Over middelpuntschuwende en
aantrekkende krachten, negatieve en pozitieve polen of zoo-iets,
blykbaar in 'n paar bezoeken die
Wouter byna niet aflegt.
Wouters kerkgang was achter den rug.
De dominee had by deze gelegenheid zoo byzonder mooi gepreekt, zei
Stoffel. En: ‘alles was zoo toepasselyk!’
- 't Is nu maar te
hopen, moeder, dat het vruchten draagt.
- Zeker, Stoffel! En
dat-i me niet weer z'n nieuwen broek scheurt. Er moet zoo zuur voor
gewerkt worden.
Dit was wel weer
eenigszins hyperbolisch gesproken, want ‘zuur gewerkt’ werd er in den
huize Pieterse niet. Dat Wouters moeder zich met haar huishouden
zooveel onnoodige drukte op den hals haalde, geschiedde uit pure
liefhebbery. 't Mensch meende, dit hoorde er zoo by. Ook 't klagen
daarover, of liever 't roemen op die bereddering, lag in haar mond
bestorven. [1] Ze zou vreemd hebben opgezien als men haar gezegd had dat
ze best kon gemist worden in de huishouding van 't Heelal.
Dat Wouter de
bezoeken die hy had afteleggen, moest uitstellen tot na z'n kerkgang,
was 'n gevolg der bygeloovige vrees voor de dreigementen van Juffrouw
Laps. Deze had zich beroepen op II Kronieken 16,
vers 12, [2] en tegen zulke argumenten was de ontkiemende
liberalistery van juffrouw Pieterse niet bestand. Wel bleef ze er by
dat men nu juist niet alles wat in de Schrift stond, zoo
precies op iedereen kon toepassen...
- Ja, ja, ja, dat kan
de Mensch wel, als 't ware geloof er maar is, en... de Genade! Waarom
anders, m'n lieve mensch, zou de Heer die verdoemelyke zwakheid van
Koning Asa hebben laten te-boek stellen door den H. Geest? Alles heeft
z'n beteekenis, weetje!
- Och ik ben zóó
niet, of ik wil wel naar raad luisteren...
- Dat 's 't ware! Dan
ben je gered, mensch! En... stuur 'm eens by me, na zondag. Of... al
wàs 't zondag, maar na kerktyd dan. Dan kan-i me met-een wat van de
preek vertellen, schoon die dominees... och wat weet zoo'n kind
daarvan!
Juffrouw Laps hield
niet van dominees. Als velen zag ze die heeren voor ‘geleerd’ aan, en
ze meende dat geleerdhedens niet te-pas kwamen. ‘Gods Woord, zei ze,
was zoo ingericht dat ieder 't begrypen kon zonder grieks of latyns...
[3] als-i de genade maar had. Dáárop kwam alles neer.’ Op den broodnyd na,
die haar deze meening in 't gemoed leî, ben ik dit geheel met haar
eens. En juist hierom vind ik die ‘Genade’ zoo'n leelyk ding. Om
konsekwent te zyn, moeten de Lapsen zich weinig bekommeren over ‘goede
werken’ en zelfs niet erg opzien tegen de kwade. Nu, konsekwent wàs
onze oefenaarster.
- Ja, ja, zondag na
kerktyd! Ik reken er vast op...
En, om de
uitnoodiging dringender te maken, sprak ze van de lekkernyen die ze
gewoon was haar gasten op dat uur voortezetten.
Wanneer wy aannemen -
en dit mogen we - dat juffrouw Laps op 'n bezoek van Wouter byzonder
gesteld was, moet men erkennen dat er diepe kinderkennis lag in het
toevoegen van gebakjes aan de voorgespiegelde napreek. Als
waarheidlievend geschiedschryver mag ik niet verhelen dat m'n held
voor verlokkingen van deze soort geenszins ongevoelig was. En... er
was wel zoo-iets noodig om de vurige godsdienst-oefenaarster in zyn
oogen beminnelyk te maken, of althans niet ten-eenen-male afschuwelyk.
Hy was bang voor haar, doch 't spreekt vanzelf dat-i dit niet durfde
zeggen. Ook blyft het de vraag of-i 't wist, want de tyd was nog ver,
dat hy beginnen zou zich rekenschap van z'n aandoeningen te geven. Een
tyd die voor velen nooit aanbreekt! [4]
Instinktmatig voelde
hy angst voor 't alleen-zyn met dat schepsel. Ze was hem de levendige
voorstelling van al de akeligheden die Jehovah noodig had om van tyd
tot-tyd wat respekt inteboezemen aan Israel... donder en bliksem,
pestilentie, verzwelgende afgronden, booze zweeren, vlammende zwaarden
en verder goddelyk gereedschap. Indien hy den moed had gehad rond-uit
te spreken, zoud-i haar verzocht hebben de beloofde versnaperingen
hier-of-daar neerteleggen buiten haar woning. Hy zou die dan wel
vinden, meende hy. Maar dezen moed had-i niet, en hy moest er dus wel
in berusten dat z'n moeder over hem beschikte, en 't bezoek toezei.
- En waarom ben je 'r
nu niet heengegaan? vroeg ze, toen Stoffels opgetogenheid over de
preek wat begon te bedaren.
Wouter beriep zich op
de bekende erge buikpyn die alle kinderen ten-dienste staat, zoodra ze
zich aan onaangename plichtjes willen onttrekken. Deze ziekte zou te
genezen zyn door 't aankweeken van eenige vertrouwelykheid tusschen
ouders en kroost. Waarom toch durfde Wouter niet erkennen dat het
bezoek van Juffrouw Laps hem tegen de borst stuitte? Hy wist immers
zeer goed dat in zyn omgeving de sympathie met z'n speciale vyandin
zoo byzonder groot niet was?
[1] Dat
Wouters moeder zich met haar huishouden zooveel onnoodige drukte op
den hals haalde, geschiedde uit pure liefhebbery. 't Mensch meende,
dit hoorde er zoo by. Ook 't klagen daarover, of liever 't roemen op
die bereddering, lag in haar mond bestorven.
Het is niet zo héél onwaarschijnlijk dat dit ook
gold voor Multatuli's eigen moeder. In ieder geval werd M.
voornamelijk door zijn moeder opgevoed omdat zijn vader
scheepskapitein en vaak op zee was. Ook had hij een dominee-achtige
aanzienlijk oudere broer Pieter, zoals Wouter broer Stoffel had. De
verhouding tussen Multatuli en zijn moeder was waarschijnlijk niet erg
goed, en de moeder schijnt een nogal zenuwachtige vaak door migraine
geplaagde vrouw te zijn geweest.
[2] II Kronieken 16,
vers 12
[3] ‘Gods
Woord, zei ze, was zoo ingericht dat ieder 't begrypen kon zonder
grieks of latyns...
Deze mening van juffrouw Laps, waarmee M. instemde,
was ook de mening van de reformatoren van het katholieke geloof, van
Wycliff af, die de bijbel in het Engels vertaalde opdat iedere
christen zelf zou kunnen lezen wat er in de bijbel staat zonder eerst
Latijn te moeten kennen.
[4] Hy was
bang voor haar, doch 't spreekt vanzelf dat-i dit niet durfde zeggen.
Ook blyft het de vraag of-i 't wist, want de tyd was nog ver, dat hy
beginnen zou zich rekenschap van z'n aandoeningen te geven. Een tyd
die voor velen nooit aanbreekt!
Ik ben geen Freudiaan, en hoe iemand bang kan zijn
zonder dat te weten klinkt nogal als suiker eten zonder zoet te
proeven: Niet logisch onmogelijk, maar behoorlijk onwaarschijnlijk. En
ik ontken hier niet dat er onderbewuste motieven en aandriften kunnen
zijn, maar alleen dat angst daartoe zou behoren.