Idee 1158.                                                


Juist begon hy z'n gastvrouw om wat inlichting over dit alles te verzoeken, toen beider aandacht werd getrokken door zeker roepen, schreeuwen en schelden dat van andere stemming getuigde dan de in-eensmeltende geluiden van 't gejoel. Er was ‘ruzie.’ In een der groepen werd niet meer gehost, maar gevochten. Men verstond duidelyk de by zulke gelegenheden gebruikelyke vloeken en verwenschingen. 

Een verwarde kluw menschen, dichter op-elkaar gepakt dan de overigen, schoof en seulde heen-en-weer al naarmate een der beide partyen aan de winnende hand was. Vreedzame hossers golfden zingend voorby de plek waar gevochten werd. De deelnemers aan den stryd werden van-lieverlede ter-zy gedrongen, en wel in de richting van een der vele kroegen die de buurt zoo aantrekkelyk maakten voor 'n publiek dat z'n verdriet over de mislukking der hardzeilery wou verzetten.

De twistenden, zelf gedrongen, drongen op hun beurt anderen. Men hoorde hier-en-daar gillen en om hulp roepen. De nooit ontbrekende zwangere vrouwen, en moeders met zuigelingen lieten haar angst niet onbetuigd.

Het gedrang werd nu byzonder sterk in zekeren hoek, waar drie stroomen dood-liepen en 'n vreeselyke botsing te-weeg brachten. Daar namelyk lag 'n zeer populaire herberg, die 't doelwit scheen van 'n hossende volksverhuizing uit de Amstelstraat. De tweede stroom vloeide uit de Utrechtsche straat op dezelfde kroeg toe. En de sterkste persing ging uit van den vechtenden troep die, op-zy geschoven door voorbytrekkende benden, almede in dezelfde engte gedreven werd.

By ondervinding van zeer jongen datum wist Wouter wat het beteekende, zich in zoo'n gedrang te bevinden. [1] Wie op den grond raakte, werd vertreden. Wel was de kans hierop zoo byzonder gevaarlyk niet in den kern der samenpakking - 't vallen was onmogelyk - maar des te grooter aan den rand, waar kelders en holen zich gapend gereed toonden alles inteslikken, wat hun in de kaken werd gedrongen. Dáár kon men hals en beenen breken of liggend vertrapt worden, in 't midden slechts staande gesmoord. O zeker, die opstopping naby de herberg was gevaarlyker nog dan die van den vorigen avend in de Kalverstraat! Bovendien, daar was maar drukte, er werd niet gevochten. En hier...

- Krrristenzielen, riep juffrouw Laps, ik word er puur akelig van!

Dit scheen ook met Wouter 't geval. Op-eens greep hy haar arm, en meende iets te zien, dat... iemand, die...

- Heel goed, m'n jongen, houd jy me maar vast! 't Is daar, zoo zondig als ik hier sta - 't eedsformulier was zoo gek niet - 't is daar moord en doodslag in dien hoek!

Wouter sprak niet. Ook had-i geen besef zich te verzetten tegen de overweldiging van z'n... verleidster, of hoe moet het heeten? 't Scheen nu wel of Afrika voor 't caesarinnetjen openlag... [2]

- Is 't niet of ze dol zyn? Houd jy je maar goed aan me vast, en denk maar dat ik jouw eigen Kristien ben, heelemaal van jou!

Och, hy had juist heel wat anders te denken gekregen dan aan z'n ‘eigen Kristien!’ Juffrouw Laps was eenige graden minder gelukkig dan ze zich verbeeldde. Ze streelde hem, en hy liet haar begaan, o ja, maar toch... [3]

- Wees jy maar gerust... och, lieve jesis, 't kind is er zoo ontsteld van! Aan jou zullen ze niet raken zoolang je hier bent... by my, weetje! [4]

Hy kneep haar boven z'n kracht in den arm, en geen ander blyk van leven gevende, stond-i overigens als versteend. En altyd die ééne onverzettelyke blik, dat schynbaar wezenloos staren op één punt...

- Trek 't je niet zoo aan, m'n lieveling! Maar... akelig is 't! Zie je daar die meid wel, met 'r noordhollandsche kap? Ik wou niet graag in 'r plaats wezen? En jy?

- Zy is het... Femke! O God, o God, het is Femke! [5]

En, Laps van zich afslingerend, die hem weerhouden wilde, vloog hy den trap af, en stond weinig oogenblikken daarna in den diksten drom vlak voor de herberg.


[1] By ondervinding van zeer jongen datum wist Wouter wat het beteekende, zich in zoo'n gedrang te bevinden.

Namelijk: Van de voor Wouter net voorbije donderdag, toen hij via het gedrang in de Kalverstraat in het restaurant Polen bij de Holsma's op tafel en bij Sietske in schoot viel. Zie 1129.


[2] 't Scheen nu wel of Afrika voor 't caesarinnetjen openlag...

Suetonius - meen ik - verhaalt dat Julius Ceasar, toen hij in Afrika landde om dit te veroveren, ten val kwam en dat met grote tegenwoordigheid van geest, en vanwege het geloof in voortekenen dat gebruikelijk was in die tijd, ook onder zijnn eigen soldaten, uitriep dat hij Afrika reeds had en zou krijgen.


[3] - Is 't niet of ze dol zyn? Houd jy je maar goed aan me vast, en denk maar dat ik jouw eigen Kristien ben, heelemaal van jou!

Och, hy had juist heel wat anders te denken gekregen dan aan z'n ‘eigen Kristien!’ Juffrouw Laps was eenige graden minder gelukkig dan ze zich verbeeldde. Ze streelde hem, en hy liet haar begaan, o ja, maar toch...

Zoals dat hoort in goed ontworpen literatuur worden de machten van het kwaad pas op het allerlaatste ogenblik en mede door hun eigen toedoen verslagen, zoals de lezer zal zien. 


[4] - Wees jy maar gerust... och, lieve jesis, 't kind is er zoo ontsteld van! Aan jou zullen ze niet raken zoolang je hier bent... by my, weetje!

De rollen zijn dus omgedraaid: Juffrouw Laps als beschermster van Wouter.


[5] - Trek 't je niet zoo aan, m'n lieveling! Maar... akelig is 't! Zie je daar die meid wel, met 'r noordhollandsche kap? Ik wou niet graag in 'r plaats wezen? En jy?

- Zy is het... Femke! O God, o God, het is Femke!

Juffrouw Laps vestigt Wouter's aandacht op Wouter's werkelijke liefde, of wat hij daarvoor aanzag, en leidt daarmee het falen van haar eigen verleidingspoging van Wouter in.

Idee 1158.