Idee 1139.                                                


- Ik zeg dat jelui 't kind niet zoo moet versagrineeren, zei de bibberende bezoekster.

- Oogenblikkelyk naar je bed! riep de moeder.

- Och, laat het kind zitten! Maar... wat ik je zeggen wou, juffrouw Pieterse, van m'n aardappelen... 

Wouter blf. Dat-i dit kon, had hy te danken aan de algemeene nieuwsgierigheid. Heel gelukkig waarlyk, want ik heb z'n blyven hoognoodig voor de ekonomie van m'n vertelling. [1]

...verbeelje toen ik thuis kwam, zoo tegen half-elf... want ik kon niet eer, om de drukte, weetje - anders... ik houd niet van remoerigheid, dat weetje wel - nu, toen ik thuis kwam - de stad is vol moordenaars en dieven, dit moet je wl in 't oog houden! - toen waren m'n aardappelen... waar denk je dat m'n aardappelen waren? Ze waren... weg!

- Weg?

- Weg!

- Heelemaal weg?

- Heelemaal... wg!

- Je aardappelen weg?

- M'n aardappelen... heeeeelemaal... wg!

- Maar...

- En ik zeg: dat hebben de dieven en moordenaars gedaan! Wie anders? Er zyn moordenaars op m'n zolder, en nu wou ik je vragen... want ik durf niet alleen thuiskomen...

Wouter's oogen flikkerden.

...ik wou je vragen of misschien... je zoon Stoffel...

Stoffel zette 'n allerzonderlingst gezicht, dat zeker alle moordenaars uitmuntend zou bevallen hebben, omdat het 'n geruststelling bevatte voor de toekomst van 't mtier.

- Maar, juffrouw Laps, vroeg-i, heb je dan geen kat in huis?

- Een kat? Ben je mal? 'n Kat tegen moordenaars?

- N, juffrouw, niet tegen moordenaars. Maar 'n kat die misschien je aardappels heeft opgegeten? [2]

- Ik weet van geen kat! Ik weet dat de stad vol gemeen volk is, dat de menschen vermoordt zonder dat er 'n haan na kraait! Niet dat ik om m'n leven geef, gut neen, niet... zie zveel! Als de Heer me roept, zal ik zeggen: laat je dienstmaagd gaan in vrede. M'n oogen hebben je heerlykheid gezien! En dan...

- Maar, mensch, waarom heb je niet op je zolder gezocht, of onder je bed?

- Dat mocht ik niet, juffrouw Pieterse! Wien God bewaart, is wlbewaard, maar... men mag den Heer niet verzoeken! Op m'n zolder ga ik niet, en onder m'n bed kyk ik niet, voor alle wereldsch goed niet! Want dr zit-i zeker! En juist daarom wou ik je vragen of... je zoon... Stoffel... of - als Stoffel geen senie heeft - byv. je zoon... Laurens, of...

- Maar... waarom heeft uwe niet liever de buren er by geroepen, juffrouw?

Aldus sprak Stoffel.

- De buren? Nou, je moet ze kennen, die buren! De man onder me durft geen schoothondjen aan, laat staan, 'n moordenaar! En naast me woont er een die... wat zal ik je zeggen, 't is 'n jonkman, en je weet dat ik me niet graag in opspraak breng. Want... 'n mensch moet zorgen voor z'n fatsoen, en nooit ergernis geven, dat weet je-n-ook wel. [3]

Niemand kwam op de gedachte, haar te vragen wie of wat Stoffel dan voor 'n wezen was? Gn jonkman? Zoud-i misschien door z'n school boven wereldsche verdenking verheven zyn?

- En bovendien, ging de verlokster voort, meen je dat al die mannen kerasie hebben? [4] Ik zeg neen! Ze zyn zoo bang voor 'n dief, als de dood. Verleje week stond er 'n brittale bedelkerel in 't pertaal, en de vent wou niet weg. Denk je dat ze 'm aandurfden? Maar ik, ik pakte hem flink beet, en...

Ze versprak zich, en bemerkte het:

...nu ja, dat zou ik gedaan hebben als ik niet 'n vrouw was geweest. Want vrouwen moeten zich nooit inlaten met ruwigheid. Dat stt niet... wat zeg jy, Trui? Ik liep weg, en sloot m'n kamer, zieje! Neen, kerasie hebben al die manlui niet!

Al die manlui!

Wouter voelde zich beleedigd, en beefde van ingehouden strydlust, of althans van begeerte om te toonen dat hy niet behoorde onder zlke manlu. Juffrouw Laps merkte 't wel.

- Nu, als Stoffel 't niet graag doet...

- Om je de waarheid te zeggen, ik...

... en als Laurens al slaapt. En als... niemand er senie in heeft...

Ze stond op.

...nu, dan zal ik, op God vertrouwend, in m'n eentje... maar griezelig is 't voor 'n vrouw alleen!

Ze zag allen beurtelings aan, behalve juist den eenen tot wien ze sprak. Wouter moest zich vergeten voelen, over 't hoofd gezien, en daardoor geprikkeld tot den eisch om beschreven te worden onder de ridderschap van den huize.

...als dan hier niemand is, die durft...

- Ik durf, juffrouw!

Allen stonden verbaasd, behalve onze menschenkenster die niets anders verwacht had, maar toch geraden vond zich even verbaasd te houden als de rest.

- Jy?

- Jy, Wouter?

- Jongen, ben je gek? Jy?

- Ja, ik! Ik durf, al waren er tien op je zolder, juffrouw, en duizend onder je bed!

Hm, zoo 'n kleine Luther! Maar er was verschil. Luther had 'n God, waarop-i meende te kunnen rekenen... met behulp van 'n paar keurvorsten... nu ja, die behoefte hadden aan troebel water. Onze Wouter - znder keurvorsten! - trok als 't ware ten-stryde tgen den god, die toegelaten had dat er duizend en eenige moordenaars onder 't dak en bed van juffrouw Laps konden zitten.

- Maar, jongen!

- Ik durf!

- Och, laat hem begaan, juffrouw Pieterse! Je begrypt... het is altyd 'n gezelligheid voor me, zoo'n kind by me te hebben! Zieje, dan griezelt het me minder, als er misschien 'n moordenaar op zolder zit. 'n Mensch wil aanspraak hebben, niet waar?

Ze bereikte haar doel: onze Wouter werd haar meegegeven. Met z'n nachtpon en bakkersmuts in 'n pakjen onder den arm, verliet hy 't huis. [5] De yzeren staaf werd achtergelaten, omdat juffrouw Laps verzekerde dat zy 'n wel gevuld tuighuis had van gereedschappen waarmee men zooveel moordenaars kon doodslaan als men verkoos.

De oorzaak dat de Pietersens zoo gemakkelyk toestemden in Wouter's benoeming tot slotvoogd, lag voornamelyk in ydelheid. Eigenlyk keurde het geen der leden van 't koncilie goed, dat de jongen meeging met juffrouw Laps, maar de familie was groots op z'n moed. De zaak zou bekend raken, oververteld worden, en juffrouw Pieterse zou wel zorgen dat er bygevoegd werd:

- 't Is dezelfde jonge-heer, weetje, die laast geleseerd heeft by dokter Holsma op den Kolveniers-burgwal.

Ja, ja, er zit wel wat in die kinderen van diezelfde Juffrouw Pieterse! zou dan deze of gene de goedheid hebben te antwoorden.

En zoo-iets hoort men graag.

Drom kreeg juffrouw Laps ditmaal haar zin.

Maar... Fancy?

Preutsch was ze niet!

Dat verloochenen van Femke vond zy rger!

Doch ook drtegen zou ze raad weten, zy die alles was, alles wist, alles kon, tot het regelen van de kans-verevening inkluis. [6]

Niet tevreden - o neen! - maar kalm toch, en geenszins wanhopend, ging ze met haren arbeid voort. Er was meer spot dan smart in haar gelaat, toen ze Wouter dien avend den weg zag inslaan naar de woning der oefenaarster. Ze toonde hierdoor hooger te staan dan de engel die door Moritz Retsch tot droefgeestige getuige wordt gemaakt van de nederlaag des jongelings die op 't schaakbord z'n ziel aan den duivel verspeelt.

Hm... in n party?

Moet dan het behoud der ziel afhangen van n veronachtzaamd: gardez la Reine?

Waarachtig niet!

Men zou wenschen geen ziel te hebben, als ze z snel kon verloren gaan!

Eilieve, dan immers stond de party tusschen God en Duivel niet gelyk?

Hoe! En misstap, ne dwaling, n vergissing, zou naar de hel kunnen voeren, en na 'n lang leven vol moeite, arbeid, onthouding en stryd, is er nog 'n byzondere genade noodig om in den hemel te komen? [7]

Dit moet 'n dwaling zyn! Maar... 'n dwaling die 't verklaart, waarom de galerie zoo gaarne voor den Duivel parieert! En waarom er zooveel speciaal-kunsten worden uitgevonden om God 'n beetje te helpen in z'n l te ongelyke kans.

Dit hoeft niet!

Fancy zal zich weten te redden. Zich, en... hem dien ze aanraakte met haar vleugel.

Ze laat hem begaan, en doet - als ik! - haar werk. En:

                .....doet, als ik, haar werk!
 En spint den vlok tot draad, en weeft den draad
 Tot doek, waarop zy, eindloos voortbordurend,
 Den loop van al wat is, te aanschouwen geeft.
 En wie 't verband ontkent, is schuldig blind,
 Ternauwernood onschuldig wie 't niet kent!

Van dit alles wist Wouter niets. Z'n onkunde mag wel een der oorzaken geweest zyn van de rilling die hem bekroop, toen-i met juffrouw Laps den trap van haar woning opging.

't Eerste wat ze hem aanbood, bestond natuurlyk in de gebakken aardappelen die opgegeten waren door al die gulzige moordenaars. [8]

Hu! Wouter verbeeldde zich dat-i zou hebben raad geweten met Schinderhannes [9] in hoogsteigen persoon. En al blyft het nu de vraag, of z'n - ongeoefende! - moed niet op 't beslissend oogenblik in de schoenen zou gezakt zyn, hy mnde toch dat-i durfde. En hy was dan toch begonnen met Schinderhannes inderdaad optezoeken...

Maar... alleen te wezen met die gebakken aardappelen, en met die walgelyke vrindelykheid - wat ranser was, wist-i niet! - daar hoort mr toe!

Hy voelde berouw over z'n veronderstelden moed, en begreep niet hoe hy z'n heldentocht had kunnen aanvangen zonder te letten op de onvermydelyke byzaken. [10]

Wl beschouwd, was-i toch maar liever in een der driehoekjes gekropen, die Laurens gewoon was zoo grootmoedig ter zyner beschikking te stellen.


[1] Wouter blf. Dat-i dit kon, had hy te danken aan de algemeene nieuwsgierigheid. Heel gelukkig waarlyk, want ik heb z'n blyven hoognoodig voor de ekonomie van m'n vertelling.

En van de dingen waar "de ekonomie" van Multatuli's verhaal zeer van te lijden heeft is dat M. voortdurend wisselt van perspectief, en geen onderwerp kan behandelen zonder zijpaden te bewandelen.
 


[2] - N, juffrouw, niet tegen moordenaars. Maar 'n kat die misschien je aardappels heeft opgegeten?

Hier zien we, vrijwel voor het eerst, een voorbeeld van het doorredeneren met enig gezond verstand door Stoffel.
 


[3] Want... 'n mensch moet zorgen voor z'n fatsoen, en nooit ergernis geven, dat weet je-n-ook wel.

En hier vindt de lezer zomaar het algemeen recept voor een maatschappelijk geslaagd leven.
 


[4] - En bovendien, ging de verlokster voort, meen je dat al die mannen kerasie hebben?

Dit geeft aanleiding tot zowel een letterkundige als een psychologische opmerking. Letterkundig: "kerasie" = "courage" = moed. Psychologisch: M. bedoelde wel degelijk juffrouw Laps ten toon te stellen als kinderlokster, als would-be verleidster van Wouter.
 


[5] Ze bereikte haar doel: onze Wouter werd haar meegegeven. Met z'n nachtpon en bakkersmuts in 'n pakjen onder den arm, verliet hy 't huis.

Minstens een btje gek is het wel, om een 16-jarige jongeman te laten gaan slapen bij een ongetrouwde juffrouw. Woonde juffrouw Laps zo ver van waar de familie Pieterse woonde dat Wouter niet makkelijk heen en weer kon lopen?

Maar het behoort tot Multatuli's plot om de lezer te tonen waartoe godsdienst (P.G.), vermeende genade, en verwrongen geslachtsdrift toe kunnen leiden in een gristenjuffrouw. Hier merk ik dus overigens alleen op dat er ook in nachtdracht modes zijn, en dat n mogelijke reden voor mutsen in bed was dat er geen verwarming was en dat het rond 1800 bovendien kouder was dan na 1850, vanwege de zogenaamde kleine ijstijd die van 1500 tot 1850 het klimaat in Europa kouder maakte dan daarvoor en daarna. Slaapmutsen kunnen echter ook, als veel andere zaken, het resultaat zijn van een overweging "dat het nu eenmaal zo hoort" dat een behoorlijk mens iets dergelijks doet, zoals men indertijd ook niet zonder fatsoen zonder hoofddeksel op straat kon lopen.
 


[6] Doch ook drtegen zou ze raad weten, zy die alles was, alles wist, alles kon, tot het regelen van de kans-verevening inkluis.

Ik vind het zelf geheel niet plausibel dat aan Fancy, die enigermate acceptabel is als inkleding van Multatuli's muze, bij gelegenheid, zoals hier, ook de kenmerken van een christelijke godheid toegekend worden.  
 


[7] Hoe! En misstap, ne dwaling, n vergissing, zou naar de hel kunnen voeren, en na 'n lang leven vol moeite, arbeid, onthouding en stryd, is er nog 'n byzondere genade noodig om in den hemel te komen?

Toch is dit wat de protestanten leerden, en het zal de levens van vele protestante gelovigen een stuk moeilijker en bedreigender hebben gemaakt.
 


[8] 't Eerste wat ze hem aanbood, bestond natuurlyk in de gebakken aardappelen die opgegeten waren door al die gulzige moordenaars.

Zoals in de plot van een detective-verhaal. M. geeft Wouter hierover geen bedenkingen in, wat toch enigermate vreemd is, omdat het de enige evidentie is dat juffrouw Laps gevaar liep, en ze daar behoorlijk over uitgepakt heeft.
 


[9] .. Schinderhannes ..

Een toen bekende Duitse moordenaar.
 


[10] Hy voelde berouw over z'n veronderstelden moed, en begreep niet hoe hy z'n heldentocht had kunnen aanvangen zonder te letten op de onvermydelyke byzaken.

Dit is wat Multatuli zichzelf ook regelmatig verweten zal hebben. Aan het eind van z'n leven was Multatuli van mening dat n van zijn fouten was geweest niet eerst voor geld te zorgen, en pas daarna en daarmee te trachten de wereld te verbeteren.

Idee 1139.