Idee 1058c.                                                


De Deugd! Het besef onzer Verstand-en-hart-schryvers gaat in dit artikel niet boven de teeldelen. Daarin studeeren ze. Daarmee pronken ze. Daarmee werken ze. Daarop beroepen zy zich. Daarvan leven ze. Daarmee onderwyzen ze Vorsten en Volken. Daar draaien ze hun ‘knoopen’ van. Daarop spekuleeren ze. Daarmee prikkelen zy... [1]

Hefboomen en werktuigen van den waren Dichter zyn: Verbeelding, Gevoel en Moed! [2]

...daarmee prikkelen zy hysterische gevoelighedens. Daarmee bedekken ze hun lafhartigheid die, terugschrikkend voor de verkondiging van het Ware, steun zoekt... zooal niet in 't oordeel van Publiek, noch zelfs in z'n smaak, dan toch in z'n bedorven moralizeerende zinnelykheid!

De heele litteratuur van deze soort, even als de byna uitsluitend op 't geslachtsleven gegronde zedelykheids-idee van 't Publiek, die door haar gevleid wordt, is één doorgaande leerschool van Zelfbevlekking. [3]

Sla ze maar na, de duizende en duizende ‘oorspronkelyke’ romannetjes die er geschreven werden en worden naar de prototype der Pamela's, der Clarisse Harlowe's, der Grandison's, der Willem Levend's, der Susanna Bronkhorsten, der Sara Burgerhart's, en let er op of niet de heele veredeling van ‘Verstand en Hart’ ten-slotte neerkomt op zoo'n kittelend: zal ze... zal ze niet? Is ze wel... is ze niet? [4]

Wordt niet gedurig en telkens de heele heldinnigheid der vrouwelyke deugdmodellen saamgeperst tot de vraag: of de jonge-juffrouw tot het laatste blaadje toe - by onze Machteld met inbegrip zelfs van bruiloft en huwelyk! - inderdaad, anatomisch gesproken, jonge-juffrouw gebleven is? Bemerkt ge dan niet, lezers, dat de schryf-moralisten uw heele litteratuur-deugd tot 'n onderwerp van vroedkunde hebben gemaakt? Stuit u de plompheid niet, waarmee zulke theorien - ook uit 'n oogpunt van Kunst zoo bitter armoedig! - aandruischen tegen menschenwaarde, tegen karakter, tegen ontwikkeling? Zult ge dan nooit u verzadigd afwenden van de grofheid der ficelles waarmee men uw belangstelling heensleept naar dat eene ééne punt? Naar dat onderdeel van 't mensch-zyn? Moogt ge langer de beleediging dulden van de overal blykende meening dat uw aandacht slechts te mynen is door 't goochelen met 'n deugdzaamachtigheid, die geen anderen prikkel kent dan 't heen-en-weer seulen van den ‘knoop’ der telkens uitgestelde tot de uiterste grens van wellust opgeschroefde hoerery? [5]

En de kinderachtigheid! ‘Ei kyk, hy heeft 'n meisje gezoend!’ Of... ‘niet gezoend!’ 't Is eigenlyk volkomen om 't even hoe zùlke ‘knoopen’ ontward worden.

En de Onwaarheid! Elke fout komt op leugen neer. Ieder schryver en ieder lezer wéét toch immers hoe 't inderdaad toegaat in de wereld? [6] Waartoe dan dat onophoudelyk pronken met voorgewende onnoozelheid, veel viezer ten-slotte - en gevaarlyker vooral - dan 't ruwst priapismus? [7]

Waartoe? Wel, daarin zoeken de kunstenaars van bilderdyks-rang hun ‘knoopen.’ Daarmee brengen ze toeschouwer en lezer in: ‘spanning en ontroering.’ Daarin ligt de taktiek van 't métier. ‘Verstand?’ Eilieve, om 't verstand bezig te houden, is... verstand noodig. ‘Hart?’ Maar... wie kan tot het hart spreken, zonder eerst zelf iets in 't gemoed te voelen dat de moeite van 't uiten waard is? [8] Lager dus, lager! [9] Zoo zakken ze af, de heeren kunstmoralisten, en met al hun deugdgepronk zien ze niet in - of weten ze 't? - dat ze zich precies op één lyn stellen met de schryvers die franchement ontuchtig zyn... op den moed na! Zoo'n De Saade beschreef... 't een-of-ander. Deugdzame schryvers vertellen lang en breed hoe dat een-of-ander... niet gebeurde. *) Het verschil is ten-nadeele van de braafheidsventers. Zy huichelen. Zy verraden. En... ze prikkelen oneindig sterker dan hun erkend-onfatsoenlyke kollegaas. [10]

Dat varen onder valsche vlag schaadt evenzeer de kunstwaarde - m'n oud thema! - als de zedelykheid. Met valsche gegevens brengt men nooit iets goeds voort, al werkt men dan ook, op z'n bilderdyks, ter-dege ‘met God.’ [11]

Dit ‘met God’ zelf is oorzaak, uitvloeisel en kenmerk van de Leugen. Geloof en hysterie, 't spekuleeren òp geloof en 't spekuleeren òp hysterie, gingen ten-allen-tyde hand aan hand. [12] De teeldeelen-deugd in onze romans heeft dezelfde strekking als de onverstoorbare jonkvrouwelykheid der ‘Moeder Gods’ en van de islamsche paradys-houri's. [13] Rykdom van verbeelding schynt niet juist de hoofdeigenschap van godverkondigers geweest te zyn. Ze kopieerden elkaar, en durfden hoogstens zich bezondigen aan de variant van 'n beetje transpozitie. 't Pozitief prentje waarop 'n ruw - doch natuurlyk! - priapismus geteekend stond, verhanselden ze ‘met God’ in 'n negatief beeld van sterker kittelende - niet natuurlyke! - onthouding. Als symbool van alles verteerende wellust, is Origenes sprekender figuur dan alle Aspasiaas van de wereld... al waren ze zelfs gekleed. De naakten zyn volkomen onschadelyk, en misstaan niet, noch als kunstprodukt, noch uit 'n oogpunt van zedelykheid, terwyl Origenes... teeken maar uit, lezer! Even als Bilderdyks taal dienen kon om langs z'n denkbeelden en kunstbesef aftedalen in 't hol waar z'n zedelykheid huisde, zullen de lynen van die pop u den weg wyzen naar den afgrond van immoraliteit die door zoo'n smeerig verminkt kerkmonster wordt voorgesteld. Alles is in alles! 

Alles in alles! [14] De laaghartige bedoeling waarmee het stuk ‘Floris’ geschreven werd, is mede-oorzaak dat de figuur van graaf Floris misteekend werd, en in 't boelen met Publieks mooiheids-begrippen vinden wy de aanleiding tot het omknoeien van die Machteld in 'n onmogelyk wanschepsel.

‘Teeken ons 'n ‘Floris V!’ wordt er geroepen. ‘Dat kan ik niet!’ mompelt de onbekwame werkman. Maar de leugenaar wacht zich wel dit openhartig te bekennen. Te onhandig, te vals-voornaam en te kleinzeerig om metselen te leeren of de straat te vegen...

Zulke wezens achten zich, godbetert, daartoe te goed! En m'nheer Publiek die uit overmaat van God en Kuisheid geen verstand van verdienste heeft, steunt hen in die malingre verwaandheid.

...te lui en te ondichterlyk om na lange moeielyke studie - er moet gewerkt zyn heeren! (1002, 1003) - door zes dikke eeuwen heenteboren, en 't oude potentaatje met z'n deugden, fouten, en eigenaardigheden, voor 't oog van den Ziener te dagen, tracht de bedrieger 't met z'n klanten op 'n akkoordje te gooien, en teekent ‘met God’ 'n preutsche kostschool-jongejuffrouw, zonder 't minste vlekjen op haar jurk. Dit lykt nu wel niet op Floris, maar... 't poppetjen is deugdzaam... ‘met God.’ En - ‘met God’ altyd! - wryft-i die deugd zoolang heen-en-weer, tot het hem gelukt de klanten zelf - ook ‘met God’ natuurlyk - in 'n... spanning te brengen, die hun doet vergeten welke figuur ze eigenlyk besteld hadden.

‘Teeken ons ridders, wordt er geroepen, 'n ridder!’ De kunstigheid hokt weer. Een ridder, zegt ge? Hm!

Onze fabrikant huurt 'n katechizeermeester tot model, legt hem ‘met God’ wat ouwyvenpraat in den mond, en... klaar is z'n ridder!

‘Teeken ons 'n Edelvrouw uit de middeleeuwen!’ Daar zit weer onze knoeier. Maar... ‘met God’ en de noodige teeldeel-taktiek zal 't wel lukken, meent hy. Uit armoed aan Kunst, zweept-i z'n kreupele verbeelding aan tot het uitdenken van 'n nieuw kunstjen op 't gebied zyner afgezaagde echtkoets-poëzie, en ‘met God’ verkracht hy 't getrouwde schepsel tot 'n maagd! Prikkeling spanning en bedrog als boven. M'nheer Publiek is volkomen tevreden. Z.Ed. gaat allergodsvruchtelykst geonanizeerd naar-huis. Wat wil men meer? [15]

Vindt ge my ruw, lezer? Goddank dan! Op harden knoest, 'n scherpe byl! [16] De Baäls-profeten uit I Koningen 18 [17] zullen waarschynlyk den ouden Elias ook niet beschuldigd hebben van zachtzinnigheid. Goddank, nog-eens! En gy, lezer, dank ook gy uwen God, dat er eens eindelyk iemand opstond, die den moed had...

Hoe staat er ook?

‘En hy voerde hen af naar de beek Kison, en hy slachtte ze aldaar.’

Ik deed wat ik kon. Maar m'n taak is niet afgeloopen. Er wandelen nog altyd veel profeten rond, die gespysd werden - en worden! - van Jezebels tafel, en die 't in spekulatie op valsche deugd verder brachten dan Bilderdyk. Ook zelfs in dit vak muntte de man niet uit. Z'n Kunst was armoedig tot in de kunstjes toe. [18] Ik zal dit later door 't aanhalen van voorbeelden uit andere godzalige schryvers bewyzen, en hoop by diezelfde gelegenheid de middelen optegeven, waardoor we verlost kunnen worden van de liederlyke kuizighedens die als 'n nachtmerrie liggen te ronken op ons opvoedingsysteem. Dìt zeg ik nu reeds: als m'n middelen niet eenvoudig zyn, deugen ze niet.

Dat ik ditmaal me zoo in 't byzonder bezig-hield met Bilderdyk, was omdat z'n ‘Floris’ my uitstekend voorkwam als model van beroerdheid. Erkent de lezer niet dat de stof ryker bleek dan-i aanvankelyk meende? [19]

Bovendien, is niet Bilderdyk 'n ‘Prins der Dichteren?

A tout Seigneur tout honneur! Dat z'n prachtige ‘Floris de Vijfde’ in vuiligheid te-kort schiet by sommige produkten van z'n konkurrenten en navolgers, was geen reden om niet hèm 't eerst te slachten. De goede wil om ‘met God’ z'n Publiek zoo laag mogelyk aantevatten, ontbrak niet. En ik vond zyn: in pessimis voluisse, voor m'n tegenwoordig doel volkomen sat.

Wie over de laatste hoofdstukken ontevreden is, wordt verzocht z'n denkbeelden over taal, poëzie, kunst, zedelykheid en godsvrucht, eenigszins anders intekleeden dan met de betuiging dat ik zoo'n ‘byzonder slecht mensch’ ben, of met de seurige klacht over 't brandmerken der ‘Vaderen.’

Ik ben 'n zeer goed mensch, en juist daarom gloei ik van verontwaardiging by 't opmerken hoe die ‘Vaderen’ zich door kwakzalvers lieten bedriegen. [20] Naar myn opvatting der plichten van 't Vaderenschap moeten ze 't goedvinden dat ik hun Nakroost waarschuw.

Doch al ware dit zoo niet! ‘Vaderen’ of geen ‘Vaderen’ ik ben zoo vry te zeggen wat ik voor Waarheid houd. Dit is myn godsdienst, myn P.G. En ik vervloek van ganscher harte ieder die zich veroorlooft 'n àndere religie aantekleven. [21]

Dachten de ‘Vaderen’ of denken de Neven daarover anders, dan dachten en denken die Vaderen en die Neven verkeerd, en 't wordt hoog tyd dat de Neven van gedachten veranderen.

Er is nog altyd ruim plaats by de beek Kison, voor valsche profeten zoowel, als voor de drekgoden die ze in leven houden om... in 't leven te blyven. 

Op de zotte beschuldiging dat ik ‘alles aanval, antwoord ik met verwyzing naar 253. Zeker, myn Godsdienst schryft me voor, alles aantevallen wat er spyst aan Jezebels tafel.

En wie dáárover klaagt...

Zou ik niet gerechtigd zyn tot het vermoeden dat de zoodanige gewoon is in die restauratie z'n middagmaal te gebruiken?

Wien de schoen past... enz. 

Als nu voortaan zekere schryvertjes de jour blootsvoets loopen, is 't hun eigen schuld.

*) Noot van 1877. Zooals, byv. de vuile Richardson en z'n legio navolgers. Van de zedelykheidsbegrippen dezer School gaf ik reeds op blz. 145 'n staaltje.

**) Noot van 1877. De theologische doctor en gewezen letterprofesser Van Vloten heeft de schoen behoorlyk aangetrokken. Prosit! [22]


[1] De Deugd! Het besef onzer Verstand-en-hart-schryvers gaat in dit artikel niet boven de teeldelen. Daarin studeeren ze. Daarmee pronken ze. Daarmee werken ze. Daarop beroepen zy zich. Daarvan leven ze. Daarmee onderwyzen ze Vorsten en Volken. Daar draaien ze hun ‘knoopen’ van. Daarop spekuleeren ze. Daarmee prikkelen zy...

Wel, stel dat. M. overdrijft, maar er valt het een en ander voor te zeggen. So what? Eén reden is dat "de teeldelen" en alles wat daarmee samenhangt zowel een bron van veel genot kunnen zijn, als een oorzaak van veel sterke emoties.


[2] Hefboomen en werktuigen van den waren Dichter zyn: Verbeelding, Gevoel en Moed! 

Maar geldt dat niet ook voor de pornograaf? Inclusief de "Moed" iets onwettigs te doen, eventueel, al is het alleen voor geld?


[3] De heele litteratuur van deze soort, even als de byna uitsluitend op 't geslachtsleven gegronde zedelykheids-idee van 't Publiek, die door haar gevleid wordt, is één doorgaande leerschool van Zelfbevlekking.

't Is me toch wat... Multatuli was in meer opzichten een kind van z'n tijd dan hij zelf doorhad. Hij was een groot tegenstander van "Zelfbevlekking", zoals zovelen in zijn tijd, maar niet erg realistisch noch erg geïnformeerd. En dit hele idee kan gevoegelijk beschouwd worden als - minstens - enigszins hysterisch.


[4] Sla ze maar na, de duizende en duizende ‘oorspronkelyke’ romannetjes die er geschreven werden en worden naar de prototype der Pamela's, der Clarisse Harlowe's, der Grandison's, der Willem Levend's, der Susanna Bronkhorsten, der Sara Burgerhart's, en let er op of niet de heele veredeling van ‘Verstand en Hart’ ten-slotte neerkomt op zoo'n kittelend: zal ze... zal ze niet? Is ze wel... is ze niet?

Opnieuw, stel dat. Het betreft toch onderwerpen die vrijwel iedereen interesseren, emotioneren, en aangaan? En ik ben een groot voorstander van vrije meningsuiting: Als men een emotionerend onderwerp niet beter kan behandelen, gemiddeld, dan is er weinig of niets aan of tegen te doen.


[5] Moogt ge langer de beleediging dulden van de overal blykende meening dat uw aandacht slechts te mynen is door 't goochelen met 'n deugdzaamachtigheid, die geen anderen prikkel kent dan 't heen-en-weer seulen van den ‘knoop’ der telkens uitgestelde tot de uiterste grens van wellust opgeschroefde hoerery?

Gegeven wat er tegenwoordig op TV en internet te zien zijn voor wie dat wil is Multatuli's "de uiterste grens van wellust opgeschroefde hoerery" - nu, ik zei al: minstens enigszins hysterisch.


[6] Ieder schryver en ieder lezer wéét toch immers hoe 't inderdaad toegaat in de wereld?

Nauwelijks of in het geheel niet, en ook niet inzake sexualiteit en wat daarmee samenhangt. Dat is nog steeds zo, ondanks de zeer toegenomen vrijheid en het grote gemak waarmee ieder die dat wil pornografie kan krijgen tegenwoordig. De meeste mannen en vrouwen weten nog steeds niet veel van sexualiteit en wat daarmee samenhangt, en die onwetendheid was in de 19e eeuw zeer veel groter. In feite weet de grote meerderheid over enig onderwerp nooit meer dan oppervlakkig en publiek bekend is over het onderwerp - en dat is zelden echte wetenschappelijke kennis, gewoonlijk vooroordeel, en ook vrijwel altijd zonder veel historisch of anthropologisch benul.


[7] Waartoe dan dat onophoudelyk pronken met voorgewende onnoozelheid, veel viezer ten-slotte - en gevaarlyker vooral - dan 't ruwst priapismus?

Laat ik het "ruwst priapismus" maar vertalen met "de meest expliciete pornografie".


[8] Eilieve, om 't verstand bezig te houden, is... verstand noodig. ‘Hart?’ Maar... wie kan tot het hart spreken, zonder eerst zelf iets in 't gemoed te voelen dat de moeite van 't uiten waard is?

Wat als - zoals het geval lijkt - de meerderheid weinig verstand heeft, en ook niet veel in 't hart dat waard is geuit te worden? Desalniettemin leven ze, zijn het mensen, hebben ze gevoelens en wensen, hoe plat ook, en ideeën, hoe dom en ongeïnformeerd of bevooroordeeld ook.


[9] Lager dus, lager!

Het is waar dat zeer veel van wat - bijvoorbeeld - op de TV verschijnt vooral op kruishoogte gericht is, en overigens te dom om aan te zien. Maar het is ook waar dat Moeder Natuur - "die lieve Natuur", mocht M. graag schrijven - mensen zo ingericht heeft dat ze vrijwel hun hele volwassen leven een sterke sexuele behoefte en interesse hebben.


[10] Zoo'n De Saade beschreef... 't een-of-ander. Deugdzame schryvers vertellen lang en breed hoe dat een-of-ander... niet gebeurde. *) Het verschil is ten-nadeele van de braafheidsventers. Zy huichelen. Zy verraden. En... ze prikkelen oneindig sterker dan hun erkend-onfatsoenlyke kollegaas.

Het is interessant dat Multatuli althans iets van De Sade wist, als is het niet duidelijk hoeveel. Wie De Sade wel eens gelezen heeft en zelf geen sadist is zal z'n teksten overwegend als onsmakelijke gestoordheid treffen, minstens. Eén reden om dit soort dingen niet aan kinderen te geven is dat het suggereert of zegt dat het pijnigen van mensen iets loffelijks of normaals is.


[11] Met valsche gegevens brengt men nooit iets goeds voort, al werkt men dan ook, op z'n bilderdyks, ter-dege ‘met God.’

Nee, dat is eenvoudig onwaar. Wat mij betreft zijn alle vooronderstellingen van Jeroen Bosch onwaar, maar zijn schilderijen zijn fascinerende kunst. En er is bijzonder veel door religieuze gevoelens, overwegingen, idealen of belangen geïnspireerde kunst, die gebaseerd moet zijn op "valsche gegevens" (want er is hooguit één ware religie, en hoogstwaarschijnlijk géén ware religie), die desalniettemin zeer fraai is.


[12] Geloof en hysterie, 't spekuleeren òp geloof en 't spekuleeren òp hysterie, gingen ten-allen-tyde hand aan hand.

Mij dunkt dat Multatuli in dit idee behoorlijk hysterisch is, en de onderliggende reden moet zijn dat ook hij, als ieder mens, makkelijk zeer geëmotioneerd kon worden door onderwerpen die aan sexualiteit raakten, die immers zeer emotionerend is.


[13] De teeldeelen-deugd in onze romans heeft dezelfde strekking als de onverstoorbare jonkvrouwelykheid der ‘Moeder Gods’ en van de islamsche paradys-houri's.

De term "teeldeelen-deugd" is aardig, maar feitelijk gaat het hier bedoelde terug op iets anders, en gaat dieper: Chauvinistische wensdenkerij, die alles wat van Ons is en tot Ons Geloof behoort als bijzonder goed en deugdelijk af wil schilderen, ook wanneer dat, zoals met de wonderbaarlijke maagdelijke ontvangstenis van moeder Maria, logisch onmogelijk is.


[14] Alles in alles!

M. mocht dit graag uitroepen, maar het is niet erg zinnig. (Zie ... ) Bovendien, als het dan waar is: Oók hypocrisie, óók valsheid, óók leugen, óók gestoordheid, óók hysterie enz. Wat zeg ik? Oók Bilderdijk!


[15] M'nheer Publiek is volkomen tevreden. Z.Ed. gaat allergodsvruchtelykst geonanizeerd naar-huis. Wat wil men meer?

M. was vergelijkenderwijs - misschien verbaast dit de lezer hier - verlicht over sexualiteit. Maar dit is overwegend zo vergeleken met zijn eigen zeer bekrompen tijdgenoten. En over onanie had M. vreemde hoewel in zijn tijd gebruikelijke vooroordelen: Het zou slecht, minderwaardig, de gezondheid schadend etc. zijn.


[16] Vindt ge my ruw, lezer? Goddank dan! Op harden knoest, 'n scherpe byl!

Eerder hysterisch dan "ruw", si vous me permettez.


[17] De Baäls-profeten uit I Koningen 18

Geciteerd in 1053b.


[18] Z'n Kunst was armoedig tot in de kunstjes toe.

Eruit gelicht als aardige kunstfrase.


[19] Dat ik ditmaal me zoo in 't byzonder bezig-hield met Bilderdyk, was omdat z'n ‘Floris’ my uitstekend voorkwam als model van beroerdheid. Erkent de lezer niet dat de stof ryker bleek dan-i aanvankelyk meende?

Nu: Ja. Maar er is nogal wat op af te dingen: Enige sexuele hysterie, wat overdrijving, dwaas vermeend sexueel fatsoen, en nog een paar zaken.

Aan de andere kant: Het is leerzaam te zien hoeveel slecht taalgebruik, valse pose, lokaal chauvinisme, vleierij van voorgangers, en carrière-jagerij schuil gaat in een zogeheten historisch toneelstuk van een zogenaamd groot Nederlands dichter.

En ook kunnen behoorlijk wat generaties Nederlanders sinds Multatuli zich gelukkig prijzen dat zij niet met naar het leven en de goede literaire smaak staande valse kreupelrijmen en onmachtige bombast van Bilderdijk zijn vervolgd in hun schooljaren.


[20] Ik ben 'n zeer goed mensch, en juist daarom gloei ik van verontwaardiging by 't opmerken hoe die ‘Vaderen’ zich door kwakzalvers lieten bedriegen.

M. vond inderdaad van zichzelf dat hij een "zeer goed mensch" was - zie bijvoorbeeld zijn brief uit 1856 aan Duymaer van Twist - maar z'n overwegend christelijke tijdgenoten vonden in grote meerderheid dat hij dat niet mòcht vinden en ook niet zeggen, want dat eigen roem stinkt.


[21] ‘Vaderen’ of geen ‘Vaderen’ ik ben zoo vry te zeggen wat ik voor Waarheid houd. Dit is myn godsdienst, myn P.G. En ik vervloek van ganscher harte ieder die zich veroorlooft 'n àndere religie aantekleven.

Hier ben ik het mee eens, al ben ik het over het onderwerp niet eens met M.


[22] De theologische doctor en gewezen letterprofesser Van Vloten heeft de schoen behoorlyk aangetrokken. Prosit!

Zie 963.

Idee 1058c.