Idee 1070.                                                


By toeval is de beeldspraak die opgesloten ligt in 't woord ‘eunuken-ziel’ toepasselyker dan stipt genomen van beeldspraak kan gevorderd worden. Gesnedenen zyn inderdaad lui en ydel. Hun vadzigheid is spreekwoordelyk, en ze schikken zich als dwazen op. Ook de steeds by hen waargenomen wreedheid en lafhartigheid bewyzen dat mangel aan geslachtsdrift het karakter bederft.

Een helder voorbeeld hiervan leveren ons Abailard en Heloïse. Zy, de edele prachtig-ryke d.i. kompleete menschnatuur... hy 'n ellendeling. [1] Zy, geen grooter geluk bejagende dan te mogen worden uitgescholden voor z'n hoer, en metterdaad door 'n vlekkeloos leven bewyzende dat ze den wellust versmaadde... hy geen man meer - en geen mensch dus! [2] - die haar heerlyke geestdrift beantwoordde met theologischen wawelpraat en stinkend pedante preeken over dogmatiek en ‘deugd.’ Wie durft Heloïse beschuldigen van ontucht, of zelfs van toegeven in wellustige begeerten, haar die den man aan wien ze zich offerde, tot den laatsten stond bleef liefhebben met den eersten gloed? [3] Zou niet Abailard haar overschillig geworden zyn, indien de liefde die ze hem toedroeg, uitsluitend gegrond ware geweest op de geslachtsdrift, waaruit ze - dit erken ik - gedeeltelyk voortkwam? *)

De volslagen vrouwelykheid van Heloïse maakte haar tot mensch [4], en dit standpunt blééf zy innemen lang nadat een der oorzaken die haar aanvankelyk dat standpunt aanwezen, geen reden van bestaan meer had. Dat de offerzucht die haar in den beginne voortdreef, samenging met de behoefte aan wetenschap, strydt geenszins tegen m'n stelling. Juist deze behoefte aan kennis was een der uitvloeisels van haar harmonisch ontwikkelde natuur. Het vacuum in verstand en hart trachtte zy aantevullen op gelyke wys, en, te-gelyker-tyd. Dit zou 't geval niet geweest zyn, wanneer ze geleden had òf aan overprikkelde òf aan onvolkomen geslachtsdrift. Zooals ze nu was, moest zy Abailard in zich opzuigen. Hem, den priester die haar van God sprak. Hem, den geleerde die haar wetenschap meedeelde. Hem, den man in wien ze wilde opgaan tot schynbare vernietiging van hare ikheid toe, om eerlyk te betalen wat ze meende schuldig te zyn voor de van hem verwachte volmaking als mensch.

Ziehier 'n paar regels uit haar brieven. Ik ontleen ze aan: Abailard et Héloïse, essai historique par Mr. et Mad. Guizot:

‘Quoique le nom d'épouse soit jugé plus saint et plus fort, un autre aurait été plus doux à mon coeur, celui de votre maîtresse; et, le dirai-je sans vous choquer, celui de votre concubine ou de votre fille de joie; espérant que, plus je me ferais humble et petite, plus je m'élèverais en grâce et en faveur auprès de vous...

In denzelfden brief zegt ze:

‘La femme qui épouse plus volontiers un riche qu'un pauvre, et qui cherche dans un mari son rang plutôt que lui-même, que cette femme le sache bien, elle est à vendre...

Juist! En toch is dit, thans vooral niet minder dan in vroeger eeuwen, de geschiedenis van veel huwelyken. [5]

Het is opmerkelyk dat Guizot en z'n vrouw geen besef hadden van Abailards dorhartigheid. Ze citeeren z'n theologische praatjes als iets moois, 'n fout waaruit de onärtistieke protestanterigheid van de auteurs te proeven is. Des te verdienstelyker echter dat ze aan Heloïse de eer geven die haar toekomt.

Dat de arme vrouw zich vergiste in de beoordeeling van Abailards verminking - ze wist namelyk niet dat men hem daardoor z'n ziel had afgenomen - was haar schuld niet. Kan de zeilsteen het helpen dat het stuk yzer waaraan hy zich hechtte, verroest is? Hy deed z'n plicht als magneet. Doch ik heb hier niet te onderzoeken waar en in-hoeverre Heloïse gedwaald heeft. Voor m'n tegenwoordig doel zyn de vragen voldoende: was die vrouw onkuisch? En: meent men dat een zóó sterke platonische liefde zou kunnen gevonden worden by individuen zonder geslachtsdrift? By onvolkomen wezens?

*) Noot van 1877. Vgl. zekere opmerking op blz. 46.


[1] Een helder voorbeeld hiervan leveren ons Abailard en Heloïse. Zy, de edele prachtig-ryke d.i. kompleete menschnatuur... hy 'n ellendeling.

Het is minstens enigermate relevant op te merken dat Multatuli's minnares en latere tweede vrouw Mimi Hamminck-Schepel een bloemlezing uit zijn teksten verzorgde die ze uitgaf als bezorgd door Heloïze.
 


[2] hy geen man meer - en geen mensch dus!

Dit is, logisch gesproken, niet erg hoopgevend voor het vrouwelijk geslacht, of zou dit zijn als er niet ook [4] zou zijn.
 


[3] Wie durft Heloïse beschuldigen van ontucht, of zelfs van toegeven in wellustige begeerten, haar die den man aan wien ze zich offerde, tot den laatsten stond bleef liefhebben met den eersten gloed?

Wel, ik doe het graag, en mag het ook hopen, althans wat betreft "toegeven in wellustige begeerten" en zou ook aannemen dat zij zelf het met me eens zou zijn geweest. Men hoeft immers alleen maar het eerste Frans gestelde citaat van haar in dit idee te lezen ("votre concubine ou de votre fille de joie").
 


[4] De volslagen vrouwelykheid van Heloïse maakte haar tot mensch

Gelukkig maar, gezien [2]. Maar wat moet er nu van mannen terecht komen, logisch gesproken?
 


[5] In denzelfden brief zegt ze:

‘La femme qui épouse plus volontiers un riche qu'un pauvre, et qui cherche dans un mari son rang plutôt que lui-même, que cette femme le sache bien, elle est à vendre...

Juist! En toch is dit, thans vooral niet minder dan in vroeger eeuwen, de geschiedenis van veel huwelyken.

Ja, en door de eeuwen is heel wat keren de opmerking gemaakt dat een huwelijk voor de vrouw neerkomt op vrijwillige of geregelde prostitutie, omdat het vaak neerkomt op het verlenen aan sexuele diensten aan een man waarvan men niet houdt, vanwege het door hem onderhouden worden.

Dit alles mag waar en gebruikelijk zijn, of zijn geweest, maar dit maakt een dergelijk huwelijk nog geen prostitutie, o.a. omdat een belangrijk deel van de overeenkomst echtelijke trouw was, zodat de man zou kunnen weten dat de kinderen die de vrouw kreeg en waarvan het vaderschap aan hem werden toegeschreven ook werkelijk zijn kinderen waren.

Idee 1070.