Van dit alles
wist Wouter niemendal. Met naïve verbazing trachtte hy de tirades
van 't stuk te volgen. Ze bevielen hem niet, en byna klom z'n
ontevredenheid op tot den moed, zichzelf in-staat te achten tot het
leveren van iets beters. Vooral trof hem de verregaande leegte aan
denkbeelden. [1] De aan Ovidius ontleende
handeling van 't stuk mocht dan in zekeren zin hoofdzaak zyn,
tot het schetsen daarvan waren geen tweeduizend regels noodig. Aan
‘gaan en komen’ waren meer verzen besteed dan aan menschkundige
ontwikkeling, of aan opmerkingen die de moeite van 't onthouden
waard schenen. Zoo gaat het meer. Is dàt 'n dichter? vroeg Wouter.
Neen, m'n beste jongen, dat is een van de 1001 naschryvertjes van
andere lieden, die evenmin dichters waren.
Rotgans werkte naar fransch model. Z'n arbeid had dus
noodwendig 'n dubbele fout. Die van de - zeer gebrekkige! - modellen
eerst, en daarna die van 't nawerken. Dit geldt van onze geheele
tooneelletterkunde, en op zeer weinig uitzondering na, van onze
litteratuur in 't algemeen. [2] De uit luiheid voortkomende meening dat
zekere ‘school’ behoort gevolgd te worden, en dat men ‘kunstregels’
moet in-acht nemen, bederft alles. Er zyn geen kunstregels.
De ware artist teekent
de Natuur na, zoo als die zich aan hèm vertoont. Wie hierin
oprecht naar juistheid streeft, is kunstenaar. [3] Maar de heeren vinden
't gemakkelyker, een printje natetrekken, waarop 'n ander - óók al
'n nàteekenaar vàn nateekenaars - getracht heeft iets aftebeelden. (250)
Men kan evenmin iets goeds voortbrengen door 't volgen van modellen,
als zich voeden met de spys die 'n ander gegeten heeft. (338,
795)
[4]
Kunstbesef werkt van-binnen naar buiten, en niet andersom. Een
kunstprodukt dat op andere kunstprodukten gelykt, deugt niet.
[5] Wie
hiervan meer weten wil, sla 't Naschrift by
de Bruid daarboven op, dat meer waard
is dan de Bruid. (Vooral ook
1262,
vlgg.) [6]
[1]
Ze bevielen hem niet, en
byna klom z'n ontevredenheid op tot den moed, zichzelf in-staat te
achten tot het leveren van iets beters. Vooral trof hem de verregaande
leegte aan denkbeelden.
Dit is meer Multatuliaans dan
Wouters: Wouter had moeite met Floris, maar kennelijk veel meer
onbegrip dan weerzin, en inderdaad wist hij nog niet veel van toneel.
[2] Z'n arbeid
had dus noodwendig 'n dubbele fout. Die van de - zeer gebrekkige! -
modellen eerst, en daarna die van 't nawerken. Dit geldt van onze
geheele tooneelletterkunde, en op zeer weinig uitzondering na, van
onze litteratuur in 't algemeen.
Nee, dat is niet zo. Wat M. kennelijk
verwart zijn de volgende twee redeneringen: Wie geen talent heeft,
imiteert vaak. En: Wie imiteert, heeft vaak geen talent. Ik wil best
geloven dat Rotgans weinig talent heeft, en daarom imiteerde, maar
niet dat iemand die imiteert daarmee zou bewijzen dat hij weinig
talent heeft.
[3] Er zyn geen kunstregels.
De ware artist teekent
de Natuur na, zoo als die zich aan hèm vertoont. Wie hierin
oprecht naar juistheid streeft, is kunstenaar.
Alweer niet juist. Zelfs aangenomen
dat "natura artis magistra", zoals M. hier feitelijk doet, ligt het in
de rede dat dit natekenen van de natuur met meer of minder talent kan
gebeuren. Ik kan een beetje tekenen, maar ook als ik nog zo m'n best
doe ben ik geen Holbein of Dürer.
[4] Men kan
evenmin iets goeds voortbrengen door 't volgen van modellen, als zich
voeden met de spys die 'n ander gegeten heeft. (338,
795)
Het is aardig gezegd, maar niet waar.
Iedereen volgt modellen, en zelfs degenen die geheel nieuwe ideeën of
technieken bedenken doen dat nog staande in een traditie.
[5] Een
kunstprodukt dat op andere kunstprodukten gelykt, deugt niet.
Ook niet waar. Was dit waar dan was er
maar heel weinig deugende kunst, maar één deugend viool-concert, één
deugend piano-concert etc.
[6] Wie
hiervan meer weten wil, sla 't Naschrift by
de Bruid daarboven op, dat meer waard
is dan de Bruid. (Vooral ook
1262,
vlgg.)
Dit betreft
een toneelstuk dat M. als jonge man schreef, en uitgegeven werd in de
1860-er jaren toen hij bekend was geworden en geld nodig had. Hoewel
het imitatief was, en niet in Multatuli's latere stijl is geschreven,
en ook al niet de denkbeelden vertoonde waar hij later bekend mee werd,
is het stuk toch behoorlijk goed verkocht en regelmatig
toneel-repertoire geweest.