Idee 1059a.                                                


Velen vergissen zich in de meening dat de leugen altyd 'n uitvloeisel wezen zou van 't belang. Aanvankelyk is ze, even als sommige lichamelyke wanstaltigheden, slechts 'n gevolg van knelling. [1] Een kind dat geen weerklank verneemt op de uiting zyner aandoeningen, wordt beschroomd, en vreest zich belachelyk te maken. Het gedurig vermanen, onderwyzen, berispen, werkt verlammend. De jonge ziel trekt schuw haar begeerige voelhoorntjes in, en sluit weldra ook de onschuldigste gewaarwordingen in haar binnenste op. Hieruit vloeit dat hygen naar 't onbekende voort, naar 't verre - dikwyls naar 't onbereikbare - dat mensch en Menschdom kenmerkt. Want de Maatschappy werkt hierin op gelyke wyze als het gezin en 't ouderlyk toezicht. ‘Dat mag niet!’ en: ‘dat is onbehoorlyk!’ wordt er van alle kanten geroepen, zoodra iemand zich veroorlooft zichzelf te zyn. ‘Hoe dwaas!’ is terstond het algemeene oordeel over alles wat afwykt van den regel waaraan men gewend is. De meesten gaan 'n wyden stap verder, en noemen 't ‘misdadig’ wanneer de eenling zich aanmatigt z'n individualiteit te bewaren, of zelfs wanneer-i blyk geeft daarnaar te streven.

't Gevolg is: leugen. Want de lust om zich te verzetten tegen overmacht, is weinigen gegeven. En de kracht!

Opmerkelyk is 't dat de enkele die dit beproeft, niet het minst wordt uitgejouwd door de velen die eenmaal dezelfde aandrift voelden, doch uit lafhartigheid en gemakzucht het strydperk ontweken of verlieten. Wie 'n waarheid verkondigt die tegen den gewonen sleur inloopt, vindt z'n gevaarlykste tegenstanders niet onder de aanhangers der bestreden dwaling, maar onder hen die, in den grond van hun gemoed zyn meening toegedaan, niet verdragen kunnen dat 'n ander den moed had die meening te openbaren. [2] Het vóórgaan wordt door achterblyvers opgenomen als verwyt. Er zyn duizenden en duizenden die evenmin als Wouter lust zouden hebben Juffrouw Laps te bezoeken, maar Woutertje had buikpyn noodig om zich te vrywaren tegen verkettering over z'n tegenzin. En dit lukt niet eens altyd, want:


[1] Velen vergissen zich in de meening dat de leugen altyd 'n uitvloeisel wezen zou van 't belang. Aanvankelyk is ze, even als sommige lichamelyke wanstaltigheden, slechts 'n gevolg van knelling.

Maar wat is het verschil? Heeft men dan geen belang bij het opheffen van "knelling"?

Het is wel waar dat de leugen niet altijd een uitvloeisel van het belang is: Regelmatig is de oorzaak angst, of de wens te behagen, of conformisme, of chauvinisme. (Welke rol het belang daarbij speelt is een casuïstische vraag.)


[2] Wie 'n waarheid verkondigt die tegen den gewonen sleur inloopt, vindt z'n gevaarlykste tegenstanders niet onder de aanhangers der bestreden dwaling, maar onder hen die, in den grond van hun gemoed zyn meening toegedaan, niet verdragen kunnen dat 'n ander den moed had die meening te openbaren.

Ja, daar is veel voor te zeggen, maar de grondoorzaak is vaak niet die M. geeft. Er zijn bijvoorbeeld veel felle en langdurige broedertwisten tussen allerlei soorten socialisten, of tussen allerlei soorten christenen, en de voornaamste reden van die twisten ligt niet in afgunst, maar in overeenkomsten: Men twist vooral om zich van elkaar te blijven onderscheiden.

Idee 1059a.