Idee 1147.                                                


't Is opmerkelyk hoe men zich ten-allen-tyde heeft toegelegd op 't uitvinden van surrogaten van 't goede. [1] Aan 't goede zelf is nooit zooveel moeite ten-koste gelegd [2], wat we een vergryp tegen de ekonomie der ziel mogen noemen. Als ‘le beau Brummel’ de vriend van den prins van Wales [3], de studie die hy besteedde aan 't omdoen van z'n das, had toegepast op iets nuttigs, zoud-i 'n achtenswaardig mensch geweest zyn. 't Blyft echter de vraag of men hem in dat geval zou geduld hebben in den kring van dien liederlyken kroonprins. Men zegt dat er ook thans nog hooggeplaatste personen zyn, die zich niet op hun gemak voelen, zonder zekere dosis nietigheid om zich heen. [4] Wat m'n Vorstenschool aangaat...


[1] 't Is opmerkelyk hoe men zich ten-allen-tyde heeft toegelegd op 't uitvinden van surrogaten van 't goede.

Dit is inderdaad opmerkelijk, maar niet zo heel moeilijk te verklaren: Surrogaten zijn makkelijker en goedkoper dan echte waar.

Een ander opmerkelijk en enigszins paradox (voor naïeven) feit over doeners van het goede is dat dit o.a. aanzienlijke en belangrijke beroepsgroepen betreft als politici en priesters, die veel macht en rijkdom kunnen verwerven met goed doen, of althans de pretentie ervan.
 


[2] Aan 't goede zelf is nooit zooveel moeite ten-koste gelegd

En helaas liet Multatuli zelf na er een grondige verhandeling over te schrijven. Ik probeerde het zelf dus maar enigermate, in 423 terwijl ik in 817 M.'s bewering of theorie dat genot = deugd bespreek.
 


[3] Als ‘le beau Brummel’ de vriend van den prins van Wales

Een Engelse dandy van rond 1800, waarvan verhaald wordt dat hij de eerste welbewuste dandy was: Een speler van de rol van geslaagd, voorbeeldig gekleed, welbespraakt man van de wereld en leider van de mode. Zie voor rollen 1112.
 


[4] Men zegt dat er ook thans nog hooggeplaatste personen zyn, die zich niet op hun gemak voelen, zonder zekere dosis nietigheid om zich heen.

In feite mag men veilig aannemen dat de overgrote meerderheid van de motieven om een hooggeplaatst persoon te zijn, worden of blijven neerkomen op de wens dat anderen dan voor minder gelden dan men zelf doet.

Idee 1147.