wie hem verzekerd had dat Femken onderworpen was aan gewone aandoeningen, zou niet zoo zeker op geloof hebben kunnen rekenen, als de dichter die haar tot onderwerp had gekozen van de wildste fantazie.

Nu ja - maar de jongen is 16 en verliefd. Er is een popsong met een regel die het hier mee spelende gevoel aardig uitdrukt: "If loving you is wrong, I don't want to be right".
 


[39] In-hoeverre er by dit alles invloed werd uitgeoefend door de byna geheel uitgewischte herinnering aan de Fancy-verschyning, is moeielyk te bepalen. Wel was de indruk daarvan niet meer te herkennen, doch misschien deden zich nog altyd de gevolgen van dien indruk eenigszins gelden.

Hiervoor moet de lezer terug naar 382 - 384 en 405 - 412 in Ideen 1 en 512 in Ideen 2.
 


[40] Wy werpen de fabels weg, waarmee ons Geslacht in z'n kindsheid werd vermaakt, we schamen ons over 't geloof aan de spokery waarmee het bedrogen werd, maar... blyven gebukt gaan onder de gevolgen der onnoozelheid van vorige geslachten.

Ja, en feitelijk blijken de volgende geslachten - sinds mensenheugenis, lezer - even onnozel als de voorgaande, en even onwetend, en is feitelijk ieder volgend geslacht gedwongen geheel van voren te beginnen, alleen geholpen of misleid door de wetenschap, cultuur, politiek en religie temidden waarvan men geboren is, die de doos van Pandora vormen die de voorgaande geslachten aan het nieuwe geslacht bieden.
 


[41] Wouter vroeg niet meer: zou zy 't zusje wezen, dat ik zoek? maar de behoefte aan ineensmelting met 'n wezen, dat hy wilde toebehooren - in-verband altyd met z'n zucht naar kennis en stryd - bleef bestaan.

De zeer oplettende lezer(es) weet dat hij (zij) terug moet naar 409, waar Wouter droomt dat hij een prins is, en droomt over z'n zusje prinses Omikron, en naar 1160-2, waar prinses Erika, door Wouter aangezien voor Femke, Wouter "Mein Bruder" noemt.
 


[42] Dat mysterieuze-zelf was juist de voldoening die hy zocht, en... dus nog altyd 'n blyk van z'n onrypheid. Zyn aandoeningen waren hem als 'n bewogen water waarin de onvolwassen ziel de Nixen ziet spelen, die ze zien wil, hoe onbestemder van omtrek, hoe weifelender van lynen, hoe liever. Naar juister teekening, naar meer duidelykheid, haakt die ziel niet... er mocht eens blyken dat ze zich slechts gespiegeld had in de rimpeling van den door haarzelf in roering gebrachten vloed!

"Nixen" zijn een soort geesten, en "de onvolwassen ziel" wordt onder [37] toegelicht: Het kan ook een onmachtige, karakterloze, laffe of egostische ziel zijn. Werkelijke individuen streven naar waarheid en waarachtigheid, al weten ze ook, indien voldoende intelligent, dat dit veeleisende doelen zijn die boven de vermogens van velen gaan.
 


[43] Millioenen beelden van dien aard waren niet te veel om, saamgevat in n totaal-gedachte, de begeerte te bevredigen van 'n gemoed dat, slechts ontluikend nog, niet Femke beminde, maar... de Liefde!

Dat is dan geen echte liefde, inderdaad: Echte liefde is persoonlijk en geldt een persoon. 
 


[44] Het schynt wel, dat Holsma inzag hoe Wouter vr alles moest kennismaken met het llerlaagste, om allengs opteklimmen tot de Pozie der Werkelykheid die zooveel hooger staat dan
liefelyk-bontgekleurde - maar kinderachtige, onvoedzame en dus verderfelyke - droomery!

Hm. We mogen aannemen dat de zeer "menschkundige" dr. Holsma wist dat er nauwelijks kans was dat Wouter in zijn nieuwe betrekking als jongste bediende veel meer dan het laagste geboden zou worden.

Overigens is kunst fantastisch, dus "droomery", en is ook Multatuliaanse "Pozie der Werkelykheid", zoals de Wouter-geschiedenis, fictie. Hierin verschilt het niet van andere fictie, al is die van Multatuli veel beter geschreven en beter doordacht dan overige Nederlandstalige fictie.
 


[45] Het hoofdkwartier van de Mensheid is nu eenmaal gelykvloers. Vandaar gaan wy altyd uit, drheen keeren wy altyd terug. Het is al wel, wanneer we niet verleerd hebben van-tyd tot-tyd ons te vermeien in wat vlucht.

Voor het "vermeien in wat vlucht", ook in samenhang met het onder [37] gezegde, zie 246 en 261.
 


[46] Er bestaat dan tevens kans, nader kennis te maken met prinses Erika, by welke gelegenheid we misschien te weten komen dat aristokratie van verstand en hart niet uitsluitend behoeft gezocht te worden in de... lagere standen, zooals sommige romanschryvers - hofmakend aan 't gemeen - weleens voorgeven te gelooven. Reeds nu durf ik verzekeren dat ze wel degelyk van de familie was, en wel in veel hooger zin nog, dan oom Sybrand weten kon.

Hier zien we enige aankondiging van wat Multatuli van plan was met Woutertje, maar nooit uitschreef. De "veel hooger zin" heeft kennelijk te maken met het in 409 verhaalde.
 


[47] Z immers moet m'n geschiedenisje geschreven worden, op-straffe van niet op 't leven te gelyken, wat 'n fout wezen zou, 'n groote fout... de gewone!

Multatuli moet hier minstens een beetje ironisch zijn, want de Wouter-geschiedenis heeft zich in dit deel van de Ideen ontwikkelt tot een ware "comedy of errors", met allerlei verwisselingen van personen, en met verschillende dubbelgangers, terwijl het verhaal in deze bundel ook vol zit met prinsessen, prinsen en keizers.

Idee 1186.