Idee 1093.                                                


Er bestaan ambachten, bedryven, beroepen, bekwaamheden, jazelfs wetenschappen en kunsten, die geen andere reden van bestaan hebben, dan gebreken in de inrichting onzer Maatschappy, of in onze zeden. Sommigen zelfs leven indirekt van ondeugd, jazelfs van misdaad. [1]

Zou hierin misschien 't kriterium liggen van 't bekende ‘nuttig zyn?’ Aangenomen dat het rooken 'n verderfelyke gewoonte is - en ik geloof dit - zouden dan daarom sigarenmakers of tabaks-‘fabrikanten’ behooren onder de nietnuttige leden der Maatschappy?

Ik heb reeds betoogd dat deze redeneering geen steek houdt. Rechtsgeleerden en Rechters immers leven van twist en misdaad, en kunnen dus niet gemist worden zoolang misdaden en 't verschil van gevoelen over 't myn en dyn, niet uitgeroeid zyn.

Toch is 't van hooger standpunt beschouwd plicht, de gronden waarop zulke onmisbaarheid berust, tot 'n minimum te beperken. Hoe minder behoefte aan rechtspraak, hoe beter.

In-stede daarvan ziet men gedurig dergelyke oorzaken van onmisbaarheid - zelfs de factice - uitbreiden, en dit keur ik af. Als voorbeeld wees ik reeds op de geldwisselaars die zoo'n parazietische rol spelen, en geheel overbodig wezen zouden als er 'n internationale munt was ingevoerd. De hieromtrent bestaande toestand wordt vry duidelyk gekenschetst door 'n duitsch spreekwoord: ‘liever ééns bestolen dan zevenmaal gewisseld!’ Zyn zulke wenken beneden de aandacht der Staatslieden die invloed uitoefenen op de belangen van Europa? Wachten ze op revolutien of 'n verhandeling van Stuart Mill *) om intezien dat men de algemeene welvaart niet behoorde te wryven en te schuren langs 'n rasp?

De verregaande slordigheid waarmee groote belangen worden verwaarloosd, steekt treurig af by de kleingeestige quasi-diepzinnige uitpluizery van byzaken. [2] Men brengt wetenschap te-pas, waar ze niet noodig is - en dus schade veroorzaakt - en schynt haar te minachten waar ze licht geven kon. [3]

De geologie leert dat onze aarde duizende eeuwen oud is. Dit blyven de Regeeringen ignoreeren, want ze brengen fondsen op hun budjetten om personen te betalen voor 't onderwys in de Mozaïsche scheppingsgeschiedenis die ons bolletje slechts 'n ouderdom toekent van zes duizend jaar. [4] Enz. Enz.

Aan den anderen kant roepen zy de ‘Wetenschap’ te-hulp by zaken die niet behoorden te bestaan, en die - al ware dit anders - in-allen-geval moesten kunnen bestaan zonder hulp van geleerde finesses. De ambtenaren by de zoo verderfelyke Inkomende-rechten, hebben - grappig genoeg! - behoefte aan allerlei kennis, vooral aan... scheikunde! Ook de ridder in 318 en 319 was geen byzonder ‘nuttig lid der Maatschappy’ maar hy had dan toch de verdienste, de ‘Wetenschap’ buiten spel te laten by z'n barbaarsheid.

't Spreekt vanzelf dat dezelfde Regeeringen die 't verfoeielyk overblyfsel uit de eeuw der roofridders stempelden tot ‘Wetenschap’ alweer niets van ‘Wetenschap’ willen weten, zoodra die zou moeten worden toegepast op de voedingsmiddelen der burgery. Wie zelf z'n geld maakt, of valsch geld in omloop brengt, of 'n muntstuk besnoeit, wordt zwaar gestraft. Maar wel mag de verkooper van levensmiddelen zyn waar vervalschen. 't Staat hem zelfs vry, gif te leveren.

Als algemeen staatkundig principe blyft het de vraag, of bemoeienis van Regeeringswege in dit opzicht gewenscht is? 't Ideaal is... onthouding! Maar voor we genaderd zyn tot de toepassing van idealen, zou er nog zeer véél te doen vallen. 't Ideaal eener Maatschappy brengt ook de afschaffing van rechtbanken en gevangenissen mee. [5] Toch zal ieder inzien dat we voors'hands die inrichtingen niet kunnen missen.

In-allen-geval dring ik aan op konsekwentie. Waarom wordt er ‘Wetenschap’ aangewend om de hoedanigheid van ingevoerde waren te bepalen, en niet om bakker, wynkooper of bierkroeghouder te beletten hun klanten naar de eeuwigheid te zenden?

Ik keur het Amerikaansch systeem - dat ook Leentje bleek aantekleven - geenszins af. ‘Ieder moet uit z'n eigen oogen zien!’ Maar om dit mogelyk te maken, is vereenvoudiging en oprechtheid noodig. De burger behoort gewaarschuwd te worden dat z'n industriele landgenooten 't recht hebben hem te vergiftigen. Hy weet dit niet, en moet het wel betwyfelen wanneer-i 't oog slaat op de zeer geleerde zorg die de Staat draagt voor z'n eigen - d.i. inkomende - ‘Rechten.’ Hoe kan hy op 't denkbeeld komen dat er rottekruid in champagne wezen zou, in 'n land waar de grenzen bewaakt worden door Berzeliussen, Liebigs en Virchows? [6]

Vereenvoudiging. Ik las dit woord nooit in de honderde programmen van optredende Ministerien, die my onder de oogen kwamen. [7] Is men bevreesd in zee te steken zonder 't noodig aantal bruggemannen (340, 341) ‘die de nieuwe orde van zaken met hart en ziel zyn toegedaan?’ Ligt er haute politique in 't handhaven van overbodighedens? Wat is dan lage politiek?

De kinderachtige neiging om belangwekkend te schynen door jacht op ingewikkeldheid [8], valt o.a. dagelyks optemerken by de eindelooze verhandelingen over muntstelsels. Eenvoudiger zaak bestaat er niet. Toch vindt men middel - met behulp van de niet zeer ongebruikelyke citaten, natuurlyk! - ook daarby 'n maat van kennis, kunde, wetenschap, geleerdheid, ervaring en... humbug te-pas te brengen, waarmee men, wèl besteed, de maan zou kunnen veroveren. Nu, dit hoeft niet. Maar dat het jammer is, al die hoedanigheden telkens te zien verslonsen aan niemendal, blyft waar.

In dit byzonder opzicht - ik spreek van 'n muntstelsel en niet van humbug - heeft ons landje, dank zy Van Hall, niet te klagen, vooral wanneer men de overal bestaande wenschelykheid van 'n algemeen-europeschen muntslag nu eens buiten spel laat.

Toch heb ik, ook voor Holland, 'n opmerking die naar ik meen nieuw is en dus wel zal worden afgekeurd.

De courante waarde van 'n muntslag kan ten algemeenen nutte, en zonder onevenredig-meerder uitgaaf voor den aanmaak, worden verhoogd door het toevoegen van kunstwaarde en historische beteekenis aan de elk jaar in omloop te brengen stukken. [8]

De ontwikkeling van dit denkbeeld - eenmaal zal 't verwezenlykt worden, en men zal verbaasd staan dat hieraan niet vroeger gedacht is! - zou me afleiden van 't program dat ik me voor dezen bundel heb opgelegd. Wie de moeite neemt over dezen wenk natedenken, wordt uitgenoodigd m'n voorstel te toetsen aan de gissing die ik waagde by 't slot van 1051b, en daarby niet uit het oog te verliezen wat de heer Wintgens over Kunst gezegd heeft. (1050a, vlgg.)

*) Noot van 1878. 't Schynt wel dat de vogue van Stuart Mill in hoedanigheid van citeerkosmetiek aan 't dalen is, maar 't baat niet veel, want sedert eenigen tyd besmeeren de Weledele Heeren Motto die naar gevestigde zaakjes in Filosofie en Sociaalstudie uitzien, hun onweerstaanbare attrapelokken met Taine, Spencer en nog 'n paar nieuwe snufjes van den dag. [9]
De bellettristische Mottoos vergenoegen zich met de uitgerafelde krulletjes van exotische romanfabrikanten die dan terstond voor sterren van de allereerste grootte worden uitgegeven, natuurlyk. Wie, byv. maar 't minste besef heeft van ware echte zuivere oorspronkelyke letterkunsterigheid, moet flauw vallen van bewondering by 't aanschouwen der kroustilleuze nooit op eenig tooneel vertoonde luchtsprongen van den wereldberoemden Emile Zola, e.d. [10]
't Publiek van den Zeedyk klapt wel niet in de handen by al die kunsten van Adonis Motto - men heeft al zoovéél ploerten met vette kunstlokken gezien! - maar geeft toch niet genoeg blyk van walging over de luiheid, de geestarmoede en de oneerlyke hansworstery waaruit dat endimancheeren voortspruit. Zal men dan nooit in verzet komen tegen 't vervalschen van - geestelyke! - levensmiddelen?


[1] Er bestaan ambachten, bedryven, beroepen, bekwaamheden, jazelfs wetenschappen en kunsten, die geen andere reden van bestaan hebben, dan gebreken in de inrichting onzer Maatschappy, of in onze zeden. Sommigen zelfs leven indirekt van ondeugd, jazelfs van misdaad.

In feite is de werkelijke situatie nog wat erger, uit sommige morele standpunten: De gehele menselijke economische welvaart gaat terug op moreel minder aangename kanten en hoedanigheden van mensen - rijkdom is gebaseerd op het streven jezelf te bevoordelen ten koste van anderen, en de maatschappelijke economie is overwegend een concessie aan de menselijke slechtheid.

Multatuli zag dit niet erg duidelijk, maar Mandeville, een van oorsprong uit Rotterdam afkomstige in het Engels schrijvende en in Engeland levende 18e eeuwse arts, zag dit heel scherp, en schreef er een bijzonder fraaie en leerzame satire over, die nog steeds geldt. Ik citeer:

As Sharpers, Parasites, Pimps, Players,
Pick-Pockets, Coiners, Quacks, Sooth-Sayers,
And all those, that, in Enmity
With down-right Working, cunningly
Convert to their own Use the Labour
Of their good-natur'd heedless Neighbour:
These were called Knaves; but, bar the Name,
The grave Industrious were the Same.
All Trades and Places knew some Cheat,
No Calling was without Deceit.

(..)

Thus every Part was full of Vice,
Yet the whole Mass a Paradice;
Flatter'd in Peace, and fear'd in Wars
They were th'Esteem of Foreigners,
And lavish of their Wealth and Lives,
The Ballance of all other Hives.
Such were the Blessings of that State;
Their Crimes conspired to make 'em Great;
And Vertue, who from Politicks
Had learn'd a Thousand cunning Tricks,
Was, by their happy Influence,
Made Friends with Vice: And ever since
The worst of all the Multitude
Did something for the common Good.

Een ander verschil tussen Multatuli en Mandeville is dat Mandeville - zeer waarschijnlijk, in ieder geval - een stuk realistischer was over menselijk onvermogen dan Multatuli, die nogal idealistisch was.
 


[2] De verregaande slordigheid waarmee groote belangen worden verwaarloosd, steekt treurig af by de kleingeestige quasi-diepzinnige uitpluizery van byzaken.

Dit is nog steeds zo, en het zijn vrijwel altijd domme mensen die zich hiermee een schijn van gewicht trachten te geven.
 


[3] Men brengt wetenschap te-pas, waar ze niet noodig is - en dus schade veroorzaakt - en schynt haar te minachten waar ze licht geven kon.

Ook dit is nog steeds zo, en het volgende citaat geeft er een fraai voorbeeld van.
 


[4] De geologie leert dat onze aarde duizende eeuwen oud is. Dit blyven de Regeeringen ignoreeren, want ze brengen fondsen op hun budjetten om personen te betalen voor 't onderwys in de Mozaïsche scheppingsgeschiedenis die ons bolletje slechts 'n ouderdom toekent van zes duizend jaar.

Eenmaal gearriveerd in de 21ste eeuw vinden talloze zichzelf voor intelligent houdende duisterdenkers er grote deugd in te pleiten voor het bestaan van een Intelligent Designer, en de wenselijkheid om naast Darwin ook de bijbelse versie van de schepping op scholen te onderwijzen, als "gelijkwaardige" tegenhanger ervan.

Als deze progressie zich doorzet zal men in de 22ste eeuw de rekenkunde verbieden, omdat ieder behoorlijk mens immers weet dat God = 1 en dat 1 = 3. 
 


[5] 't Ideaal eener Maatschappy brengt ook de afschaffing van rechtbanken en gevangenissen mee.

Nee, want dit verwart minstens twee zaken: Ideale individuen, en een ideale maatschappij. Als er al een ideale maatschappij kan zijn (en daar is geen twijfel over als men z'n eisen wat lager stelt en spreekt of denkt over een betere maatschappij) dan moet deze ook ruimte bieden aan niet-ideale individuen, en dus voor "rechtbanken en gevangenissen".

Een ideale maatschappij, als die al mogelijk is, maar ook een verstandig ingerichte maatschappij, houdt rekening met menselijk onvermogen, en probeert deze te verhelpen of in toom te houden.
 


[6] Berzeliussen, Liebigs en Virchows

Dit waren bekende scheikundigen uit Multatuli's tijd.
 


[7] Vereenvoudiging. Ik las dit woord nooit in de honderde programmen van optredende Ministerien, die my onder de oogen kwamen.

Wel, tegenwoordig ligt dit enigszins anders, al zal een minister of zijn/haar voorlieger niet zo'n eenvoudig Hollands woord als "Vereenvoudiging" gebruiken. Men spreekt veel liever van de moderne verbale afgoden "transparantie" en "efficiëntie".
 


[8] De kinderachtige neiging om belangwekkend te schynen door jacht op ingewikkeldheid

... is  niet zozeer kinderachtig als volwassen, en kenmerkt vooral academici en wie daar voor door wil gaan.
 


[9]  't Schynt wel dat de vogue van Stuart Mill in hoedanigheid van citeerkosmetiek aan 't dalen is, maar 't baat niet veel, want sedert eenigen tyd besmeeren de Weledele Heeren Motto die naar gevestigde zaakjes in Filosofie en Sociaalstudie uitzien, hun onweerstaanbare attrapelokken met Taine, Spencer en nog 'n paar nieuwe snufjes van den dag.

Multatuli had een hekel aan Stuart Mill omdat deze zo vaak geciteerd werd door M.'s Nederlandse en overige Europese tijdgenoten, en M. vond dat, althans onder Nederlanders, hijzelf meer verdiende geciteerd te worden dan Mill. Daar valt redelijk veel voor te zeggen, maar het is jammer dat M.'s hekel aan Mill verhinderde dat hij de man las, zodat we M.'s ideeën over - bijvoorbeeld - "On Liberty" moeten missen.
 


[10] den wereldberoemden Emile Zola, e.d.

Voor Zola gold iets dergelijks als voor Mill in de tijd dat M. dit idee schreef: Een buitenlandse schrijvende beroemdheid die M. in Nederland in de weg stond of leek te staan. Een jaar of 10 later had M. Zola wel gelezen, en had een hoger dunk van hem.

Idee 1093.