Idee 1138.                                                


- Zeg jyzelf nu eens, Stoffel, of de stad niet vol moordenaars en dieven is? [1]

Stoffel zoog z'n bovenlip naar binnen, en trachtte met de andere de punt van z'n neus te bereiken. De lezer wordt uitgenoodigd dezen mondgreep natebootsen, en hy zal, volgens de door my meegedeelde methode van ziel-ontdekking, nagenoeg weten hoe en wat Stoffel niet antwoordde op deze vraag.

Juffrouw Laps hield zich of ze ja! verstond, omdat het zoo in haar kraam te-pas kwam. En dus:

- Zie je wel, Stoffel zegt het ook! De stad is vol dieven en moordenaars, en... 'n fatsoenlyk mensch durft niet meer in z'n eentje naar bed gaan. Dat zeg ik! [2]

- Maar... juffrouw...

- De policie? Gekheid! Wat helpt de policie, als je niet op God vertrouwt? Dt 's 't ware! [3] En wie dt niet doet, is verloren. Menschelyke hulp... ik kan me niet begrypen dat... Laurens altyd zoo vroeg slapen gaat. Weet jelui wel, dat het niet gezond is zoo veel te slapen! Wat zegt de Schrift? Waak en bid! Maar... ieder z'n sinnigheid! Ik kan je voor God verklaren dat ik niet alleen naar huis durf, en...

Hier vertoonde zich weer 'n vinger! [4] Wouter's nieuwsgierigheid was ten-hoogste gespannen. Om beter te kunnen verstaan stond-i in gebukte houding, en leunde met n hand op den rug van 'n stoel. Z'n steunpunt kantelde, de stoel gleed uit, knerste over den grond, bereikte 'n ander meubel...

- Heere-jesis-kristis, wat 's dt nu weer? kryschte de moeder. Ben jy 't, Laurens?

Wouter piepte verlegen terug, dat het: ik was. Uit deze stoornis vloeide voort dat-i zich wist overteplaatsen in den kring waar zulke belangwekkende dingen werden verhandeld.

Z'n entre de salon had plaats onder de allerongunstigste omstandigheden. Hy werd hevig berispt omdat-i nog niet uitgekleed was, en...

- Zet jy je bakker op, voor je je kleeren uittrekt? riep de moeder.

Zoowaar, de jongen had vergeten zich te ontdoen van z'n slaapmuts! [5] Hy meende van schaamte te verzinken. Liever had-i l 't andere gemist, dan dat eene te hebben!

- En... wat heb je dr?

Helaas! Ons heldje was belachelyker nog dan men in-staat is zich te maken met 'n pluimmuts alleen. Er bleek dat-i zich gewapend had met den yzeren staaf, die in voorhistorische dagen door z'n vader gebruikt werd tot recht-afsnyden van ler. [6] Gedurende 't begin van 't lapsisch verhaal dat zoo slecht vlotte, meende hy, dacht-i, hoopte hy...

Nu ja, hy verstond iets van 't oude: waar blyft Wouter? Uit den mond der spreekster niet, o neen - 't waren immers juist de woorden die ze by-voorkeur niet uitsprak! - maar... hy meende ze toch te hooren, al kwamen ze tot hem van geheel anderen kant.

Wel was-i dien vrydag laag en slecht geweest, onridderlyk en infaam, maar... hy bleef nog altyd Wouter!

Moordenaars? Dieven? Een vrouw in nood, 'n dame - ze heette Laps, godbetert! - wat anders kon daarop volgen, dan:

- Ce sera moi, Nassau!

en:

- God laat die moordenaars maar begaan... ik niet! Ik. Wouter! [7]

Ivanhoe was-i gewis dien dag niet geweest... helaas! Doch er was toch nog altyd genoeg in hem van zichzelf, om niet lager te staan dan de slechtaard Brian de Bois-Guilbert, die toch ook niet wegliep voor gevaar, al was dan z'n gedrag jegens Rebekka hoogst-indelikaat.

Slecht? Het zy zoo! Maar lafhartig ook? Dat zou te veel zyn.

In z'n stemming had Wouter - hy scheen niet te weten dat ook z'n eigen felonie voortkwam uit lafheid! [8] - tusschen z'n tweede kous en z'n broek in, den leder-lineaal gegrepen. En dat ding hield-i nog altyd in de hand, toen er door zoo'n zonderlingen samenloop van omstandigheden 'n welgelukt beroep werd gedaan op z'n moed.

O, eerbiedwaardige, korrekte, maar dikwyls laaghartige, toch altyd onschuldige, kansverevening [8], waarom moest ge dat onngetogen ridderzwaard in-handen geven van iemand die vergeten had zich te ontdoen van z'n slaapmuts? Waarom niet die twee belachelykheden in billykheid over Stoffel en den held verdeeld? Waarom niet aan ieder wat? Den een de muts, den ander 't wapen? Of, beter nog, waarom niet Stoffel den hellebaard in de hand gedrukt, en den slapenden Laurens by uitsluiting belast met het torschen van den gepluimden diadeem? Wat kon het hm schelen hoe hy er uitzag in z'n bed!

Maar... 'n held, 'n ridder? En dat onder de oogen van de dame die hy beschermen zal!

Arme Rebekka, wanneer Ivanhoe ware te-voorschyn gekomen met z'n helm!

Wouter was woedend.

En... ik ook! Op die kansverevening namelyk, en niet zoozeer om de boosaardige kombinatie van muts en degen. Zy is niet te vermyden, en de Don Quixotten schikken zich. [8] Weldra zien ze die pluimmuts voor 'n stalen helm aan, en hun hemd voor 'n schubbejak.

Niet drom alzoo ben ik boos. Ik zou waarlyk te veel te doen hebben, indien ik toegaf in de neiging tot zlke verstoordheid. Maar om 'n andere samenvoeging die bedroevender is, en waarin 'n braaf ridder zich niet mg leeren schikken.

Wouter was lafhartig geweest, toen-i Femke had behooren te kennen en te rkennen. En... z'n gevloden ridderlykheid kwam te-voorschyn op 'n roep uit den mond van juffrouw Laps! Dit is erger dan belachelykheid! [9]

Tegenover reinheid had-i zich stug betoond, en arm aan ziel. De rykdom van z'n gemoed berstte weelderig uit, zoodra ze werd opgevorderd door 't gemeene. Is 't niet treurig? [9]

Dat de Don Quixotten weldra de onheraldische beteekenis van hun pluimmutsen over 't hoofd zien - lafaards wachten zich wel voor zulke gekheid! - is begrypelyk, en te vergeven. Maar wie - en op-den-duur - genoegen nemen zou met de verkrachting van zedelyke logika, met het tragisch-heterogeene... [10]

't Huwelyk van rapier en muts was maar komisch! [11]

...wie op-den-duur zich tevreden stelt met... dat andere, hy is verloren! Hoogstens kan er 'n rykworder uit hem groeien, 'n schoonzoon van Kappelman, of zoo-iets.

Goddank, Wouter zou 't leeren inzien. De zeer intelligente lezer begrypt immers dat-i anders geen geschiedenis hebben zou? Maar hy was nog in lang zoo ver niet, en meende al veel gedaan te hebben tot herstel van de zoo sarkastisch bedorven tooneelzetting, toen-i met driftig gebaar z'n wapen kletterend op den grond smeet, en z'n muts - flap! - op de tafel.

Niemand had ooit geweten dat het manneke zoo driftig worden kon. Z'n moeder vroeg dan ook met de gewone belangstelling in 't welzyn van z'n zieltje: of-i dan in-godsheeren-naam heelemaal bezeten was? 't Had er veel van.

De vinger van zoo-even zal wel weer de klauw van 'n duivel geweest zyn, of... van den Duivel, naar verkiezing van den lezer.
 


[1] - Zeg jyzelf nu eens, Stoffel, of de stad niet vol moordenaars en dieven is?

Ik vermoed dat M. dit met opzet laat vragen door de naar eigen zeggen hoogst christelijke juffrouw Laps, voorzien van de genade en levend in het P.G., juist omdat dit Protestantse Geloof zo stellig was over de menselijke slechtheid en zondigheid, sinds de Heere God in zijn onmetelijke wijsheid en goedheid besloten had Adam en Eva uit het Paradijs te verbannen vanwege hun weetgierigheid en belangstelling voor sex.

In feite moest een waarachtige en enigermate consistent redenerende gelovige van het P.G. geloof wel iets denken als dat "de stad ... vol moordenaars en dieven" is, altijd en onder ieder bestuur, omdat de God der Protestanten dit nu eenmaal zo wilde, en, alweer in zijn onmetelijke wijsheid en goedheid, het zo ingericht had de dat de grote meerderheid van de mensheid voorbeschikt was tot de hel.
 


[2] De stad is vol dieven en moordenaars, en... 'n fatsoenlyk mensch durft niet meer in z'n eentje naar bed gaan. Dat zeg ik!

Merk op dat M. hoogstwaarschijnlijk opzettelijk juffouw Laps in de mond legt dat ze niet in haar "eentje naar bed gaan" wilde. In feite wilde ze Wouter er ook in, en was met dat doel naar de familie Pieterse gegaan.
 


[3] - De policie? Gekheid! Wat helpt de policie, als je niet op God vertrouwt? Dt 's 't ware!

Als iemand die van consistent redeneren houd kan ik - zie [1] - juffrouw Laps alleen gelijk geven, gezien haar geloof en genade.
 


[4] Hier vertoonde zich weer 'n vinger!

Van deze vinger was eerder sprake aan het eind van idee 1133.
 


[5] Zoowaar, de jongen had vergeten zich te ontdoen van z'n slaapmuts!

Misschien dat dit een Multatuliaanse verwijzing is naar Don Quichot's moeilijkheden met zijn helm.


[6] Er bleek dat-i zich gewapend had met den yzeren staaf, die in voorhistorische dagen door z'n vader gebruikt werd tot recht-afsnyden van ler.

Hieruit mogen we aannemen dat juffrouw Pieterse uit standsgevoel niet de waarheid heeft gesproken - zie 1091 - over wijlen haar man's onbekendheid met het handwerk van schoenmaker.
 


[7] - God laat die moordenaars maar begaan... ik niet! Ik. Wouter!

Dit was ook een geheel Multatuliaans gevoel. Zie bijv. de interessante brief aan gouverneur-generaal Duymaer van Twist uit 1856. We zien hier Wouter's hoogmoed in actie.
 


[8] .. Wouter - hy scheen niet te weten dat ook z'n eigen felonie voortkwam uit lafheid!  ..

Toch was hij in 1131 beschaamd over z'n gedrag. En er is natuurlijk nog een verklaring, of althans een deel ervan, namelijk dat Wouter op een leeftijd was aangeland, en trouwens bij de Holsma's ook in een milieu, waarop hij over allerlei dingen wist te weten niet te weten hoe ze behoorlijk op volwassen wijze te doen.
 


[9] Wouter was lafhartig geweest, toen-i Femke had behooren te kennen en te rkennen. En... z'n gevloden ridderlykheid kwam te-voorschyn op 'n roep uit den mond van juffrouw Laps! Dit is erger dan belachelykheid!

Maar toch ook heel menselijk, zoals M. ongetwijfeld zelf wist over zichzelf en anderen.

Mensen praktiseren hun morele principes bij voorkeur of alleen wanneer dit weinig moeite kost en weinig risico met zich meebrengt.

Om dit preciezer en historisch verantwoord te maken: De chte werkelijk gemeende Nederlandse moraal zoals uitgedragen door chte uit belastinggeld betaalde moderne Nederlandse ridders en strijders voor het goede is die van luitenant-kolonel Karremans anno 1995 te Srebrenica: "There are no good guys. There are no bad guys, Mladic is my colleague. Please don't shoot the piano-player!".

Men ziet: Er is morele progressie - naar Neerlandse begrippen tenminste - in Neerland sinds Van Speyk! Vroeger bliezen troepenleiders eerder zichzelf op dan zich over te geven, en nu laten troepenleiders heel moreel liever 7000 burgers vermoorden dan ze volgens afspraak en publieke toezegging te beschermen. Men kn dit afkeuren, als slachtoffer of als Frans generaal, maar toch redt de tegenwoordig vigerende Nederlandse praktijk ongetwijfeld aanzienlijk meer Nederlandse soldatenlevens, en "wat het zwaarst is moet het zwaarst wegen". Toch?
 


[10] Maar wie - en op-den-duur - genoegen nemen zou met de verkrachting van zedelyke logika, met het tragisch-heterogeene...

Dit is niet erg duidelijk, maar ik vermoed dat M.'s achterliggend idee was dat het in Nederland gewoon is dat de doorsnee genoegen neemt met "verkrachting van zedelyke logika", vooral vanwege wat onder [9] opgemerkt werd.
 


[11] 't Huwelyk van rapier en muts was maar komisch!

Voor Multatuli's idee over humor zie 158.

Idee 1138.