s   

Idee 1159.                                                


Hoe hy zoo spoedig dáár kwàm? Ei? En Fancy dan, zyn... fancy? 

Had ze niet ook gezorgd dat-i by-tyds z'n jasjen aanhad? Wat 'n gekke historie immers, als-i dat had achtergelaten by juffrouw Laps! Hoe zoud-i zoo'n onhuishoudelykheid hebben verantwoord by z'n moeder?

De zaak is dat-i, lichaamskracht borgend van z'n gemoed - en was zy dit niet? - zich als 'n razende door de menigte wist heenteslaan.

Maar de plek bereikende die hy bereiken wilde, zag-i Femke niet! Wel den man met den bonten muts en 't schippersbuis, die hem van-boven gezien had toegeschenen haar begeleider te wezen. [1] Althans hy meende bemerkt te hebben dat ze met dien man gearmd uit de Amstelstraat gekomen was. En dit was ook zoo, maar:

- Is hier geen meisje met 'n noordhollandsche kap? vroeg hy zoo duidelyk de vreeselyke drukte toeliet.

De man, stuwend, vechtend, stompend tegen iedereen - dit deed ‘iedereen’ ook, en Wouter moest wel meedoen: 't was 'n gezelschap Kaïns op groote schaal! [2] - de man kon niet antwoorden. Maar Wouter bemerkte dat-i zich moeite gaf de herberg te bereiken, en maakte hieruit op dat z'n dame daarin gevlucht, of althans, met of tegen haar wil dan, daar binnengestuwd was.

Hy raadde juist. En, zich niet meer bekommerende om de slagen en stompen die hy ontving, deelde hy daarvan juist genoeg uit om weldra 't jeneverzaaltje te bereiken, waar de volte wel niet minder was dan buiten, maar er werd niet gevochten. Dit was iets!

Ziedaar, lezer, 't waar en onvervalscht relaas van de oorzaken die Wouter heel in 't begin van z'n loopbaan maakten tot 'n kroeg- en koffihuislooper. Gister in ‘Polen’ heden in ‘de gekroonde Jeneverbes... [3] daar gesmeten, hier vechtend, in beiden door 't een-of-ander geperst... 't is te veel!

Maar hy wàs er nu eenmaal, en keek rond naar Femke.

Hy meende haar te ontdekken heel achter in 't niet groote vertrek, op 'n tafeltje dat in 'n hoek stond. Zwygend, met styftoegeknepen lippen, de armen over elkaar geslagen, en met iets als uittarting in haar trekken, zag 't meisjen op de menigte neer. De kant van haar kap hing haar aan flarden in den nek - zy, zoo net altyd! - en, erger nog, Wouter meende te bespeuren dat haar gezicht bebloed was, het lieve, lieve, lieve gezicht van Femke!

Uitgeput, had-i de kracht niet meer, tot haar te gaan. En dit behoefde ook niet. Ze stond daar ongemoeid en veilig op haar tafeltje. Hy riep, maar ze hoorde niet.

Met onderzoekende scherpte liet ze haar blikken dwalen over de aanwezenden. Toen haar oog dat van Wouter ontmoette, kromp hy in-een: ze wilde hem niet kennen!

- O God, o God, ze veracht me, snikte hy. Dàt heb ik verdiend voor m'n lafheid by de Holsma's! [4]

- Jongetje, gehuild wordt hier niet, zei de waardin. Als je huilen wilt, ga dan na je moeder! [5]

Makkelyker gezegd dan gedaan. Wouter kon in die volte geen voet verzetten. De aandrang by 't buvet waar-i stond, klemde hem tegen de jenever-toonbank. Het gelukte hem niet eens, Femke gedurig in 't oog te houden, schoon ze boven allen bleef uitsteken. Tranen van wrevel en smart vloeiden hem over de wangen.

- Wat doe je dan in de drukte, zei 't jeneverwyf, as je d'r niet tegen ken? Heb je je bezeerd? Grienen wordt hier niet getapt. Zet 'r 'n borrel op, jongen, of ga heen!

Lust of niet, hy had heel graag 'n ‘borrel’ besteld om z'n plaats te betalen. Maar - ‘daar-i thuis altyd alles kreeg wat-i noodig had’ - hy bezat geen duit, en liep nu gevaar de deur te worden uitgeworpen wegens overmaat van matigheid. Doch ook dit kon niet, want de persing aan de deur bleef nog altyd even groot. Bovendien werd de aandacht der waardin afgeleid door de drukte van 't gevecht, dat al nader en nader kwam, en weldra dreigde de kroeg te kiezen tot ‘operatie-bazis’ zooals dit in 't jargon der krygskunde genoemd wordt. De ware reden was dat elk der strydenden in 't byzonder zich aan de slagen van z'n tegenparty wou onttrekken door in de kroeg te vluchten. De meeste ‘krygskundige evolutien hebben van ouds-her geen anderen grond. (475)


[1] Maar de plek bereikende die hy bereiken wilde, zag-i Femke niet! Wel den man met den bonten muts en 't schippersbuis, die hem van-boven gezien had toegeschenen haar begeleider te wezen.

Ik vermoed niet dat ik de lezer bijzonder verras als ik onthul dat dit Klaas Verlaan is.


[2] 't was 'n gezelschap Kaïns op groote schaal!

Kortom, een mensenmenigte van broedermoordenaars in aanleg en aard, trouwens zowel volgens de Romeinen - "homo homini lupus" - als de bijbel van de Christenen.


[3] Gister in ‘Polen’ heden in ‘de gekroonde Jeneverbes...

Het restaurant en hotel "Polen" bestond echt in de Kalverstraat, en M. heeft er zelf zowel gelogeerd als gegeten.


[4] - O God, o God, ze veracht me, snikte hy. Dàt heb ik verdiend voor m'n lafheid by de Holsma's!

Namelijk toen Wouter leerde dat Femke bij dokter Holsma werkte als kindermeisje, en Wouter haar niet durfde aan te spreken of noemen. Zie 1130 en 1131.  Het mag hier ook opgemerkt worden dat Wouter's deugd- en eer-begrippen heel ridderlijk zijn, maar sommige jongens zijn zo, waarbij komt dat we geheel van het begin af Wouter hebben gezien als geïnteresseerd in ridderromans, waarvan hij er bovendien ongetwijfeld een flink aantal doorgelezen heeft in zijn vorige werkkring bij Motto, Handel & Cie. Zie 1094.


[5] - Jongetje, gehuild wordt hier niet, zei de waardin. Als je huilen wilt, ga dan na je moeder!

Ik begrijp het sentiment van de waardin, maar was Wouter werkelijk zo klein en jong ogend voor z'n leeftijd, of waren de aanspreekvormen indertijd heel anders?

Letterkundige opmerking: Ik vermoed dat "na" "naar" had moeten zijn. In ieder geval is het opvallend dat de laatste twee delen van de Ideen, dus 6 en 7, wat meer kennelijke of evidente spelfouten hebben dan de eerdere delen, die dan ook vaker nagekeken en gecorrigeerd zijn door Multatuli.

Idee 1159.