Idee 1054.                                                


Het tant bien que mal te-pas brengen, zonder meer - te-pas is wat veel gezegd - van eenige personen die in de Geschiedenis genoemd worden, is 'n kinderachtig kunstje dat met het Zienerschap van den poet niets te maken heeft. Reeds in de school - in de kinderschool bedoel ik nu - oefent zich de knaap in 't maken van opstelletjes, waarin zekere opgegeven woorden moeten voorkomen. En ook by 't invullen van eindrymen speelt men 'n dergelyk spel. Vr smart en hart zet de vindingryke kunstenaar: ik voel, en: in myn... klaar is 't vers! Droogstoppel is volkomen in z'n recht, wanneer hy zulke kinderachtigheden lager stelt dan zyn beurszaken.

En heel veel anders toch doet zoo'n Bilderdyk niet. Hoe is 't in-godsnaam mogelyk, dat die man met z'n walgelyke armoed van geest drie geslachten heeft kunnen foppen! [1] Om binnen de grenzen te blyven die ik my vaststelde, houd ik me ditmaal aan den Floris, doch als 't noodig blyken mocht, zal ik later z'n andere werken behandelen, en daarin dezelfde valsheid aantoonen, hetzelfde bedrog! Niemand zou 'n stuk brood willen eten, waarin z weinig meel was als er geestelyk voedsel zit in zulk geknoei.

Dat onze Dichtervorst zekere handigheid had - hy bluft er op - in 't maken van verzen, is heel natuurlyk. Men kan zich 't krompraten aanwennen, als 't gapen of scheelzien. Z'n verzen zyn slecht. Daar bluft-i niet op. Het eeuwige gejingel met maat en rym is 'n tic, niets meer. Wie inderdaad denkbeelden heeft, wie ernstig bezield is, tracht zich van dien tic tegenezen, ook al zag hy kans beter waar te leveren dan Bilderdyk z'n lezers in de hand stopte. [2]

Maar aan de soort van z'n verzen zyn we nog niet. Toch was 't onmogelyk ook drvan geen staaltjes te geven, by 't aanhalen van passages die me dienen moesten tot betoog van iets anders. 't Is moeielyk in z'n werken 'n greep te doen, zonder fouten te vinden van allerlei soort te-gelyk.

Nog altyd zoek ik naar de juiste omschryving van de eigenaardige waarheid die ik beweer in zulke voortbrengselen te mogen vorderen. De zoo-even aangehaalde door my onderstreepte regel van Wagenaar, levert ons 'n voorbeeld. Daar is menschkunde in, schildering, kleur, concisie. En, by dit alles, 'n onwillekeurige door de goede trouw ingegeven voorzichtigheid die 't effekt versterkt. Scheen zegt de Dichter, en onbewust dwingt hy den lezer, met het oog op al 't voorafgaande, tot den uitroep: z is 't! Wagenaar doet meer gevoelen dan hy zegt, juist andersom dan de verzenknoeier die na veel gezegd te hebben, niets gevoelen doet. Kan iemand ontkennen, dat de zinsnede waarmee 't natuurlyk gevolg van al de opgesomde feiten wordt saamgegrepen - ook 'n gerucht is feit! - 'n dramatisch effekt te-weeg-brengt, waarby Bilderdyks harte, smarte niet halen kan, noch zelfs z'n koestert, voedstert, of andere noch prachtiger kreupelrymen?

Waarlyk, in dien enkelen regel van Wagenaar ligt 'n model van gemoeds-logika, en tevens de eenig mogelyke bevrediging van de nieuwsgierigheid des lezers, die weten wil waarom dan toch al die edelen zoo vreeselyk op Floris gebeten waren? Men voelt dat daar gewerkt, gedacht, onderzoekt moet zyn. Dat de historieschryver zich dichterlyk in de geschetste toestanden heeft moeten verplaatsen, om tot die slotsom te geraken, en aan 't gevondene zoo'n vorm te geven. De Ziener heeft altyd iets in zich van den wiskundige, van den chemist. Als deze velt hy, na omslachtige moeielyke analyse van 't lyk des vergiftigden, het bondig, maar verpletterend vonnis: ziehier arsnic! Als gene vat hy den hoofdinhoud der meest uiteenloopende vertoogen in n greep saam, en levert het vereischte Q.E.D. in 'n klemmend epigram: Toulon est l! [3]

Ik stel Wagenaar zr hoog. Bilderdyk bleef volkomen in z'n rol, door hem te verkleinen en uitteschelden, want de yverige, konscientieuze schryver der Vaderlandsche Historie was z'n natuurlyke tegenvoeter. Ook als auteur in meest gewonen zin, heeft Wagenaar zeer schoone stukken geleverd - zie, o.a. z'n beschryving van den dood der De Witten - doch bovenal blinkt ons uit elke bladzy z'n eerlykheid tegen. Geen wonder dat 'n Bilderdyk hem niet kon uitstaan.

Maar hoe treffend me 't voorbeeld van de door my bedoelde waarheid toeschynt, dat ik aan Wagenaar ontleen, het is nog altyd geen definitie. Kon ik er op rekenen dat men 't woord dichterlyk begreep, dan ware de zaak afgedaan. Maar... by de kleinzonen der vereerders van Bilderdyk kan ik vry zeker staat-maken op het tegendeel. Dat hebben de lieden van zyn soort op hun geweten! Ze stelden zich zoo dwaas aan, dat men er aan gewoon is geraakt - Langendyk wist het wel! - elken verzenmaker voor 'n gek aantezien...

Nu, dit gaat nog!

...en elken gek voor 'n poet.

Om m'n bedoeling duidelyk te maken, zou 't nuttig zyn ons de werkzaamheid van den schryf-artist voortestellen als overgebracht op 'n ander terrein van Kunst.

Wat is, byv. Waarheid in Muziek? De belangstellende lezer wordt verzocht nateslaan wat ik hierover zeide in m'n IIIn Bundel op blz... neen, lles wat in dat deel over Kunst voorkomt. Maar... ook daar is de kwestie ver van afgehandeld. Is de komponist die kattegemauw of kikkergekwaak weet natebootsen, 'n waarheidsprofeet? Hoe hoog moeten we dan wel opzien tegen kikkers en katten zelf, die nog precisiger kwaken en mauwen dan hy?

Is 't voor den schilder voldoende dat-i al de personen die verondersteld kunnen worden by zeker voorval tegenwoordig geweest te zyn, 'n plaatsje gaf op z'n doek, om daarvoor den rang te vorderen van historiestuk?

Zeker niet! Maar... de houding!

Goed, de houding. Meer niet?

Het koloriet.

Ook goed. En niet meer?

De uitdrukking van 't gelaat, het kostuum...

Zeker, en veel meer nog! Er zou 'n lange lyst van desiderata te maken zyn: de Kunst is moeielyk! Maar al die vereischten, hoe onontbeerlyk op-zichzelf, en al ware men verzekerd de lyst kompleet te maken, worden beheerscht door n noodzakelykheid, door n voorwaarde, door...

Ach, ik ben op 'n verkeerd spoor. Dat komt er van, als men redeneert zonder eerst de konkluzie vasttestellen! [4] Ik zocht, ik zocht naar dat ne...

Anders dus!

In-plaats van schildery, muziekstuk of treurspel, willen we nu eens 'n mensch maken. 'n Ondankbaar werk zeker, maar 't is nu eenmaal noodig voor m'n betoog. We nemen zveel kalk, zveel water, zveel metaal. We vervaardigen spieren, zenuwen, aderen, bloed, gal, hart, lever, milt, armen, beenen, hoofd... alles naar de eischen van de school.

Deze of gene Feith zal wel 'n verhandeling hebben geschreven, waaruit men precies kan te weten komen welke ingredienten er voor zoo'n treurspel op twee beenen noodig zyn. Stel dat wy de daarin aangeprezen regels met bilderdyksche nauwkeurigheid hadden opgevolgd. Wat zou er altyd aan ons kunststuk blyven ontbreken?

De ziel immers? Wel zeker!

Dt, of zoo-iets - en 't voornaamste dus! - zal ook altyd ontbreken aan elk voortbrengsel op 't gebied van Kunst dat z'n oorsprong verschuldigd is aan iets anders dan de Natuur. [5] Zy alleen kan zedelyk bevruchten, technisch den waren vorm aanwyzen. Zy, de scheppende, lokt tot scheppen uit, noopt er toe, dwingt er toe. Wie haar wenken veronachtzaamt, wie ziel meent te leggen in z'n werk, door 't volgen van beschreven regeltjes, wie - erger nog! - z'n edele roeping dienstbaar maakt aan vulgaire nevenbedoelingen... nu ja, zoo-iemand rymt 'n Floris de Vyfde, vaderlandsch-historisch treurspel met protase en nog vier andere bedryven, maar... zonder de Dichterlyke waarheid die inderdaad het tooneel - en alle Kunst, nu zeg ik het - maken kan tot 'n leerschool voor Vorsten en Volken.

De door Boileau aan sommigen gegeven onvriendelyke raadgeving dat ze moesten trachten metselaar te worden, komt me verwerpelyk voor. Ook in 't bouwvak is behoefte aan bekwame en eerlyke lieden.


[1] Hoe is 't in-godsnaam mogelyk, dat die man met z'n walgelyke armoed van geest drie geslachten heeft kunnen foppen!

Het antwoord ligt voor de hand (aangenomen dat de veronderstellingen waar zijn): Men was dom; men had geen taalgevoel; zovelen in binnen- en buitenland deden ongeveer hetzelfde; Bilderdijk was of poseerde fraai als patriot en Christen, allebei naar wijd verbreid publiek verlangen etc.
 


[2] Het eeuwige gejingel met maat en rym is 'n tic, niets meer. Wie inderdaad denkbeelden heeft, wie ernstig bezield is, tracht zich van dien tic tegenezen, ook al zag hy kans beter waar te leveren dan Bilderdyk z'n lezers in de hand stopte.

Nee, het is geen "tic". Het is een kunstmatige beperking, die aan de andere kant het helpen onthouden vergemakkelijkt, en het kan tot heel vervelende domme versjes leiden. Maar dat kan ook hl goed zonder "maat en rym", met hulp van veel wit, veel grote woorden, en allerlei half of geheel onbegrijpelijke mededelingen. 
 


[3] ..'n klemmend epigram: Toulon est l!

Dit is een uitroep van Napoleon, die door Multatuli bewonderd werd.
 


[4] Ach, ik ben op 'n verkeerd spoor. Dat komt er van, als men redeneert zonder eerst de konkluzie vasttestellen!

Zou dit een grapje zijn? Of bedoelt M. i.p.v. "redeneert": schrijft? Hoe het zij, veel redeneringen zijn op zoek naar een konklusie, zonder er n bereikt te hebben. Dat is nu eenmaal een belangrijk doel van redeneren: Uitvinden waar iets heen leidt of kan leiden.
 


[5] Dt, of zoo-iets - en 't voornaamste dus! - zal ook altyd ontbreken aan elk voortbrengsel op 't gebied van Kunst dat z'n oorsprong verschuldigd is aan iets anders dan de Natuur.

Nee, tenzij men "Natuur" een bijzondere betekenis geeft. In ieder geval is er nogal wat zeer fraaie door religie of religieuze ideen of gevoelens ingegeven kunst, zoals veel schilderkunst en veel muziek.

Idee 1054.