Idee 1112.                                                


Met de toepassing dezer stelling op de te volgen methode: om te geraken tot waarheid in het algemeen, kon Wouter zich nog niet inlaten. 't Was al wèl dat-i over de ydelheid van 't kwalificeeren-zelf nadacht, en aan den voorrang die op verstandelyk, en dus evenzeer op zedelyk terrein toekomt aan den individu. 

Hy voelde - en zeer ten-rechte, waarlyk! - dat hy hooger stond dan al die menschen te-zamen, en dat dit het geval zou gebleven zyn, al ware Stoffel er by geweest, of zelfs meester Pennewip... ja, al was 't die goede dokter Holsma.

Maar... hy kon zich niet voorstellen dat deze zich ooit verlagen zou tot 'n deel van zóó'n geheel!

Later eerst zag hy in dat iemand van eenige waarde evenmin kan opgaan in elke andere samenkoppeling, en dat de ikheid... [1]

Wel zeker: ‘ieder moet handelen naar z'n eigen overtuiging!’ Zóó had Mevrouw Holsma gezegd. En wat werd er van de mogelykheid der toepassing van deze blyde boodschap, wanneer men met die overtuiging slordig omging? Als men haar vervalschte volgens Strabbe's ‘regula van menging?’

Een kruienier heeft thee van negen stuivers, van acht stuivers, en van zeven stuivers het pond, en wenscht...

De goeie Strabbe geeft z'n kruieniers nooit Souchong van geen-één stuiver te mengen onder de ‘massa’ die hy verkoopen wil tegen zóóveel winst op het pond. Men bedenke dat ik van den goeden ouden tyd spreek.

En Wouter ging met denken voort.

...hy wenscht van al die theesoorten een... ‘massa’ te maken...

Daar is 't woord weer, het nieuwe woord van de Holsma's! Welnu, gedachten, meeningen, overtuiging, geweten, verstand, hoop, vrees, liefde, haat, deugd, en vooral: zedelyke verantwoordelykheid... dit alles is geen thee, die men mengen kan om ze aan den man te brengen tegen zekeren prys! [2]

Wie 't beproeven zou, verrekent zich, omdat de menging zelf 'n vernietigenden invloed uitoefent, die aan Strabbe's rekentalent ontsnapte, maar begrepen wordt door beoefenaars der regula: ‘van den mensche en deszelfs eigenaardigheden.’ [3]

Ik weet waarlyk niet welk deel van deze opmerkingen aan Wouter behoort, en wat volgens de ‘Gezelschaps-rekening’ den auteur toekomt. Daar echter de dissolutie der maatschap tusschen dien kleinen jongen en my, nog niet op-hand is, kunnen wy deze vraag ongelikwideerd laten. 't Is wel mogelyk dat ik Wouter 'n beetje wyzer voorstelde dan-i nog wezen kon. [4] Maar... de kiem was gelegd. En vergaan zou ze niet!

De lezer wordt overigens uitgenoodigd zyn wenken - of de mynen - over de onbruikbaarheid van Strabbe's ‘Regel van menging’ in 't zedelyke, te toetsen aan het oordeel over 't hedendaagsch parlementarismus, dat ik heb uitgesproken op meer plaatsen dan ik nu lust heb aantehalen. [5]

't Heele stuk over ‘Specialiteiten’ wyst er op. [6]


[1] Later eerst zag hy in dat iemand van eenige waarde evenmin kan opgaan in elke andere samenkoppeling, en dat de ikheid...

Dat is natuurlijk maar heel gedeeltelijk zo. Ik ga er op in bij mijn noot [2].
 


[2] Welnu, gedachten, meeningen, overtuiging, geweten, verstand, hoop, vrees, liefde, haat, deugd, en vooral: zedelyke verantwoordelykheid... dit alles is geen thee, die men mengen kan om ze aan den man te brengen tegen zekeren prys!

In feite lijkt het hier toch wel op neer te komen voor de meeste mensen in de meeste maatschappelijke omstandigheden, want daarin spelen de mensen een rol vanwege de voordelen die dit biedt (inclusief het vermijden van de nadelen verbonden aan het niet spelen van de rol), en plegen zich in die rol niet zozeer zèlf te geven, als zich erin of er achter te verbergen.

Zie hier weer 73, 74, 136, 276, en 616, 618 en 817.

Hier ligt overigens een fundamenteel menselijk probleem: Dat de grote meerderheid van de mensen niet eerlijk is over de rollen die ze spelen (en gewoonlijk ook: moeten spelen, om enige kans te maken maatschappelijk te overleven), en zichzelf zowel verwart met als verbergt achter de rollen die ze maatschappelijk moeten spelen en de maskers die ze daarbij moeten opzetten.

Misschien is enige precisering verhelderend.

Een rol is een systeem van conditionele gedragsregels en doelen, dat neerlegt welke doelen iemand met die rol moet bestendigen in bepaalde condities, en hoe hij of zij zich in sommige gevallen moet gedragen. Iedere rol gaat ook gepaard met een stelsel van maatschappelijke beloningen en straffen, die toekomen aan wie de rol goed of slecht speelt. Deze beloningen en straffen zijn niet alleen financieel, en zijn vaak maar zeer gedeeltelijk financieel, en bestaan gewoonlijk minstens voor een deel in maatschappelijke goedkeuring of afkeuring.

Het is moeilijk rollen in algemene termen te definiëren vooral omdat er zoveel en zoveel soorten rollen zijn, en in feite vrijwel iedere maatschappelijke hoedanigheid, hoe ook gevestigd, gepaard gaat met zekere rolverwachtingen: Mannen, vrouwen, verkeersdeelnemers, christenen, liberalen, voorzitters, volgelingen, om eens enkele voorbeelden te noemen, benoemen evenzovele rollen en rolverwachtingen.

Mensen spelen rollen omdat dit van ze verwacht of vereist wordt; vanwege de voordelen die het spelen van de rol biedt; vanwege de nadelen die het niet-spelen of niet goed spelen van de rol met zich brengt; omdat ze denken dat het spelen van de rol hoort bij wie ze zelf zijn, worden geacht te zijn, of willen zijn; of omdat het vrijwel of geheel onmogelijk is voor ze om maatschappelijk te functioneren en niet bepaalde rollen te spelen c.q. te voldoen aan de verwachtingen van anderen over hen.

De meeste verwarringen met rollen bestaan en ontstaan omdat het de spelers van de rollen niet geheel of geheel niet duidelijk is in welke mate zij zelf, of althans wat zij voor zich zelf houden, samenvallen met een rol die ze spelen, en hetzelfde geldt voor hun medespelers.

Dit wordt gewoonlijk gedeeltelijk veroorzaakt doordat er enige onduidelijkheid is; doordat het in het belang is van de spelers enige onduidelijkheid in stand te houden; doordat de spelers van rollen, zeker wanneer dit belangrijke of vaak gespeelde rollen zijn, zichzelf gedeeltelijk gaan verwarren met hun rollen; en vooral - zie de conceptie van de Ideen - omdat de spelers van de rollen zo veel, zo graag en zo makkelijk liegen over de rollen die ze spelen, over hun eigen deelname eraan en geloof erin, over de feitelijke voor- en nadelen van de rol, etcetera, en daarbij ook zeer selectief plegen na te denken en te voelen over hun eigen rollen, namelijk door zich daarbij overwegend te beperken tot wat hun eigen belang of interesse raakt.

Zoals The Kinks zongen:

"Everybody is a dreamer
 Everybody is a star
 Everybody is in showbiz
 It doesn't matter who you are"

En dit is begrijpelijk en in zekere zin vanzelfsprekend omdat het menselijk is zichzelf te begrijpen in termen van de rollen die men speelt en de toekomstige idealen en doelen die men heeft en gedeeltelijk deelt met anderen.

Het is bovendien logisch interessant dat een rol en een persoon vooral theorieën zijn van denkende en voelende lichamen over wat ze zijn of zouden zijn, en zowel rollen en personen als theorieën de eigenschap hebben aanzienlijk vèrder te gaan dan de empirische feiten waarop ze mede gebaseerd zijn: Een goede empirische theorie moet voorspellingen maken om getest te kunnen worden, en een persoonlijke rol moet verwachtingen hebben om bruikbaar te zijn of lijken. In beide gevallen gaat de speler van de rol of de gelover in de theorie verder dan de feiten die hij kent of meent te kennen, en dit kan ook niet anders.

Het verschil tussen conventionele schipperende spelers van rollen en personen die wat ze doen niet alleen of voornamelijk laten afhangen van maatschappelijke voordelen en heersende opvattingen wordt gewoonlijk aangegeven met de term karakter: Een persoon heeft karakter in de mate dat hij of zij zichzelf laat leiden door de eigen ideeën over wat men zelf is en behoort te zijn, en wat de wereld is en behoort te zijn.

Een persoon van karakter is geheel niet noodzakelijk een goed of zinnig persoon, want het hebben van een karakter kan heel wel overwegend neerkomen op delusie, waanzin of neurose. Aan de andere kant is het zijn of willen zijn van een persoon van karakter wel een noodzakelijke voorwaarde om meer van zichzelf te maken dan een schipperende en huichelende speler van rollen die zich alleen of voornamelijk laat leiden door direct eigenbelang of door conformisme.

De meeste gewone mensen hebben niet veel karakter, en wellicht is dat maar goed ook, omdat het ze ook overwegend aan de gaves ontbreekt om zelfstandig tot rationeel houdbare ideeën te komen, en inderdaad is een onderscheid tussen misdadigers en gewone mensen dat de eersten zowel wat meer karakter hebben als egoïstischer zijn.

En er is nog een belangrijk punt dat over rollen opgemerkt moet worden: Er zijn veel soorten rollen, en een aanzienlijk deel, zoals die van kind, man, vrouw, grootouder, verkeersdeelnemer of burger heeft men niet voor het kiezen maar moet men op een of andere manier spelen om deel te kunnen nemen aan het maatschappelijk verkeer en omdat men evident uiterlijk ingedeeld kan worden door anderen in een bepaalde rol, en volgens die rol behandeld zal worden.

Het spelen van rollen is een belangrijk menselijk thema, zowel voor Multatuli als in het algemeen, voor mensen. Ik zal er herhaaldelijk op terugkomen, net als Multatuli, en doe dat o.a. in 1171, waar ik wat moderne psychologie opvoer die verklaart hoe mensen moreel zijn, en hoe moreel ze gewoonlijk zijn, en dat een redelijk eenvoudige en waarschijnlijke suggestie doet waarin en waarom Multatuli zich vergiste waar het doorsnee mensen, en vooral doorsnee Hollanders, betrof.

Hier is iets meer precisie over de termen rol, maatschappij, groep en ideologie zoals ik die gebruik en gewoonlijk wens te gebruiken. (Zie ook mijn Philosophical Dictionary.)

Een maatschappij is: een groep mensen en groepen van mensen met
- gedeeld geloof
- gedeelde kennis
- gedeelde doelen
- gedeelde wetten
- gedeelde zeden
- gedeelde gebruiken

Dit delen gaat via taal, opvoeding en onderwijs, en bestaat grotendeels uit het hebben van welbepaalde ideeën bij welbepaalde termen of ervaringen.

Zowel geloof als kennis zijn nodig voor een maatschappij, waarbij onder kennis waarachtig geloof wordt verstaan, zoals over de eigenschappen van de alledaagse dingen die mensen omringen, gemaakt hebben, en gebruiken, en wat algemene weetjes over taal, rekenen, aardrijkskunde, geschiedenis, politiek en religie. Geloof omvat meer dan kennis, en kan zowel bestaan uit ongeverifieerde kennis als onbestaanbaar bijgeloof, en omvat gewoonlijk ook idealen, die gewoonlijk neerkomen op een combinatie van iets dat gelooft en iets dat gewenst wordt.

De gedeelde doelen en wetten van een maatschappij betreffen waar die maatschappij toe zou dienen volgens sommige van de leidende leden (mogelijk lang dood), en hoe dat bereikt of in stand gehouden zou moeten worden. In ingewikkelder maatschappijen worden de doelen vaak samengevat in een constitutie of grondwet.

De gedeelde zeden en gebruiken omvatten allerlei opvattingen over hoe allerlei soorten mensen zich behoren te gedragen in tal van omstandigheden, en wat ze behoren te denken en voelen over allerlei onderwerpen.

Men kan in een maatschappij enige tijd overleven door zich alleen extern te conformeren aan de bestaande zeden en gebruiken, en zich volgens de wetten te gedragen, maar van langdurige leden van een maatschappij wordt gewoonlijk meer verwacht, namelijk dat men de doelen ervan werkelijk onderschrijft, minstens gedeeltelijk, en zich daar niet tegen verzet.

Een groep is: een verzameling mensen met
- een leiding,
- een doel en
- een ideologie.

Ik gebruik "verzameling" hier in logisch-wiskundige zin (zie: set-theory). Er zijn verzamelingen mensen zonder leiding, doel of ideologie, maar dat zijn geen groepen (in de hier bedoelde zin).

Groepen zijn gecoördineerde verzamelingen, en de coördinatie vindt plaats door de leiding. Dit kan één persoon zijn, of verschillende, of afhangen van de omstandigheden, maar er is gewoonlijk een slimste, sterkste, oudste, geleerdste, handigste of brutaalste, naar wie opgezien wordt, of die verlangt dat zijn keuzes gevolgd worden.

Iedere groep bestaat omdat de groep één of meerdere doelen nastreeft, was het alleen gezamenlijk overleven of plezier maken, en die doelen gaan terug op de wensen en ideeën van de leden van de groep. Een groep handelt doelmatig, en kan dat doen, omdat de leden een gedeelde ideologie of wereldbeeld hebben, wat overigens onverlet laat dat ze het ook over tal van dingen oneens kunnen zijn.

Een ideologie is: Een stelsel van ideeën over
- wat de werkelijkheid is en
- wat de werkelijkheid behoort te zijn.

Uiteindelijk bestaat een ideologie dus uit een reeks dingen die men gelooft en wenst, ongeacht of de dingen die geloofd worden waar zijn en of de dingen die men wenst bereikbaar zijn. Maar iets als gedeelde ideeën en idealen zijn nodig voor iedere groep mensen, omdat men zonder deze niet gecoördineerd kan handelen en samenwerken. Men moet iets hebben om het over eens te zijn en gezamenlijk na te streven. Ideologieën kunnen betrekkelijk tot zeer eenvoudig zijn, of heel ingewikkeld, en religieus of filosofisch.

Een rol is: Een stelsel van gedeelde kennis over de gebruiken en doelen van een bepaald soort mensen, en de daarbij behorende praktijken, gebruiken en ideeën.

Zoals ik het eerder zei: Een rol is een systeem van conditionele gedragsregels en doelen, dat neerlegt welke doelen iemand met die rol moet bestendigen in bepaalde condities, en hoe hij of zij zich in sommige gevallen moet gedragen.

Iedere rol gaat ook gepaard met een stelsel van maatschappelijke beloningen en straffen, die toekomen aan wie de rol goed of slecht speelt. Deze beloningen en straffen zijn niet alleen financieel, en zijn vaak maar zeer gedeeltelijk financieel, en bestaan gewoonlijk minstens voor een deel in maatschappelijke goedkeuring of afkeuring. (Zie ook 817.)

De reden om "rol" te definiëren in termen van gedeelde kennis is dat dit van fundamenteel belang is: Uiteindelijk bestaat een rol omdat allerlei mensen menen te weten dat iemand die een zus-of-zo is (trambestuurder, arts, politicus, stratenmaker, vroedvrouw, burgemeester, voetbalsupporter ....) in bepaalde omstandigheden zich zo-of-zus behoort te gedragen, en velen in de maatschappij weten dat dit zo is, en wat een behoorlijke zus-of-zo behoort te kunnen, weten en doen in allerlei omstandigheden.

Er zijn maar weinig zelfstandige naamwoorden voor groepen mensen in een maatschappij die niet in die maatschappij vergezeld gaat van verwachtingen over rollen en rolgedrag, want vrijwel alles wat een mens kan zijn in een maatschappij wordt omschreven door rollen: wat een persoon in die hoedanigheid moet kunnen, doen, laten, en weten om maatschappelijk behoorlijk te functioneren. En: "No man is as much himself as when playing a part." (William Hazlitt. Zie: Rollenspel.)

Wie meer over het spelen van rollen wil weten doet er verstandig aan Ervin Goffman's "The Presentation of Self in Ordinary Society" te lezen. Ook Berne's "Games People Play" en "The structure and dynamics of organizations and groups" zijn interessant, voor wie slim genoeg is om een aantal dingen te doorzien. En hier is een korte handleiding voor wie van goed begrip en weinig - wil tot - illusies is, en wat frans kan lezen:

"Une verité cruelle, mais dont il faut convenir, c'est que dans le monde, et surtout dans un monde choisi, tout est Art, Science, Calcul, même l'apparence de la simplicité, de la facilité le plus aimable. (..) Il parait impossible que, dans l'état actuel de la société (je parle toujours du grand monde), il y ait un seul homme qui puisse montrer le fond de son âme et les détails de son charactère, et surtout de ses faiblesses, à son meilleur ami. Mais, encore une fois, il faut porter (dans ce monde-là) le raffinement si loin qu'il ne puisse pas être suspect, ne fût-ce que pour ne pas être méprisé comme acteur dans une troupe d'excellents comédiens." (Chamfort, Maximes et Pensées.)

En hier is een toepasselijk citaat van dezelfde in Engelse vertaling:

"One must admit the possibility of living in the world without acting a part from time to time. The honest man can be distinguished from the swindler in this: he assumes a role only when he must, and to avoid danger, whereas the other goes looking for opportunities." (Chamfort, Products of the Perfected Civilization)

Er is ook wat meer te vinden over rollen, met wat links en wat meer systematiek, in 1211.


[3] Wie 't beproeven zou, verrekent zich, omdat de menging zelf 'n vernietigenden invloed uitoefent, die aan Strabbe's rekentalent ontsnapte, maar begrepen wordt door beoefenaars der regula: ‘van den mensche en deszelfs eigenaardigheden.’

M. rekende zichzelf tot één van deze beoefenaars, en hetzelfde geldt natuurlijk voor alle mensen, zij het niet in dezelfde mate.

En het blijkt ook empirisch, dunkt mij althans, dat M. zich minstens gedeeltelijk vergiste over de mate van integriteit en karakter van de meerderheid van de mensen.

Hierover handelt [2], en ik kan in aansluiting ervan opmerken dat de grote meerderheid van de mensen zichzelf leert loochenen en falsificeren uit vermeend of werkelijk eigenbelang, en in volwassenheid geen goed beeld meer heeft van wie zij zelf zouden zijn afgezien van wie zij spelen te zijn in de maatschappelijke rollen die ze bekleden.

De kleine minderheid die dit niet doet, laat dit na vanwege geloof in zichzelf waarnaar ze durven te handelen. Zie hier weer 73, 74, 136, 276, en 616, 618 en 817.
 


[4] 't Is wel mogelyk dat ik Wouter 'n beetje wyzer voorstelde dan-i nog wezen kon.

Multatuli spreekt hier ook van "dien kleinen jongen" - maar die is ondertussen 15, en het wil mij af en toe voorkomen dat M. hem ook wat jonger voorstelt dan plausibel is voor die leeftijd.
 


[5] De lezer wordt overigens uitgenoodigd zyn wenken - of de mynen - over de onbruikbaarheid van Strabbe's ‘Regel van menging’ in 't zedelyke, te toetsen aan het oordeel over 't hedendaagsch parlementarismus, dat ik heb uitgesproken op meer plaatsen dan ik nu lust heb aantehalen.

Zoals bijvoorbeeld Ideen 118 en 119.
 


[6] 't Heele stuk over ‘Specialiteiten’ wyst er op.

Dit slaat op "Duizend en enige opmerkingen over specialiteiten", dat Multatuli kort voor de tijd dat hij dit idee schreef geschreven en gepubliceerd had, dat vooral handelt over M.'s neerzien op wat hij "specialiteiten" noemde, dat hertaald kan worden naar tegenwoordig Nederlands met de term "deskundologen", waarvan Multatuli's tijd evenzeer vergeven was als de huidige.

Idee 1112.