Idee 1102.                                                


Niets is moeielyker natebootsen dan losheid. De dwaas kan zich - door te zwygen, byv. - nu-en-dan voordoen als 'n man van verstand. De onkundige kan pronken met zekere pas opgedane en misschien maar half-begrepen kennis. De nydigaard vertoont beminnelykheid. De ongeloovige of onverschillige hangt vroomheid uit. De liederlyke kan voor preutsch doorgaan, enz. 

Al deze vervalschingen zyn niet zeer moeielyk aan den man te brengen, maar 't voorwenden van 'n vluggen dartelenden geest is onmogelyk. [1]

Wie 't beproeft, voelt dat-i 'n zot figuur maakt, en wordt daardoor zoo ontevreden op zichzelf en anderen, dat-i oogenblikkelyk uit z'n rol valt, en door stugheid onbekwaam wordt gemaakt haar weer optevatten. Het schynt vreemd, maar 't is de waarheid, dat de zoodanige 'n boosaardige vyand wordt van ieder dien hy vruchteloos trachtte nateapen.

Wie diep graaft in de ziel van den door Beets geschilderden Nurks - 'n meesterstuk! Nurks niet, maar 't werk van den artist - zal iets van den hier bedoelden aard opdelven. De beminnelyke Nurks schopte maar zoo omdat-i niet dansen kon.


[1] 't voorwenden van 'n vluggen dartelenden geest is onmogelyk.

Men mag aannemen dat M. bedoelde: Het geslaagd "voorwenden " etc. Het niet-geslaagd voorwenden is heel gebruikelijk, vooral bij wie zichzelf voor humoristisch houdt.

Idee 1102.