Idee 1107.                                                


De wyze waarop Holsma's klacht over gebrekkig lezen behandeld werd, mag ik gedeeltelyk overslaan omdat ik by veel gelegenheden daarover heb uitgeweid. [1] De zaak kwam in zyn mond hierop neer, dat het voor 'n arts zoo verdrietig was z'n patienten te zien vermoorden met rottekruid, als-i met de meeste duidelykheid suikerwater had voorgeschreven. 

- Maar, m'nheer, zei Wouter, wanneer men zich dan daarover beklaagt? En als men dan nogeens uitdrukkelyk zegt dat men geen vergif bedoeld heeft?

- Dan... dan... zyn er die rondvertellen dat de auteur heeft aangedrongen op verdubbeling van de dozis arsenikum.

- Rottekruid, weetje, fluisterde Sietske.

- Maar... dit is toch slecht, niet waar? En waarom zyn dan de menschen zoo? [2]

- Waarom? waarom? viel oom Sybrand in. Waarom? Dikwyls uit belang, maar vaak uit domheid.  Misschien ook omdat velen te traag zyn om met eigen oogen te zien, en met eigen verstand te beoordeelen, wat er geschreven staat. Dit vordert meer inspanning dan 't napraten van wat anderen gezegd hebben. Juist die tragen vormen de meerderheid, en ze worden door kwaadwilligen in beweging gezet. [3] Men kan de groote massa laten schreeuwen wat men wil. [4]

Wouter begreep alweer 't woord ‘massa’ niet, daar het in die dagen nog niet tot de sfeer der Pietersens was afgezakt. (Zie de noot op blz. 54, IIn bundel.) Hy keek vragend de kleine Sietsken aan, die hem zoo vriendelyk aan rottekruid had geholpen.

- Dat is zooveel als... 'n heele troep, zei ze.

- De groote massa is altyd... dom, ging oom Sybrand voort, of...

- Maar, m'nheer, vroeg Wouter, hoe kunnen wy dit weten? Nooit immers spreken veel menschen tegelyk?

Holsma begreep de oorzaak van Wouter's misverstand, en misschien oom Sybrand ook. Daarom zeker had-i na ‘dom’ nog iets anders willen zeggen. Maar al de anderen vonden de vraag zonderling. De grootere uitgebreidheid van den woordenschat waarover zy beschikken konden, en de gewoonte zich eens-vooral te verbeelden dat ze elke uitdrukking begrepen waarvan 't gebruik hun gemeenzaam was [5], bewerkte nu dat Wouter, juist dóór z'n primitiviteit, hen overtrof in stiptheid van analyze.

Zoo ook zou hy Mozes in verlegenheid gebracht hebben door reeds by Genesis I, vers 1, te vragen: ‘maar m'nheer, hoe weet ge dit?’ Wel te verstaan, indien hy Mozes en Genesis had ontmoet in onheilig gezelschap, waar 't denken aangemoedigd werd en 't meespreken geoorloofd was. [6]

De nuchterheid van z'n opvatting kwam gedeeltelyk voort uit het vreemde der uitdrukking: massa. Dat oom Sybrand zich hiervan bediend had in oneigenlyken zin, en dat Sietske's vertaling niet zeer korrekt was, doet hier niets ter-zake. Het woord: ‘dom’ beteekende naar Wouter's schoolsche opvatting, dat men z'n les niet kende, dat men den naam van zekeren berg niet wist, enz. Het zou immers nooit te-pas gekomen zyn, Pennewip's leerlingen en bloc 'n domme schoolmassa te noemen? De een kende en wist wat, de ander niet. Hoe kon 't oom Sybrand bekend wezen dat 'n ‘heele troep’ menschen - zóó had Sietske vertaald - te-zaamgenomen ‘dom’ was?


[1] De wyze waarop Holsma's klacht over gebrekkig lezen behandeld werd, mag ik gedeeltelyk overslaan omdat ik by veel gelegenheden daarover heb uitgeweid.

Zie Ideen 3 en Ideen 4.
 


[2] - Maar... dit is toch slecht, niet waar? En waarom zyn dan de menschen zoo?

Hier stelt Wouter een zéér fundamentele vraag over mensen: Waarom doen de mensen dingen waarvan ze kunnen weten dat ze naar hun eigen normen gerekend niet goed zijn? Zie 423. M. geeft een antwoord dat ik citeer in de volgende opmerking, dat minstens redelijk adekwaat is.
 


[3] - Waarom? waarom? viel oom Sybrand in. Waarom? Dikwyls uit belang, maar vaak uit domheid.  Misschien ook omdat velen te traag zyn om met eigen oogen te zien, en met eigen verstand te beoordeelen, wat er geschreven staat. Dit vordert meer inspanning dan 't napraten van wat anderen gezegd hebben. Juist die tragen vormen de meerderheid, en ze worden door kwaadwilligen in beweging gezet.

Dit is een goed antwoord: Mensen doen slecht uit egoďsme, uit domheid, uit conformisme, of doordat ze daartoe opgezet zijn door voorgangers (leiders, autoriteiten).

Het algemene resultaat is dat het meeste dat slecht is - of wordt geacht - gedaan wordt uit naam van het goede: Mensen moorden en worden vermoord niet vanwege plezier in vermoord worden of moorden, maar gewoonlijk omdat de vermoorden in de weg leken te staan van de ethische idealen van de moordenaars.
 


[4] Men kan de groote massa laten schreeuwen wat men wil.

Niet precies, en niet zonder grote investeringen in tijd, moeite en reclame.

Maar het is waar dat een fundamenteel probleem van de zogenaamde democratische samenleving en rechtsstaat is dat de democratische meerderheid van de bevolking nauwelijks behoorlijke rationele begrippen hebben van die samenleving, rechtsstaat en de wetenschap, technologie en morele regels die aan de hele menselijke cultuur ten grondslag liggen.

Helaas is nu juist dit fundamentele probleem nauwelijks of geheel niet rationeel bespreekbaar in de zogenaamde democratische samenleving en rechtsstaat waarin ik leef.
 


[5] De grootere uitgebreidheid van den woordenschat waarover zy beschikken konden, en de gewoonte zich eens-vooral te verbeelden dat ze elke uitdrukking begrepen waarvan 't gebruik hun gemeenzaam was

Ik heb dit eruit gelicht omdat linguistische filosofen in de 20ste eeuws een dergelijke misvatting hadden: Dat de betekenis van woorden bekend is als men hun grammaticaal gebruik kent.
 


[6]  ..gezelschap, waar 't denken aangemoedigd werd en 't meespreken geoorloofd was.

Natuurlijk is dit, althans voor intelligente mensen, aangenaam gezelschap. M.'s punt hier is vooral dat Wouter niet in dergelijk gezelschap opgroeide, en dat deze bekrompenheid van opvoeding voor vrijwel ieder protestants opgevoed kind hetzelfde was.

Idee 1107.