Idee 1180.                                                


De tuchtelooze auteur
- gebrek aan school! - vertelt niets van 't purpren haartje, doch integendeel allerlei zaken die in 'n roman niet te-pas komen. Hy geleidt den lezer langs keizerlyken weg in de kommeny waar Leentje zout moet halen. Verzoeke vriendelyk dit gebrek aan zout niet meer dan driemaal in-verband te brengen met des auteurs schryfmanier.

Die arme Rotgans! 't Was wl de moeite waard 'n paarduizend verzen by elkaar te rymen, om z verwaarloosd te worden! Geen der toeschouwers was geroerd door de treurspellige bravigheid van Minos, die de ontaarde juffer zoo flink op haar plaats zette. Men luisterde niet. [1]

Er wordt beweerd dat Napoleon byzonder ingenomen was met het spel van onzen Snoek en van onze Wattier. Ik geloof er niets van. Indien werkelyk die beide artisten zoo hoog stonden als men zegt - wie beoordeelden hen? - dn vooral was hy er de man niet naar, om dit te beseffen. In de eerste plaats was z'n artistieke, litterarische en wysgeerige opleiding niet van dien aard, dat hy d'emble in-staat zou geweest zyn, verdiensten van deze soort te waardeeren. Wanneer men nu hierby bedenkt dat de man onze taal niet verstond, en dat het hollandsch 'n onaangenamen klank te-weegbrengt op 't verweekt oorvlies van den Zuidenaar, dan voelt men zich geneigd het vertelsel over Napoleon's ingenomenheid met hollandsche tooneelspeelkunst, te houden voor 'n... hollandsche ophemelary.

Wel was hyzelf artist, doch in den zeer bekrompen zin van 't woord. Pius VII had volkomen gelyk met z'n: comico... commediante... tragico! Hy pozeerde waar 't in z'n kraam te-pas kwam, en wist Talma te gebruiken om de houding te leeren van iemand die gekroond wordt. [2] Maar juist dit bewyst dat hy geen besef had van kunst m kunst. Hger in dit opzicht had hy gestaan, wanneer-i Talma genoopt had naar hm te komen zien, om in hm 't model van 'n groot man te bestudeeren. Er is iets komieks in deze verwisseling van rol, en de artist zou in z'n recht geweest zyn, hem by 't lesvragen te antwoorden: laat my dan kronen, my, myn houding, myn gelaat, en de plooien van myn mantel, die 't weten zullen, halfbakken Sire, hoe ze zich te gedragen hebben by zoo'n gelegenheid. [3] Maar dit antwoordde Talma niet, waaruit 'n menschenkenner kan opmaken dat hy evenmin geboren Koning was, als z'n keizerlyke leerling 'nwaar artist. Die twee beunhaasden om 't hardst in majesteit en kunstgevoel. Wie me begrypen wil, vrage zich af, of ooit 'n moeder aan 'n aktrice zou verzoeken haar voortedoen hoe men z'n kind liefkoost?

Napoleon ws artist, wel zeker! Maar hy was dit slechts van beroep. Hy was artist... op de pozie na. Zoo noemt zich 'n schacheraar in oudheden - voire 'n fabrikant van oudheden! - antiquaire. By 't zien van elk voorwerp, dat den naven beoefenaar der pozie van 't antiek in verrukking brengt, vraagt de man van zaken - in dit geval van zeer kleine zaken - wat het geeft? Of: aan welken dwaas zou ik dit exemplaartjen 't voordeeligst kunnen afzetten?

Als onze Wattier den franschen potentaat zoo goed bevallen was, had hy haar waarschynlyk marketentster by de gardes d'honneur gemaakt, met den last door deklamatie, pose en mimiek, hollandsche jongelu optewekken tot frans-bataafsche geestdrift. Er blykt, dunkt me, dat-i haar talent hiertoe onvoldoende achtte, want het mensch is ambteloos gestorven. Waarschynlyk ook arm, want men kende haar talent toe, en ze was 'n Hollandsche. [4] Ik weet van haar levensgeschiedenis niets, doch houd me verzekerd dat Kappelman, om zich op de goedkoopste manier aftemaken van erkentelykheid en belooning, haar 'n paar dozyn onechte kinderen van driemaal zooveel vaders zal hebben aangewreven. Mocht dit het geval niet zyn - en ik heb er nooit iets van vernomen - dan ben ik zoo vry, haar verdiensten als kunstenares te betwyfelen. In 'n kleinsteedsch landjen als 't onze, steekt men niet uit zonder beklad te worden. Dit is nu eenmaal zoo. [5]

Wat overigens Napoleon aangaat, zeer veel verder dan tot wat ruwe mise en scne ging de toepassing van z'n tooneelbegaafdheid niet. Ik noem ze ruw, omdat het effekt slechts berekend was naar het bevattingsvermogen van de menigte die niet gewoon is doortedenken, van 't gepeupel, tot welken stand der maatschappy dan ook behoorende. Er waren prinsen en koningen onder. Ook geleerden en verzenmakers, dit spreekt vanzelf. Hy speelde dus niet voor kunst- en verdienstekenners die aan 't gebruik van binocles gewoon zyn, maar werkte op de verbeelding der weinig ontwikkelden... op de meerderheid. En ook hierin toonde hy z'n menschenkennis, maar vooral z'n... rekengenie. Men slaagt niet in dit wereldje, door 't behagen aan de besten! Och, er moet zooveel gelogen zyn, om honderdduizend helden by elkaar te krygen die n weg op willen, en dan by-voorkeur den verkeerden! [6]


[1] Die arme Rotgans! 't Was wl de moeite waard 'n paarduizend verzen by elkaar te rymen, om z verwaarloosd te worden! Geen der toeschouwers was geroerd door de treurspellige bravigheid van Minos, die de ontaarde juffer zoo flink op haar plaats zette. Men luisterde niet.

Er is behoorlijk wat kans dat M. zo over zichzelf dacht rond de tijd dat hij dit schreef: "Men luisterde niet".


[2] Wel was hyzelf artist, doch in den zeer bekrompen zin van 't woord. Pius VII had volkomen gelyk met z'n: comico... commediante... tragico! Hy pozeerde waar 't in z'n kraam te-pas kwam, en wist Talma te gebruiken om de houding te leeren van iemand die gekroond wordt.

Ja, en we hebben eerder van Talma gehoord, nl. in 616 en 618. Ook 1112 is relevant.


[3] Er is iets komieks in deze verwisseling van rol, en de artist zou in z'n recht geweest zyn, hem by 't lesvragen te antwoorden: laat my dan kronen, my, myn houding, myn gelaat, en de plooien van myn mantel, die 't weten zullen, halfbakken Sire, hoe ze zich te gedragen hebben by zoo'n gelegenheid.

Nee, dat is niet zo, en M. zet zelf enigermate uiteen waarom niet in de laatste alinea van dit idee. Kort gezegd: Napoleon wilde niet leren hoe een keizer zich gedraagt, maar hoe een volk graag ziet  dat een keizer zich gedraagt - en dat kon hij het best van een toneelspeler leren. (Ik ga in 616, 618, 1112 en 1171 in op wat achtergronden van het rollenspelen dat zo menselijk is.)


[4] Er blykt, dunkt me, dat-i haar talent hiertoe onvoldoende achtte, want het mensch is ambteloos gestorven. Waarschynlyk ook arm, want men kende haar talent toe, en ze was 'n Hollandsche.

Net als bij [1] zijn er goede redenen om aan te nemen dat M. bij het neerschrijven hiervan aan zichzelf dacht.  


[5] In 'n kleinsteedsch landjen als 't onze, steekt men niet uit zonder beklad te worden. Dit is nu eenmaal zoo.

Nee, niet precies, al is het moeilijk heldere regels te geven die alle gevallen dekken. Maar over het geheel en gemiddeld genomen wordt iemand maatschappelijk beschermd of beklad evenredig met z'n maatschappelijke afwijkendheid: Hoe normaler hoe voortreffelijker en hoe meer beschermd; hoe afwijkender hoe minder voortreffelijk en hoe minder beschermd.

Dit gaat ook behoorlijk ver, en bepaald niet overeenkomstig de pretenties van - bijvoorbeeld - redacteuren van kranten, bijvoorbeeld in de zin dat het daar wijd verbreide kennis kan zijn dat deze of gene parlementaire leider een enthousiast bezoeker is van SM-hoeren, terwijl dit nooit in de krant komt precies omdat het een parlementaire leider betreft van een grote geaccepteerde partij. (De PvdA, as it happens.)

"All the news that's fit to be printed" omvat gewoonlijk niet het onvoorbeeldig gedrag van geaccepteerde maatschappelijke rolmodellen.


[6] Men slaagt niet in dit wereldje, door 't behagen aan de besten! Och, er moet zooveel gelogen zyn, om honderdduizend helden by elkaar te krygen die n weg op willen, en dan by-voorkeur den verkeerden!

Juist! En dit is dan ook n van de redenen waarom Multatuli faalde in zijn ambities een maatschappelijk voorganger en hervormer te worden, waar het hem uiteindelijk om te doen was: Hij trachtte de minder goeden niet te behagen, en mishaagde de meeste gearriveerden.

Idee 1180.