Idee 1177-1.                                                


[0] Doch het vertragen van den aanvang der voorstelling was niet het eenig gevolg van deze waarachtige historie. Na Holsma's vertrek vernam Wouter een-en-ander dat hem veel belang inboezemde, omdat Femke's naam daarby genoemd werd. Ook zy zou den schouwburg bezoeken, werd er gezegd, en uit de gesprekken aan de theetafel bleek hem, dat de verhouding tusschen 't gezin dat hem zoo aanzienlyk was voorgekomen, en 't betrekkelyk arme bleekmeisje, allergemeenzaamst was. [1] Mevrouw Holsma liet haar door Sietske uitnoodigen binnen te komen, maar zy antwoordde dat ze liever by den kleinen Erik wilde blyven, met wien ze juist zoo prettig aan 't spelen was. ‘Erik?’ dacht Wouter. [2]

- Dat verwachtte ik wel, zei mevrouw Holsma. Daarom ook was ze van-middag niet aan-tafel. Ze blyft liever by 't bedje van den kleinen jongen.

- Ook houdt ze niet van ons eten, riep Sietske. Ze klaagt dat we te lang aan-tafel zitten.

- De komedie zal haar ook niet bevallen, was de meening van Willem. Ze is 'n beste meid, maar staat wat styf op haar stuk, vindt u niet, mama?

- Ieder moet handelen naar z'n overtuiging, en mag handelen naar z'n smaak, zei de moeder. [3] Fem is te braaf en te flink om haar in iets te dwingen.

- Dat zou ze zich ook niet laten doen! was hierop de algemeene opinie.

- Zeker niet! Gelukkig dat het niet noodig is. 't Blyft nog altyd de vraag, of ze van-avend komen wil. Ikzelf ging ook liever niet, maar 't moet wel!

Wouter bespeurde dat er 'n byzondere reden bestond, waarom de moeder ‘anders liever by den kleinen Erik blyvende, die de mazelen had’ ditmaal de familie vergezellen zou naar 't Leidsche-Plein. Slechts 'n klein uurtje zou ze blyven, werd er gezegd, en dan met Oom Sybrand huiswaarts keeren, om Femken aftelossen in de kinderkamer. Het meisje zou dan met hem terugkomen. ‘Als ze wil’ werd er telkens by gezegd, alsof men dit zeer twyfelachtig bleef vinden.

- Ik noem 't koppigheid! zei Willem. Ze wil ook geen behoorlyke japon aantrekken, en met ons op-en-neer gaan...

- Ja, antwoordde de moeder, 'n dame wil ze nu eenmaal niet worden. Wat is er aan te doen? [4]

- Koppigheid!

- Dat 's de vraag! Zy is zeer verstandig, en ziet misschien in, dat de verhouding met haar moeder pynlyk worden zou wanneer ze van stand verwisselde.

- En met tante Siet! riep Herman.

Dat is zeker 't Stakkervrouwtje, kommenteerde Wouter zwygend. En: ‘'n zonderlinge familie!’ dacht-i er by. [5]

- Bovendien, ging de moeder voort, het veranderen van stand gaat zoo makkelyk niet! Hiertoe is meer noodig dan kleeren... [6]

Ach ja, dacht Wouter, men moet onder anderen ook weten wat sjalotten zyn, en hoe men zoo'n artisjok eet! Want over die twee voornamigheden was-i zoo-even gestruikeld. [7]

...als onze Fem dat gewild had - of liever, als haar moeder 't gewild had toen Femke nog 'n kind was - dan hadden we daarmee heel vroeg moeten beginnen. Maar nicht Claus zou haar zeker niet uit 'r handen hebben gegeven. Ze had er te veel hart toe. En nu heeft Femke te veel hart, om te betreuren dat ze maar 'n bleekmeisjen is.

- Ze is... intens trotsch! zei Willem, niet zeer ontevreden dat-i dit mooie adverbium eens terdege plaatsen kon.

- Ja, ze is... heel trotsch, korrigeerde de moeder. Te trotsch om iets anders te willen zyn dan ze-n-is. Ze zou niet willen ruilen met 'n prinses... [8]

Ruilen? Neen! dacht Wouter. Maar... zelf prinses wezen, koningin, keizerin... en dat alles door hèm? Dat zou heel iets anders zyn! Hy vond het onderscheid... intens! En wanneer al die zaken geheel-en-al geregeld waren naar z'n zin, dan... nu ja, dàn mocht prinses Femke van pozitie ruilen met 'n bleekmeisje! Want... wat geeft ware liefde om stand?

Zoo liet hy zich foppen door z'n nog altyd kinderachtigen en dus zeer onvolkomen hoogmoed. En daarom noemde ik z'n liefde: zoogenaamd. Hy moest nog veel groeien voor-i geheel-en-al de hoogte bereikte, waarop voorbygaande aandoeningen hem voor 'n oogenblik plaatsten. [9]

- En, vroeg Herman, we zullen in den bak zitten van-avend?

- Ja, de loge is... onteigend, antwoordde mevrouw Holsma lachend. Dat moet men over-hebben voor souvereinen. De heele Schouwburg-direktie zakt van-avend naar 't parterre af, en misschien zelfs de burgemeester.

- Hy moet den Keizer ontvangen en binnenleiden...

- Ja, en wordt dan waarschynlyk uitgenoodigd, plaats te nemen in de keizerlyke loge...

- Dan kan-i Z.M. het stuk uitleggen... den Floris! En Z.M. kan er uit leeren wat de plichten zyn van Vorsten... [10]

- En van Volkeren!

- En van dichters!

- En dat men nooit 'n souverein vermoorden mag!

- Deze maxime zal Z.M. heel aangenaam wezen! Ze is allergezondst voor koningen en keizers.

- Als-i de zaak maar goed vat!

- We willen hopen dat de dichter gezorgd heeft voor 'n duidelyke fransche vertaling!

- Als Z.M. maar weet by welke passages hy moet bedanken met 'n knikje.

- Onze burgemeester zal hem wel waarschuwen.

- Zeker! ‘Sire, pas-op, dat gaat jou aan!’ En dan moet de Keizer zich houden alsof hy wat van 't stuk verstaat. Wat 'n treurig metier!

- Wat moet-i wel denken van onze dichters!

- En van onze vaderlandsliefde!

- En van ons karakter!

- Och, zulke hooggeplaatste personen zyn aan laagheid gewoon. Wat niet kruipt, komt niet tòt hen. [11]

- 't Moet hun zeer moeielyk vallen, de mensheid te achten. Ze zien er altyd het leelykste van, en zyn wel genoodzaakt de rest daarnaar aftemeten.

- Zeker heeft men den Keizer wys-gemaakt dat die Bilderdyk 'n heele kerel is!

- Natuurlyk! De nederlandsche gewone of huis-bard, de amsterdamsche Ossian, de volksliereman by-uitnemendheid! [12]

En de heele familie berstte in lachen uit. Willem verhaalde nu iets van 'n romeinschen keizer die 't menschelyk geslacht één kop toewenschte, om het te kunnen onthoofden met één slag...

- 't Klinkt bar, zei Oom Sybrand, die binnentredende de laatste woorden gehoord had. Maar als boutade is zoo'n uiting begrypelyk. De tyd nadert dat de Volkeren 'n gelyk lot zullen toewenschen aan de souvereinen, en met even weinig of even veel recht. Men kent elkaar niet! Hovelingen en boekenmakers stoken misverstand.

- Gaat de Floris door?

- Neen, goddank! De souvereinen zullen onthaald worden op de Scylla van Rotgans, met 'n Kloris en Roosjen achterna. Men zal hun vertellen dat het treurspel geheel-en-al geschoeid is op de leest der fransche ‘school.’ Dus zal 't wel goed wezen! En... de Kloris? Wel, dat's 'n idylle! 'n Arkadisch-laaglandsche bergerie! Virgilius in 't amsterdamsch vertaald! O, Meliboee, deus nobis haec... Ekloge met kuitgespen fecit! In-plaats van den nieuwjaarswensch krygen we 'n harangue. De elegante Thomasvaer zal God tot getuige roepen dat het neerlandsch hart, vry van smart, de noodlotten tart, en op straat, inderdaad, vurig slaat, voor elken vreemden potentaat. Geloof me, jongens, die Caligula was zoo gek niet! [13] 

Wouter begreep niet alles wat er gesproken werd. Maar wel, dat-i weer veel nieuws hoorde. En...Scylla? Zou dat 'n onechte dochter wezen? Of was 't misschien de naam van de oude vrouw die in den achter-naherfst van haar leven door de goedigheid van 'n schatryken baron werd teruggebracht op 't pad der deugd? Zoo noemt men zulks. [14]

Mevrouw Holsma gelastte de familie zich gereed te maken, om papa niet te laten wachten als-i terugkeerde van z'n bezoek by de Pietersens. Dit geschiedde, zoodat men ruim bytyds vertrekken kon naar 't gebouw waar ‘der kunsten god’ in die dagen werd aangebeden met - zeer amsterdamsche - geestdrift. Het was 'n waar Apollo's-welvaren, en dit is nòg zoo.

Holsma verzekerde Wouter, dat de zaak met z'n moeder ‘geheel in orde’ was, en hy kon zich dus onbelemmerd overgeven aan 't hem wachtend genot. De hoogst-onechte Scylla... in de komedie zitten... morgen zich te kunnen herinneren dat-i in de komedie gezeten hàd... vreemde zaken bywonen - heel wat ànders nog dan artisjokken! - en... nu ja, al die keizers en koningen wilde hy ook wel zien, maar de gehoopte onechtheid van Scylla bleef hem 't voornaamste.

Vreemd, niet waar, dat-i by al de verwachte heerlykheden, zoo weinig dacht aan de mogelykheid over eenige uren Femken in z'n nabyheid te zien?

Droeg Willem daarvan de schuld, dien-i by 't instygen in een der rytuigen had hooren mompelen:

- Wat my betreft, ik mag lyen dat ze wegblyft! Ik bedank er hartelyk voor, door studenten te worden gezien naast 'n boeredeern. Als ik groen word in September, zouden zy 't me inpeperen, dat is zeker!

Wouter begreep noch dat ‘groen-worden’ noch de daarby behoorende ‘peper.’ Maar... boeredeern?

Hy wierp 't met z'n geweten op 'n akkoordje, door zich zoowel van vrees te onthouden als van hoop. En hy trachtte het vurig verlangen naar Scylla's onechtheid te gebruiken ter aanvulling van de leegte die deze bestudeerde onverschilligheid openliet in z'n gemoed.

Helaas! Het was voor 't meisjen in Vrouw Kopperlith's kroeg wel de moeite waard geweest, de hand uittestrekken als 'n koningin, om nu alweer verloochend te worden om-den-wille van... van wàt eigenlyk? Femke's kostuum was minder bespottelyk dan de modeplaatjes van den dag. Ware zy inderdaad gekleed geweest zooals boeredeerns gewoon zyn, die zich nog zotter opschikken dan 'n parysche modiste verzinnen kan... maar dit was 't geval niet. En hierin lag dan ook geenszins de reden van Willem's nuffigheid. Femke's schuld was zwaarder dan dit. Ze zag er uit als 'n meisje dat met haar handen den kost verdient. Ziedaar den gruwel die alle studenten ergeren zou!

En - heel in 't voorbygaan, willen wy hopen - Wouter voelde zich aangestoken door die kinderachtigheid. 't Was jammer, 't was verdrietig, 't was kleingeestig en ondichterlyk, maar - o, Caligula! - we zyn zoo! [15] En wie ieder 't hoofd wou afslaan, die zich ooit schuldig maakte aan zoo'n... menschelykheid, zou veel te doen hebben. By volslagen wilden, waar koningen hun eigen hout hakken, vindt men weer andere fouten die even onpleizierig zyn.


[0] Zie 1160-1.


[1] Na Holsma's vertrek vernam Wouter een-en-ander dat hem veel belang inboezemde, omdat Femke's naam daarby genoemd werd. Ook zy zou den schouwburg bezoeken, werd er gezegd, en uit de gesprekken aan de theetafel bleek hem, dat de verhouding tusschen 't gezin dat hem zoo aanzienlyk was voorgekomen, en 't betrekkelyk arme bleekmeisje, allergemeenzaamst was.

Hier komen dan voor Wouter een paar lijnen samen die toch al spelen sinds het begin van de Woutergeschiedenis in 362, want we kennen zowel Wouter uit Ideen 1 en Femke uit Ideen 2.


[2] Mevrouw Holsma liet haar door Sietske uitnoodigen binnen te komen, maar zy antwoordde dat ze liever by den kleinen Erik wilde blyven, met wien ze juist zoo prettig aan 't spelen was. ‘Erik?’ dacht Wouter.

Hij had over een "Prins Erik" gehoord van "'t Stakkervrouwtje" in 1172, maar daar niet van willen weten. En Femke's schroom is te begrijpen als voortkomend uit instructies van dokter Holsma, lijkt me.


[3] - Ieder moet handelen naar z'n overtuiging, en mag handelen naar z'n smaak, zei de moeder.

Zoals bedoeld door Multatuli is het "moet" een "behoort te". Het probleem is dat zowel het één als het ander heel ongebruikelijk is: Mensen handelen niet zozeer naar hun eigen overtuiging als in opdracht, of conform wat ze geloven dat er sociaal van ze verlangd wordt dat ze doen, of tegen betaling, en wat ze van hun smaak tonen heeft daar ook veel mee te maken, of met de modes in kleding, gedrag, meningen of idealen.

Zie ook 1171 en 1112: Mensen spelen gewoonlijk rollen die niet samenvallen met wat ze zelf denken dat ze zijn, en ze doen dat uit angst, uit berekening, tegen betaling, voor 't gemak, om zich niet te laten kennen etc.


[4] - Ja, antwoordde de moeder, 'n dame wil ze nu eenmaal niet worden. Wat is er aan te doen?

Femke blijkt net als haar moeder heel standsbewust te zijn.


[5] - En met tante Siet! riep Herman.
     Dat is zeker 't Stakkervrouwtje, kommenteerde Wouter zwygend. En: ‘'n zonderlinge familie!’ dacht-i er by.

Hier lijkt Wouter zich te vergissen (of Multatuli): "'t Stakkervrouwtje" heette immers Femke.


[6] - Bovendien, ging de moeder voort, het veranderen van stand gaat zoo makkelyk niet! Hiertoe is meer noodig dan kleeren...

Ja, maar het is een interessante vraag wat nu feitelijk tot een menselijke maatschappelijke rol behoort, en hoe men het verwerft. Dit verschilt veel van rol tot rol, onder andere omdat er voor sommige rollen - arts, burgemeester - veel kennis en vaardigheden nodig zijn die moeite en talent en tijd kosten om te verwerven, en andere - gastheer, man - een stuk minder kennis en vaardigheden en leertijd nodig hebben om redelijk gespeeld te worden.

Waar het standsverschillen betreft is het redelijk aan te nemen dat dit vooral een kwestie van opvoeding en omgeving is.


[7] Ach ja, dacht Wouter, men moet onder anderen ook weten wat sjalotten zyn, en hoe men zoo'n artisjok eet! Want over die twee voornamigheden was-i zoo-even gestruikeld.

Dit zijn van die "voornamigheden" die er nauwelijks toe doen, en trouwens kennelijk nogal mode-afhankelijk zijn: Ik kan mij nog heugen hoe de artisjok opkwam als modieus voedsel voor de klanten van Albert Heijn in de jaren 60-70 van de 20ste eeuw, toen het economisch wat beter begon te gaan, en ook de lagere en middenstand geld begon te krijgen zich airs te geven met wat ze op tafel zetten.


[8] - Ja, ze is... heel trotsch, korrigeerde de moeder. Te trotsch om iets anders te willen zyn dan ze-n-is. Ze zou niet willen ruilen met 'n prinses...

Ik heb al opgemerkt in [4] dat zowel Femke als haar moeder heel standsbewust zijn, wat in Multatuli's tijd, en toe niet alleen, onder de hogere stand voorkwam een bijzonder wenselijke eigenschap van de lieden van lager stand te zijn: "Iedereen moet zijn plaats kennen". (Zie ook Vorstenschool, i.h.b. deel 4.)


[9] Zoo liet hy zich foppen door z'n nog altyd kinderachtigen en dus zeer onvolkomen hoogmoed. En daarom noemde ik z'n liefde: zoogenaamd. Hy moest nog veel groeien voor-i geheel-en-al de hoogte bereikte, waarop voorbygaande aandoeningen hem voor 'n oogenblik plaatsten.

Dit wordt ingeleid door "Want... wat geeft ware liefde om stand?", en de lezer moet bedenken dat Wouter nu feitelijk verliefd is op een prinses die hij verwart met een bleekmeisje, of omgekeerd. Ook is het gerechtvaardigd hier op te merken dat het Multatuli's plan was Wouter en prinses Erika van rol te doen ruilen (zie 1134), zodat de prinses kon leren hoe het is om een bleekmeisje en vrouw van het volk te zijn, en Wouter hoe het is om prins te zijn. Helaas is hij nooit toegekomen aan het uitschrijven van deze geschiedenis: We krijgen er alleen de voorbereidselen van in de Ideen die wel geschreven zijn.


[10] - Dan kan-i Z.M. het stuk uitleggen... den Floris! En Z.M. kan er uit leeren wat de plichten zyn van Vorsten...

De familie Holsma lijkt nauwelijks minder geleerd over de "Floris" dan de lezer kan zijn als deze vlijtig in de ideen 1053-1058 heeft gelezen.


[11] - Och, zulke hooggeplaatste personen zyn aan laagheid gewoon. Wat niet kruipt, komt niet tòt hen.

Ik haal dit er uit als een aardig gezegde. Men mág de konklusie trekken dat dergelijke personen kennelijk prijs stellen op "laagheid" en er wellicht ook zelf in grossieren.


[12] - Natuurlyk! De nederlandsche gewone of huis-bard, de amsterdamsche Ossian, de volksliereman by-uitnemendheid!

Ossian was een beweerde eeuwenoude schots dichter waarvan stukken in de 18e eeuw ontdekt zouden zijn door de schot James McPherson, en die een tijd lang voor zeer groot doorging. Dr. Johnson hield McPherson voor een oplichter met een fikse dichterlijke duim, en dat is sindsdien de gebruikelijke mening over Ossian, die ondertussen veel minder beroemd is.


[13] De elegante Thomasvaer zal God tot getuige roepen dat het neerlandsch hart, vry van smart, de noodlotten tart, en op straat, inderdaad, vurig slaat, voor elken vreemden potentaat. Geloof me, jongens, die Caligula was zoo gek niet!

Caligula was de Romeinse keizer die wenste dat de mensheid één nek had, om die af te kunnen slaan, en gaat wel voor "gek" door. Wie wil weten waarom kan, net als M. en ik, Suetonius lezen.


[14] En...Scylla? Zou dat 'n onechte dochter wezen? Of was 't misschien de naam van de oude vrouw die in den achter-naherfst van haar leven door de goedigheid van 'n schatryken baron werd teruggebracht op 't pad der deugd? Zoo noemt men zulks.

Wouter is bezig het eerder bij hem thuis geleerde over komedies, schouwburgen en toneelstukken toe te passen. Zie 1049c.


[15] En - heel in 't voorbygaan, willen wy hopen - Wouter voelde zich aangestoken door die kinderachtigheid. 't Was jammer, 't was verdrietig, 't was kleingeestig en ondichterlyk, maar - o, Caligula! - we zyn zoo!

Dat Wouter nogal standsgevoelig is hebben we al gezien, door zijn behandeling van dokter's Kaatje en "'t Stakkervrouwtje" in 1172. Mensen zijn zo, en Multatuli was het ook.

Idee 1177-1.