Idee 1127.                                                


Voornaam bezoek. Koningen en oliekoeken. De gesprekken van de ‘massa.’ Catapultische inspatting van de ‘massa.
’ Où peut on être mieux? Zweven en vallen. Helaas! De auteur is beschaamd over z'n held, en bevreesd dat dit wel 'ns meer zal gebeuren.

Wouter hoestte niemand na, en verwonderde zich telkens. Hy was te onwetend om er voor bewaard te blyven, niet bot genoeg om 't nooit te doen, en te eerlyk om anders te hoesten dan z'n eigen verkoudheid meebracht. 

Gedurende den loop der week die z'n tweede plaatsing ‘in den handel’ vooraf ging, werd-i door 'n drie- viertal ontmoetingen zoo vreemd heen-en-weer geslingerd, dat-i zich byna suf voelde, en veel moeite had om z'n hoofdje heel te houden.

En z'n hart ook!

't Was donderdag. Stoffel kwam thuis met 'n belangryk bericht. De Koning - ik weet weer niet welke koning - was onverwachts in stad gekomen, en zou den volgenden avend of 'n dag later den Schouwburg bezoeken. [1] Alles was in rep en roer, want in republikeinsche landen hecht men veel waarde aan titels, pronk en geboorte. [2]

Meer nog dan naar gewoonte was de nieuwsgierigheid des Volks ditmaal gespannen, omdat veel buitenlandsche vorsten - waaronder zelfs 'n Keizer - Z.M. waren komen bezoeken. En van uit z'n residentie - Utrecht? 's Gravenhage? Haarlem? - zouden die aanzienlyke vreemdelingen 't Hof naar Amsterdam volgen. 't Was dus deze keer 'n praal mit Umstände, met 'n sleep.

Het republikeinsche Volk zou niet alleen 't aangezicht te zien krygen - of 'n slip van den rok - des tirans, maar tevens aangezichten en rokspanden van veel andere tirannen, om nu niet te spreken van de tiranninnen. [3]

De vrouwtjes die gewoon waren oliekoeken te verkoopen op den dam - 'n pleintje dat de stedelyke regeering zich veroorloofde te verhuren als markt - dreigden de stad met 'n proces. [4]

't Was dan ook zeer hard, dag-in dag-uit huurgeld voor plaats- en open-luchtgebruik te betalen voor de kans om 'n paar oliekoeken te slyten aan de straatjeugd, en nu op-eens verjaagd te worden omdat Z.M. zich aan ‘het Volk’ zou vertoonen op 't balkon van het gewezen stadhuis.

Mocht hy die vrouwtjes niet zien? Moest de oliekoek-industrie 'n geheim blyven? Vreesde men voor namaak, voor onvorstelyke konkurrentie?

Of mochten die olievrouwtjes en haar koeken den Koning niet zien? Was ook hy misschien bevreesd voor onedel nabaksel van z'n majesteit? Dit zouden noch de vrouwtjes noch de oliebollen gedaan hebben.

Hoe dit zy, de kraampjes werden weggeruimd, en de verjaagde industrieelen behielden alleen het recht zich privatim onder de menigte te dringen, die straks roepen zou: ‘leve... dit of dat!’ naar den eisch van 't oogenblik. Ze mochten meeschreeuwen ook.

't Is eigenlyk heel vreemd dat vorsten sterven. Al die vivat's schynen niets uittewerken. [5]

De drukte in de stad was ditmaal ongewoon groot, door en om al de vreemde Hoog- en Doorluchtigheden die den tiran by deze gelegenheid vergezelden.

Daar was - naar men uit de couranten vernam - de prins van Caramanie, die aanspraak had op de byzondere sympathie des Volks, wyl men had uitgerekend dat een van z'n voorouders kapitein was geweest in Staatsche dienst, en dus... z'n bloed had vergoten voor de Nederlandsche vryheid.

Dit bloed - en misschien ook de vryheid - was 'n krantenverzinsel. Maar dat onze prins 'n groenen rok droeg met dikke gouden nestels, was waar. En op z'n hoofd had-i 'n byzonder grooten steek. Men kon dus by de eerste gelegenheid zeer gevoegelyk roepen:

Leve de prins van Caramanie!

Onder de hooggeboren persoonlykheden bevond zich ook zekere Hertog die uit z'n land was gejaagd wegens z'n deugden. De man was spaarzaam en huishoudelyk. Nooit had-i zichzelf te-kort gedaan. Toch was-i door 't dom gepeupel onttroond, en met 'n schepel diamanten over de grenzen gezet. Van deze diamanten zoud-i nu in Amsterdam 'n paar dozyn laten zien, en wel in hoedanigheid van roksknoopen en rottingknoppen. De couranten vermaanden dus 't Volk tot den allerwelstgemeenden roep:

Leve de Hertog met z'n diamanten!

Prinses Erika was 'n nicht van den Koning, en bestemd voor den troonopvolger van 'n groot Ryk dat te Zaandam timmeren geleerd, en dus aan Nederland z'n carrière te danken had. [6] Dat Ryk zou de Nederlandsche staatsschuld betalen - zoo verzekerden eenstemmig de kranten - als men nu maar braaf schreeuwde:

Leve prinses Erika!

De oude Paltsgravin van Aetolie stamde rechtstreeks af van zekeren ridder die z'n stalknechts liet bedienen door Lusignans. De couranten betoogden dat het den waren republikein paste, in dit byzonder geval bewys te geven van heraldische ontwikkeling, door met byzonderen nadruk aantedringen op de levensverlenging van die hoogheid. Men moest dus roepen:

Leve de Paltsgravin van Aetolie!

De Groothertog van Ysland was de welgeslaagde kleinzoon van 'n kroeghouder. Z'n verdiensten waren drie krantkolommen lang... brevier-letter, en nauw gezet. 't Volk moest dus even nauwgezet wezen in 't waarderen. De man was meester op kling en bâton, en kon zelfs - met 'n beetje inspanning, nu ja - hy kon z'n naam zetten. Langs 'n oceaan van afgronden - zoo zei de krant - had-i zich vervolmaakt tot zwager van 'n halfgod. Ook was-i gewoon zich te kleeden als 'n koorddanser. Wie dus 't belang des Vaderlands op 't onbesmet harte droeg - zoo zei de krant - kon niet laten uit zeer onbeklemde borst meeteschreeuwen:

Leve de Groothertog van Ysland!

Er waren nog meer potentaten en potentaatgenooten die Amsterdam vereerden met 'n bezoek. Ze hadden gehoord dat die stad eigenlyk: ‘la Vénise du Nord’ heette, en... interessant was, zeer interessant!

En de hollandsche haring! Delicieus! Maar... de Hollanders weten er niet mee omtegaan: ze moet gebakken zyn.

En de hollandsche schilderschool! ‘Rambrànn... magnifique![7]

Er waren nog meer dingen in Holland byzonder goed, gelyk met neerbuigende vriendelykheid door al die hoogheden werd erkend.

- Il paraît qu'un certain Wondèle a écrit des choses, des choses... mais des choses... passablement bien!

En de dyken! De Katwyksche sluis...

Lezer, géén kronologie, wat ik u bidden mag! [8]

...die sluis: gigantesque! De hollandsche natie houdt zich in de snipperuren die 'r overblyven na 't haringkaken en kaasmaken, by-voorkeur bezig met het breidelen van elementen. Dit was met schaatsryden en harddraven 't meest geliefd - geliefkoosd, zeiden de kranten - volksvermaak. [9]

Nu reeds kan ik den lezer verzekeren dat het voorname gezelschap met minzame tevredenheid ons land weder verlaten heeft.

De eenige persoon die 'n gansch anderen - doch daarom geenszins tegenovergestelden - indruk meenam... neen, zóó ver mag ik m'n Wouter niet vooruitspringen. Ook 'n schryver heeft z'n plichten.


[1] De Koning - ik weet weer niet welke koning - was onverwachts in stad gekomen, en zou den volgenden avend of 'n dag later den Schouwburg bezoeken.

Als we de zaak enigszins chronologisch bezien - maar zie [8] - dan moet dit wel koning Louis Napoleon zijn, de broer van Napoleon Bonaparte, keizer van Frankrijk inclusief Holland, dat bij Frankrijk ingelijfd was sinds 1795, vóór Napoleon's opgang.
 


[2] Alles was in rep en roer, want in republikeinsche landen hecht men veel waarde aan titels, pronk en geboorte.

Ja, en ook in Nederland, maar niet overal, of althans niet in dezelfde zin. De Amerikaanse Constitutie kent de bepaling ....
 


[3] Het republikeinsche Volk zou niet alleen 't aangezicht te zien krygen - of 'n slip van den rok - des tirans, maar tevens aangezichten en rokspanden van veel andere tirannen, om nu niet te spreken van de tiranninnen.

De tiran is natuurlijk Napoleon.
 


[4] De vrouwtjes die gewoon waren oliekoeken te verkoopen op den dam - 'n pleintje dat de stedelyke regeering zich veroorloofde te verhuren als markt - dreigden de stad met 'n proces.

Dit komt me allebei voor als zeer Amsterdams, zowel het dreigen door kleine kooplieden met "'n proces" vanwege gederfde verdiensten als het verhuren van de Dam door het gemeentebestuur, want ook dit gebeurt nog steeds.
 


[5] 't Is eigenlyk heel vreemd dat vorsten sterven. Al die vivat's schynen niets uittewerken.

Multatuli's Engelse tijdgenoot Francis Galton onderzocht empirisch en statistisch, ook gezien het eventuele belang voor verzekeraars, of bidden een verschil maakt in sterftekansen. Het antwoord moet de gelovige lezer droef stemmen, want dat is "Nee, geen enkel".
 


[6] Prinses Erika was 'n nicht van den Koning, en bestemd voor den troonopvolger van 'n groot Ryk dat te Zaandam timmeren geleerd, en dus aan Nederland z'n carrière te danken had.

Over "Prinses Erika" krijgen we meer te horen, en als M. verder was gekomen met "Woutertje Pieterse" dan hij feitelijk deed dan zouden we nog aanmerkelijk meer over haar kunnen hebben lezen, naar men met grote waarschijnlijkheid kan gissen.
 


[7] En de hollandsche schilderschool! ‘Rambrànn... magnifique!

Ik schrijf dit commentaar bij Ideen 6 in een herdenkingsjaar voor Rembrandt, die nog steeds geldt als magnifiek. En nee, ik zeg geen nee, maar Nederlands chauvinisme is bepaald niet altijd aangenaam om mee te maken. Maar dat is Rembrandt's schuld niet, inderdaad.
 


[8] Lezer, géén kronologie, wat ik u bidden mag!

M. heeft eerder opgemerkt (zie: 1089) dat zijn feitelijke chronologie voor "Woutertje Pieterse" niet exact is, en wie de moeite heeft genomen het na te gaan komt tot hetzelfde resultaat: Een deel van de dingen die M. opvoert als Wouter overkomend zijn anachronistisch. In het huidige verband mag de lezer aannemen dat de "Katwyksche sluis" nog niet gebouwd was toen Louis Napoleon koning van Holland was, want ikzelf neem dat ook aan.
 


[9] De hollandsche natie houdt zich in de snipperuren die 'r overblyven na 't haringkaken en kaasmaken, by-voorkeur bezig met het breidelen van elementen. Dit was met schaatsryden en harddraven 't meest geliefd - geliefkoosd, zeiden de kranten - volksvermaak.

Anno 2006 is dit nog geheel hetzelfde, behalve dat de typische Hollander in plaats van alleen maar vlijtig aan "harddraven" te doen dit combineert met tegen een bal trappen.

Idee 1127.