Idee 1073.                                                


Als tegenstelling, en juist om de walgelykheid van gemáákte pudeur en van de daaruit voortvloeiende liederlykheid te doen uitkomen, maak ik hier melding van zeker werk dat in 't begin dezer eeuw verscheen, en naar ik meen eenigen opgang maakte. Ik bezit het niet, en verlaat me by 't noemen van den titel en de beoordeeling van den inhoud, op m'n geheugen. Het heette: ‘Het Land, in brieven.’ Zekere Van den Bergh...  

Misschien nemen sommige letterkundigen 't my kwalyk dat ik den man niet ken. Z'n toon kwam my mecenatisch voor, en 't is dus te veronderstellen dat-i een niet geheel onbeduidende persoonlykheid geweest is. Misschien 'n dominee of zoo-iets.

Die Van den Bergh dan pryst met iets als kerkelyke goedkeuring 't werk aan, en zegt den lezer dat het geschreven werd door ‘eene vrouw.’

Dat vrouwelyk ‘Land, in brieven’ kwam my voor, 'n vervelende lektuur te zyn voor ieder die slechts genot vindt in rechtstreeks vermaak. My was dit eenigszins anders, omdat het lankwyligste boek me belang inboezemt, zoodra ik daarin gegevens vind ter beoordeeling van den tydgeest. Nooit, byv. laat ik van 'n kinderboekje dat my in handen valt, 'n letter ongelezen. [1] Hoe dit zy, ik heb reden om te veronderstellen dat de onbekende schryfster van 't ‘Land, in brieven’ wel in-staat zou geweest zyn iets goeds te leveren, als ze maar niet aan den leiband der ‘school’ van haren tyd had geloopen. Al die bladzyden rieken naar Uilkens en Martinet. Overal 't grappig pogen om den katechismus van de Kerk te doen overeenstemmen met den katechismus der Natuur. Overal dat vroom gewurm om God, God en nog-eens God, te distilleeren uit hooischelven en insekten. 't Is om er meelyden mee te hebben. Er blykt dat de schryfster haar Publiek naar de oogen zag - 'n zeker middel om niets goeds voorttebrengen - en misschien ook den Meceen die haar 'timprimatur et legatur leveren zou, hem of andere ‘vrienden die haar den raad gaven, hare niet onverdienstelyke pennevruchten... enz.

Hoe dit zy, allerfatsoenlykst is het boek. En, meer nog, 't is damesachtig fatsoenlyk. De dominee die z'n ‘begaafde vriendin’ prees en aanbeval, stelde zich waarlyk niet bloot aan berisping van z'n konsistorie.

De schryfster geeft alzoo 't gewoon kontingent beschouwingen over de byzondere goedheid van God die 't groeien der gewassen niet belet, over 't zweeten van de landlieden in den oogsttyd, en over de dankbaarheid der brave dorpelingen voor 't geregeld op- en ondergaan van de zon. Te-midden echter van dezen vroom-sentimenteelen nonsens, blinkt ons in een enkelen regel 'n juweel van eenvoudige oprechtheid te-gemoet. De schryfster laat zich 'n opmerking ontsnappen, die - in-verband gebracht met zeden en vooroordeel - getuigenis geeft van ongewone gemoedsreinheid. Dááraan alleen immers kunnen we het toeschryven, dat ze zich de erkentenis laat ontvallen: het paren der vogeltjes met zooveel genoegen te hebben aanschouwd!

Ziedaar natuur! Natuur van die vogeltjes, ja, maar ook en vooral van de ‘vriendin’ die slechts meende ‘het Land’ te beschryven, en in dat ééne woord zoo allerliefst zichzelf beschreef. De oprechtheid die hier voor den dag treedt, is om te kussen. Om dien regel vergeeft men 't boek, dat juist door z'n allerdeftigsten toon de waarde van deze onwillekeurige natuurlykheid te-meer doet uitkomen. Indien 't woord ‘onschuld’ 'n zin heeft, dan was de schryfster van 't ‘Land in brieven’ onschuldig.

Zóó onschuldig nu was onze Femken ook!


[1] My was dit eenigszins anders, omdat het lankwyligste boek me belang inboezemt, zoodra ik daarin gegevens vind ter beoordeeling van den tydgeest. Nooit, byv. laat ik van 'n kinderboekje dat my in handen valt, 'n letter ongelezen.

Dat is prijzenswaardig. Ikzelf deed dat niet, maar ben het met M. eens dat men de ideologie, de publieke moraal, de mode en de heersende besognes in een samenleving kennelijk vaak duidelijker gepresenteerd krijgt in kinderboeken dan elders.

Idee 1073.