Idee 1101.                                                


By elke gelegenheid dat Wouter verschil opmerkte tusschen meening en uiting, was hy verwonderd, en byna verbaasd. Toch kwam 't denkbeeld dat zy die zich hieraan schuldig maakten, blyk gaven van valsheid, niet in hem op. [1] Indien hy als rechter de zoodanigen had moeten vonnissen, zouden zy er beter afgekomen zyn dan ze verdienden, want z'n hoofdindruk was: verdriet over eigen wanbegrip. Hy meende dat het slenteren en draaien en 't schipperen met halve waarheden, tot de attributen van volwassenheid behoorde, en wanneer-i zich rekenschap had kunnen geven van z'n indrukken, zoud-i zich misschien betrapt hebben op den hoogstonzedelyken wensch: och, wanneer toch zal ik ‘groot’ zyn, en bekwaam genoeg om zóó te liegen! [2]

Een geheel anderen indruk evenwel ving-i by de Holsma's op, schoon ook daar 't genoegen dat-i smaakte, geenszins onverdeeld was. Wel gelukte het hem zich op den in dat huis doorgebrachten zondag iets minder houterig aantestellen dan den vorigen keer, maar telkens bleek er dat de behandelde onderwerpen z'n kennis te-boven gingen, en tevens dat de daar gebruikelyke luchtige vrye toon nog altyd boven z'n bereik was. [3]

In dit laatste opzicht was-i door z'n schuwheid bewaard gebleven voor... erger dan niet te kunnen ‘meedoen.’ Hy onthield zich van 't belachelyk pogen.

Het dansen niet verstaande, had-i geen bokkesprongen gemaakt, en hy was dus niet op z'n neus gevallen.


[1] By elke gelegenheid dat Wouter verschil opmerkte tusschen meening en uiting, was hy verwonderd, en byna verbaasd. Toch kwam 't denkbeeld dat zy die zich hieraan schuldig maakten, blyk gaven van valsheid, niet in hem op.

Dit is iets dat mij dan weer zeer verbaast: Een jongen van 15 die niet zou weten dat mensen veel en vaak liegen, en niet zou begrijpen waarom ze dit vaak doen, namelijk gewoonlijk uit eigenbelang, hebzucht of angst.

Wat wel waar is is dat waarachtigheid (eerlijkheid, authenticiteit) één van Multatuli's hoofdthemaas is, of misschien wel hèt hoofdthema als we acht slaan op de conceptie van de Ideen waarin staat:

Neen, er zal  niet gezegd worden dat niemand beproefde den vloek te bezweren die er rust op het Volk. 't Zal niet gezegd worden dan niemand de ziekte aantastte, de rottende ziekte waaraan dat Volk lydt: de LEUGEN. Ik zal doen wat ik kan.

Vandaar wellicht dat M. Wouter hier wel érg naïef maakt. Hoe het zij, hij behandelt het thema op nogal wat plaatsen, waarvan ik er een paar noem ter stichting van de lezer: 1, 74, 116, 136, 276, 308423, 593, 618, 817, 1112.
 


[2] Hy meende dat het slenteren en draaien en 't schipperen met halve waarheden, tot de attributen van volwassenheid behoorde, en wanneer-i zich rekenschap had kunnen geven van z'n indrukken, zoud-i zich misschien betrapt hebben op den hoogstonzedelyken wensch: och, wanneer toch zal ik ‘groot’ zyn, en bekwaam genoeg om zóó te liegen!

Wel, dit gedraai en geschipper is een fundamenteel attribuut van normale volwassenen. Zie verder het lijstje verwijzingen in de voorgaande opmerking, waarvan het centrale punt is dat pubers leren zichzelf te verloochenen en vervalsen om deel te nemen aan de wereld der volwassenen, die een wereld van rollenspelers is, en dat maar heel weinigen daaraan ontsnappen.
 


[3] ..dat de daar gebruikelyke luchtige vrye toon nog altyd boven z'n bereik was.

Hier passen twee opmerkingen, één over de Holsma's en één over Multatuli's schrijfstijl.

De Holsma's dienen als Multatuliaans voorbeeld van een beschaafd, verlicht burgergezin: Hoe men zou kunnen hebben zijn in Nederland in de 19e eeuw in de betere stand als men wat moediger en wat onconventioneler was geweest dan gebruikelijk. De "luchtige vrye toon" die in de huishouding heerste contrasteert met de gebruikelijke Hollandse stijve fatsoenlijke bekrompen toon.

En Multatuli was zich bewust dat hij het vermogen had te schrijven in een natuurlijke vrije stijl die boven het bereik van zijn schrijvende tijdgenoten lag, die zelden verder kwamen dan stijf en kunstmatig Nederlands.

Idee 1101.