Idee 1069.                                                


Eenige graden natuurlyke volkomenheid minder, zouden Femke gemaakt hebben tot 'n allergewoonst wezen. Het is de vraag aan welken kant van 't juiste midden de meesten overslaan. Stand, bezigheid, voedsel, lektuur, zullen waarschynlyk bepalen waar men gewoonlyk het ‘te veel’ en waar men het ‘te weinig’ aantreft. By de beoordeeling hiervan wachte men zich voor de zeer gewone fout om elke uitspatting die met het geslachtsleven in-verband staat, aan wellust toeteschryven. Publieke vrouwen, byv. zyn zelden byzonder wellustig, niet alleen, maar gewoonlyk bestaat de grondoorzaak van haar verlaging in gebrek aan hysterische ontwikkeling. [1]

Ik erken dat deze stelling vreemd klinkt. Doch by eenig nadenken zal men haar begrypelyk en aanneembaar vinden. Wie vertrouwd is met de statistiek der publieke ontucht *) zal weten dat ydelheid, luiheid, hebzucht en armoede de hoofdrol spelen in de geschiedenis van zoogenaamd-gevallen vrouwen. [2] Deze opmerking alleen zou reeds voldoende zyn om m'n stelling een minder wonderspreukig voorkomen te geven. Doch er is meer. De eerste stap is voor de vrouw altyd 'n offer. Dat dit later verandert - heel gelukkig waarlyk! - doet niet tot de hier behandelde zaak. Aanvankelyk hecht het meisje aan haar vrywillige nederlaag de beteekenis van 'n blyk, van 'n manifestatie, van 'n geschenk. Ze denkt niet aan genot, en zou zich dan ook zeer bedrogen vinden wanneer ze daarop wel gerekend had. Vanhier dan ook dat 'n zoogenaamd-verleid meisje - n'en déplaise de boekenmakers die elkaar napraten! - tegenover haren verleider nooit beschaamd is. Ze meent dat hy dankbaar wezen zal voor het hem gebracht offer, en voelt zich volstrekt niet vernederd. Dat men dit gewoonlyk anders voorstelt, wordt veroorzaakt door het verwarren van de aandoeningen op-zichzelf, met de vrees voor 't bekend oordeel dat anderen daarover uitspreken. Een meisje dat zich weggeeft uit liefde, is overtuigd 'n heldenstuk gedaan te hebben, en zou dit besef nadrukkelyk openbaren, indien ze niet wist dat de wereld hierover anders denkt. De schaamte die ze by ontdekking ten-toon spreidt, is zooal niet gehuicheld dan toch opgedrongen, en de verwyten die men haar doet, schynen haar altyd voorttekomen uit zekere dorheid die zich niet op de hoogte weet te plaatsen van haar offerzucht die zyzelf by-uitstek deugdzaam vindt.

Doch ook in gemoederen van 'n geheel andere soort strekt het toegeven in den wil des verleiders...

Het woord ‘verleider’ is hier zelden van stipte beteekenis. Ik gebruik het nu gemakshalve, en om niet aftedwalen.

...ook in geheel andere omstandigheden is het toegeven steeds 'n kwyting. Even als de goeden haar inschikkelykheid opvatten als 't afdoen van 'n vermeende liefdeschuld, betalen de armen, de hebzuchtigen, de ydelen en de luien 'n koopschuld in allerplatsten zin, en zy zyn het die later overgaan in de klasse der publieke vrouwen. De gelederen der ontucht worden alzoo gerekruteerd uit de laagste klasse van dusgenaamd-gevallen meisjes, en geenszins uit haar die zich overgaven uit offerzucht, hartstocht of liefde, noch zelfs uit de soort by wie deze aandriften in moeielyk te determineeren verhouding tezamen vloeiden.

By 't aanhalen der grondoorzaken van ontucht, had ik misschien armoede en hebzucht kunnen achterwege laten, dewyl deze beide hoedanigheden slechts invloed uitoefenen door 't samengaan met de luiheid en de ydelheid die ik daarby noemde. Deze beide ondeugden - en geenszins de aandrang tot wellust - zyn de elementen van bederf. Ze gaan somtyds tezamen met ziekelyke hysterie, dikwyls met gebrekkige vatbaarheid voor geslachtelyke aandoeningen, nooit met gezonde ontwikkeling van 't geslachtsleven. Men vindt ze by eunuken-zielen, by koude dorre gestellen...

*) Parent Duchâtelet kan nog altyd dienen. Al zyn z'n cyfers niet meer van toepassing, men kan toch nog altyd nut trekken uit z'n methode van behandeling. Ik verwys overigens naar 't werk dat ik aanroerde in m'n noot op 202, vyfden druk.


[1] Publieke vrouwen, byv. zyn zelden byzonder wellustig, niet alleen, maar gewoonlyk bestaat de grondoorzaak van haar verlaging in gebrek aan hysterische ontwikkeling.

Men kan zich hier afvragen: Hoe kan Multatuli dit eigenlijk wéten? Hij geeft in dit idee een boekverwijzing, maar hij wist uit eigen ervaring wel iets meer van de personen en opvattingen van publieke vrouwen. Zie de likdoorn-geschiedenis in deel III van de Ideen. In de VW wordt kort verhaald van een Eugénie die door Multatuli eind 1850-er jaren vrij kocht uit een Frans bordeel, en die hem korte tijd later uit serieuze problemen redde, en die ook nog bekend was aan z'n eerste vrouw toen deze in Brussel woonde.

Het schijnt - naar men kan opmaken, met enige voorzichtigheid, uit passages in M.'s brieven in de VW - dat Multatuli's eerste vrouw weinig of geen belangstelling voor sex had, om welke reden het haar makkelijker viel zijn vreemd gaan te tolereren.
 


[2] Wie vertrouwd is met de statistiek der publieke ontucht *) zal weten dat ydelheid, luiheid, hebzucht en armoede de hoofdrol spelen in de geschiedenis van zoogenaamd-gevallen vrouwen.

Wel, erg vertrouwd ben ik niet met genoemde statistiek, en Duchâtelet las ik nooit, maar uit wat ik wel las over de 19e eeuwse moraal en prostitutie in vooral Engeland en Nederland bleek dat de prostitutie toen wijd verbreid was, en dat zeer veel mannen uit de zogeheten betere standen er gebruik van maakten, wellicht mede om hun vrouwen te sparen, die geacht werden geen sexuele gevoelens te hebben, vanwege hun fatsoen. Hieruit volgt in ieder geval dat het met de moraal van de heren uit de hogere burgerstand tamelijk anders moet hebben gelegen in zeer veel gevallen dan ze zelf graag publiekelijk voorgaven.

Idee 1069.