Idee 1133.                                                


- Ik zal haar vergeving vragen, dacht Wouter. 

En by dit... oneerlyk voornemen lei zich de storm die z'n gemoed beroerd had, geheel neder.

‘Oneerlyk’ noemde ik dit, omdat het ware berouw geen vergeving zoekt by anderen, maar by zichzelf. Wie met 'n uitgesproken klank tevreden is, wie z'n geweten meent te kunnen paaien met 'n kwitantie van schuld, geteekend door 'n ander... [1]

Ei zie, daar ben ik alweer op het terrein van schuldvergiffenis en genade! Pas-op, lezer, juffrouw Laps is in de buurt! Wie haar niet ontmoeten wil, moet dit hoofdstuk overslaan. En vooral dien vrydag-avend niet by de Pietersens komen. Want dáár zou ze optreden, en wel ditmaal met haar wouterkundig: voilà Toulon!

Maar eerst moet ik nog iets zeggen over 't ellendig gehalte van Wouter's schuldbesef. Zeker, hy zou vergiffenis vragen! En na 'n beetje getob zou Femke zeggen - precies als in Kotzebue's Menschenhaat - ‘ik verrrgeef het u!’

En dan zou de zaak zyn als niet gebeurd.

Hoe sneller hoe beter dan!

Een ondragelyken last werpt men terstond neer! Terstond! [2]

Wouter's last bleek niet ondragelyk. Want hy besloot hem nog 'n tydje te blyven dragen.

De oorzaak hiervan was deze. Om Femke te spreken moest-i naar de Holsma's. En dit... durfde hy niet. Wat zouden die menschen 't gek vinden!

Gáán zoud-i, o zeker! Maar... niet op dien vrydag!

't Kon immers best wachten tot-i eerst 'n paar dagen... ‘in den handel’ geweest was? Dit geeft houding, vond-i, en dàn zoud-i zeggen...

Nu ja, hy zou vergeving vragen, en Femke ‘heusch’ verzekeren...

De uitvinding van dit ‘heusch’ was zoo kwaad niet. By lamlendige beroerdheid... frazen vóór! Van welken letterkundige had onze misdadiger dit geleerd? [3]

Hy zou haar verzekeren...

Wàt?

Dit, byv. dat de Weledele heeren Ouwetyd & Kopperlith in wier ‘handel’ hy nu was aangeland...

Ja, ja, hy zou iets vertellen van de Weledele heeren Ouwetyd & Kopperlith en hun ‘handel.’

Dan hoefde hy niet zoo naakt voor-den-dag te komen met... dat andere.

Misschien zou z'n nieuwe chef hem pryzen over... z'n krulletters! Of over z'n aardrykskunde! Of over z'n strabbische uitgeleerdheid! En dan kon-i tegenover Femke z'n schande hullen in 'n wolkje van allervereerendste byzaakjes. 't Meisje zou verbaasd staan over z'n knapheid, en ten-slotte hèm vergeving vragen voor de vrypostigheid dat ze zich had laten verloochenen door zóó'n handels-fenomeen!

Aldus redeneerde Wouter niet. En zelfs niet op deze wys werd hem z'n onbewust gevoel kenbaar, doch... er was iets in hem - wat dan ook! - dat voorwendsel en verschooning leverde voor 't niet doen van z'n plicht.

Bovendien... die plicht was zoo makkelyk niet!

Naar den kolveniersburgwal gaan? Goed.

Aanschellen? Goed.

Maar... wat dàn?

De deur zal geopend worden. Door wien? Juist immers door de dienstmaagd uit Joh. XVIII, vs. 17 [4], wier aanblik meer dan iets anders den wankelmoedigen Petrus weerhouden zou van ridderlyke oprechtheid?

De zaak is dat onze Wouter zich niet waagde aan dokters Kaatje! Wat zoud-i zeggen? Iets als:

‘Vryster, ik moet Femke spreken, 't adjunkt-kindermeisje?’

Daar hoort wat toe, waarachtig!

En dàn?

In den gang... 'n knieval doen? Of zelfs - o gruwel! - in de keuken?

Om-godswil, lezer, wat zouden al de ridders uit z'n boeken daarvan zeggen!

Welke Turk zou zich laten doodslaan door iemand die zich schuldig maakte aan zoo'n dorperheid?

Die engelsche lord zou hem zeker geen hand geven - en de Afrikanen geen kroon! - als-i...

Zou Ivanhoe 't gedaan hebben? Neen! Ypsilanti? neen! Themistocles? Neen! De ‘Eduards’ van Lafontaine? Hm... dit kon-i niet zoo stellig ontkennen. In de werken van dien schryver komen inderdaad huiselyke trekken van ridderlykheid voor. Maar... ze staan in 'n boek, en de lezer kykt er naar, en zal 't weten dat er, zonder harnas, pluim of veldgeschrei dan, groote daden geschieden in 'n hoekje. De auteur heeft gewaarschuwd: het boekeheldje kampt onder de oogen van 'n publiek.

Zou ook dokters Kaatje gevoelig zyn voor 't grandioze van de vernedering, als ze daar Wouter zag geknield liggen op de vloermat? Zoo'n held in de boeken heeft makkelyk plichtdoen. Ieder slaat acht op z'n prouesses, en weet ze te schatten.

- Welnu, dacht Wouter, ik zàl m'n plicht doen, o zeker, ik zàl! Maar eerst ‘in den handel’ en bovendien...

Een nieuw duiveltje bekroop z'n gemoed. Wie weet of Femke niet spoedig de Holsma's verlaten zou, en terugkeeren naar 't huisje by de aschpoort. Dáár... of in de buurt... of op de ‘paden’... of by 't brugje, zou alles makkelyker gaan, dacht hy. Daar was geen nood van Kaatje's facheuze tegenwoordigheid, noch van Willem's onmenschelyk latyn. En ook Sietske die zoo majestueus sprak over drieguldens...

De lezer gelieve optemerken dat er 'n leelyk deficit bestond in Wouter's gemoed, en dat de aanzuivering daarvan meer moeite kostte dan 't reinigen van 'n bemorst jasje.

Dat overigens 't verloop van z'n... liefde voor 't meisjen [5], 'n geheel andere richting insloeg dan z'n onschuld...

Hier spreek ik van verloren onschuld, en ik meen te weten wat ik zeg!

...nu, dit spreekt vanzelf! Om lieftehebben, moet men goed zyn [6], en Wouter was niet goed op dien vrydag!

Nu komt de ‘vinger Gods’ die hem straffen zou. Dit goddelyk lichaamsdeel lei 't zonderling aan.


[1] ‘Oneerlyk’ noemde ik dit, omdat het ware berouw geen vergeving zoekt by anderen, maar by zichzelf. Wie met 'n uitgesproken klank tevreden is, wie z'n geweten meent te kunnen paaien met 'n kwitantie van schuld, geteekend door 'n ander...

Nee, dit is hooguit gedeeltelijk waar, en dan nog misleidend. Wat waar is, is dat men uiteindelijk verantwoordelijk is voor z'n eigen oordelen en waarden, zodat men ook zelf opdraait voor de eigen oordelen over zichzelf, inclusief eventuele veroordelingen.

Maar wat misleidend is, is dat een aanzienlijk deel van wat men doet niet alleen aan het eigen belang raakt, maar ook aan de belangen, ideeën en waarden van anderen, en dat daarom het vragen en geven van excuses, tonen van berouw e.d. belangrijk is. Uiteindelijk moet men er in een belangenconflict ook samen uit komen als men niet veroordeeld wil zijn of blijven tot elkaar vernietigen vanwege het conflict.
 


[2] Een ondragelyken last werpt men terstond neer! Terstond!

Dit mag logisch lijken, maar is het toch niet: Men kan er immers ook door verpletterd worden.
 


[3] By lamlendige beroerdheid... frazen vóór! Van welken letterkundige had onze misdadiger dit geleerd?

Natuurlijk niet alleen of voornamelijk van Bilderdijk - zie rond 1053 - In feite is dit gescherm met frazen heel menselijk, en in veel omstandigheden het enige dat resteert.
 


[4] Joh. XVIII, vs. 17

Volgens mijn King James Bible (uitgave 1854):

Then saith the damsel that kept the door unto Peter, Art not thou also one of this man's disciples? He saith, I am not.

Petrus heeft namelijk Jezus - zoals deze hem voorspeld had - drie keer geloochend, en Wouter doet dit hem na waar het Femke betreft.
 


[5] Dat overigens 't verloop van z'n... liefde voor 't meisjen

Ik denk dat ik - éindelijk, menen sommige snellere lezers en lezeressen waarschijnlijk - doorheb waarom Multatuli, aanvankelijk tot mijn verbazing, zich herhaaldelijk skeptisch uitdrukte over de liefde die bestond tussen Wouter en Femke.

Mijn verklaring moet een gissing blijven bij gebrek aan vervolg van Wouter's geschiedenis na Ideen 7, maar is dat Multatuli bedoelde Wouter en Femke niet voor elkaar te beschikken. Hij schrijft ergens dat Femke kinderloos stierf, en een enigermate plausibele gissing over Wouter's onvertelde verdere geschiedenis is dat hij na zijn kalverliefde - moet het dan zijn - voor Femke, die op haar beurt weer mag  verondersteld te worden vooral moederlijk te hebben gevoeld voor Wouter (zie 520 voor Femke's - tja - riddelijkheid), iets krijgt met prinses Erika - zie 1127 waar deze geïntroduceerd is, en waar binnenkort aanzienlijk meer sprake van zal zijn - om te eindigen als echtgenoot van Sietske Holsma, en ook heel wel mogelijk zoals M.'s vader, die kapitein was, ook op Nederlands-Indië voer, en getrouwd was met een Sietske die M.'s moeder was.

Ik loop hier met mijn gissingen vooruit op het volgende idee, 1134, waarin Multatuli een samenvatting geeft van een paar lijnen uit z'n plot, die hij nooit af- of uit-schreef. En ik herhaal dat ik gis en niets weet, maar voeg voor de duidelijkheid toe dat mijn gissing althans de deugd heeft Multatuli in staat te stellen het verhaal van Wouter enigszins geloofwaardig af te hebben kunnen schrijven op basis van de stellige kennis die hij had over zijn eigen vader en moeder.
 


[6] ...nu, dit spreekt vanzelf! Om lieftehebben, moet men goed zyn

Dat is natuurlijk geheel niet waar, tenzij men "liefhebben" alleen wil verstaan op een zeer onwerkelijke op z'n 19e-eeuws geïdealiseerde manier.

Wat waar is, is dat échte liefde het welbevinden en voortbestaan van een ander beoogt, maar het is ook waar dat er veel gepretendeerde liefde is die sexuele of financiële bevrediging zoekt. En ieder mens is ook zowel heel goed in staat sexueel te begeren zonder lief te hebben als sexuele begeerte en liefde met elkaar te verwarren.

Idee 1133.