Men meene volstrekt niet
dat het aangevoerd grappig voorbeeld van de vergissingen die ik
bedoelde, slechts uitzondering wezen zou. Ik kan er honderden van deze
soort noemen. Op veel middeleeuwsche schilderyen, byv. die de
Moedermaagd in 't kraambed voorstellen, vinden wy den wand behangen
met de gewone gereedschappen van 'n ouwerwetsche nederlandsche keuken.
[1]
En ook 't meubel zonder naam ontbreekt maar zelden. Zeer dikwyls wordt
Maria, bezocht door pauzen, bisschoppen en monniken, liefst - als
Jupiter van zoo-even - in vol ornaat, beladen met kerkboeken,
rozenkransen, wywaterpotjes, en al den toestel van 't Geloof... dat
komen zou. De kleine Jezus speelt heel gemoedelyk met... 'n kruis. Wie
hierin 'n symbool meent te zien - op zichzelf beschouwd kon die
meening gegrond zyn - wordt te-recht gewezen door de onmogelyke
tegenwoordigheid van die monniken.
Neen,
ook hierin zou 'n symbolieke beteekenis kunnen liggen. De kunstenaar
mag z'n standpunt kiezen, en 'n historisch-ongerymd feit
voorstellen als theologisch-juist. De ‘Kerk’, met ap- en
dependentie kwam gelyk met Jezus ter-wereld. Hier teekende alzoo de
schilder geen voorval, maar 'n gedachte, 'n overtuiging of 'n
leerstuk. Dit is z'n recht. Maar eilieve, die tang en asschop dan? Die
Delftsche tegeltjes? Die schuimspaan? En vooral... dat andere meubel?
Behooren ook zulke gereedschappen tot de symboliek?
Men ziet dat we hier wel degelyk te-doen hebben met naïveteit. En we
vinden dat niet het minst by meesters, of by de leveranciers van
kunstwerken, die voor meesters doorgaan.
By-gelegenheid zal ik eens 'n paar heldendaden bezingen die
Rafaël op dit gebied heeft uitgericht. Hoe
die schilder aan z'n roem gekomen is, mogen de kunstkoopers en
hun met God en Geloof opgeschuimde slachtoffers onder elkander
uitmaken. Gedacht en geleden had Rafaël niet! (30)
Het is
te veronderstellen dat de schilders wel wisten dat er geen
monniken bestonden in 't jaar Eén O.H. Doch juist hieruit blykt
dan alweer dat weten geen begrypen is. En meer nog:
begrip is geen besef. [2] Daarom noemde ik het ‘gebrek aan
besef van voortdurende verandering’ een der kenmerken van
bekrompenheid.
[1]
Ik kan er honderden van
deze soort noemen. Op veel middeleeuwsche schilderyen, byv. die de
Moedermaagd in 't kraambed voorstellen, vinden wy den wand behangen met
de gewone gereedschappen van 'n ouwerwetsche nederlandsche keuken.
Ja, en M. had nogal vreemde ideeën over
beeldende kunst. Afgezien daarvan: Middeleeuwse schilderijen bevatten
kennelijk een beeldtaal, die voor een deel terug gaat op indertijd
algemeen bekende gezegdes en geloven, en die beeldtaal is nu voor een
groot deel onbegrijpelijk omdat de gezegdes en geloven vergeten zijn.
[2]
Doch juist hieruit blykt dan alweer dat weten geen begrypen is. En meer nog:
begrip is geen besef.
Ik licht het er maar uit als zinnig
gezegde.