Idee 1053a.                                                


Vóór ik die pleiade van beroerdheid aantast, iets ter verschooning voor de keus van 't in dit hoofdstuk behandeld onderwerp. Sommigen meenen dat gispen my 'n uitspanning is. Deze meening is ongegrond. [1] Veel liever richt ik m'n aandacht op iets schoons. Of 't zoo'n Bilderdyk vermaak gaf, leugens te verspreiden, weet ik niet. Maar zeker is 't, dat ik geen genoegen schep in 't verkondigen van bittere waarheid. Sedert honderd jaar - en langer! - is 't gemoed des Volks bedorven door ongezonde litteratuur. Er had kans bestaan dat de natuurlyke smaak die hadde afgewezen, wanneer ze niet ware gesausd geweest met 'n goddienery die den zelfstandigen denker walgt, maar by de overgroote meerderheid geldt voor 'n certificaat van zedelyke bruikbaarheid. [2] In later studien zal ik voorbeelden geven van de verregaande liederlykheid die, zóó toebereid, met graagte geslikt werd. [3] Ook dááraan heeft Bilderdyk zich schuldig gemaakt - en ik zal 't aantoonen - maar hy was in dit opzicht de gevaarlykste niet. Bovendien, z'n nu behandeld werk is er vry van, of nagenoeg. Doch de geslachtelyke onzedelykheid die aan 't Volk werd ingeënt, is op verre na 't schadelykst element niet van die litteratuur. Het voortdurend verkrachten van gezond verstand...

Door 't opdringen van tastbare onmogelykheden, als waarheid. [4]

...dat gewoon maken aan leugens. Dat vermoorden van 't zedelykheid-gevoel... [5]

Door 't leelyke voortestellen als schoon. [6]

...dat verdooven van natuurlyk gevoel, om daarvoor 'n spookerige godsvrees in de plaats te stellen. Dat uitblusschen van 't heilig vuur waaruit de onbedorven mensch z'n sterkte put. Dat verlammen van wilskracht. Dat aandringen op berusten, dat toezeggen van bovenaardsche hulp, belooning en vergiffenis. Dat ontmannen van de karakters... [7]

Wat toch is de Godsdienst ŕnders dan dit? [8]

...zie, dit alles heeft me bedroefd en verontwaardigd. En even als Jezus roep ik den voorgangers des Volks, die zich daaraan schuldig maken, toe: wee u, adderengebroedsel! [9]

Ik neem 't de Bilderdyken niet zoozeer kwalyk dat ze leelyke verzen maakten ‘met God’ maar ik verwyt hun dat ze ‘met God’ het Volk bedrogen en bedierven. [10] En waar ik 't geschryf van dezulken ‘uitkleed’ geschiedt dit niet omdat ik 't wroeten in die nietigheid zoo vermakelyk vind, maar om den lezer wakker te maken, en te doen acht-slaan op heel andere zaken dan gebrekkig auteurschap. Dit immers zou van al te ondergeschikt belang wezen, indien 't niet den sleutel leverde tot erger dingen. Ik verzoek den lezer hieromtrent nummer 733 en eenige volgenden in den IIIn bundel nateslaan.

De litterarische zotternyen liggen voor 't grypen in de werken van zoo'n grootmeester Bilderdyk! Juist andersom dan van hem gezegd wordt, had hy niet de minste heerschappy over de taal, waartoe dan ook gemoed noodig is. Telkens ontwaren we dat-i veel achterlyker was in 't bereiken van harmonie tusschen indruk en uitdrukking, dan zelfs in den leerling zou mogen geduld worden, en hy staat in dit opzicht ver beneden de meesten die in zyn tyd heetten te huisvesten op den ‘Zangberg’ zooals ze dat vry stereotiep noemden [11], ver beneden Feith, by-voorbeeld. Het aantoonen van z'n standpunt in dit opzicht, is 'n gemakkelyk maar vervelend werk. Toch moet ik het doen, om den weg te banen tot andere opmerkingen, of liever tot de mogelykheid dat men die opmerkingen de aandacht waard keure. We zyn zoo vastgeroest in vooroordeel - 't ophemelen van Bilderdyk en dezulken wŕs 'n vooroordeel! - dat er zekere taktiek noodig is, om de boeien te doen vallen. Ziehier eenige toelichting van die taktiek. Ik hecht er sterk aan, dat men die goed begrype. Ik beweer...

De zeer oplettende lezer zal bemerken dat het thema ‘Kunst is geen Regeeringszaak’ nog geenszins is afgehandeld!

Ik beweer:

Dat de toestand van ons Volk ongunstig is. [12]

Dat de oorzaken hiervan voornamelyk, en misschien uitsluitend, moeten gezocht worden op zielkundig gebied. [13]

Dat de verschynselen op dat gebied voor 'n groot deel zyn toeteschryven aan de zaden die sedert 'n eeuw - en langer misschien, maar zóó ver mag ik niet teruggaan - in de gemoederen der bevolking gestrooid zyn door Voorgangers. [14]

Onder die Voorgangers bekleedden de dichters, de letterkundigen 'n voorname plaats. Ze kunnen beschouwd worden als de Opvoeders van het Volk. [15]

Door te wyzen op de fouten die deze Opvoeders begingen, baan ik alzoo den weg tot herstel. Of althans, ik poog daardoor dien weg aantewyzen, om 't herstel mogelyk te maken. Het ontmaskeren van valsche profeten... [16]

Ziehier iets uit de Schrift. Juffrouw Laps zou er schik in hebben. En dat heb ik ditmaal ook. De passage die ik aanhaal, is 'n prachtstuk van beschryving, van naďveteit en vooral van sarkasme.


[1] Vóór ik die pleiade van beroerdheid aantast, iets ter verschooning voor de keus van 't in dit hoofdstuk behandeld onderwerp. Sommigen meenen dat gispen my 'n uitspanning is. Deze meening is ongegrond.

Hm. Misschien ligt dit aan hoe men "uitspanning" vat. In ieder geval krijgen we in dit idee een redelijke samenvatting van M.'s algemene kritiek op Bilderdijk en andere literatoren, en van de gronden waarom M. zich tegen Bilderdijk etc. verzette.
 


[2] Sedert honderd jaar - en langer! - is 't gemoed des Volks bedorven door ongezonde litteratuur. Er had kans bestaan dat de natuurlyke smaak die hadde afgewezen, wanneer ze niet ware gesausd geweest met 'n goddienery die den zelfstandigen denker walgt, maar by de overgroote meerderheid geldt voor 'n certificaat van zedelyke bruikbaarheid.

Het lijkt mij dat de "goddienery" en het religieuze proza dat de gelovigen op school en in de kerk voorgehouden werd een stuk belangrijker was voor de ideeën die men had, en waartegen M. zich verzette, dan de 'schone letteren' waartegen M. zich verzet in de persoon van Bilderdijk.

Voorzover deze de "goddienery" ondersteunde en nasprak, wat voor Bilderdijk en de meeste andere Nederlandse schrijvers uit de 18e en 19e eeuw gold.
 


[3] In later studien zal ik voorbeelden geven van de verregaande liederlykheid die, zóó toebereid, met graagte geslikt werd.

M. deed dit nooit, wat ik jammer vind, niet omdat ik verwacht het met hem eens te zijn geweest, maar vanwege de - onbedoelde - humor die zijn keuzes van "verregaande liederlykheid" ongetwijfeld zouden hebben.
 


[4] Door 't opdringen van tastbare onmogelykheden, als waarheid.

Maar als die "onmogelykheden" dan zo tastbaar zijn, waarom laat men zich dan bedriegen? En er is niets mis met fictie zolang maar duidelijk wordt gemaakt dat het fictie is.
 


[5] ...dat gewoon maken aan leugens. Dat vermoorden van 't zedelykheid-gevoel...

Hier valt meer voor te zeggen, zeker in het geval van religie. Omdat dit een zaak van Geloof is leert men daardoor en daarmee dat geloven zonder enige rationele evidentie, of tegen rationele evidentie in, goed zou zijn; dat huichelen en poseren de sleutel tot de moraal zijn, en dat religieuze moraal vaak niet meer dan dat is (zie [8]); en dat wensdenken een zeer wenselijke manier van denken is.
 


[6] Door 't leelyke voortestellen als schoon.

Dit is twijfelachtiger, omdat hierover nu eenmaal veel legitiemer eerlijke meningsverschillen bestaan dan over 2+2=4.
 


[7] ...dat verdooven van natuurlyk gevoel, om daarvoor 'n spookerige godsvrees in de plaats te stellen. Dat uitblusschen van 't heilig vuur waaruit de onbedorven mensch z'n sterkte put. Dat verlammen van wilskracht. Dat aandringen op berusten, dat toezeggen van bovenaardsche hulp, belooning en vergiffenis. Dat ontmannen van de karakters...

Het is allemaal ongetwijfeld heel vreselijk, maar slaat minder op literatuur dan op godsdienst, al had het overgrote deel van de Nederlandse literatuur tot Multatuli's een godsdienstige grondslag, bijsmaak, en inmengsels.
 


[8] Wat toch is de Godsdienst ŕnders dan dit?

Wie dit - godsdienst als castratie van karakters - overdreven vindt moet toch eens overwegen wat de katholieken van hun priesters eisen, en waar dat vaak op uitdraait, bijvoorbeeld met koorknaapjes.
 


[9] ...zie, dit alles heeft me bedroefd en verontwaardigd. En even als Jezus roep ik den voorgangers des Volks, die zich daaraan schuldig maken, toe: wee u, adderengebroedsel!

Als in de Conceptie van de Ideen.
 


[10] Ik neem 't de Bilderdyken niet zoozeer kwalyk dat ze leelyke verzen maakten ‘met God’ maar ik verwyt hun dat ze ‘met God’ het Volk bedrogen en bedierven.

Ja, daar valt het een en ander voor te zeggen. Alleen: Wat als ze het in meerderheid eerlijk meenden? Wat als het volk, dat hun werk immers kocht, er tevreden mee was, zoals in meerderheid het geval was?
 


[11] .. de meesten die in zyn tyd heetten te huisvesten op den ‘Zangberg’ zooals ze dat vry stereotiep noemden ..

Ik ken de kreet ‘Zangberg’ uit W.F. Hermans' "Mandarijnen op zwavelzuur". Dit is Hermans' afrekening met de literatoren van zijn tijd. Maar Hermans verzette zich vooral tegen slechte stijl, vals pretenties en aanstellerij, en deed dit vooral om ruimte voor zichzelf als literator te maken - dus om een eigen plaats hoog op de Zangberg te winnen.
 


[12] Dat de toestand van ons Volk ongunstig is.

Zie 451. Dat dit zo was is ongetwijfeld waar, en in een mate die vanuit een modern Nederlands perspectief nauwelijks voorstelbaar is.
 


[13] Dat de oorzaken hiervan voornamelyk, en misschien uitsluitend, moeten gezocht worden op zielkundig gebied.

Hier is veel voor te zeggen, ongeacht de precieze betekenis van "zielkundig".
 


[14] Dat de verschynselen op dat gebied voor 'n groot deel zyn toeteschryven aan de zaden die sedert 'n eeuw - en langer misschien, maar zóó ver mag ik niet teruggaan - in de gemoederen der bevolking gestrooid zyn door Voorgangers.

Maar waarom konden die zaden dan ontkiemen? Toch vooral omdat de mensen in meerderheid niet veel beter konden dan ze deden?
 


[15] Onder die Voorgangers bekleedden de dichters, de letterkundigen 'n voorname plaats. Ze kunnen beschouwd worden als de Opvoeders van het Volk.

Ja, en de notie dat de schrijvers van literatuur functioneren "als de Opvoeders van het Volk" - "de ingenieurs van de ziel", zei Stalin - was vroeger gebruikelijker dan tegenwoordig. Toch is er nog steeds sprake van bij sommigen, en met sommige auteurs, zoals bijvoorbeeld Salman Rushdie.

Maar het lijkt me overwegend een misvatting: De moderne "Opvoeders van het Volk" werken bij de TV, en overigens krijgen de meeste mensen hun ideeën en waarden van hun ouders, van school, en van de mensen waarmee ze omgaan.
 


[16] Door te wyzen op de fouten die deze Opvoeders begingen, baan ik alzoo den weg tot herstel. Of althans, ik poog daardoor dien weg aantewyzen, om 't herstel mogelyk te maken. Het ontmaskeren van valsche profeten...

Het laatste was ongetwijfeld M.'s bedoeling

Idee 1053a.