Idee 1059.                                                


Over middelpuntschuwende en aantrekkende krachten, negatieve en pozitieve polen of zoo-iets, blykbaar in 'n paar bezoeken die
Wouter byna niet aflegt.

Wouters kerkgang was achter den rug. De dominee had by deze gelegenheid zoo byzonder mooi gepreekt, zei Stoffel. En: ‘alles was zoo toepasselyk!’ 

- 't Is nu maar te hopen, moeder, dat het vruchten draagt.

- Zeker, Stoffel! En dat-i me niet weer z'n nieuwen broek scheurt. Er moet zoo zuur voor gewerkt worden.

Dit was wel weer eenigszins hyperbolisch gesproken, want ‘zuur gewerkt’ werd er in den huize Pieterse niet. Dat Wouters moeder zich met haar huishouden zooveel onnoodige drukte op den hals haalde, geschiedde uit pure liefhebbery. 't Mensch meende, dit hoorde er zoo by. Ook 't klagen daarover, of liever 't roemen op die bereddering, lag in haar mond bestorven. [1] Ze zou vreemd hebben opgezien als men haar gezegd had dat ze best kon gemist worden in de huishouding van 't Heelal.

Dat Wouter de bezoeken die hy had afteleggen, moest uitstellen tot na z'n kerkgang, was 'n gevolg der bygeloovige vrees voor de dreigementen van Juffrouw Laps. Deze had zich beroepen op II Kronieken 16, vers 12, [2] en tegen zulke argumenten was de ontkiemende liberalistery van juffrouw Pieterse niet bestand. Wel bleef ze er by dat men nu juist niet alles wat in de Schrift stond, zoo precies op iedereen kon toepassen...

- Ja, ja, ja, dat kan de Mensch wel, als 't ware geloof er maar is, en... de Genade! Waarom anders, m'n lieve mensch, zou de Heer die verdoemelyke zwakheid van Koning Asa hebben laten te-boek stellen door den H. Geest? Alles heeft z'n beteekenis, weetje!

- Och ik ben zóó niet, of ik wil wel naar raad luisteren...

- Dat 's 't ware! Dan ben je gered, mensch! En... stuur 'm eens by me, na zondag. Of... al wàs 't zondag, maar na kerktyd dan. Dan kan-i me met-een wat van de preek vertellen, schoon die dominees... och wat weet zoo'n kind daarvan!

Juffrouw Laps hield niet van dominees. Als velen zag ze die heeren voor ‘geleerd’ aan, en ze meende dat geleerdhedens niet te-pas kwamen. ‘Gods Woord, zei ze, was zoo ingericht dat ieder 't begrypen kon zonder grieks of latyns... [3] als-i de genade maar had. Dáárop kwam alles neer.’ Op den broodnyd na, die haar deze meening in 't gemoed leî, ben ik dit geheel met haar eens. En juist hierom vind ik die ‘Genade’ zoo'n leelyk ding. Om konsekwent te zyn, moeten de Lapsen zich weinig bekommeren over ‘goede werken’ en zelfs niet erg opzien tegen de kwade. Nu, konsekwent wàs onze oefenaarster.

- Ja, ja, zondag na kerktyd! Ik reken er vast op...

En, om de uitnoodiging dringender te maken, sprak ze van de lekkernyen die ze gewoon was haar gasten op dat uur voortezetten.

Wanneer wy aannemen - en dit mogen we - dat juffrouw Laps op 'n bezoek van Wouter byzonder gesteld was, moet men erkennen dat er diepe kinderkennis lag in het toevoegen van gebakjes aan de voorgespiegelde napreek. Als waarheidlievend geschiedschryver mag ik niet verhelen dat m'n held voor verlokkingen van deze soort geenszins ongevoelig was. En... er was wel zoo-iets noodig om de vurige godsdienst-oefenaarster in zyn oogen beminnelyk te maken, of althans niet ten-eenen-male afschuwelyk. Hy was bang voor haar, doch 't spreekt vanzelf dat-i dit niet durfde zeggen. Ook blyft het de vraag of-i 't wist, want de tyd was nog ver, dat hy beginnen zou zich rekenschap van z'n aandoeningen te geven. Een tyd die voor velen nooit aanbreekt! [4]

Instinktmatig voelde hy angst voor 't alleen-zyn met dat schepsel. Ze was hem de levendige voorstelling van al de akeligheden die Jehovah noodig had om van tyd tot-tyd wat respekt inteboezemen aan Israel... donder en bliksem, pestilentie, verzwelgende afgronden, booze zweeren, vlammende zwaarden en verder goddelyk gereedschap. Indien hy den moed had gehad rond-uit te spreken, zoud-i haar verzocht hebben de beloofde versnaperingen hier-of-daar neerteleggen buiten haar woning. Hy zou die dan wel vinden, meende hy. Maar dezen moed had-i niet, en hy moest er dus wel in berusten dat z'n moeder over hem beschikte, en 't bezoek toezei.

- En waarom ben je 'r nu niet heengegaan? vroeg ze, toen Stoffels opgetogenheid over de preek wat begon te bedaren.

Wouter beriep zich op de bekende erge buikpyn die alle kinderen ten-dienste staat, zoodra ze zich aan onaangename plichtjes willen onttrekken. Deze ziekte zou te genezen zyn door 't aankweeken van eenige vertrouwelykheid tusschen ouders en kroost. Waarom toch durfde Wouter niet erkennen dat het bezoek van Juffrouw Laps hem tegen de borst stuitte? Hy wist immers zeer goed dat in zyn omgeving de sympathie met z'n speciale vyandin zoo byzonder groot niet was?


[1] Dat Wouters moeder zich met haar huishouden zooveel onnoodige drukte op den hals haalde, geschiedde uit pure liefhebbery. 't Mensch meende, dit hoorde er zoo by. Ook 't klagen daarover, of liever 't roemen op die bereddering, lag in haar mond bestorven.

Het is niet zo héél onwaarschijnlijk dat dit ook gold voor Multatuli's eigen moeder. In ieder geval werd M. voornamelijk door zijn moeder opgevoed omdat zijn vader scheepskapitein en vaak op zee was. Ook had hij een dominee-achtige aanzienlijk oudere broer Pieter, zoals Wouter broer Stoffel had. De verhouding tussen Multatuli en zijn moeder was waarschijnlijk niet erg goed, en de moeder schijnt een nogal zenuwachtige vaak door migraine geplaagde vrouw te zijn geweest.


[2] II Kronieken 16, vers 12

 


[3] ‘Gods Woord, zei ze, was zoo ingericht dat ieder 't begrypen kon zonder grieks of latyns...

Deze mening van juffrouw Laps, waarmee M. instemde, was ook de mening van de reformatoren van het katholieke geloof, van Wycliff af, die de bijbel in het Engels vertaalde opdat iedere christen zelf zou kunnen lezen wat er in de bijbel staat zonder eerst Latijn te moeten kennen.


[4] Hy was bang voor haar, doch 't spreekt vanzelf dat-i dit niet durfde zeggen. Ook blyft het de vraag of-i 't wist, want de tyd was nog ver, dat hy beginnen zou zich rekenschap van z'n aandoeningen te geven. Een tyd die voor velen nooit aanbreekt!

Ik ben geen Freudiaan, en hoe iemand bang kan zijn zonder dat te weten klinkt nogal als suiker eten zonder zoet te proeven: Niet logisch onmogelijk, maar behoorlijk onwaarschijnlijk. En ik ontken hier niet dat er onderbewuste motieven en aandriften kunnen zijn, maar alleen dat angst daartoe zou behoren.

Idee 1059.