Idee 1151.                                                


Prins Erik's zuster had inderdaad geld noodig. Ze speelde Voorzienigheidje. [1] Wat zy eigenlyk met de geleende som uitvoerde, weet ik niet, maar zeker is 't dat de dankbaarheid - d.i. de betuiging van die aandoening - haar wat druk werd. Ook drongen er zeer veel menschenvrienden toe, die haar ruimer gelegenheid wilden verschaffen tot het voortzetten van haar liefhebbery, dan goudbeursjen en gezond verstand toelieten. 

We zullen maar aannemen dat er den vorigen dag te Ouwerkerk 'n zware brand was geweest - men assureerde niet in die dagen - of... 'n landman had al z'n koeien verloren aan de veepest - Thorbecke was nog niet geboren om die onaangenaamheid uitteroeien [2] - of... 'n ongehuwde kraamvrouw kon geen plaatsje krygen om uitterusten van haar zondige verlossing - de zedekundige lezer weet misschien dat de ‘deugd’ dit niet gedoogde in Wouter's tyd [3] - of...

Hoe 't zy, Prinses Erika had de een-of-andere weldadige gekheid uitgericht, 'n soort van débauche waaraan ze zich zeer dikwyls te-buiten ging. Goed was 't zeker niet, maar er zyn erger ondeugden, en ik ken velen die 't recht niet hebben zulke karakterfouten te laken. [4] Voorloopig hebben de moralisten dringender arbeid dan 't waarschuwen tegen fouten als die welke den hoofdtrek uitmaakten in 't karakter van prinses Erika.

By deze gelegenheid dan had ze haar koets verlaten, en was van haar gevolg afgeraakt. Om de menigte te ontwyken, die - juichend, dankend en... vooral lastig - op haar toedrong, was zy in 'n roeischuitje gesprongen, dat aan 'n steiger lag, en waarin 'n man zat te slapen of nagenoeg. 't Was zoo warm! Het was Klaas Verlaan, de ‘Amstelhavenknecht.’

De bons van den sprong deed hem ontwaken, en al de toeschouwers berstten in lachen uit om 't malle gezicht dat-i zette.

Er was waarlyk reden toe! Prinses Erika droeg 'n vuurrood satynen kleed met 'n langen sleep dien zy echter - zoo-even reeds by den brand zeker, of by de kraamvrouw, of by de koeien - had opgeg...

- Opgegeid, noemde 't Klaas Verlaan vele jaren daarna, als-i de historie vertelde aan z'n kleinkinderen.

't Was de pièce de résistance van z'n ondervinding. Nu, sommigen hebben minder beleefd!

- Se sag er uit as 'n fonk, zeid-i, en ik docht werachtich dat er 'n ster in m'n jol was gefalle, so flamde ze!

Komaan, we zullen Klaas Verlaan 't woord geven, maar ik heb geen lust z'n spelling te volgen. De lezer zal wel ongeveer weten hoe de man moet gesproken hebben. [5]


[1] Prins Erik's zuster had inderdaad geld noodig. Ze speelde Voorzienigheidje.

Ze deelde geld uit, zoals Multatuli zelf ook graag mocht doen, en zoals Wouter verlangde te kunnen doen, en zoals prins Erik eerder had gedaan. Zie 1134 voor de gelduitdelerij van prinsenkinderen en [4] voor de idem van Multatuli. 
 


[2] Thorbecke was nog niet geboren om die onaangenaamheid uitteroeien

Hier wordt M.'s chronologie - maar zie 1089 en 1090 - wel héél verward. Maar M. had een grote hekel aan Thorbecke, waarvoor zie o.a. 451, 452 en 972.
 


[3] 'n ongehuwde kraamvrouw kon geen plaatsje krygen om uitterusten van haar zondige verlossing - de zedekundige lezer weet misschien dat de ‘deugd’ dit niet gedoogde in Wouter's tyd

En lang daarna, waarvoor zie 448 e.v.
 


[4] Hoe 't zy, Prinses Erika had de een-of-andere weldadige gekheid uitgericht, 'n soort van débauche waaraan ze zich zeer dikwyls te-buiten ging. Goed was 't zeker niet, maar er zyn erger ondeugden, en ik ken velen die 't recht niet hebben zulke karakterfouten te laken.

Zie [1]. Van Multatuli zelf wordt verhaald dat hij zeer vrijgevig was als hij zich dat kon veroorloven, en eigenlijk ook wanneer dat niet kon, en dat hij gedurende zijn verlof in Nederland in de jaren 1850 een heel weeshuis tracteerde. De achterliggende redenen zullen zijn geweest dat er veel armoede was, en geen voorzieningen als bijstand; dat Multatuli hulpvaardig was, licht geraakt en voorzien van een sterk eergevoel; en dat het heel nobel voelt en oogt armen en behoeftigen publiek te bedelen. (Het is aardig dat het Nederlands "bédèlen" en "bèdélen" heeft. Zo zijn er wel meer heel geslaagde Nederlandse woorden, zoals bijvoorbeeld "bedoelen" en "betekenen".)
 


[5] Komaan, we zullen Klaas Verlaan 't woord geven, maar ik heb geen lust z'n spelling te volgen. De lezer zal wel ongeveer weten hoe de man moet gesproken hebben.

Ik vind dat jammer. In de eerste plaats is lang niet iedere lezer het onuitsprekelijk geluk deelachtig geworden als Amsterdammer geboren te zijn, en tussen Amsterdammers opgevoed te zijn. En in de tweede plaats is mij - helaas - wel een dergelijk geluk overkomen, en ik had graag enige verbale vingerwijzingen gehad hoe plat Amsterdams in Multatuli's tijd ongeveer geklonken moet hebben.

Nu moet ik gissen, maar uit wat Multatuli wèl geeft aan voorbeelden hoe plat Amsterdams in zijn tijd klonk kan gekonkludeerd worden dat ook toen de f and v, de s and z, de a en o, en de e en u nogal systematisch verward werden door echt Amsterdamse sprekers en spreeksters (die sich nie feel aon pleguh tuh trekkuh fan duh reguls foor AO BE EN, soastat in Haorlem gusprokuh wor).

Trouwens, het is kennelijk een feit - dat althans rijmt met wat ik weet van plat Engels, Duits en Noors - dat een platte taal c.q. het gebruikelijk accent van het meer proletarische stadsvolk vooral veroorzaakt wordt doordat de taal niet goed gearticuleerd en meer achter in de keel gesproken wordt dan vóór in de mond. Of dit zo is met platte varianten van àndere talen weet ik niet, maar ik gis dat één standsverschil dat uitgedrukt wordt door taalgebruik neerkomt op het al dan niet zorgvuldig articuleren.

Idee 1151.