Idee 1081.                                                

 

Hier begint Multatuli's IDEEN 6.

Ik geef de Ideen uit zoals ik uiteengezet heb in mijn toelichting op de uitgave van Ideen 1.

Kortweg: Ik zet de Ideen op mijn website omdat ik ze het zinnigste en best geschreven Nederlands is dat ik ken, dat nog steeds zeer relevant is, en ik lever bij vrijwel alle Ideen één of meerdere verklarende of kritische noten.

Hier zijn een aantal relevante achtergronden

Wie deze uitgave + commentaar wil genieten zonder kennis te nemen van mijn commentaar kan dit probleemloos: In mijn uitgave staat ieder Idee in een eigen bestand en begint met Multatuli's eigen tekst.

Inleidende opmerking bij Ideen 6


Een zaaier ging uit om te zaaien.
Jezus.

De keerzy van den roem. Wouter's begrippen over kommanditair wereldbestuur. Oorzaken van 'n ergernis die, viâ Missolunghi, uitloopt op Femke en 'n Idee over dichters en genien.

Het plan om in den handel te gaan, lachte Wouter toe. Misschien wel omdat-i niet recht wist wat het was. [1] Hij vroeg 't aan Stoffel. 

- Wel, begryp je dát nu alweer niet? ‘In den handel’ beduidt zooveel als... koopman worden.

- Maar... wŕt moet ik dan verkoopen? En hoe kan ik weten wat de menschen noodig hebben?

- Och, je moet je dit nu niet zóó voorstellen alsof je langs de huizen liep met 'n pak koopgoed, en overal moest aanschellen om te vragen of iemand wat van je hebben wil. Je bent en blyft toch altyd even dom. ‘In den handel’ zieje, beduidt zooveel als...

Stoffel begon te hakkelen. Hy was de eerste niet die over 'n definitie struikelt, en zal de laatste niet wezen. Maar weinigen hebben by zulke gelegenheden terstond 'n bondgenoot by de hand, die hen zoo flink uit den nood helpt als hier geschiedde.

- Hoe kan je toch altyd zoo dwarsdryven, Wouter! riep juffrouw Pieterse. Daar heeft nu Stoffel je de zaak zoo duidelyk uitgelegd, en je houdt je weer net of je 'r niks van begrypt. Wie ter-wereld heeft je toch gezegd dat je langs de deuren loopen zou met 'n pak op je rug, als 'n oliekoop of 'n mersan de la perreplu? Heb ik je daartoe opgebracht, en je de eerste van je school laten worden? Je bent 'n ondankbaar kind. Wat helpt het nu of je-n-al zooveel weet, en mooie trekletters zetten kan, als je telkens je moeder zoo veraffrenteert!

Lezers die op rechtvaardigheid gesteld zyn, zullen 't vreemd vinden - en onbillyk misschien - dat Wouter hier begraven werd onder 'n stortvloed van verwytingen. Onbillyk? Zeker! Maar... vreemd? O, neen. Ik beweer exakt te zyn in de teekening van zekere manier waarop nu-en-dan gepolemizeerd wordt, en waarin juffrouw Pieterse 'n ware virtuoze was. [2] Aan de stiptheid die ik my tot regel stel, heeft dan ook 't woord parapluie in haar mond het vrouwelyk geslacht te wyten. Ze volgde hierin zeker straatlied van die dagen, waarvan de door haar gebezigde uitdrukking 't onvervalscht refrein was.

Maar... als nu Wouter eens ‘in alle bescheidenheid’ de opmerking gemaakt had, dit-i geen aanleiding had gegeven tot deze preek? Wel, dan had men hem bedolven onder 'n tweede predikatie over de verregaande brutaligheid van 't gelykhebben, wat dan ook in zekere omstandigheden inderdaad 'n fout is. [3]

Niet zoozeer omdat-i dit inzag - daartoe is dieper wysheid noodig dan hem gegeven was! - als wel uit ongewoonte om z'n meening te zeggen, die toch nooit werd aangenomen, besloot hy zwygend by de eerste gelegenheid de vereischte inlichtingen te vragen aan z'n Egeria, aan... Femke.

Dat hy, in-weerwil van z'n onkunde niet ontevreden was met het vooruitzicht ‘in den handel’ te gaan, is niet onnatuurlyk. In de eerste plaats zou 't vervelende school-gaan 'n eind nemen. Dit was 'n zékere winst. De minder stellige voordeelen eener verandering van standpunt, mat-i af naar z'n hoop, en naar den wensch om iets te zyn, wŕt dan ook! 't Zou dan toch al heel slecht geschapen staan met ‘handel’ wanneer daarin niet iets beters te bereiken was dan 'n geminacht schooljongensschap, dat hem meer begon te drukken naarmate hy hooger stond aangeschreven in Pennewip's achting. Het was namelyk ten-zynent 'n tic geworden - en z'n by uitstek domme zusters deden dapper mee - hem z'n arithmetische, aardrykskundige, grammatikale en kalligrafische kennis of bekwaamheid aanterekenen als 'n verpletterend servituut. De geringste fout tegen huis- of fatsoentucht werd door verrekte armen vaamsgewys uitgemeten, en in bezwarend verband gebracht met z'n veronderstelde schoolwysheid. Z'n onoverwinnelyke tegenzin in zuurkool, byv. ‘paste geen jongen die zooveel boekjes van-buiten kende’ en als-i na 'n wandeling wat later thuiskwam dan hem genadig was toegestaan, moest-i de vraag hooren: of dŕt nu 't goede gedrag was van iemand die zoo'n uitstekend onderwys te danken had aan z'n moeder, en zulke mooie krulletters maken kon in één trek?

De bespottelyke ingenomenheid met Wouter's vermeende gaven, maakte hem die schoolkennis tot nacht- en dagmerrie, en 't had er veel van of men hem by-voorbaat wilde genezen van mogelyke roemzucht.

Natuurlyk kende hy zichzelf volstrekt niet, en had dus niet den minsten grond om aan die laatste veronderstelling 'n plaatsje te gunnen in z'n overwegingen. Ook wanneer dit anders geweest ware, zoud-i tot het besluit gekomen zyn dat de onwelwillendheid zyner omgeving 'n veel minder wysgeerig-liefderyken grond had, dan voortydige bezorgdheid voor z'n zedelyk welzyn. [3] De zaak kwam eenvoudig neer op de onsmakelyke stroefheid die, naar zeker soort van burgerlyke opvatting, de gezellin behoort te zyn van 't goede.

De oorzaken van zoodanig genotbederf zyn niet ver te zoeken. Ze liggen in bekrompenheid van verstand en hart. De Bybel en 't christendom - vooral het dor protestantismus! - hebben er geen goed aan gedaan. [4]

Is 't wonder dat de Pietersens niet weten omtegaan met kinderen, zy die 'n God dienen, wiens hoofdbezigheid eeuwen lang schynt bestaan te hebben in vloeken en razen tegen de menschen die hyzelf gemaakt had? Het eeuwige vitten van Wouter's moeder was alzoo goddelyker dan zyzelf wist, en ook sprak ze meer waarheid dan haar bekend was, toen ze op den plechtigen salie-avend verzekerde: ‘ik doe daar m'n godsdienst mee!’ Wel zeker!


[1] Het plan om in den handel te gaan, lachte Wouter toe. Misschien wel omdat-i niet recht wist wat het was.

We zullen in de komende twee delen van de Ideen, die ook de laatsten zijn, veel te horen krijgen over wat "in den handel te gaan" inhield voor Wouter.

En inderdaad is een hoofdprobleem voor kinderen die "iets moeten worden als ze groot zijn" vooral dat ze nauwelijks enig adekwaat idee hebben van wat "groot zijn" inhoudt en veronderstelt, en ook al geen idee van wat beroepen inhouden, tenzij ze dit in hun directe omgeving hebben kunnen leren, zoals boerenkinderen, die in ieder geval kunnen weten wat het is om boer te zijn.


[2] Ik beweer exakt te zyn in de teekening van zekere manier waarop nu-en-dan gepolemizeerd wordt, en waarin juffrouw Pieterse 'n ware virtuoze was.

Ik geloof het graag - maar ik geloof ook dat er meer van Multatuli's moeder in juffrouw Pieterse stak dan Multatuli zelf wilde toegeven. Ze was in ieder geval zenuwachtig, zoals Multatuli zelf, en moest haar kinderen overwegend zelfstandig opvoeden, omdat haar man meestal op zee was, waar hij als kapitein voer.

Ook Wouter's broer Stoffel had kennelijk behoorlijk wat weg van Multatuli's oudste broer Pieter, die dominee werd, en vrij jong overleed.

Aan de andere kant, voor het geval overijverige lezers teveel aan het duiden willen slaan: Multatuli heeft herhaaldelijk ontkend dat Woutertje Pieterse autobiografisch was, of dat zijn moeder op juffrouw Pieterse leek. De waarheid zal ergens in het midden liggen: Woutertje Pieterse bevat diverse autobiografische elementen (waarvan Multatuli ook niet ontkende dat ze erin zaten), maar is geen autobiografie in enige bruikbare zin, al zal het ook zo zijn dat er meer van Multatuli's eigen leven en achtergrond in stak dan hem zelf geheel duidelijk was. Maar wat precies is na meer dan 125 jaar niet meer uit te maken.


[3] Ook wanneer dit anders geweest ware, zoud-i tot het besluit gekomen zyn dat de onwelwillendheid zyner omgeving 'n veel minder wysgeerig-liefderyken grond had, dan voortydige bezorgdheid voor z'n zedelyk welzyn.

In dit soort gevallen mag je aannemen dat allebei waar zijn: Men is bezorgd over het latere welzijn van z'n kinderen, maar is dat gewoonlijk alleen in heel conformistische zin - als ze maar goed terecht komen volgens de heersende maatschappelijke normen!


[4] De oorzaken van zoodanig genotbederf zyn niet ver te zoeken. Ze liggen in bekrompenheid van verstand en hart. De Bybel en 't christendom - vooral het dor protestantismus! - hebben er geen goed aan gedaan.

Ja, dat lijkt me geheel waar - maar het is eigenlijk pas in dit deel van de Ideen dat Multatuli volmondig toegeeft dat - ik zet het vet - er gewoonlijk sprake is bij mensen van "bekrompenheid van verstand en hart".

Ik merk dit op niet omdat het feit mij voldoening geeft, maar omdat ik er in mijn commentaren bij de laatste drie bundels in ieder geval herhaaldelijk over heb geklaagd dat Multatuli geneigd was méér van mensen te vergen dan ze feitelijk aankunnen, in doorsnee of in meerderheid.

Het kan zowel aanleiding geven tot aanzienlijke bitterheid als behoorlijke troost als men overweegt dat doorsnee mensen gewoonlijk (maar niet altijd!) niet veel beter kunnen en konden dan ze feitelijk doen en deden. En welbeschouwd lijkt me de troost groter dan de bitterheid: Zelfs een aanzienlijk deel van het slechte dat mensen doen is niet gedaan uit slechtheid, maar uit onvermogen tot beter doen. Sterker nog: Vrijwel al het slechts dat mensen doen wordt gedaan uit naam van het goede, want dat is de normale achtergrond van godsdiensttwisten, burgeroorlogen en oorlogen. En bovendien wordt het meeste slechte dat mensen doen gedaan door ongelukkige mensen. 

Idee 1081.