De Deugd! Het besef onzer
Verstand-en-hart-schryvers gaat in dit artikel niet boven de
teeldelen. Daarin studeeren ze. Daarmee pronken ze. Daarmee werken ze.
Daarop beroepen zy zich. Daarvan leven ze. Daarmee onderwyzen ze
Vorsten en Volken. Daar draaien ze hun ‘knoopen’ van. Daarop
spekuleeren ze. Daarmee prikkelen zy... [1]
Hefboomen en
werktuigen van den waren Dichter zyn: Verbeelding, Gevoel
en Moed! [2]
...daarmee prikkelen zy
hysterische gevoelighedens. Daarmee bedekken ze hun lafhartigheid
die, terugschrikkend voor de verkondiging van het
Ware, steun zoekt... zooal niet in 't oordeel van
Publiek, noch zelfs in z'n smaak, dan toch in z'n bedorven moralizeerende
zinnelykheid!
De heele litteratuur
van deze soort, even als de byna uitsluitend op 't geslachtsleven
gegronde zedelykheids-idee van 't Publiek, die door haar gevleid
wordt, is één doorgaande leerschool van Zelfbevlekking.
[3]
Sla ze maar na,
de duizende en duizende ‘oorspronkelyke’ romannetjes die er geschreven
werden en worden naar de prototype der Pamela's, der
Clarisse Harlowe's, der Grandison's, der Willem Levend's, der Susanna Bronkhorsten, der Sara Burgerhart's, en
let er op of niet de heele veredeling van ‘Verstand en Hart’
ten-slotte neerkomt op zoo'n kittelend: zal
ze... zal ze niet? Is ze wel... is ze niet? [4]
Wordt niet gedurig en
telkens de heele heldinnigheid der vrouwelyke deugdmodellen
saamgeperst tot de vraag: of de jonge-juffrouw tot het laatste blaadje
toe - by onze Machteld met inbegrip zelfs van bruiloft en huwelyk! -
inderdaad, anatomisch gesproken, jonge-juffrouw gebleven is? Bemerkt
ge dan niet, lezers, dat de schryf-moralisten uw heele
litteratuur-deugd tot 'n onderwerp van vroedkunde hebben gemaakt?
Stuit u de plompheid niet, waarmee zulke theorien - ook uit 'n oogpunt
van Kunst zoo bitter armoedig! - aandruischen tegen
menschenwaarde, tegen karakter, tegen ontwikkeling? Zult ge dan nooit
u verzadigd afwenden van de grofheid der ficelles waarmee men
uw belangstelling heensleept naar dat eene ééne punt? Naar dat
onderdeel van 't mensch-zyn? Moogt ge langer de beleediging dulden
van de overal blykende meening dat uw aandacht slechts te mynen is
door 't goochelen met 'n deugdzaamachtigheid, die geen anderen
prikkel kent dan 't heen-en-weer seulen van den ‘knoop’ der telkens
uitgestelde tot de uiterste grens van wellust opgeschroefde hoerery?
[5]
En de
kinderachtigheid! ‘Ei kyk, hy heeft 'n meisje gezoend!’ Of... ‘niet
gezoend!’ 't Is eigenlyk volkomen om 't even hoe zùlke ‘knoopen’
ontward worden.
En de Onwaarheid!
Elke fout komt op leugen neer. Ieder schryver en ieder lezer
wéét toch immers hoe 't inderdaad toegaat in de wereld?
[6] Waartoe
dan dat onophoudelyk pronken met voorgewende onnoozelheid, veel viezer
ten-slotte - en gevaarlyker vooral - dan 't ruwst priapismus?
[7]
Waartoe? Wel,
daarin zoeken de kunstenaars van bilderdyks-rang hun ‘knoopen.’
Daarmee brengen ze toeschouwer en lezer in: ‘spanning en
ontroering.’ Daarin ligt de taktiek van 't métier.
‘Verstand?’ Eilieve, om 't verstand bezig te houden, is... verstand
noodig. ‘Hart?’ Maar... wie kan tot het hart spreken, zonder eerst
zelf iets in 't gemoed te voelen dat de moeite van 't uiten waard is?
[8] Lager dus, lager! [9] Zoo zakken ze af, de heeren kunstmoralisten, en met
al hun deugdgepronk zien ze niet in - of weten ze 't? - dat ze
zich precies op één lyn stellen met de schryvers die franchement
ontuchtig zyn... op den moed na! Zoo'n De Saade beschreef...
't een-of-ander. Deugdzame schryvers vertellen lang en breed hoe dat
een-of-ander... niet gebeurde. *) Het verschil is ten-nadeele van de
braafheidsventers. Zy huichelen. Zy verraden. En... ze prikkelen
oneindig sterker dan hun erkend-onfatsoenlyke kollegaas.
[10]
Dat varen onder
valsche vlag schaadt evenzeer de kunstwaarde - m'n oud thema! - als de
zedelykheid. Met valsche gegevens brengt men nooit iets goeds voort,
al werkt men dan ook, op z'n bilderdyks, ter-dege ‘met God.’
[11]
Dit ‘met God’ zelf is
oorzaak, uitvloeisel en kenmerk van de Leugen. Geloof en
hysterie, 't spekuleeren òp geloof en 't spekuleeren òp hysterie,
gingen ten-allen-tyde hand aan hand. [12] De teeldeelen-deugd in onze
romans heeft dezelfde strekking als de onverstoorbare
jonkvrouwelykheid der ‘Moeder Gods’ en van de islamsche
paradys-houri's. [13] Rykdom van verbeelding schynt niet juist de
hoofdeigenschap van godverkondigers geweest te zyn. Ze kopieerden
elkaar, en durfden hoogstens zich bezondigen aan de variant van 'n
beetje transpozitie. 't Pozitief prentje waarop 'n ruw - doch
natuurlyk! - priapismus geteekend stond, verhanselden ze ‘met God’ in
'n negatief beeld van sterker kittelende - niet
natuurlyke! - onthouding. Als symbool van alles verteerende wellust,
is Origenes sprekender figuur dan alle Aspasiaas van de wereld... al
waren ze zelfs gekleed. De naakten zyn volkomen onschadelyk, en
misstaan niet, noch als kunstprodukt, noch uit 'n oogpunt van
zedelykheid, terwyl Origenes... teeken maar uit, lezer! Even als
Bilderdyks taal dienen kon om langs z'n denkbeelden en
kunstbesef aftedalen in 't hol waar z'n zedelykheid huisde,
zullen de lynen van die pop u den weg wyzen naar den afgrond
van immoraliteit die door zoo'n smeerig verminkt kerkmonster
wordt voorgesteld. Alles is in alles!
Alles in
alles!
[14] De laaghartige bedoeling waarmee het
stuk ‘Floris’ geschreven werd, is mede-oorzaak dat de figuur
van graaf Floris misteekend werd, en in 't boelen met Publieks
mooiheids-begrippen vinden wy de aanleiding tot het omknoeien van die
Machteld in 'n onmogelyk wanschepsel.
‘Teeken ons 'n
‘Floris V!’ wordt er geroepen. ‘Dat kan ik niet!’ mompelt de onbekwame
werkman. Maar de leugenaar wacht zich wel dit openhartig te bekennen.
Te onhandig, te vals-voornaam en te kleinzeerig om metselen te leeren
of de straat te vegen...
Zulke wezens achten
zich, godbetert, daartoe te goed! En m'nheer Publiek die uit overmaat
van God en Kuisheid geen verstand van verdienste heeft, steunt hen in
die malingre verwaandheid.
...te lui en te
ondichterlyk om na lange moeielyke studie - er moet gewerkt
zyn heeren! (1002,
1003) -
door zes dikke eeuwen heenteboren, en 't oude potentaatje met z'n
deugden, fouten, en eigenaardigheden, voor 't oog van den Ziener
te dagen, tracht de bedrieger 't met z'n klanten op 'n akkoordje te
gooien, en teekent ‘met God’ 'n preutsche kostschool-jongejuffrouw,
zonder 't minste vlekjen op haar jurk. Dit lykt nu wel niet op Floris,
maar... 't poppetjen is deugdzaam... ‘met God.’ En - ‘met God’ altyd!
- wryft-i die deugd zoolang heen-en-weer, tot het hem gelukt de
klanten zelf - ook ‘met God’ natuurlyk - in 'n... spanning te brengen,
die hun doet vergeten welke figuur ze eigenlyk besteld hadden.
‘Teeken ons
ridders, wordt er geroepen, 'n ridder!’ De kunstigheid hokt
weer. Een ridder, zegt ge? Hm!
Onze fabrikant huurt
'n katechizeermeester tot model, legt hem ‘met God’ wat ouwyvenpraat
in den mond, en... klaar is z'n ridder!
‘Teeken ons 'n
Edelvrouw uit de middeleeuwen!’ Daar zit weer onze knoeier.
Maar... ‘met God’ en de noodige teeldeel-taktiek zal 't wel lukken,
meent hy. Uit armoed aan Kunst, zweept-i z'n kreupele
verbeelding aan tot het uitdenken van 'n nieuw kunstjen op 't gebied
zyner afgezaagde echtkoets-poëzie, en ‘met God’ verkracht hy 't
getrouwde schepsel tot 'n maagd! Prikkeling spanning en bedrog
als boven. M'nheer Publiek is volkomen
tevreden. Z.Ed. gaat allergodsvruchtelykst geonanizeerd naar-huis. Wat
wil men meer? [15]
Vindt ge my ruw,
lezer? Goddank dan! Op harden knoest, 'n scherpe byl! [16] De
Baäls-profeten uit I Koningen 18
[17] zullen
waarschynlyk den ouden Elias ook niet beschuldigd hebben van
zachtzinnigheid. Goddank, nog-eens! En gy, lezer, dank ook gy uwen
God, dat er eens eindelyk iemand opstond, die den moed had...
Hoe staat er ook?
‘En hy voerde hen af naar de beek
Kison, en hy slachtte ze aldaar.’
Ik deed wat ik kon. Maar m'n taak is
niet afgeloopen. Er wandelen nog altyd veel profeten rond, die gespysd
werden - en worden! - van Jezebels tafel, en die 't in spekulatie op
valsche deugd verder brachten dan Bilderdyk.
Ook zelfs in dit vak muntte de man niet uit. Z'n Kunst was
armoedig tot in de kunstjes toe. [18] Ik zal dit later door 't aanhalen van
voorbeelden uit andere godzalige schryvers bewyzen, en hoop by
diezelfde gelegenheid de middelen optegeven, waardoor we verlost
kunnen worden van de liederlyke kuizighedens die als 'n nachtmerrie
liggen te ronken op ons opvoedingsysteem. Dìt zeg ik nu reeds: als m'n
middelen niet eenvoudig zyn, deugen ze niet.
Dat ik ditmaal me zoo
in 't byzonder bezig-hield met Bilderdyk, was omdat z'n ‘Floris’
my uitstekend voorkwam als model van beroerdheid. Erkent de lezer niet
dat de stof ryker bleek dan-i aanvankelyk meende? [19]
Bovendien, is niet
Bilderdyk 'n ‘Prins der Dichteren?
A tout
Seigneur tout honneur! Dat z'n prachtige ‘Floris
de Vijfde’ in vuiligheid te-kort schiet by sommige produkten van
z'n konkurrenten en navolgers, was geen reden om niet hèm 't eerst te
slachten. De goede wil om ‘met God’ z'n Publiek zoo laag mogelyk
aantevatten, ontbrak niet. En ik vond zyn: in pessimis voluisse,
voor m'n tegenwoordig doel volkomen sat.
Wie over de laatste
hoofdstukken ontevreden is, wordt verzocht z'n denkbeelden over
taal, poëzie, kunst, zedelykheid en godsvrucht, eenigszins
anders intekleeden dan met de betuiging dat ik zoo'n ‘byzonder slecht
mensch’ ben, of met de seurige klacht over 't brandmerken der
‘Vaderen.’
Ik ben 'n zeer goed
mensch, en juist daarom gloei ik van verontwaardiging by 't opmerken
hoe die ‘Vaderen’ zich door kwakzalvers lieten bedriegen.
[20] Naar myn
opvatting der plichten van 't Vaderenschap moeten ze 't goedvinden dat
ik hun Nakroost waarschuw.
Doch al ware dit zoo
niet! ‘Vaderen’ of geen ‘Vaderen’ ik ben zoo vry te zeggen wat ik voor
Waarheid houd. Dit is myn godsdienst,
myn P.G. En ik vervloek van ganscher harte ieder die zich
veroorlooft 'n àndere religie aantekleven. [21]
Dachten de ‘Vaderen’
of denken de Neven daarover anders, dan dachten en denken die Vaderen
en die Neven verkeerd, en 't wordt hoog tyd dat de Neven van gedachten
veranderen.
Er is nog altyd ruim
plaats by de beek Kison, voor valsche profeten zoowel, als voor de
drekgoden die ze in leven houden om... in 't leven te blyven.
Op de zotte
beschuldiging dat ik ‘alles aanval, antwoord ik met verwyzing naar
253.
Zeker, myn Godsdienst schryft me voor, alles aantevallen wat er spyst
aan Jezebels tafel.
En wie dáárover
klaagt...
Zou ik niet
gerechtigd zyn tot het vermoeden dat de zoodanige gewoon is in die
restauratie z'n middagmaal te gebruiken?
Wien de schoen
past... enz.
Als nu voortaan
zekere schryvertjes de jour blootsvoets loopen, is 't hun eigen
schuld.
*) Noot
van 1877. Zooals, byv. de vuile Richardson en z'n legio
navolgers. Van de zedelykheidsbegrippen dezer School gaf ik reeds op
blz. 145 'n staaltje.
**) Noot
van 1877. De theologische doctor en gewezen letterprofesser
Van Vloten heeft de schoen behoorlyk
aangetrokken. Prosit! [22]
[1]
De Deugd! Het besef onzer
Verstand-en-hart-schryvers gaat in dit artikel niet boven de
teeldelen. Daarin studeeren ze. Daarmee pronken ze. Daarmee werken ze.
Daarop beroepen zy zich. Daarvan leven ze. Daarmee onderwyzen ze
Vorsten en Volken. Daar draaien ze hun ‘knoopen’ van. Daarop
spekuleeren ze. Daarmee prikkelen zy...
Wel, stel dat. M. overdrijft, maar er valt het een
en ander voor te zeggen. So what? Eén reden is dat "de
teeldelen" en alles wat daarmee samenhangt zowel
een bron van veel genot kunnen zijn, als een oorzaak van veel sterke
emoties.
[2] Hefboomen en
werktuigen van den waren Dichter zyn: Verbeelding, Gevoel
en Moed!
Maar geldt dat niet ook voor de pornograaf?
Inclusief de "Moed"
iets onwettigs te doen, eventueel, al is het alleen voor geld?
[3] De heele litteratuur
van deze soort, even als de byna uitsluitend op 't geslachtsleven
gegronde zedelykheids-idee van 't Publiek, die door haar gevleid
wordt, is één doorgaande leerschool van Zelfbevlekking.
't Is me toch wat... Multatuli was in meer opzichten
een kind van z'n tijd dan hij zelf doorhad. Hij was een groot
tegenstander van "Zelfbevlekking",
zoals zovelen in zijn tijd, maar niet erg realistisch noch erg
geïnformeerd. En dit hele idee kan gevoegelijk beschouwd worden als -
minstens - enigszins hysterisch.
[4]
Sla ze maar na,
de duizende en duizende ‘oorspronkelyke’ romannetjes die er geschreven
werden en worden naar de prototype der Pamela's, der
Clarisse Harlowe's, der Grandison's, der Willem Levend's, der Susanna Bronkhorsten, der Sara Burgerhart's, en
let er op of niet de heele veredeling van ‘Verstand en Hart’
ten-slotte neerkomt op zoo'n kittelend: zal
ze... zal ze niet? Is ze wel... is ze niet?
Opnieuw, stel dat. Het betreft toch onderwerpen die
vrijwel iedereen interesseren, emotioneren, en aangaan? En ik ben een
groot voorstander van vrije meningsuiting: Als men een emotionerend
onderwerp niet beter kan behandelen, gemiddeld, dan is er weinig of
niets aan of tegen te doen.
[5] Moogt ge
langer de beleediging dulden van de overal blykende meening dat uw
aandacht slechts te mynen is door 't goochelen met 'n deugdzaamachtigheid, die geen anderen
prikkel kent dan 't heen-en-weer seulen van den ‘knoop’ der telkens
uitgestelde tot de uiterste grens van wellust opgeschroefde hoerery?
Gegeven wat er tegenwoordig op TV en internet te
zien zijn voor wie dat wil is Multatuli's "de
uiterste grens van wellust opgeschroefde hoerery"
- nu, ik zei al: minstens enigszins hysterisch.
[6] Ieder
schryver en ieder lezer wéét toch immers hoe 't inderdaad toegaat in de wereld?
Nauwelijks of in het geheel niet, en ook niet inzake
sexualiteit en wat daarmee samenhangt. Dat is nog steeds zo, ondanks
de zeer toegenomen vrijheid en het grote gemak waarmee ieder die dat
wil pornografie kan krijgen tegenwoordig. De meeste mannen en vrouwen
weten nog steeds niet veel van sexualiteit en wat daarmee samenhangt,
en die onwetendheid was in de 19e eeuw zeer veel groter. In feite weet
de grote meerderheid over enig onderwerp nooit meer dan oppervlakkig
en publiek bekend is over het onderwerp - en dat is zelden echte
wetenschappelijke kennis, gewoonlijk vooroordeel, en ook vrijwel
altijd zonder veel historisch of anthropologisch benul.
[7] Waartoe
dan dat onophoudelyk pronken met voorgewende onnoozelheid, veel viezer
ten-slotte - en gevaarlyker vooral - dan 't ruwst priapismus?
Laat ik het "ruwst
priapismus" maar vertalen met "de meest
expliciete pornografie".
[8] Eilieve, om 't verstand bezig
te houden, is... verstand noodig. ‘Hart?’ Maar... wie kan tot het hart
spreken, zonder eerst zelf iets in 't gemoed te voelen dat de moeite
van 't uiten waard is?
Wat als - zoals het geval lijkt - de meerderheid
weinig verstand heeft, en ook niet veel in 't hart dat waard is geuit
te worden? Desalniettemin leven ze, zijn het mensen, hebben ze
gevoelens en wensen, hoe plat ook, en ideeën, hoe dom en
ongeïnformeerd of bevooroordeeld ook.
[9] Lager dus, lager!
Het is waar dat zeer veel van wat - bijvoorbeeld -
op de TV verschijnt vooral op kruishoogte gericht is, en overigens te
dom om aan te zien. Maar het is ook waar dat Moeder Natuur - "die
lieve Natuur", mocht M. graag schrijven - mensen zo ingericht heeft
dat ze vrijwel hun hele volwassen leven een sterke sexuele behoefte en
interesse hebben.
[10] Zoo'n De Saade
beschreef... 't een-of-ander. Deugdzame schryvers vertellen lang en
breed hoe dat een-of-ander... niet gebeurde. *) Het verschil is
ten-nadeele van de braafheidsventers. Zy huichelen. Zy verraden. En...
ze prikkelen oneindig sterker dan hun erkend-onfatsoenlyke kollegaas.
Het is interessant dat Multatuli althans iets van De
Sade wist, als is het niet duidelijk hoeveel. Wie De Sade wel eens
gelezen heeft en zelf geen sadist is zal z'n teksten overwegend als
onsmakelijke gestoordheid treffen, minstens. Eén reden om dit soort
dingen niet aan kinderen te geven is dat het suggereert of zegt dat
het pijnigen van mensen iets loffelijks of normaals is.
[11] Met valsche
gegevens brengt men nooit iets goeds voort, al werkt men dan ook, op
z'n bilderdyks, ter-dege ‘met God.’
Nee, dat is eenvoudig onwaar. Wat mij betreft zijn
alle vooronderstellingen van Jeroen Bosch onwaar, maar zijn
schilderijen zijn fascinerende kunst. En er is bijzonder veel door
religieuze gevoelens, overwegingen, idealen of belangen geïnspireerde
kunst, die gebaseerd moet zijn op "valsche
gegevens" (want er is hooguit één ware religie,
en hoogstwaarschijnlijk géén ware religie), die desalniettemin zeer
fraai is.
[12] Geloof en
hysterie, 't spekuleeren òp geloof en 't spekuleeren òp hysterie,
gingen ten-allen-tyde hand aan hand.
Mij dunkt dat Multatuli in dit idee behoorlijk
hysterisch is, en de onderliggende reden moet zijn dat ook hij, als
ieder mens, makkelijk zeer geëmotioneerd kon worden door onderwerpen
die aan sexualiteit raakten, die immers zeer emotionerend is.
[13] De teeldeelen-deugd in onze
romans heeft dezelfde strekking als de onverstoorbare
jonkvrouwelykheid der ‘Moeder Gods’ en van de islamsche
paradys-houri's.
De term "teeldeelen-deugd"
is aardig, maar feitelijk gaat het hier bedoelde terug op iets anders,
en gaat dieper: Chauvinistische wensdenkerij, die alles wat van Ons is
en tot Ons Geloof behoort als bijzonder goed en deugdelijk af wil
schilderen, ook wanneer dat, zoals met de wonderbaarlijke maagdelijke
ontvangstenis van moeder Maria, logisch onmogelijk is.
[14] Alles in
alles!
M. mocht dit graag uitroepen, maar het is niet erg
zinnig. (Zie ... ) Bovendien, als het dan waar is: Oók hypocrisie, óók
valsheid, óók leugen, óók gestoordheid, óók hysterie enz. Wat zeg ik?
Oók Bilderdijk!
[15] M'nheer Publiek is volkomen
tevreden. Z.Ed. gaat allergodsvruchtelykst geonanizeerd naar-huis. Wat
wil men meer?
M. was vergelijkenderwijs - misschien verbaast dit de
lezer hier - verlicht over sexualiteit. Maar dit is overwegend zo
vergeleken met zijn eigen zeer bekrompen tijdgenoten. En over onanie
had M. vreemde hoewel in zijn tijd gebruikelijke vooroordelen: Het zou
slecht, minderwaardig, de gezondheid schadend etc. zijn.
[16] Vindt ge my ruw,
lezer? Goddank dan! Op harden knoest, 'n scherpe byl!
Eerder hysterisch dan "ruw",
si vous me permettez.
[17] De
Baäls-profeten uit I Koningen 18
Geciteerd in 1053b.
[18] Z'n Kunst was
armoedig tot in de kunstjes toe.
Eruit gelicht als aardige kunstfrase.
[19] Dat ik ditmaal me zoo
in 't byzonder bezig-hield met Bilderdyk, was omdat z'n ‘Floris’
my uitstekend voorkwam als model van beroerdheid. Erkent de lezer niet
dat de stof ryker bleek dan-i aanvankelyk meende?
Nu: Ja. Maar er is nogal wat op af te dingen: Enige
sexuele hysterie, wat overdrijving, dwaas vermeend sexueel
fatsoen, en nog een paar zaken.
Aan de andere kant: Het is leerzaam te zien hoeveel
slecht taalgebruik, valse pose, lokaal chauvinisme, vleierij van
voorgangers, en carrière-jagerij schuil gaat in een zogeheten
historisch toneelstuk van een zogenaamd groot Nederlands dichter.
En ook kunnen behoorlijk wat generaties Nederlanders
sinds Multatuli zich gelukkig prijzen dat zij niet met naar het leven
en de goede literaire smaak staande valse kreupelrijmen en onmachtige
bombast van Bilderdijk zijn vervolgd in hun schooljaren.
[20] Ik ben 'n zeer goed
mensch, en juist daarom gloei ik van verontwaardiging by 't opmerken
hoe die ‘Vaderen’ zich door kwakzalvers lieten bedriegen.
M. vond inderdaad van zichzelf dat hij een "zeer
goed mensch" was - zie bijvoorbeeld zijn
brief uit 1856 aan Duymaer van
Twist - maar z'n overwegend christelijke tijdgenoten vonden in
grote meerderheid dat hij dat niet mòcht vinden en ook niet zeggen,
want dat
eigen roem stinkt.
[21] ‘Vaderen’ of
geen ‘Vaderen’ ik ben zoo vry te zeggen wat ik voor
Waarheid houd. Dit is myn godsdienst,
myn P.G. En ik vervloek van ganscher harte ieder die zich
veroorlooft 'n àndere religie aantekleven.
Hier ben ik het mee eens, al ben ik het over het
onderwerp niet eens met M.
[22]
De theologische doctor en gewezen letterprofesser
Van Vloten heeft de schoen behoorlyk
aangetrokken. Prosit!
Zie 963.