Idee 1175.                                                


Omstandig relaas van de ontmoetingen des auteurs op
Balmoral, het buitenverblyf van Koningin Victoria, waar deze Vorstin gewoon is buitenlandsche beroemdhedens te onthalen. Femke, nogeens Femke, en - na 'n roerende complainte over den dood van twee genien - weer Femke! Alles opgeluisterd met teleologische opmerkingen over puistjes, vaderlandsliefde, karakter, en verdere menschelyke zwakheden.

Het is my inderdaad onmogelyk, den lezer meetedeelen welken weg Holsma's koetsier moest inslaan, om van de Aschpoort den Kolveniers-burgwal te bereiken, en wel z dat-i de nog altyd verschrikte Kaatje kon afzetten by de Pietersens. Ook zonder me nu te beroepen op m'n volslagen gebrek aan lokaal-memorie - er is geen stad, vlek of dorp in de wereld, waar ik den weg weet [1] - ga ik gebukt onder 'n onkunde die me byna geschikt maakt voor opgehemelde buitenlandsche beroemdheid. 

De overlevering beweert dat de Pietersburg door Hengist en Horstan geslecht is. Anderen zeggen dat Aeneas aan 't hoofd der trojaansche schuttery... neen, ik weet het niet. Ook in deze zaak alweer, is de waarheidlievende lezer genoodzaakt te wachten op exotisch licht. Uit hollandsche kranten vernam ik dezer dagen dat de onnavolgbare Victor Hugo wel eens van plan zou kunnen zyn, de wereld te begunstigen met 'n nieuw werk. Drin misschien zal men de noodige opheldering vinden. En zoo neen, dan verwys ik naar de ryke bronnen van nederlandsche wysheid die uit de monden sypelen van Mac-Auley, Prescott, Stuart Mill, Lothrop Motley, en dergelyke beroemdhedens, allemaal warranted zooals Wouter's verfdoosje. *) [2] Ze zyn gedurende 't leessaizoen te bevragen in 't eerste hoofdstuk van m'n Specialiteiten - 'n hollandsch boekje maar - en, als 't mooi weer is, op 't Huis-ten-Bosch, het buitenplaatsje maar van 'n kunstminnende hollandsche koningin. Wat myn ontmoetingen by Victoria op Balmoral aangaat... daarvan later, als ik er zal geweest zyn. [3]

Holsma's koetsier gaf blyk van 'n begaafdheid die we haast voor exotisch mogen houden, en dit deed zelfs z'n paard. Het stomme dier - even als ik toch maar in Holland geboren - bleef met buitenlandsche scherpzinnigheid staan op 't juiste oogenblik om de keukenmeid gelegenheid te geven tot uitstappen by de Pietersens. Niet zonder angst schoof ze Wouters knien voorby, en achtte zich gelukkig dat-i haar niet 'n beet meegaf tot afscheid.

Wouter scheen te meenen dat nu 't oogenblik was aangebroken om wat inlichtingen te geven en te ontvangen. Maar Holsma scheepte hem af. Hy toonde wel vriendelykheid, maar geen lust in vertrouwelyke mededeeling. Toen de jongen 'n verward verhaal begon van z'n ontmoetingen, viel hy hem in de rede:

- En... ik heb gehoord, je zult in den handel gaan?

- Ja, m'nheer... overmorgen!

- Nu, dat is zoo kwaad niet, als je maar in goede handen valt. Ze moeten je veel laten werken! Dat 's heel nuttig voor 'n jongen als jy...

En, als bevreesd dat Wouter zich zou beginnen aantezien voor wat byzonders:

...nuttig voor iedereen, voor lle jongelu! Op jou jaren zyn ze allen hetzelfde, en hebben gelyke behoefte aan arbeid en inspanning. Alle jongens moeten veel werken, en meisjes ook, en... alle menschen! [4]

Wouter kende zichzelf niet, en kwam dus niet op de gedachte dat de dokter bezig-was hem 'n geneesmiddel integeven. Maar wel bespeurde hy, dat de tyd van opheldering nog niet was aangebroken. Zonder nu juist te meenen dat Holsma hem die geven kon, was 't hem reeds 'n ontlasting geweest iets te mogen verhalen van z'n wedervaren, al wist-i dan nog niet recht hoe hy den lapsischen aanval op z'n deugd zou overspringen, wat toch z'n ridderlyk plan was.

Nogeens begon hy. Maar alweer brak de dokter z'n relaas af, door by de gebakken aardappels reeds, hem toetevoegen:

- Och, zulke dingetjes overkomen iedereen. Er is niets vreemds in. Hoofdzaak voor 'n jong mensch - en voor oude menschen ook! - is dat ze veel arbeiden. Het schynt nogal te waaien vandaag...

Hiermee moest Wouter genoegen nemen. Dat er wind aan de lucht was, is de zuivere waarheid. Helaas... had het gister maar willen waaien! Dan immers was er behoorlyk gehardzeild op den Amstel. Dan zou niet het volk dat zich verveelde, uit jolige baldadigheid naar de Botermarkt gestroomd zyn, en daar...

Toch niet! Die ne zevenklapper van prinses Erika kon niet gemist worden. Lezer, bedenk eens... [5]

Neen, neen, 't was zeer wys van de Voorzienigheid, dat er gister geen zuchtjen aan de lucht was. n graad atmosfeerdrukking minder, en 't venster van juffrouw Laps ware gesloten geweest! De noodlottige gevolgen...

Alweer niet waar! De heele zaak was - ds of z afloopend - van weinig beteekenis.

Maar men ziet uit dit alles, dat de dogmatiek der doeleinden, de beoefening van de beteekenisleer der opdatten, 'n allermoeielykst vak is. [6]

Wanneer de rivieren niet werden warm gehouden door 'n dekkleed van ys, zegt zeker Natuurkundig Schoolboek zouden ze... bevriezen. Ziedaar, voorzienigheids-preekers, in weinig woorden de karakteristiek der teleologie! [7]

*) Noot van 1878. Die heeren raken wat uit de mode. De citeerstokpaardjes du jour, heeten Spencer en Taine.

[1] Ook zonder me nu te beroepen op m'n volslagen gebrek aan lokaal-memorie - er is geen stad, vlek of dorp in de wereld, waar ik den weg weet

Dit was waar en enigszins eigenaardig: Multatuli kon nergens de weg onthouden. 


[2] En zoo neen, dan verwys ik naar de ryke bronnen van nederlandsche wysheid die uit de monden sypelen van Mac-Auley, Prescott, Stuart Mill, Lothrop Motley, en dergelyke beroemdhedens, allemaal warranted zooals Wouter's verfdoosje. *)

Van de genoemden kan ik Macaulay, Mill, Spencer en Taine thuisbrengen, in de zin dat ik er ooit wel eens iets van las. Ze zijn nu aanmerkelijk minder beroemd dan in M.'s tijd, maar Mill geldt nog steeds als een belangrijk filosoof, en het is jammer dat M. hem niet las. "Wouter's verfdoosje" slaat terug op 1047, het begin van Ideen 5.


[3] Ze zyn gedurende 't leessaizoen te bevragen in 't eerste hoofdstuk van m'n Specialiteiten - 'n hollandsch boekje maar - en, als 't mooi weer is, op 't Huis-ten-Bosch, het buitenplaatsje maar van 'n kunstminnende hollandsche koningin. Wat myn ontmoetingen by Victoria op Balmoral aangaat... daarvan later, als ik er zal geweest zyn.

Dit slaat op "Duizend en enige hoofdstukken over specialiteiten", waarin M. behandelt wat tegenwoordig wel deskundologen wordt genoemd, en het verwijst naar koningin Sophie, die M. op prijs stelde.


[4] Alle jongens moeten veel werken, en meisjes ook, en... alle menschen!

Dit was het Multatuliaans advies aan de jeugd, en ook wat de rijkere standen de armere zo graag mochten voorhouden. 


[5] Toch niet! Die ne zevenklapper van prinses Erika kon niet gemist worden. Lezer, bedenk eens...

Zie 1153 e.v.


[6] Maar men ziet uit dit alles, dat de dogmatiek der doeleinden, de beoefening van de beteekenisleer der opdatten, 'n allermoeielykst vak is.

M. heeft het herhaaldelijk over teleologie gehad in dit deel van de Ideen - zie bijvoorbeeld 1155 - maar het niet echt serieus behandelt. Ik zei er ook iets van in 1155 .....


[7] Wanneer de rivieren niet werden warm gehouden door 'n dekkleed van ys, zegt zeker Natuurkundig Schoolboek zouden ze... bevriezen. Ziedaar, voorzienigheids-preekers, in weinig woorden de karakteristiek der teleologie!

Wel... het is ongetwijfeld onhandig uitgedrukt door dat natuurkundig leerboek, en de min of meer scherpzinnige lezer heeft ongetwijfeld opgemerkt dat een rivier met een "dekkleed van ys" geldt als bevroren. Toch is het een bijzonderheid van water dat de vaste vorm ervan lichter is per volume-eenheid dan de vloeibare vorm ervan, en er dus op kan drijven.

Idee 1175.