Idee 1149.                                                


De koetsen reden nog altyd stapvoets en als in pantoffel-parade. Het kon niet anders, om de volte. 

Bovendien, de souvereinen verkeerden in 'n ziekelyke bui van ‘Volkthümlichkeit.’ De mode van den dag bracht 'n misselyke neerbuigings-manie mee, en de meeste rangmenschen overdreven de mode, zooals gewoonlyk. [1] Men droeg filantropie, gelyk wat vroeger de hoepelrokken, en later crinolines, vryenarbeid, of chignons. Rousseau - die beter wist, of althans beter weten kon - had de afgezaagde theorie van ‘ce bon peuple’ op frazen gezet, en wie te arm was om gedachten te bezitten op z'n eigen hand, neuriede die frazen na. Heel ryk nu, waren de meeste van die luidjes niet. En dit is nóg zoo. [2]

't Spreekt vanzelf dat dit instemmen met den deun van den dag, gewoonlyk ver van oprecht was. [3] Binnen de wanden der staatsiekoetsen heette dat ‘goede Volk’ zeer dikwyls doodeenvoudig: la canaille, 'n kwalifikatie die wel niet geheel juist was, maar toch niet verder van de waarheid afweek dan de zoetemelks-praatjes van Rousseau. Zelfs lag de waarheid niet in 't midden. [4] Een Volk, als zoodanig - we merkten hiervan reeds iets op, by 't luisteren naar Wouter's bespiegelingen over de ‘massa’ - is noch goed noch slecht. Het toekennen van persoonlyke hoedanigheden aan veel individuen saamgenomen, kan ter-nauwernood geduld worden als theoretische licentie. De oorzaak van de fout ligt alweer in luiheid. Men vindt het gemakkelyk, millioenen tegelyk te karakterizeeren met één pennestreek. [5] Als punt van uitgang tot werkelyke toepassing, zal zoo'n poging tot veralgemeenen steeds 'n onbruikbare fiktie blyven, en aanleiding geven tot allerlei misverstand en ongeluk. Napoleon III verklaarde onlangs den oorlog aan Duitschland, omdat-i zich door schreeuwers en schryvers had laten wysmaken dat de Franschman zoo byzonder dapper is dat-i alle andere hoedanigheden best missen kan.
 


[1] Bovendien, de souvereinen verkeerden in 'n ziekelyke bui van ‘Volkthümlichkeit.’ De mode van den dag bracht 'n misselyke neerbuigings-manie mee, en de meeste rangmenschen overdreven de mode, zooals gewoonlyk.

Multatuli leefde niet in "Onze Democratische Rechtstaat" (algemeen kiesrecht voor mannen en vrouwen dateert van 33 jaar na zijn dood, bijvoorbeeld) maar de leiders hebben nog steeds dergelijke gewoontes, al zijn het nu "gewoon" kamerleden e.d. die "gewoon" doen alsof ze "gewoon" (dus - letterkundige noot auf Deutsch - "volkthümlich") zijn in TV-programmaas voor gewone mensen. Mijn konklusie is dat het meer terug gaat op een aapachtige of zoogdieren-eigenschap dan op wat anders. (Desmond Morris' "Manwatching" is aardig in dit en dergelijke verbanden.)
 


[2] Rousseau - die beter wist, of althans beter weten kon - had de afgezaagde theorie van ‘ce bon peuple’ op frazen gezet, en wie te arm was om gedachten te bezitten op z'n eigen hand, neuriede die frazen na. Heel ryk nu, waren de meeste van die luidjes niet. En dit is nóg zoo.

En nogmaals 130 jaren later nog steeds, met dit verschil dat Rousseau al tijdens M.'s leven afgelost werd door voordenkers als Marx. Wie meer wil weten over het gedachtegoed van Rousseau en wat dit in de hand werkte verwijs ik naar Talmon's uitstekende "The Origins of Totalitarian Democracy".
 


[3] 't Spreekt vanzelf dat dit instemmen met den deun van den dag, gewoonlyk ver van oprecht was.

Ja, natuurlijk - maar het is ook verstandig een kanttekening te plaatsen bij de feitelijke soort van onoprechtheid, want deze gaat, net als het geloof van godsdienstfanaten, vooral terug op de overweging dat men wéét hoe de wereld in elkaar zit (namelijk: zoals Mohammed of Marx lang geleden zei) en dat men derhalve geen moeite meer hoeft te doen z'n eigen stellige meningen te testen aan die van anderen, en in het bijzonder van mensen die het oneens zijn met de leer waarin men gelooft. (Voor een waarachtig gelover deugen alleen mensen van het ware geloof.)
 


[4] Binnen de wanden der staatsiekoetsen heette dat ‘goede Volk’ zeer dikwyls doodeenvoudig: la canaille, 'n kwalifikatie die wel niet geheel juist was, maar toch niet verder van de waarheid afweek dan de zoetemelks-praatjes van Rousseau. Zelfs lag de waarheid niet in 't midden.

Over de huidige prinsen van Oranje - vast geen slechte jongens maar wel érg goed betaald voor het hooghouden van ficties ten behoeve van het gewone volk - wordt verteld dat ze bij hun optredens voor Ons Volk en hun Oranjeklanten met hun vingers obscene gebaren maken naar Ons Volk, buiten het volkse zicht.

Ik heb het niet zelf geverifieerd, maar geloof het graag. Laat ik de moraal zó trekken: Het grootste deel van Onze Democratische Kiezers - en "De kiezer heeft altijd gelijk", volgens Onze Politieke Leiders, dus ook als "de kiezer" een nieuwe Hitler verkiest, die dan net als de oude Hitler democratisch verkozen zal zijn - gelooft eigenlijk helemaal niet aan democratie, universele gelijkwaardigheid, of de gelijke voortreffelijkheid van volkse idolen en andere mensen.
 


[5] Het toekennen van persoonlyke hoedanigheden aan veel individuen saamgenomen, kan ter-nauwernood geduld worden als theoretische licentie. De oorzaak van de fout ligt alweer in luiheid. Men vindt het gemakkelyk, millioenen tegelyk te karakterizeeren met één pennestreek.

Nee, zelfs "theoretische licentie" behoort het niet te hebben, zomin als andere ficties die behoren te krijgen. En de "oorzaak van de fout" ligt niet "in luiheid" maar in domheid. De meerderheid is nauwelijks in staat tot het behoorlijk redeneren met echte abstracties, en vervangt deze daarom gewoonlijk automatisch en alsof dat vanzelf spreekt door gepersonificeerde abstracties, als "Frankrijk wil ...", "De regering zegt ...", "De moderne vrouw voelt ...." etcetera ad nauseam. Een bijkomend voordeel voor de abstracte begrippenverkrachters die dit doen is dat dergelijke tot persoonlijkheden vervalste abstracties zowel persoonlijk klinken als geen enkele reëel bestaan hebben, zodat men er veilig alles aan kan toe schrijven wat men wil.

Idee 1149.