Idee 1053.                                                

 

Een lang hoofdstuk met korten titel: ‘waarom Louis-Napoleon koning van Holland is geworden?’

Pennewip had de fameuze ‘komedie waarin driemaal gestorven wordt’ in den huize Pieterse achtergelaten. De juffrouwen stelden zich aan of ze 't lazen, maar Wouter deed meer nog dan lezen. Met den ernstigen wil om te begrypen, bestudeerde hy 't stuk. En dit gelukte hem tendeele, maar hy slaagde volstrekt niet in de voorgeschreven opgetogenheid. Hy bleef Glorioso mooier vinden. En 't peruaansch geschiedenisjen ook. En zelfs dat arme Roodkapje. [1]

Om rechtvaardig te zyn jegens den auteur van dat sterfstuk, moeten wy erkennen dat de manier waarop men hem by 't kind had ingeleid, niet zeer geschikt was om de schoonheden te doen uitkomen, die sommigen gewoon zyn de dichterlyke te noemen. De meester had door z'n taalkundige opmerkingen 't genieten vry moeielyk gemaakt, en aldus in dezen kleinen kring vry nauwkeurig de rol vervuld die onze scholen spelen in de klassieke litteratuur. We zouden van de antieken meer geleerd en genoten hebben, wanneer ze ons niet waren vergald geworden door skolastiek. [2]

Toch beweer ik niet dat het boekske waarmee men voorgaf Wouters hongerige ziel te spyzigen, heel veel verloor aan dat voorop-stellen van komma's in de lucht en dergelyke merkwaardigheden. De auteur verdiende niet beter. Pennewip zou 'n lofwaardig werk hebben gedaan, indien hy met verontwaardigd sarkasme dezelfde zotternyen had voor den dag gebracht, die nu slechts uitvloeisels waren van z'n nuchtere schoolmeestery.

De lezer kan reeds weten dat het werkje waarmee onze Wouter zich moest bezig-houden, de meer of min bekende ‘Floris de Vyfde’ van Bilderdyk was. [3]

Van Bilderdyk!

Die man behoorde gedurende zeer langen tyd onder de voornaamste voorgangers van 't Nederlandsche volk. Tydgenooten en zelfs mededingers noemden hem: de meester. Hoe hoog hy aangeschreven stond, blykt niet het onduidelykst uit de tegenwerking die hy ontmoette. Hy werd vervolgd en gesmaad, uitgestoten, afgesneden, veroordeeld - of gedwongen althans - tot ballingschap en gebrek-lyden. Wat wil men meer? [4]

Hy heeft dan ook ‘school’ gemaakt.

Bilderdyk oefende alzoo invloed uit op het Volk, een invloed die nog voortduurt.

Even als 'n rechtvaardig rechter onderzoek doet naar de opvoeding die den misdadiger ten-deel viel - of onthouden werd - behooren wy ons tot taak te stellen, de bronnen optesporen, waaruit het verkeerde voortvloeide dat we dagelyks voor oogen zien. [5] Vraagt ook niet de arts die by 'n kranke wordt geroepen, welke spyzen deze onlangs gebruikt heeft, om te kunnen oordeelen of daarin misschien iets kan geweest zyn dat de ziekte veroorzaakte?

Eenige jaren geleden was 't m'n voornemen 'n analytische schets te leveren van de Nederlandsche Letterkunde in de eerste helft der 19e eeuw, en 'n betoog van den verderfelyken invloed dien ze op het volkskarakter heeft uitgeoefend. Bezig met het verzamelen van bouwstoffen, werd ik door de omstandigheden waarop ik in den vorigen bundel doelde, daarvan beroofd. De gevolgen van 't bedrog dat Nederlandsche ‘vrienden’ aan my pleegden, noodzaakten my 'n vry belangryke bibliotheek wegtegeven voor minder geld dan de kisten gekost hadden, waarin ze gepakt was geweest. In de hoop dat God me niet aan m'n woord houdt, bid ik hem vurig om vergiffenis voor die ‘vrienden.’ [6]

En ook de lezer heeft reden tot zoo'n gebed. Want hy heeft er schade by, dat ik nu niet in-staat ben zoo nauwkeurig als anders 't geval zou geweest zyn, de hoofdoorzaken aantewyzen van de verstandelyke, zedelyke en politische nederlandsche volkomenheden, waarop heel Europa zich blind staart. [7] Even als de scheikundige uit 'n vrucht of plant besluit tot de bestanddeelen van den grond, en omgekeerd, had ik willen aantoonen hoeveel deelen Helmers, Feith, Van der Palm of Bilderdyk er waren noodig geweest, om voorttebrengen wat men, beleefd sprekende, zou kunnen noemen: ‘het hedendaagsche volkskarakter.’

't Is dan ook alleen daarom dat ik 't verlies van die boekverzameling betreur. Overigens houd ik niet van boeken, en sedert vele jaren lees ik zoo weinig mogelyk. [8]

Bezig met het nasporen der grondstoffen die de bestanddeelen leverden voor Wouters ziel... [9]

Ik druk me hier gebrekkig uit, doch zal dit later herstellen.

...in verband daarmee, neem ik me voor, van-tyd tot-tyd 'n enkel stuk te behandelen van de schryvers die invloed hadden op zyn ontwikkeling, en op die van z'n tydgenooten. [10]

Niet zonder doel koos ik ditmaal dien ‘Floris de Vyfde’ van Bilderdyk, en wel omdat ik daarin, naast de letterkundige... waarde, tevens bydragen vind tot de zedelyke... hoogte waarop zoo'n verzenmaker staat. Bovendien... Bilderdyk was 'n zeloot in den geloove. Wel dringt zich z'n misselyke genadeleer van een ‘vrymachtbren’ God, in dit stuk niet zóó op den voorgrond, als in z'n meeste andere werken - op Ridder Sox na! - maar toch, geheel-en-al ontbreken de sporen van dordrechtery niet. Schoon God niet onder de dramatis personae genoemd wordt, speelt hy in 't stuk mee niet alleen, maar vervult zelfs daarin de hoofdrol. In 't vyfde bedryf namelyk, draagt Floris hem eenige politische werkzaamheden op, die zeer lang na 't vallen van de gordyn behoorlyk zyn ten-uitvoer gelegd, gelyk we zien zullen. [11]

En ook in andere opzichten heeft de auteur zich niet onbetuigd gelaten in staatkundige theologie. Hy doet ons 'n blik slaan in de reglementen der hemelsche Rechtsbedeeling. Met de voorgeschreven christelyke zachtmoedigheid verzoekt hy de ‘hardheid van de slagen’ waarmee Holland moet gestraft worden te ‘matigen.’ Meer schynt hy niet te durven dragen.

           ‘want ik weet, Uw recht gedoogt het niet
 Dat strafloos Vorstenmoord en Staatsverraad geschied'.

Pennewip was opgetogen over dat afsnydingsteeken. En ik ben het over de zeer eigenaardige verplichtingen van 't Opperwezen omtrent Vorsten en Staten. Een paar dozyn burgerlyke laagheidjes zoud-i met wat goeden wil door de vingers mogen zien, maar op hoogpolitiek terrein schynt z'n recht van gratie nogal beperkt. [12] 't Zal wel waar zyn, want de auteur legt de vermaning in den mond van iemand die 't officieel weten kon, van 'n ‘Vorst.’ 't Was zoo dom niet in Floris, z'n prerogatieven by deze gelegenheid eens uitdrukkelyk en a governo ter-spraak te brengen. Met de bekende goddelyke menschkunde zal de Heer wel begrepen hebben aan wien die avis au lecteur eigenlyk geadresseerd was. En met behulp van myn menschkunde zal de lezer dit straks ook weten. Heel diep zit de zaak niet, maar toch schynt ze de aandacht van de meesten der beoordeelaars van Bilderdyk ontgaan te zyn.

Hoe de vromen dat misbruiken en mismaken van hun ‘Heer’ kunnen rymen met den eerbied dien ze voorwenden, mogen zyzelf verantwoorden. Van hun eigen standpunt beschouwd, zyn ze godslasteraars. Wat is dat voor 'n God, die zich door graaf Floris laat voorschryven wat hy, eeuwen daarna nog, zal te doen en te laten hebben? En, let wel, Bilderdyk stelde hem als by-uitstek gehoorzaam voor. Maar we zyn nog zoo ver niet.

Het geheele stuk zou eigenlyk in allen opzichte beneden kritiek zyn - d.i. niet vatbaar voor ernstige beoordeeling - indien niet juist dáárin de eigenaardigheid van die kritiek gelegen was. M'n tekst is: met zùlke vodden hebt ge u gevoed, o Nederlanders, en even als Trui of Petrò riept ge: ‘zeker, zeker, meester, 't is mooi, heel mooi!’

In alle opzichten beneden kritiek?

De taal is slecht.
De versificatie is slecht.
De historische voorstelling is slecht.
De ontwikkeling der karakters is slecht.
De knoop is slecht.
De ontknooping is slecht.
De strekking is... infaam. 

Heel veel meer opzichten zyn er niet. [13] Ik zal waarschynlyk genoeg bewezen hebben, als ik die zeven punten toelichtend behandel. *)

*) Noot van 1877. De ontleding van Bilderdyks Floris heeft de woede van zeker volkje gaande gemaakt. Heel natuurlyk! M'n aanval treft niet hèm alleen, maar ook en vooral de letterluî van professie, de menigvuldige Pennewippen die gewoon waren den ongelukkigen verzenmaker aan hun leerlingen voortestellen als 'n model, als 'n feniks, als 'n dichter. De woede van zulke heeren is begrypelyk, en woede werkt nadeelig op denkvermogen en geheugen. By den gewezen letterprofesser Van Vloten steeg de razerny tot in 't komieke. Dat de Floris 'n haastig samengeflanst stuk was, wist men al lang, beweerde die gewezen hooggeleerde. Dat hoefde ik niet te komen vertellen!
Ei? My was 't onbekend dat men dit wist. 't Bleek me, o.a. niet uit het stuk, getiteld: Bilderdyk, in de ‘Verpoozingen’ van den letterman en volksvoorganger Beets, waarin gesproken wordt over de ‘uitnemende schoonheden van den Floris V.’ al erkent dan die al te scherpzinnige schoonheidsvinder dat Bilderdyk ‘niet gelijkelijk in alle vakken heeft uitgemunt.’ De heer Beets is wel goed, waarlyk!
Maar voornamelyk put ik het recht tot de meening dat die Floris nog altyd doorging voor 'n redelyk, jazelfs voor 'n uitstekend werk, uit de ontdekking dat dit stuk opgenomen is in 'n Bloemlezing van Nederlandsche Dichters. De verzamelaar nu, van die bloemen was dezelfde Van Vloten die later my beschuldigde oud nieuws verkondigd te hebben. [14] 't Was alzoo z'n gewezen hooggeleerde memorie ontgaan dat hyzelf meegeholpen had aan 't verheffen en aanpryzen van dat prul. Een andere bedenking tegen de kritiek waaraan ik Bilderdyk onderwierp, lag in de vraag of ik wel dien Floris tot punt van uitgang had mogen kiezen? Velen erkenden de onwaarde van het stuk, doch sommigen hunner vonden 't wat wreed, den auteur juist dáárnaar aftemeten. Hy had andere dingen geschreven, heette het, die veel beter waren. Dit geloof ik byna. Erkennende dat zelfs hy niet in staat kan geweest zyn, altyd zóó laag te staan als-i ons in dit stuk voorkomt, is 't hem echter gelukt, in zeer veel van z'n werken - zelfs in zyn beroemdste! - aftedalen tot het peil van narigheid dat-i in den Floris zoo schitterend bereikt heeft. Z'n fragment van den Ondergang der eerste wareld geeft dat koddige treurspel niets toe in zotte konceptie, platte opvatting, manken gang, verschrompelde denkbeelden, onhandige teekening, gebrekkige diktie, mislukte verhevenheid en verknoeide taal. [15] Vooral na de analytische wenken die ik by 't behandelen van den Floris geef, dunkt me dat dit elken lezer die zich eenigszins op de kunst van lezen gelieft toeteleggen, ook zonder verdere aanwyzing van myn kant moet in 't oog vallen. En nu spreek ik nog niet van de duizend-en-een andere vodden die ‘uit z'n pen gevloeid’ zyn. Waarlyk, als 't niet gedeeltelyk by toeval geweest was dat ik den Floris tot onderwerp van m'n beschouwingen koos, 't zou hebben kunnen doorgaan voor 'n goedigheid!


[1] De juffrouwen stelden zich aan of ze 't lazen, maar Wouter deed meer nog dan lezen. Met den ernstigen wil om te begrypen, bestudeerde hy 't stuk. En dit gelukte hem tendeele, maar hy slaagde volstrekt niet in de voorgeschreven opgetogenheid. Hy bleef Glorioso mooier vinden. En 't peruaansch geschiedenisjen ook. En zelfs dat arme Roodkapje.

De lezer zal grondig de kans krijgen te kunnen beslissen of ie dat ook vindt. Wie het over wil slaan moet verder met idee 1059.
 


[2] De meester had door z'n taalkundige opmerkingen 't genieten vry moeielyk gemaakt, en aldus in dezen kleinen kring vry nauwkeurig de rol vervuld die onze scholen spelen in de klassieke litteratuur. We zouden van de antieken meer geleerd en genoten hebben, wanneer ze ons niet waren vergald geworden door skolastiek.

Dit is mij ook overkomen, en ik lees sindsdien veel liever Engelse literatuur dan Nederlandse.
 


[3] De lezer kan reeds weten dat het werkje waarmee onze Wouter zich moest bezig-houden, de meer of min bekende ‘Floris de Vyfde’ van Bilderdyk was.

Ik vermoed dat de lezer uit wat volgt althans één voorname grond zal kunnen begrijpen waarom hij of zij géén Bilderdijk heeft gehad in het VWO, en dit fraaie toneelstuk vrijwel iedereen van de nu levenden volledig onbekend is.

Wie M.'s kritiek te lang vindt of er anderszins bezwaar tegen heeft zal toch moeten toegeven dat dit in ieder geval één goed gevolg van Multatuli's Ideen is: Hele generaties Nederlanders en Nederlandsen zijn althans niet geplaagd met "Floris de Vyfde’ van Bilderdyk", wat zeer velen een zeer aanzienijke hoeveelheid tegenzin en verveling moet hebben bespaard.
 


[4] Die man behoorde gedurende zeer langen tyd onder de voornaamste voorgangers van 't Nederlandsche volk. Tydgenooten en zelfs mededingers noemden hem: de meester. Hoe hoog hy aangeschreven stond, blykt niet het onduidelykst uit de tegenwerking die hy ontmoette. Hy werd vervolgd en gesmaad, uitgestoten, afgesneden, veroordeeld - of gedwongen althans - tot ballingschap en gebrek-lyden. Wat wil men meer?

Wel, als die 'men' Multatuli is dan is het tamelijk duidelijk: Ook voor 'meester' doorgaan, minstens, en premier zijn. Eén psychologische reden waarom M. zo vaak zo kritisch en boos is over Thorbecke (zie: 452) )en Bilderdijk is dat hij vond dat ze posities innamen die hij zelf verdiende maar niet kreeg.
 


[5] Even als 'n rechtvaardig rechter onderzoek doet naar de opvoeding die den misdadiger ten-deel viel - of onthouden werd - behooren wy ons tot taak te stellen, de bronnen optesporen, waaruit het verkeerde voortvloeide dat we dagelyks voor oogen zien.

En dit is wat M. gaat doen, en de algemene strekking is - zie de Conceptie van de Ideen, want dat verheldert het een en ander over M.'s opstelling - dat Bilderdijk één van de hoofdverantwoordelijken is voor de vele verkeerde dingen in de Nederlandse samenleving waar M. zich zich tegen verzette.

Ikzelf vind de taalkundige oefening die gaat volgen heel aardig, maar velen schijnen 'm wat lang te vinden, en ook niet erg nodig. Het is waar dat Multatuli's kritiek lang is, maar er staan heel vermakelijke stukken in (zie bijv. in 1054a waarin M. Bilderdijk parodieert), en het is ook waar dat Bilderdijk niet meer gelezen wordt, behalve door enkele Neerlandici en wellicht ook door sommige snobistisch uitgevallen masochisten.

Ook is het niet zo dat "de bronnen (..) waaruit het verkeerde voortvloeide dat we dagelyks voor oogen zien" bestaan uit Nederlandse literatuur, hoe beroerd, saai, schijnheilig of slecht deze bij gelegenheid (?) ook mag zijn.

Shelley - een jongere tijdgenoot van Bilderdijk - mag beargumenteerd hebben dat "Poets are the unacknowledged legislators of mankind", maar dat was pure wensdenkerij van een poëet, Homerus wellicht uitgezonderd.

Als er dan een verklaring moet worden gegeven wat "de bronnen" zijn "waaruit het verkeerde voortvloeide dat we dagelyks voor oogen zien" dan moeten deze veel eerder in het modale en gemiddelde menselijke hoofd en hart worden gezocht dan in de literatuur die daar ook door geproduceerd wordt: "Stupidity and egoism are the roots of all vice". (Boeddha)
 


[6] In de hoop dat God me niet aan m'n woord houdt, bid ik hem vurig om vergiffenis voor die ‘vrienden.’

Ik heb dit eruit gelicht als aardige zegswijze. Het verhaal wat achter de alinea waar dit uit komt zit is dat M. meende dat hij zijn huis, inclusief bibliotheek(je), te Den Haag op had moeten geven omdat hij niet genoeg financiële steun kreeg van z'n medestanders.
 


[7] En ook de lezer heeft reden tot zoo'n gebed. Want hy heeft er schade by, dat ik nu niet in-staat ben zoo nauwkeurig als anders 't geval zou geweest zyn, de hoofdoorzaken aantewyzen van de verstandelyke, zedelyke en politische nederlandsche volkomenheden, waarop heel Europa zich blind staart.

Wel... in feite heeft de lezer, als ie althans Ideen IV gelezen heeft, al een heel redelijk idee over "de hoofdoorzaken aantewyzen van de verstandelyke, zedelyke en politische nederlandsche volkomenheden": Men kan niet lezen. En men laat zich misleiden door leugens, propaganda, uitvluchten en geschipper van maatschappelijke voorgangers van allerlei soorten.

Aan de andere kant... ik heb al uitgelegd in mijn commentaren bij Ideen IV, en wellicht vaker dan de lezer nodig vond, dat "men" niet kan lezen omdat "men" dom is, en dat "Gegen die Dummheit kämpfen selbst die Götter vergebens" (Schiller).
 


[8] Overigens houd ik niet van boeken, en sedert vele jaren lees ik zoo weinig mogelyk.

Dit is waar: M. was geen groot boekenlezer.


[9] Bezig met het nasporen der grondstoffen die de bestanddeelen leverden voor Wouters ziel...

Want dit is tenslotte het hoofdonderwerp van de geschiedenis van Woutertje Pieterse. Zie idee ....


[10] ...in verband daarmee, neem ik me voor, van-tyd tot-tyd 'n enkel stuk te behandelen van de schryvers die invloed hadden op zyn ontwikkeling, en op die van z'n tydgenooten.

Er kwam niet meer in dit kader dan M.'s behandeling van Bilderdijk's Floris, en wat later in deze bundel, enige kritiek op Hilarides.
 


[11] Schoon God niet onder de dramatis personae genoemd wordt, speelt hy in 't stuk mee niet alleen, maar vervult zelfs daarin de hoofdrol. In 't vyfde bedryf namelyk, draagt Floris hem eenige politische werkzaamheden op, die zeer lang na 't vallen van de gordyn behoorlyk zyn ten-uitvoer gelegd, gelyk we zien zullen.

Dit slaat feitelijk op de titel van dit idee "Een lang hoofdstuk met korten titel: ‘waarom Louis-Napoleon koning van Holland is geworden?’". Het antwoord daarop is te ontlenen aan de Floris: Om de voorspelling van Floris uit te doen komen, en mr. Willem Bilderdijk's carrière door collaboratie vooruit te helpen.
 


[12]          ‘want ik weet, Uw recht gedoogt het niet
          Dat strafloos Vorstenmoord en Staatsverraad geschied'.

Pennewip was opgetogen over dat afsnydingsteeken. En ik ben het over de zeer eigenaardige verplichtingen van 't Opperwezen omtrent Vorsten en Staten. Een paar dozyn burgerlyke laagheidjes zoud-i met wat goeden wil door de vingers mogen zien, maar op hoogpolitiek terrein schynt z'n recht van gratie nogal beperkt.

Ik heb dit eruit gelicht om te laten zien dat M. behoorlijk revolutionair was. (Of: Bij gelegenheid kon zijn.)


[13] Heel veel meer opzichten zyn er niet.

Hier is ruimte voor enige skepsis, die ik de lezer zal besparen. Er staat een konkretere samenvatting van wat M. zo tegenstond in z'n noot. Zie [15].


[14] Maar voornamelyk put ik het recht tot de meening dat die Floris nog altyd doorging voor 'n redelyk, jazelfs voor 'n uitstekend werk, uit de ontdekking dat dit stuk opgenomen is in 'n Bloemlezing van Nederlandsche Dichters. De verzamelaar nu, van die bloemen was dezelfde Van Vloten die later my beschuldigde oud nieuws verkondigd te hebben.

Van Vloten was een tijdgenoot van Multatuli die ook radikaal was in zaken van religie en politiek, maar die, anders dan M., welvarend en jarenlang professor was. Hij was enigszins bevriend geweest met M. maar de vriendschap was bekoeld en veranderd in afkeer, kennelijk omdat Van Vloten vond dat Multatuli opgang maakte ten koste van hem, en omdat hij het oneens was met allerlei ideeën van M., en vooral met zijn presentatie van zichzelf, en met Multatuli's ingenomenheid met zichzelf.

Het resultaat was een boek van Van Vloten dat Multatuli's Ideen behandelt, dat "Onkruid onder de tarwe" heet, vanwege M.'s motto van de Ideen "Een zaaier ging uit om te zaaien", waarin M. rijkelijk gekritiseerd wordt.

Multatuli nam dit Van Vloten zeer kwalijk, mede omdat Van Vloten wel een aantal jaren Multatuli's vrouw en kinderen financieel had geholpen, en M. meende dat Van Vloten brieven van Multatuli's vrouw bezat of zou kunnen bezitten die tegen hem konden worden gebruikt, en hem zouden dwingen te zwijgen over Van Vloten. Ook beweerde Multatuli herhaaldelijk dat Van Vloten hem het publicitaire zwijgen had opgelegd, hoewel hij dat ook weer ontkende. Feit is dat M. na de publikatie van "Onkruid onder de tarwe" weinig meer schreef voor publikatie.

Wie hier meer van wil weten verwijs ik naar de biografieën van Multatuli van Hermans en van Van der Meulen. De eerste is ouder, korter, beter geïllustreerd, en over het geheel genomen het best. De tweede is ook redelijk, maar dik en veel minder fraai geïllustreerd, en ruikt meer naar een akademisch proefschrift, wat het dan ook is.


[15] ... zotte konceptie, platte opvatting, manken gang, verschrompelde denkbeelden, onhandige teekening, gebrekkige diktie, mislukte verhevenheid en verknoeide taal.

Dit is een konkretere samenvatting van M.'s eerdere

De taal is slecht.
De versificatie is slecht.
De historische voorstelling is slecht.
De ontwikkeling der karakters is slecht.
De knoop is slecht.
De ontknooping is slecht.
De strekking is... infaam. 

 

Idee 1053.